Nieuwsbrief milieurekeningen en duurzaamheid 2025

Welkom bij deze nieuwe editie van de jaarlijkse nieuwsbrief Milieurekeningen en duurzaamheid van het CBS. Hierin vindt u een kleine greep van de onderzoeken waar we afgelopen jaar aan gewerkt hebben en wat er speelt op het gebied van de milieurekeningen, natuurlijk kapitaal, circulaire economie en brede welvaart. Ook vind je een blik vooruit. Klik vooral door naar de cijfers en achtergrondinformatie. Naast al dit moois is er nog meer gedaan. Zo is er een nieuwe editie van de Monitor Brede Welvaart en de SDG’s verschenen, en zijn er ook updates van de andere bredewelvaartsproducten. Daarnaast heeft de Monitor Verduurzaming Industrie een eigen pagina gekregen, is er een speciale uitlegpagina over de verschillende voetafdrukken gepubliceerd en hebben we onze eerste Instagram-posts gemaakt. Een compleet overzicht vindt u hier.
In deze nieuwsbrief
Broeikasgasvoetafdruk van huishoudens
Drinkwatergebruik van huishoudens
Milieu-impact toerisme
Natuurlijk kapitaalrekeningen
Eigendom van ecosystemen
Bosbouwrekeningen
Plastic stromen in de economie
Klimaatinvesteringen
Planetaire grenzen
Verschillen in de broeikasgasvoetafdruk van Nederlandse huishoudens
Het CBS heeft onderzoek gedaan naar de invloed van huishoudkenmerken op het consumptiegedrag en de bijbehorende broeikasgasvoetafdruk van huishoudens. Hierbij is gekeken naar factoren als besteedbaar inkomen, huishoudgrootte, leeftijd van de hoofdkostwinnaar en regio. De resultaten van het onderzoek tonen aan dat huishoudens met een hoger inkomen aanzienlijk grotere emissies hebben. De rijkste huishoudens zijn verantwoordelijk voor een uitstoot die zelfs meer dan twee keer zo hoog is als die van de armste huishoudens.
Het onderzoek laat verder zien dat de grootste emissies in Nederland afkomstig zijn van basisbehoeften zoals energie en vervoer. Consumptiegoederen zoals voedingsmiddelen, kleding, elektronica en meubels dragen echter vooral bij aan emissies in de productieketens die zich buiten Nederland bevinden, doordat deze goederen vaak in het buitenland worden geproduceerd. Dit onderstreept de noodzaak van zowel de verduurzaming van internationale productieketens als gedragsverandering bij huishoudens.
Regionale factoren, zoals infrastructuur en verstedelijking, spelen ook een belangrijke rol in de consumptiepatronen van huishoudens. De regio waar mensen wonen heeft zodoende invloed op de voetafdruk. Huishoudens in Noord-Holland hebben gemiddeld bijvoorbeeld een relatief lage voetafdruk, ondanks het hoge mediane inkomen. Dit heeft te maken met efficiënter energie- en vervoergebruik. Daarnaast hebben grotere huishoudens per persoon vaak een lagere voetafdruk dan alleenstaanden, doordat ze voorzieningen zoals warmte en vervoer delen.
| Energie (kg CO₂-equivalenten) | Voedingsmidd. en alc.vrije dranken (kg CO₂-equivalenten) | Vervoer (kg CO₂-equivalenten) | Huisvesting en water (kg CO₂-equivalenten) | Recreatie en cultuur (kg CO₂-equivalenten) | Stoffering en huish. apparaten (kg CO₂-equivalenten) | Hotels, cafes en restaurants (kg CO₂-equivalenten) | Kleding en schoeisel (kg CO₂-equivalenten) | Overig (kg CO₂-equivalenten) | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 5683 | 1637 | 851 | 703 | 331 | 262 | 214 | 129 | 420 |
| 2 | 5808 | 1797 | 1072 | 790 | 309 | 293 | 169 | 152 | 399 |
| 3 | 6421 | 2092 | 1313 | 826 | 363 | 353 | 248 | 186 | 467 |
| 4 | 6501 | 2312 | 2045 | 897 | 442 | 503 | 325 | 197 | 520 |
| 5 | 6901 | 2589 | 2527 | 880 | 599 | 512 | 408 | 213 | 573 |
| 6 | 7392 | 3017 | 2919 | 936 | 684 | 562 | 481 | 288 | 619 |
| 7 | 8157 | 3370 | 3345 | 971 | 823 | 791 | 557 | 332 | 720 |
| 8 | 8544 | 3705 | 3978 | 1012 | 967 | 934 | 690 | 423 | 777 |
| 9 | 8942 | 4270 | 4596 | 1056 | 1059 | 1015 | 879 | 511 | 920 |
| 10 | 9913 | 4927 | 5592 | 1185 | 1413 | 1444 | 1162 | 665 | 1137 |
Drinkwatergebruik van huishoudens
Het CBS berekent jaarlijks het watergebruik door huishoudens en door economische sectoren. De economische sectoren worden al langer uitgesplitst op een gedetailleerd niveau, denk aan de landbouw, papiersector of energiecentrales. Huishoudens werden vooralsnog als één geheel beschreven. In 2025 heeft het CBS echter – op basis van data uit klantenbestanden van drinkwaterbedrijven – het watergebruik door huishoudens kunnen uitsplitsen naar huishoudenstype. Denk aan leeftijd kinderen, opleidingsniveau en woonplaats. De resultaten laten zien dat grote gezinnen met meer kinderen meer water gebruiken.
In 2026 volgt de publicatie op basis van definitieve cijfers, inclusief het watergebruik per persoon en door bedrijven. Dit onderzoek is ook gedaan voor Bonaire, ook hier zie je dat gezinnen met oudere kinderen meer water gebruiken dan gezinnen met jonge kinderen.
| Jaar | Eenpersoonshuishouden: Verweduwd (m3/jaar) | Eenpersoonshuishouden: Niet verweduwd (m3/jaar) | Paar zonder kinderen (m3/jaar) | Paar met kinderen (m3/jaar) | Overig (m3/jaar) |
|---|---|---|---|---|---|
| 2018 | 56 | 63 | 103 | 166 | 116 |
| 2019 | 55 | 62 | 102 | 166 | 115 |
| 2020 | 57 | 65 | 106 | 175 | 120 |
| 2021 | 54 | 63 | 102 | 168 | 117 |
| 2022 | 53 | 60 | 98 | 161 | 112 |
Waterverbruik en uitstoot broeikasgassen toerisme relatief hoog
CBS heeft een nieuw onderzoek gedaan naar de milieu-impact van de toeristische sector in Nederland in de periode tussen 2015 en 2022. Dit is afgezet tegen de economische bijdrage van deze sector. De resultaten laten zien dat toeristische bestedingen die onder de Nederlandse economie vallen vier procent van de totale toegevoegde waarde van Nederland uitmaken.
Het aandeel van toerisme in het water- en biomassaverbruik (voedsel) is echter groter. Ook de bijdrage aan het energieverbruik en de broeikasgasemissies is groter dan de monetaire toegevoegde waarde. Daarentegen levert de toerisme ook relatief veel op aan milieubelastingen en -heffingen. Ook zorgt toerisme voor relatief weinig afval, fijnstof en verbruikt het weinig metalen en mineralen.
De totale druk op het milieu is berekend door de toeristische bestedingen uit te splitsen naar bedrijfstak, en vervolgens de daarmee samenhangende aspecten van de milieudruk bij elkaar op te tellen. Meer informatie over dit onderzoek is hier te vinden.
| Categorie | Aandeel (%) |
|---|---|
| Toegevoegde waarde | 4 |
| Waterverbruik | 9 |
| Milieubelastingen | 7 |
| Biomassaverbruik | 6 |
| Netto energieverbruik | 5 |
| Broeikasgasemisses | 5 |
| Fijnstofemissies | 2 |
| Afvalaanbod | 1 |
| Metalenverbruik | 0,4 |
| Mineralenverbruik | 0,2 |
| Bron: CBS, 2025 | |
Natuurlijk kapitaalrekeningen
Eind vorig jaar heeft het CBS nieuwe, herziene cijfers gepubliceerd over de omvang van ecosystemen. De Natuurlijk kapitaalrekeningen van het CBS geven informatie over de omvang (StatLine) en kwaliteit van ecosystemen, en de ecosysteemdiensten (StatLine) voor de maatschappij.
In 2023 bestond ruim 20 procent van het Nederlandse landoppervlak uit (half)natuurlijke ecosystemen, zoals bos, heide of duinen. Dit oppervlak groeide van 2016 tot en met 2023 met 285 vierkante kilometer. Gelderland had in 2023 met 1,4 duizend vierkante kilometer het grootste oppervlak (half)natuurlijke ecosystemen op land. Ruim een vijfde van het totale (half)natuurlijke ecosysteemareaal op land ligt in deze provincie. Gelderland heeft ook in verhouding het grootste aandeel (half)natuurlijke ecosystemen ten opzichte van het totale landoppervlak, gevolgd door Drenthe, Limburg en Noord-Brabant.
| Provincienaam | (Half)natuurlijke ecosystemen (%) |
|---|---|
| Groningen | 9,3 |
| Friesland | 16,9 |
| Drenthe | 25,7 |
| Overijssel | 19,6 |
| Flevoland | 18,5 |
| Gelderland | 28,5 |
| Utrecht | 20,1 |
| Noord-Holland | 16,7 |
| Zuid-Holland | 12,7 |
| Zeeland | 12,9 |
| Noord-Brabant | 23,6 |
| Limburg | 24,1 |
| Aandeel berekend op basis van het totale landoppervlakte (exclusief water) | |
Daarnaast kent het CBS monetaire waarden toe aan ecosysteemdiensten: De gebruikswaarde van natuur in Nederland | CBS. In 2025 deed het CBS innoverend onderzoek naar de beleidstoepassingen van deze gebruikswaarde van ecosysteemdiensten (Gross Ecosystem Product, GEP). In samenwerking met Wageningen Social & Economic Research (WSER) zijn scenario-analyses gedaan met een vooruitblik tot 2050: Gebruikswaarde ecosysteemdiensten in Nederland | CBS.
Een van deze scenario’s, ‘bebossing’, is ontwikkeld op basis van de bossenstrategie van Nederland en gaat uit van een stapsgewijze verhoging van het bosareaal. Dit zou zorgen voor een stijging van de gebruikswaarde van ecosysteemdiensten. Deze GEP stijgt dan met 4,8 procent tegenover 2 procent wanneer niet in extra bos wordt geïnvesteerd. Bossen leveren namelijk een belangrijke bijdrage aan diensten als natuurrecreatie, houtvoorziening, toerisme en koolstofvastlegging, goed voor een economische waarde van 4,7 miljard euro.
Daarmee maakt de GEP de gebruikswaarde van ecosysteemdiensten inzichtelijk en daarmee ook de effecten van beleidskeuzes op de bijdrage van de natuurlijke leefomgeving aan de economie en de samenleving.
Eigendom van ecosystemen
Het CBS maakt cijfers over ecosystemen en de diensten die deze systemen aan de samenleving bieden. In 2025 is er, in samenwerking met het Kadaster, voor het eerst op landelijke schaal in beeld gebracht wie eigenaar is van de ecosystemen in Nederland. Het eigendom van ecosystemen bepaalt in belangrijke mate wie toegang heeft en wie hiervan gebruik kan maken.
Uit het onderzoek blijkt dat huishoudens en overheidsinstanties de grootste landeigenaren van Nederland zijn. Met name (half)natuurlijke ecosystemen, zoals bossen, duinen en heidegebieden, zijn in handen van de overheid, terwijl agrarische ecosystemen voornamelijk eigendom zijn van huishoudens (waaronder boeren). De bevindingen zijn gepubliceerd in een <<Engelstalig rapport LINK VOLGT NOG>>.
In 2026 krijgt dit onderzoek een vervolg. In samenwerking met het Kadaster en Kadaster International worden de analyses uitgebreid. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de veranderingen door de tijd en naar genderverschillen in landeigendom voor de Sustainable Development Goals (SDGs). De resultaten hiervan worden in de loop van 2027 verwacht.
| Households (km²) | Government (km²) | Non-profit institutions (km²) | Non-financial corporations (km²) | Financial corporations (km²) | Other (km²) | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Settlements and other artificial areas | 2698 | 2365,6 | 239 | 1442,7 | 38,8 | 32,1 |
| Urban greenspace and recreation sites | 152,7 | 421,6 | 102 | 206,1 | 4,3 | 3,8 |
| Croplands | 7877,4 | 864,3 | 401,3 | 1348,9 | 118,3 | 19,8 |
| Grasslands | 6361,9 | 2217,7 | 982,1 | 723,4 | 49,9 | 12 |
| Forest and woodlands | 669,6 | 1747,4 | 805,6 | 369,6 | 43,4 | 5,1 |
| Heathland and drift sand areas | 18,6 | 308,5 | 167,2 | 30,6 | 2,4 | 0,1 |
| Inland wetlands | 17,6 | 191,3 | 125,6 | 8,1 | 0,8 | 0,3 |
| Coastal beaches, dunes and wetlands | 12,6 | 317,4 | 135,2 | 24,6 | 0,1 | 0,2 |
| Rivers and canals | 45,8 | 832,1 | 27,0 | 76,9 | 1,4 | 1,1 |
| Lakes and ponds | 58,7 | 2385,4 | 226,7 | 76,8 | 1,6 | 2,4 |
| Marine and transitional waters | 4,2 | 3898,6 | 202,8 | 14 | 0 | 0,4 |
Bosbouwrekeningen
De Europese bosbouwrekeningen zijn vanaf 2025 een verplichte statistiek voor EU-lidstaten. Dit houdt in dat het CBS jaarlijks cijfers gaat leveren aan Eurostat over onder andere het Nederlandse bosareaal, het houtvolume en de economische aspecten van bos, zoals de waarde en het gebruik van hout. Na eerdere vrijwillige leveringen heeft het CBS nu voor het eerst volgens de nieuwe verplichtingen in kaart gebracht hoe de bosbouwsector in Nederland, voor 2022 en 2023, eruit ziet. Deze cijfers zijn internationaal beschikbaar via het dataportaal van Eurostat. Komend jaar zullen de bosbouwrekeningen verder verbeterd en uitgebreid worden.
Plastic stromen in beeld
Het CBS heeft in opdracht van Eurostat een verkennende studie uitgevoerd naar de plasticstromen van, naar en binnen Nederland. De aanleiding van deze studie is een aankomende publicatie met richtlijnen over het meten van plastic stromen gedurende de gehele levenscyclus. De richtlijnen, opgesteld door UNEP en UNITAR, zijn bedoeld voor alle landen om met behulp van reguliere statistieken consistente cijfers over plastic stromen te maken. Het doel van ons onderzoek is om voor Nederland te testen in hoeverre we deze richtlijnen kunnen implementeren met onze CBS-statistieken.
In het onderzoek hebben we statistieken over materiaal- en afvalstromen omgerekend naar plasticstromen. Dit is gedaan aan de hand van omrekenfactoren op gedetailleerd productniveau, gebaseerd op literatuuronderzoek en input van andere statistische bureaus. We maken daarbij onderscheid in plastic afval, ruwe plastic producten, plastic halffabricaten en plastics in eindproducten.
De cijfers worden gepresenteerd in tabellen met daarin het plasticaanbod en -gebruik per economische sector. Uit deze tabellen hebben we de onderstaande Sankey-figuur afgeleid. De Sankey laat zien dat Nederland veel ruwe (primaire) plastics voor de export maakt en dat van al het beschikbare plastic afval ongeveer de helft in Nederland wordt gerecycled.
Experimentele cijfers over plastic stromen in Nederland, miljard kg, 2022
De door het CBS gemaakte cijfers zijn experimenteel en geen officiële CBS-cijfers. De reden hiervoor is dat er bij het samenstellen van de data veel aannames zijn gemaakt en dat de resultaten niet volledig konden worden geverifieerd. Om onze cijfers beleidsrelevant te maken zouden we graag een kwaliteitscheck doen, maar daar hebben we experts bij nodig. We doen hierbij een oproep om contact met ons op te nemen als je meer wilt weten over ons onderzoek en om bij te dragen aan de validatie van de cijfers.
Klimaatinvesteringen
Het CBS heeft het afgelopen jaar gewerkt aan het opstellen van nieuwe statistieken over klimaatgerelateerde investeringen.
In 2023 investeerde Nederland ruim 40 miljard euro in activiteiten ter beperking van klimaatverandering. Dit is bijna een verdubbeling ten opzichte van 2019, toen voor 23 miljard euro werd geïnvesteerd. De investeringen in energienetwerken en CO2-efficiente mobiliteit stegen het hardst. Voor beiden gaat het om een verdubbeling. Investeringen in energie-efficiëntie van woningen, gebouwen en productieprocessen en overige klimaatinvesteringen bleven relatief stabiel.
Ruim 30 procent van de totale klimaatgerelateerde investeringen in 2023 is gedaan door huishoudens. Daarbij gaat het vooral om de aanschaf van elektrische auto’s, zonnepanelen, warmtepompen en het isoleren van de eigen woning. Bedrijven nemen 64 procent van de klimaatgerelateerde investeringen voor hun rekening. Zij investeren vooral in elektrische en hybride voertuigen, het elektriciteitsnetwerk en hernieuwbare energie (windenergie en zonnepanelen). De komende jaren zullen deze cijfers worden doorontwikkeld en verder worden verbeterd.
| Hernieuwbare energie (mld euro) | Energienetwerken (mld euro) | Energie-efficiëntie (mld euro) | CO₂-efficiënte mobiliteit (mld euro) | Overige klimaatmitigatie (mld euro) | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2019 | 5,7 | 2,8 | 5,9 | 8,9 | 0,1 |
| 2020 | 7,6 | 3,1 | 6,4 | 10,4 | 0,1 |
| 2021 | 6,9 | 3,6 | 6,9 | 12,3 | 0,1 |
| 2022 | 9,4 | 3,9 | 6,9 | 13,3 | 0,1 |
| 2023 | 10,1 | 5,9 | 6,5 | 18 | 0,1 |
Planetaire Grenzen
De leefbaarheid van de planeet Aarde voor de mens hangt af van het functioneren van een aantal cruciale processen zoals klimaat, de kringlopen van water, koolstof en stikstof, en de integriteit van de biosfeer. Wetenschappers hebben negen zogeheten “planetaire grenzen” onderscheiden waarbij gemeten kan worden in hoeverre deze processen nog functioneren. Overschrijding van deze grenzen levert risico’s op voor de stabiliteit en veerkracht van de genoemde processen. De laatste stand van zaken is dat op mondiale schaal zeven van de negen grenzen zijn overschreden.
Om beleid te ontwikkelen waarmee we weer aan de veilige kant van de grenzen kunnen blijven, is het nodig om te weten hoe Nederlandse activiteiten bijdragen aan de druk op de planetaire grenzen. De afgelopen twee jaar hebben het CBS en het RIVM hier samen naar gekeken. Daarbij hebben we een analyse-raamwerk uit de milieuwetenschappen geadopteerd waarmee de gehele causale keten van milieuproblemen in kaart kan worden gebracht: DAPSIR (Drivers; Activities; Pressures; State change; Impact; Responses).
In het onderzoeksrapport hebben we de dit raamwerk uitgewerkt, en presenteren we een stappenplan om het toe te passen binnen de beleidscyclus. In een aantal workshops met beleidsmakers uit de rijksoverheid hebben we de analyse met DAPSIR en het stappenplan succesvol getest. Momenteel bereiden we in een breder consortium met het PBL (beleidsverkenning), het Rathenau Instituut (normatieve aspecten van maatregelen) en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving een publicatie voor een breder publiek voor.
Meer over het project en de technische details vind je hier.