Consumptie huishoudens groeit met ruim 6 procent in januari

Over dit onderwerp zijn nieuwere cijfers beschikbaar. Bekijk de laatste cijfers.
716467703259747351374a554269345837794f624e773d3d
© CBS / Nikki van Toorn
In januari 2023 hebben huishoudens 6,2 procent meer besteed, voor prijsveranderingen gecorrigeerd, dan in januari 2022. Net als in voorgaande maanden hebben ze meer besteed aan diensten, maar minder aan goederen, meldt het CBS. Vorig jaar januari kampten niet-essentiële winkels en de dienstensector met strenge coronamaatregelen.

De consumptiecijfers betreffen volumecijfers. Dat wil zeggen dat ze zijn gecorrigeerd voor prijsveranderingen. Daarnaast is ook voor veranderingen in de samenstelling van de koopdagen gecorrigeerd. Volgens de CBS Consumptieradar waren de omstandigheden voor de consumptie in februari gunstiger dan in januari.

Binnenlandse consumptie door huishoudens (volume, koopdaggecorrigeerd)
jaarmaand%-verandering (%-verandering t.o.v. een jaar eerder)
2019februari0,5
2019maart1
2019april1
2019mei1,8
2019juni1
2019juli0,5
2019augustus0,5
2019september1,3
2019oktober1,4
2019november1,2
2019december2,4
2020januari1
2020februari2,1
2020maart-7,2
2020april-17
2020mei-11,9
2020juni-7,1
2020juli-2,4
2020augustus-2
2020september-3,7
2020oktober-5,8
2020november-6,2
2020december-11,2
2021januari-12,4
2021februari-11,6
2021maart-0,1
2021april12,1
2021mei11,2
2021juni6,9
2021juli2,6
2021augustus3,4
2021september4,7
2021oktober9,1
2021november9,2
2021december4,8
2022januari12,3
2022februari15,3
2022maart12,7
2022april11,7
2022mei6,8
2022juni5,1
2022juli4,1
2022augustus2,2
2022september2,4
2022oktober0,9
2022november2,3
2022december9,9
2023januari6,2

Huishoudens besteden meer aan diensten

Consumenten hebben in januari, voor prijsveranderingen gecorrigeerd, 12,2 procent meer besteed aan diensten dan in januari 2022. Toen moesten horeca, bioscopen, theaters en musea echter bijna de hele maand hun deuren dicht houden. Bestedingen aan diensten maken ruim de helft van de totale binnenlandse consumptieve bestedingen door huishoudens uit.

In januari hebben consumenten 5,0 procent minder voedingsmiddelen, dranken en tabak gekocht. Ze hebben echter 5,3 procent meer besteed aan duurzame goederen dan in januari 2022. Ze hebben vooral meer kleding, textiel, schoenen en elektrische apparaten aangeschaft. Voor niet-essentiële winkels gold tot halverwege januari 2022 een harde lockdown.

Huishoudens hebben in januari 3,1 procent minder overige goederen, zoals aardgas, verbruikt. In januari 2023 was het iets minder koud dan een jaar eerder en hebben huishoudens bezuinigd op het verbruik van energie. Ze hebben echter meer besteed, voor prijsveranderingen gecorrigeerd, aan motorbrandstoffen en persoonlijke verzorging.

Ruim een week geleden meldde het CBS dat het verkoopvolume van de detailhandel in januari 0,4 procent groter was dan in januari 2022. Het volume van de non-foodsector lag 12 procent hoger, terwijl dat van de foodsector met 6 procent kromp. Deze cijfers zijn ook gecorrigeerd voor de samenstelling van koopdagen.

Binnenlandse consumptie door huishoudens naar categorie (volume, koopdaggecorrigeerd), januari 2023
 %-verandering (%-verandering t.o.v. een jaar eerder)
Diensten12,2
Duurzame goederen5,3
Overige goederen-3,1
Voedings- en genotmiddelen-5
Totaal6,2

Omstandigheden consumptie in februari gunstiger

Het CBS publiceert elke maand ook over de omstandigheden voor de consumptie in de consumptieradar. De consumptie door huishoudens hangt onder meer samen met de verwachtingen van consumenten, de situatie op de arbeidsmarkt en de ontwikkeling van hun vermogen. De indicatoren in de radar hangen goed samen met de consumptie door huishoudens, maar een verbetering van de omstandigheden betekent niet per se een hogere groei van de consumptie.

Volgens de consumptieradar waren de omstandigheden voor de consumptie in februari gunstiger dan in januari. De jaar-op-daling van de beurskoersen sloeg om in een stijging. Verder waren consumenten minder pessimistisch over hun financiële situatie in de komende 12 maanden en positiever over de toekomstige ontwikkeling van de werkloosheid. Ook waren industriële ondernemers positiever over hun personeelssterkte.