Economisch beeld even negatief in mei

Dit zijn de nieuwste cijfers over dit onderwerp. Bekijk eerdere cijfers.
© ANP / Henriette Guest Fotografie

Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) was in mei even negatief als in april. In de Conjunctuurklok van mei presteerden 11 van de 13 indicatoren slechter dan hun langjarige trend.

De Conjunctuurklok is een hulpmiddel voor het bepalen van de stand en het verloop van de Nederlandse conjunctuur. In de Conjunctuurklok komt vrijwel alle belangrijke economische informatie samen die het CBS tijdens de afgelopen maand c.q. het afgelopen kwartaal heeft gepubliceerd. Het conjunctuurbeeld volgens de Conjunctuurklok betreft een macro-economisch beeld en het gaat niet in gelijke mate op voor alle huishoudens, bedrijven of regio’s.

Conjunctuurklokindicator (ongewogen gemiddelde van de indicatoren, exclusief bbp, in de Conjunctuurklok)
jaarmaandcyclus (afwijking van de langetermijntrend (=0))
2022juni0,91
2022juli0,96
2022augustus0,94
2022september0,93
2022oktober0,9
2022november0,84
2022december0,8
2023januari0,74
2023februari0,69
2023maart0,65
2023april0,55
2023mei0,48
2023juni0,38
2023juli0,24
2023augustus0,13
2023september0,02
2023oktober-0,11
2023november-0,19
2023december-0,27
2024januari-0,35
2024februari-0,38
2024maart-0,4
2024april-0,43
2024mei-0,43
2024juni-0,43
2024juli-0,45
2024augustus-0,44
2024september-0,41
2024oktober-0,41
2024november-0,36
2024december-0,34
2025januari-0,35
2025februari-0,34
2025maart-0,36
2025april-0,41
2025mei-0,42
2025juni-0,44
2025juli-0,47
2025augustus-0,45
2025september-0,44
2025oktober-0,45
2025november-0,43
2025december-0,42
2026januari-0,45
2026februari-0,45
2026maart-0,46
2026april-0,51
2026mei-0,51

Consumenten en producenten negatiever

Consumenten en producenten waren in mei negatiever dan in april. Zowel het consumenten- als het producentenvertrouwen lag onder het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar.

Consumenten- en producentenvertrouwen (seizoengecorrigeerd)
jaarmaandConsumentenvertrouwen (gemiddelde van de deelvragen)Producentenvertrouwen (gemiddelde van de deelvragen)
2022juni-504,2
2022juli-515,3
2022augustus-542,4
2022september-591,2
2022oktober-590,9
2022november-571,1
2022december-521
2023januari-491,1
2023februari-440,9
2023maart-390,9
2023april-37-0,3
2023mei-38-1,7
2023juni-39-2,7
2023juli-39-2,7
2023augustus-40-4,6
2023september-39-3,9
2023oktober-38-3,7
2023november-33-2,6
2023december-29-5,7
2024januari-28-4,4
2024februari-27-4,2
2024maart-22-4,8
2024april-21-3,6
2024mei-22-2,8
2024juni-23-2,4
2024juli-24-2,7
2024augustus-24-1,9
2024september-21-1,7
2024oktober-22-3,2
2024november-25-1,8
2024december-26-1,6
2025januari-28-1,6
2025februari-32-1,2
2025maart-34-1,5
2025april -37-3,3
2025mei-37-3,9
2025juni-36-5
2025juli-32-4,9
2025augustus-32-3,3
2025september-32-1,6
2025oktober-27-0,8
2025november-21-1,7
2025december-21-1,1
2026januari-230,8
2026februari-24-1,1
2026maart-30-0,7
2026april-44-0,7
2026mei-46-2

Export daalt, consumptie huishoudens gelijk en investeringen stijgen

Huishoudens consumeerden in het eerste kwartaal van 2026 evenveel als in het vierde kwartaal van 2025. Ze hebben meer besteed aan kleding en voedingsmiddelen, maar minder aan vervoersmiddelen en brandstoffen.

De uitvoer van goederen daalde in het eerste kwartaal van 2026 met 1,2 procent ten opzichte van het vierde kwartaal van 2025. Er werden vooral minder machines en transportmiddelen uitgevoerd.

De investeringen in vaste activa stegen in het eerste kwartaal van 2026 met 0,7 procent in vergelijking met een kwartaal eerder. Dat komt vooral door meer investeringen in vliegtuigen en machines.

Productie industrie in maart bijna 2 procent hoger

De kalendergecorrigeerde productie van de Nederlandse industrie lag in maart 1,7 procent hoger dan in maart 2025. Ten opzichte van februari steeg de productie van de industrie in maart met 2,8 procent.

Minder faillissementen in april

In april zijn, voor zittingsdagen gecorrigeerd, 8 bedrijven (inclusief eenmanszaken) minder failliet verklaard dan in maart. Dat is een daling van 3 procent.

Prijzen koopwoningen ruim 4 procent hoger in april

In april waren de prijzen van bestaande koopwoningen gemiddeld 4,3 procent hoger dan een jaar eerder. Een maand eerder was de prijsstijging 5 procent. Ten opzichte van maart 2026 bleven de prijzen gelijk in april.

Minder werklozen, minder gewerkte uren, minder vacatures

In april waren er 397 duizend werklozen. Hiermee was 3,9 procent van de beroepsbevolking van 15 tot 75 jaar werkloos. In maart was dat 4.0 procent. Het aantal werklozen nam de afgelopen drie maanden af met gemiddeld 6 duizend per maand. 

Werknemers en zelfstandigen werkten in het eerste kwartaal in totaal ruim 3,7 miljard uur. Dat is, gecorrigeerd voor seizoensinvloeden, 0,2 procent minder dan in het kwartaal ervoor.

Aan het einde van het eerste kwartaal stonden er 378 duizend vacatures open, een daling van 6 duizend ten opzichte van een kwartaal eerder. Het aantal vacatures is vrijwel elk kwartaal gedaald sinds het derde kwartaal van 2022.

De omzet van uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling was in het vierde kwartaal van vorig jaar 0,8 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal van 2024.

Bbp stijgt 0,1 procent in eerste kwartaal 2026

Volgens de eerste berekening van het CBS steeg het bruto binnenlands product (bbp) in het eerste kwartaal van 2026 met 0,1 procent ten opzichte van het vierde kwartaal van 2025. De overheidsconsumptie, de investeringen en de verandering in voorraden droegen positief bij aan de groei van het bbp in het eerste kwartaal, maar de uitvoer negatief.

Bruto binnenlands product (volume), seizoengecorrigeerd
JaarKwartaalIndex (2021=100)
20222e kwartaal105,6
20223e kwartaal105,8
20224e kwartaal105,5
20231e kwartaal105
20232e kwartaal104,6
20233e kwartaal103,9
20234e kwartaal104,1
20241e kwartaal104,3
20242e kwartaal105,4
20243e kwartaal106
20244e kwartaal106,4
20251e kwartaal106,8
20252e kwartaal107,1
20253e kwartaal107,6
20254e kwartaal108,1
20261e kwartaal108,1