Personen met een uitkering, 2003-2007

10-6-2008 15:00

Tabel 1. Personen met een algemene bijstands-, arbeidsongeschiktheids- en werkloosheidsuitkering

Tabel 2. Personen met een algemene bijstandsuitkering

Tabel 3. Personen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering

Tabel 4. Personen met een werkloosheidsuitkering

Wat staat er in de tabellen?

De publicatie gaat over het aantal personen met een bijstands- (WWB), arbeidsongeschiktheids- (WAO, WAZ of Wajong), WW-, IOAW- of IOAZ-uitkering op het einde van het kwartaal. Bij het vaststellen van het aantal uitkeringen in het kader van WW en AO (arbeidsongeschiktheidsuitkeringen) zijn de uitkeringen die niet hebben geleid tot een uitbetaling aan het eind van het kwartaal (de zogeheten nuluitkeringen), niet meegeteld.
Ter informatie is het aantal nuluitkeringen per ultimo van het kwartaal, wel in de desbetreffende tabellen vermeld.

Per 1 januari 2006 is de WAO vervangen door de WIA. Gegevens over personen met een WIA-uitkering zijn nog niet in de publicatie opgenomen.

Voor het vaststellen van het totaal aantal personen met een uitkering (ongeacht soort) telt één persoon slecht één keer mee, ook wanneer deze verscheidene (dezelfde of verschillende) uitkeringen heeft. Als iemand bijvoorbeeld zowel een WAO-uitkering als een WWB-uitkering heeft, telt deze persoon slechts eenmaal mee in de bepaling van de populatie personen met een uitkering.

Bij de vaststelling van het aantal personen naar soort uitkering telt elke persoon mee voor de soort uitkering die hij of zij ontvangt. Stel, iemand heeft zowel een bijstandsuitkering als een WAO-uitkering, dan wordt hij of zij zowel tot de deelpopulaties WWB als WAO gerekend.

Als er sprake is van samenloop binnen de drie arbeidsongeschiktheidswetten, is er een (hiërarchische) keuze gemaakt, waarbij WAO vóór WAZ en WAO of WAZ vóór Wajong gaan.

Peilmoment is de laatste vrijdag van de maand behalve in december waarbij is gekozen voor de laatste vrijdag voor kerst.

Uit welke bronnen komen de gegevens?

De gegevens worden samengesteld op basis van drie bronnen. De WWB-, IOAW- en IOAZ-uitkeringsgegevens komen uit de Bijstandsuitkeringenstatistiek. Hiervoor levert elke gemeente van Nederland maandelijks een bestand aan het CBS. De uitkeringsgegevens over arbeidsongeschiktheid en WW zijn afkomstig uit de statistieken arbeidsongeschiktheid respectievelijk WW. Deze statistieken zijn gebaseerd op maandelijkse bestandsleveringen door het UWV.

De uitkeringsgegevens zijn op persoonsniveau gekoppeld met de bestanden van de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA).

Hoe verhouden de uitkomsten zich met andere publicaties?

De uitkomsten wijken af van de aantallen uitkeringen die al jaren gepubliceerd worden per uitkeringssoort. Zo wordt er elke maand in StatLine gepubliceerd over het aantal WWB-uitkeringen, het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en het aantal WW-uitkeringen. In de tabellen Personen met een uitkering wordt gepubliceerd over personen met een uitkering in plaats van uitkeringen.

In de statistiek Personen met een uitkering worden personen geteld, terwijl in de uitkeringsstatistiek het aantal uitkeringen wordt geteld. In de Bijstandsuitkeringenstatistiek, die gaat over uitkeringen in het kader van WWB, IOAW of IOAZ, telt een uitkering aan een (echt)paar als één uitkering. In de statistiek Personen met een uitkering zijn in de tabellen over personen met een WWB-, IOAW- of IOAZ-uitkering, zowel de aanvrager als de partner afzonderlijk meegeteld.

Voor de statistieken over AO- en WW-uitkeringen tellen de eerdere genoemde nuluitkeringen wel mee, maar, zoals reeds vermeld, in de tabellen bij deze publicatie niet.

De verdelingen naar persoonskenmerken, zoals geslacht en leeftijd, zijn gebaseerd op gegevens uit de Gemeentelijke Basisadministratie. Deze verdelingen wijken iets af van de gepubliceerde cijfers per uitkeringssoort. Voor de laatste statistieken is namelijk gebruik gemaakt van de persoonsgegevens uit de bronbestanden zelf.

Vanuit het Sociaal Statistisch Bestand (SSB) worden ook personen met een uitkering geteld, waarbij nuluitkeringen in principe niet worden meegeteld. In het SSB worden zoveel mogelijk bronnen met gegevens over personen geïntegreerd, waaronder bevolkingsgegevens, uitkeringsbronnen en gegevens over werkgelegenheid en lonen. Tijdens het proces om de gegevens consistent te maken uit de verschillende bronnen worden er diverse correcties op de brongegevens uitgevoerd, waardoor er verschillen ontstaan met de hier gepresenteerde uitkomsten. Verder wordt binnen het SSB als peilmoment meestal de laatste vrijdag van september genomen van een desbetreffend jaar. De cijfers uit de statistiek Personen met een uitkering kunnen wel gezien worden als voorlopige cijfers die later definitief worden vastgesteld vanuit het SSB.