Methoderapport wijzigingen statistiek verkeersprestaties, 2026

2. Methodewijzigingen

2.1 Hoe ziet het proces eruit? 

Om de methodewijzigingen die in dit rapport worden beschreven te kunnen plaatsen, is het goed om op hoofdlijnen inzicht te hebben in het proces van de verkeersprestaties. Het oude en het nieuwe proces kennen in de basis dezelfde stappen: 

  1. Bepalen van de voertuigpopulatie 
  2. Verwerken kilometerstanden en schatten jaarkilometrages
  3. Afleiden hoofdgebruiker
  4. Imputeren/ophogen kentekens zonder jaarkilometrage
  5. Verdeling kilometers naar binnenland/buitenland 

In elke processtap zijn wijzigingen doorgevoerd. Voordat de wijzigingen per processtap doorgelopen worden, volgt eerst een algemene beschrijving van de methode. Tot slot wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de schatting van de gereden kilometers tijdens de coronaperiode en worden de wijzigingen in de publicatiestrategie toegelicht.

2.2 De basis: het schatten van jaarkilometrages

Hoe worden jaarkilometrages geschat op basis van tellerstanden? Deze werkwijze is in de basis niet gewijzigd. Om de methodewijzigingen die wel zijn doorgevoerd goed te kunnen plaatsen, wordt de basis van de schattingsmethode hier kort toegelicht.

Voor ieder kenteken worden de beschikbare tellerstanden chronologisch gesorteerd. Voor iedere twee opeenvolgende tellerstanden wordt zowel het verschil in kilometerstand als het aantal dagen tussen beide registratiemomenten bepaald. Door het verschil in kilometerstand te delen door het aantal dagen wordt voor die tussenliggende periode een gemiddeld dagkilometrage berekend. Op basis hiervan worden de kilometers voor het verslagjaar geschat.

Een voorbeeld: een tellerstand van 20 000 kilometer op 1 januari en 23 650 kilometer op 1 april betekent dat in 90 dagen 3 650 kilometer is gereden, gemiddeld ongeveer 40,6 kilometer per dag.

Daarbij kunnen tellerstanden uit het verslagjaar zelf worden gebruikt, maar ook standen van vóór en na het verslagjaar. De beschikbare tellerstanden dekken namelijk niet altijd het volledige verslagjaar af. Stel bijvoorbeeld dat een voertuig het hele jaar op de weg was, maar de laatste beschikbare tellerstand op 1 november is geregistreerd. Het laatst berekende dagkilometrage wordt dan geëxtrapoleerd tot en met 31 december.

Bij de schatting wordt rekening gehouden met de periode waarin het voertuig daadwerkelijk tot de voertuigpopulatie behoort. Voor een nieuw of geïmporteerd voertuig worden daarom pas kilometers geschat vanaf de bouw- of importdatum terwijl bij een voertuig dat gedurende het jaar uitvalt alleen tot de uitvaldatum kilometers worden geschat. Als bij een geïmporteerd voertuig op de importdatum geen tellerstand beschikbaar is, wordt het eerste beschikbare dagkilometrage terug geëxtrapoleerd tot de importdatum.

2.3 Wijzigingen bij stap 1: het bepalen van de voertuigpopulatie

De populatie van de verkeersprestaties wordt bepaald op basis van de statistiek van het wegvoertuigenpark, die gebaseerd is op het kentekenregister van RDW. Hierin zijn twee belangrijke wijzigingen doorgevoerd die van invloed zijn op de populatie van de verkeersprestaties. 

  1. Wijzigingen in de populatie van het voertuigenpark: voertuigen die aan het eind van het verslag jaar als gestolen geregistreerd staan worden nu tot de populatie gerekend – namelijk als onderdeel van de uitval gedurende het jaar. Voorheen werden deze voertuigen niet meegenomen in de populatie. Nu worden er kilometers geschat voor gestolen voertuigen tot de datum van de diefstal. En indien het voertuig weer terug wordt gevonden worden er ook weer kilometers geschat vanaf de datum dat de status ‘gestolen’ vervalt.
    De populatie wordt ook iets groter doordat voorheen voertuigen waarvan de regio onbekend was werden uitgesloten van de populatie. Nu is er meer adresinformatie beschikbaar waardoor voor meer voertuigen de regio kan worden bepaald. Voertuigen waarvoor geen regio kan worden bepaald worden nu ook tot de populatie gerekend, alleen hun locatie is onbekend. 
  2. Wijzigingen in de voertuigsoort: tot 2026 werden er verkeersprestaties gepubliceerd per voertuigsoort voor personenauto’s, bestelauto’s, vrachtauto’s, trekkers voor oplegger, speciale voertuigen en bussen (uitgesplitst naar lijnbus en touringcar). Per 2026 stappen we over naar een nieuwe indeling van de voertuigsoorten. De categorie speciale voertuigen is komen te vervallen en de campers zijn juist toegevoegd. Aan de basis van deze nieuwe indeling ligt de Europese voertuigindeling, een eenduidige indeling die ook gebruikt wordt voor wetgeving belastingen en verkeersregels. De tabel hieronder bevat een overzicht van de wijzigingen.

2.3.1 Wijzigingen indeling voertuigsoort, verslagjaar 2025*
Voertuigsoort (nieuw) Aantal oud Aantal nieuw Wat is er gewijzigd
Personenauto’s 10 153 833 9 957 161 Bevat geen campers meer
Campers 204 835 Nieuwe categorie, voertuigen zaten
voorheen deels bij de personenauto’s,
deels bij speciale voertuigen
Bestelauto’s 1 124 071 1 135 398 Lichte speciale voertuigen komen nu in
deze categorie erbij
Vrachtauto’s 68 254 86 983 Zware speciale voertuigen komen nu in
deze categorie erbij
Trekkers voor oplegger 97 448 98 196 Kleine wijziging in de afleiding
Lijnbussen 6 299 6 440 Kleine wijziging in de afleiding
Touringcars 4 112 3 982 Kleine wijziging in de afleiding
* Voorlopige cijfers

De aantallen in de tabel tonen het aantal voertuigen ‘in gebruik’ gedurende het jaar. Hieronder vallen naast actieve voertuigen ook voertuigen die deel uitmaakten van het passieve wagenpark (die gedurende het jaar deel uitmaakten van de bedrijfsvoorraad of geschorst waren of wachten op keuring) en voertuigen die gedurende het jaar uitvielen (denk aan sloop of export).  

Sinds 1 juli 2021 worden er ook tellerstanden van motorfietsen verzameld. Deze worden ook verwerkt, maar de schattingen van de voertuigkilometers van motorfietsen zijn nog van onvoldoende kwaliteit om te publiceren.

2.4 Wijzigingen in stap 2: verbeterde verwerking van kilometerstanden tot jaarkilometrages

Verbeterde verwerking niet-oplopende kilometerstanden

Het is logischerwijs te verwachten dat tellerstanden die na elkaar geregistreerd zijn altijd ofwel gelijk zijn, ofwel oplopen. Maar in de praktijk komt het in de tellerstandenregistratie soms voor dat een stand lager ligt dan de voorgaande stand, bijvoorbeeld omdat er een invoerfout is gemaakt. Voorheen werden dit soort gevallen in onze verwerking geregistreerd maar vaak niet gecorrigeerd. Er werd alleen een kilometrage geschat voor kentekens wanneer er uitsluitend gelijke of oplopende standen beschikbaar waren voor de verslagperiode. Voor kentekens waar geen oplopende reeks tellerstanden beschikbaar was, werd geen kilometrage geschat – voor deze kentekens werd uiteindelijk opgehoogd. Nu zijn er correctieregels uitgewerkt die niet-oplopende standen herkennen, en uitsluiten bij de verwerking. Vaak blijft er na het verwijderen van één of enkele niet oplopende standen alsnog een bruikbare reeks over om een kilometrage te schatten. Ook is het in de nieuwe methodiek niet meer nodig om alle niet oplopende reeksen tellerstanden aan te passen, als er een oplopende reeks beschikbaar is voor de verslagperiode is dat voldoende. Door deze aanpassing kan dus voor meer voertuigen een kilometrage worden geschat. 

Een correctie die in de oude verwerking wel al werd gedaan, vond plaats wanneer een teller ‘vol’ was en doordraaide. Bij oudere voertuigen komt het soms voor dat een voertuig maar 5 posities op de teller had, en wanneer de teller ‘vol’ was begon het voertuig opnieuw te tellen bij kilometerstand 1. Om hiervoor te corrigeren werd er 100 000 opgeteld bij de standen na het doordraaien van de teller. Bij tellers van 6 posities die ‘vol’ waren werd 1 000 000 opgeteld. De correctie van de 5-tellers is gehandhaafd in de nieuwe methode. De correctie van de 6-tellers is komen te vervallen omdat bleek dat hier toch vaker sprake was van registratiefouten dan van voertuigen die echt meer dan een miljoen kilometer op de teller hadden. 

Uitbijterdetectie

Er is een verbeterslag doorgevoerd om uitbijters te detecteren en te verwijderen uit het databestand. In de oude methode werd gekeken of het dagkilometrage tussen 2 standen hoger dan 1 000 kilometer was, in dat geval werd de eerste stand van dat paar verwijderd. Daarna werd opnieuw het dagkilometrage berekend. Als het dan nog boven de 1 500 kilometer was, werd voor dat kenteken geen kilometrage berekend. Deze grenzen leken echter wat aan de hoge kant, er glipten kentekens doorheen met onrealistisch hoge kilometrages. Daarom is in de nieuwe methode gekozen voor grenzen van 500 kilometer (voor personenauto’s, campers en bestelauto’s) of 700 kilometer (voor bussen en zware vrachtvoertuigen) per dag. Deze grenzen zijn gebaseerd op een analyse van de verdeling van de jaarkilometrages en op bronnenonderzoek. 

Verbeterde verwerking schorsingen 

Als voertuigen geschorst zijn, of wachten om herkeurd te worden na een ongeluk, krijgen voertuigen een speciale status mee in het kentekenregister. Deze voertuigen mogen dan niet zomaar de weg op en leggen dus ook geen kilometers af. Dankzij een nieuwe aanvullende datalevering van RDW kan nu exact worden afgebakend van wanneer tot wanneer deze voertuigen niet op de weg waren, en wordt in deze periode een kilometrage van 0 toegekend. Voorheen was wel de begindatum bekend maar niet de einddatum, waardoor deze periode niet goed afgebakend kon worden. 

Standen binnen 7 dagen

Soms bevat de tellerstandenregistratie meerdere standen van hetzelfde kenteken die kort na elkaar zijn geregistreerd. Zowel in de oude als in de nieuwe methode worden dubbele standen verwijderd, en indien er meerdere standen op één dag zijn, wordt die met de hoogste tellerstand behouden. Maar het komt ook voor dat er binnen een week meerdere standen worden geregistreerd. Bij de oude methode werden al deze standen gebruikt. Dit leidde in sommige situaties echter tot een onderschatting van de kilometers. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat bij een kenteken op maandag een stand wordt geregistreerd bij de APK, en dinsdag nogmaals bij reparatiewerkzaamheden. Het voertuig stond in de garage en heeft tussen maandag en dinsdag 0 kilometer gereden. Maar de rest van het jaar zijn er geen standen meer geregistreerd, dus die 0 kilometer wordt vervolgens geëxtrapoleerd tot het eind van het jaar. Bij de nieuwe methode is er daarom voor gekozen om alleen de meest recente stand binnen een periode van 7 dagen mee te nemen. 

Wat is het effect van deze aanpassingen op de beschikbaarheid van tellerstanden om kilometrages te schatten? Aangezien in de nieuwe verwerkingsstraat verschillende verbeteringen zijn doorgevoerd, is het lastig om het effect van iedere individuele wijziging afzonderlijk te bepalen. Wel kan worden aangegeven welke wijzigingen de grootste invloed hebben gehad op de uiteindelijke resultaten. Met name aanpassing 1, de verbeterde verwerking van niet oplopende tellerstanden, zorgt ervoor dat nu voor meer kentekens een schatting kan worden gemaakt. Aanpassing 2, de uitbijterdetectie, zorgt dat onrealistisch hoge standen niet meer gebruikt worden voor schattingen. Maar het aantal kentekens met uitbijters is beperkt. Aanpassing 3 met betrekking tot schorsingen houdt onder andere in dat kentekens die het hele jaar geschorst waren nu jaarkilometrage 0 toegekend krijgen, ook als er geen tellerstanden beschikbaar waren. Voor die kentekens kan nu dus een jaarkilometrage worden bepaald terwijl dit voorheen niet werd bepaald. Aanpassing 4, die kilometerstanden uitsluit die binnen 7 dagen van elkaar worden geregistreerd, zorgt ervoor dat een fors aantal tellerstanden wordt uitgesloten – maar er kan doorgaans alsnog een kilometrage worden geschat omdat er logischerwijs al een andere stand geregistreerd was binnen 7 dagen. Bovendien zijn de jaarkilometrages die wel geschat kunnen worden beter dan in de oude methode. Alles samen zorgen deze aanpassingen ervoor dat het aandeel kentekens waarvoor een jaarkilometrage geschat kan worden bij bijna alle voertuigsoorten hoger is dan bij de oude verwerking (zie tabel 2.4.1 hieronder). 

2.4.1 Aandeel voertuigen waarvoor op basis van tellerstanden een jaarkilometrage kon worden bepaald, definitieve cijfers 2023 (%)
Voertuigsoort Oud Nieuw
Personenauto 87,6 96,6
Bestelauto's 84,9 95,4
Touringcars 75,8 91,4
Lijnbussen 84,1 80,5
Vrachtauto’s 87 88,1
Trekkers voor oplegger 89,1 90,9

2.5 Wijzigingen in stap 3: het bepalen van de hoofdgebruiker

Het kentekenregister bevat informatie over de voertuigeigenaar op het peilmoment (1 januari). De voertuigkilometers hebben betrekking op een kalenderjaar, en de voertuigeigenaar kan gedurende het jaar gewijzigd zijn. Om de kilometers (geheel of zoveel mogelijk) toe te wijzen aan de juiste voertuigeigenaar wordt de hoofdgebruiker bepaald. Hiervoor wordt op basis van het voertuigenregister aan het begin en aan het einde van het verslagjaar bepaald welke eigenaar het voertuig gedurende het grootste deel van het jaar in gebruik heeft gehad. Dit is de eigenaar die het voertuig óf aan het begin óf aan het einde van het verslagjaar op naam had staan. Eigenaarswisselingen die gedurende het jaar hebben plaatsgevonden, worden hierbij buiten beschouwing gelaten. De eigenaar kan een natuurlijk persoon of rechtspersoon zijn, maar het kan ook zijn dat een voertuig het grootste deel van het jaar in de bedrijfsvoorraad stond. Wanneer een voertuig maar een deel van het jaar op de weg was, wordt voor dat deel gekeken wie het voertuig het langst op naam had staan. Bij de personenauto’s is voor 0,05 procent van de kentekens geen informatie beschikbaar over de hoofdgebruiker (bijvoorbeeld omdat een voertuig gestolen was).

Omdat bij de verkeersprestaties de hoofdgebruiker wordt aangehouden in plaats van de geregistreerde eigenaar op 1 januari kunnen er verschillen optreden met de wegvoertuigenpark statistiek (bijvoorbeeld wat betreft het exacte aantal voertuigen uitgesplitst naar zakelijk/particulier, of naar regio). 

2.6 Wijzigingen in stap 4: van ophogen naar imputeren

In het verleden werden de verkeersprestaties geschat door de kilometers van voertuigen waarvoor een jaarkilometrage kon worden bepaald op te hogen naar de volledige voertuigpopulatie. Deze werkwijze stamde uit de periode 2001–2011, toen CBS slechts een steekproef van de geregistreerde tellerstanden ontving. Sinds 2012 ontvangt CBS alle bij RDW geregistreerde tellerstanden. Daardoor kan voor het merendeel van de voertuigen rechtstreeks een kilometrage worden geschat (zie ook tabel 2.4.1) en past een imputatiemethode beter bij de huidige gegevensbasis.
In de nieuwe methode krijgen voertuigen waarvoor op basis van tellerstanden geen betrouwbaar kilometrage kan worden bepaald een geïmputeerd kilometrage. Hiervoor wordt random hot deck-imputatie gebruikt. Bij deze methode wordt voor ieder voertuig met een ontbrekend kilometrage willekeurig een vergelijkbaar voertuig geselecteerd waarvoor wel een kilometrage beschikbaar is. Dit voertuig fungeert als donor.

De donor wordt gezocht binnen een groep voertuigen die op relevante kenmerken zo veel mogelijk overeenkomen. Welke kenmerken hiervoor worden gebruikt verschilt per voertuigsoort. Bij personenauto's wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met brandstofsoort, bouwjaar, type eigenaar en regio. Daarbij wordt eerst gezocht naar een geschikte donorgroep binnen dezelfde gemeente. Als deze groep te klein is of te weinig voertuigen met een waargenomen kilometrage bevat, wordt de zoekgroep stapsgewijs verruimd naar de provincie en uiteindelijk naar heel Nederland. Zo wordt waar mogelijk geïmputeerd op basis van voertuigen die zowel wat betreft voertuigkenmerken als geografische ligging vergelijkbaar zijn. 

De imputatie vindt plaats op basis van het gemiddelde aantal kilometers per dag dat een voertuig daadwerkelijk op de weg kon zijn. Dit dagkilometrage van de donor wordt vervolgens vermenigvuldigd met het aantal dagen dat het voertuig waarvoor wordt geïmputeerd in het verslagjaar op de weg kon zijn. Hierdoor wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met voertuigen die pas gedurende het jaar zijn geïmporteerd, nieuw op de weg zijn gekomen of een deel van het jaar niet in gebruik waren.

Voor random hot deck-imputatie is gekozen na vergelijking met onder andere imputatie met het gemiddelde, de mediaan en een sequentiële hot deck-imputatie. Uit validatieonderzoek bleek dat random hot deck-imputatie de verdeling en spreiding van de waargenomen kilometrages goed behoudt en op geaggregeerd niveau goede schattingen oplevert. Dit is belangrijk omdat de verkeersprestaties niet alleen als totalen worden gepubliceerd, maar ook naar uiteenlopende voertuigkenmerken en regio's worden uitgesplitst. Imputatie met bijvoorbeeld het gemiddelde zou aan alle voertuigen binnen een groep hetzelfde kilometrage toekennen en daardoor de werkelijke spreiding in kilometrages kunstmatig verkleinen. 

Deze nieuwe methode voor het schatten van ontbrekende kilometrages (imputatie) vormt een verbetering ten opzichte van de oude ophoogmethode. Bij imputeren van ontbrekende jaarkilometrages wordt namelijk op voertuigniveau rekening gehouden met het aantal dagen dat het voertuig gedurende het jaar op de weg is geweest. Daarnaast wordt nu voor personenauto’s, in tegenstelling tot de oude methode, bij het selecteren van het ‘donor-kenteken’ ook rekening gehouden met de regio waar het voertuig geregistreerd staat. Hierdoor kan het aantal gereden kilometers per regio nauwkeuriger worden geschat.

De overgang van ophogen naar imputeren heeft daarnaast praktische voordelen. Er ontstaat een compleet microdatabestand waarin ieder voertuig een geschat of geïmputeerd kilometrage heeft. Hierdoor kunnen uitsplitsingen worden gemaakt naar kenmerken die niet vooraf in de ophogingsmethodiek waren opgenomen. Ook kan de som van de voertuigen binnen zulke uitsplitsingen altijd worden aangesloten op de onderliggende voertuigpopulatie.

2.7 Wijzigingen in stap 5: kilometers naar grondgebied 

Nadat de totale kilometers van Nederlandse voertuigen zijn geschat, worden de kilometers nog naar grondgebied verdeeld. Er wordt een splitsing gemaakt naar kilometers van Nederlandse voertuigen in binnen- en buitenland, en er wordt een schatting gemaakt voor kilometers van buitenlandse voertuigen in Nederland.

Per voertuigsoort en per grondgebied worden verschillende bronnen gebruikt voor de verdeling naar grondgebied. Voor een aantal voertuigsoorten is de methode gewijzigd, alleen deze worden hieronder benoemd. 

Verbeterde methode vrachtvoertuigen

Er is een verbeterde methode geïmplementeerd voor de schattingen van buitenlandse vrachtvoertuigen in Nederland. De gegevens over buitenlandse vrachtvoertuigen worden per land verzameld via een steekproef onder wegvervoerders. Dit gebeurt door middel van een enquête. De lidstaten van de Europese Unie zijn verplicht deze gegevens aan het Europese statistiekbureau, Eurostat, te leveren. Eurostat maakt de gegevens vervolgens op geaggregeerd niveau beschikbaar aan de lidstaten. De gegevens over het Verenigd Koninkrijk worden aangeleverd door het Office for National Statistics (ONS).

In de gegevens wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • bilateraal vervoer: vervoer van of naar Nederland
  • transitovervoer: vervoer waarbij Nederland wordt doorkruist zonder dat Nederland de bestemming of het vertrekpunt is.

Sinds enkele jaren ontvangt het CBS van Eurostat voor het bilaterale vervoer niet alleen het totaal aantal ritten van buitenlandse vrachtvoertuigen, uitgesplitst naar regio van lading en regio van lossing, maar ook informatie over de leeftijd en het type van het voertuig. Deze detaillering wordt nu ook gebruikt voor de schattingen. Hierdoor kunnen de kilometers die buitenlandse vrachtvoertuigen in Nederland afleggen worden uitgesplitst naar voertuigleeftijd (0–3 jaar, 4–7 jaar en 8 jaar of ouder) en voertuigtype (vrachtauto en trekker voor oplegger).

De gegevens die het CBS van Eurostat ontvangt over het transitovervoer bevatten deze uitsplitsingen naar leeftijd en voertuigtype niet. Voor het transitovervoer wordt daarom nu bij de nieuwe methode dezelfde verdeling naar voertuigleeftijd en voertuigtype aangehouden als voor het bilaterale vervoer. Daarnaast is de methode voor het schatten van het aantal kilometers dat buitenlandse vrachtvoertuigen tijdens transit in Nederland afleggen verbeterd.

Grafiek 2.7.1 toont de kilometers van buitenlandse vrachtauto’s en trekkers voor oplegger op Nederlands grondgebied. De nieuwe schattingen komen voor de trekkers voor oplegger wat lager uit, in 2023 5,6 procent lager. Voor de vrachtauto’s levert de nieuwe werkwijze juist een hoger kilometrage op voor de buitenlandse voertuigen in Nederland, +24,4 procent in 2023. 

2.7.1 Kilometers buitenlandse zware vrachtvoertuigen in Nederland
 Oud - vrachtauto (x mln)Nieuw - vrachtauto (x mln)Oud - trekker voor oplegger (x mln)Nieuw - trekker voor oplegger (x mln)
2018*145,2164,5742,7682,3
2019*152,7163,2753,9715,7
2020*164162,9787,3759,7
2021*164177,9803765,3
2022*166,1202,7807,2764,1
2023*162,6202,3812,6767,2
2024*167,1181,7812,2776,9
2025*188,8804,8
*voorlopige cijfers

Verbeterde methode lijnbussen

De kilometers van lijnbussen naar grondgebied werden in de oude reeks niet gepubliceerd, in de StatLinetabellen stonden deze cijfers op ‘.’ omdat de schattingen te onbetrouwbaar waren. Met behulp van een Eurostat Grant zijn opnieuw cijfers samengesteld en is dit proces geautomatiseerd. Voor de schattingen wordt op internet informatie verzameld over grensoverschrijdende buslijnen. Op basis van de afgelegde route en dienstregeling van de bus wordt geschat hoeveel kilometers Nederlandse lijnbussen in het buitenland rijden, en hoeveel buitenlandse lijnbussen in Nederland rijden. De nieuwe schattingen (zie grafiek 2.7.2) zullen nu wel worden gepubliceerd.

2.7.2 Kilometers lijnbussen
 Nederlandse voertuigen in het buitenland (x mln)Buitenlandse voertuigen in Nederland (x mln)
2018*1,21,7
2019*1,21,8
2020*0,81,6
2021*1,21,9
2022*1,12
2023*1,12
2024*0,92
2025*0,92,2
*voorlopige cijfers

Camper kilometers in binnen- en buitenland

Voor de campers worden nu voor het eerst kilometers gepubliceerd, en ook deze worden naar grondgebied uitgesplitst. Voor het aandeel kilometers dat Nederlandse campers afleggen in binnen- en buitenland wordt gebruik gemaakt van het Continu Vakantieonderzoek. In dit onderzoek geven respondenten aan of zij met de camper op reis zijn geweest en naar welke bestemming. Voor de kilometers van buitenlandse campers op Nederlands grondgebied worden verschillende bronnen gecombineerd. Vanuit de statistiek logiesaccommodaties is bekend hoeveel Duitse en Belgische gasten er hebben overnacht op Nederlandse kampeerterreinen. Op basis van een expert guess wordt aangenomen dat 85 procent daarvan met een camper of caravan komt. De verdeling tussen campers en caravans wordt gebaseerd op de Duitse en Belgische wagenparken. Op basis van literatuur wordt uitgegaan van een bezettingsgraad van 2,25 personen per camper. 

Voor de vrachtvoertuigen, lijnbussen en campers zijn dus al verbeterde/nieuwe methodes toegepast om de kilometers naar grondgebied te schatten. Het voornemen is om na 2026 ook voor de andere voertuigsoorten nog nieuwe bronnen mee te nemen en de methode te verbeteren waar mogelijk.

2.8 Nieuwe schattingen van de coronaperiode

Tijdens de jaren van de coronapandemie (2020-2022) veranderde het rijgedrag van Nederlanders ingrijpend. Door de lock-downs en de opkomst van het thuiswerken werden er significant minder autokilometers afgelegd. Ook touringcarbussen reden fors minder kilometers, doordat mensen minder op vakantie gingen en minder dagtripjes maakten. Bij vrachtvoertuigen was het effect beperkt.

Het schatten van kilometers voor de coronaperiode wordt bemoeilijkt door het smoothing effect waarvan sprake is bij de verkeersprestaties. Voor een deel van de voertuigen is er maar één stand per jaar, bijvoorbeeld bij de apk-keuring. Dit speelt met name bij personenauto’s. Er worden dan ook kilometerstanden van voor en na het verslagjaar gebruikt. Daardoor worden veranderingen in rijgedrag uitgesmeerd over een langere periode, in plaats van dat plotselinge veranderingen – zoals tijdens de pandemie – zichtbaar worden. 

Bij de schattingen van de kilometers van 2019, het laatste jaar voor de pandemie, is zowel bij de oude als bij de nieuwe schattingen ervoor gekozen om geen tellerstanden van na 15 maart 2020 (als begindatum van de coronaperiode) te gebruiken voor de schattingen. Dit om te voorkomen dat een afname van het rijgedrag door het smoothing effect door zou werken op verslagjaar 2019, waarin corona nog geen invloed had op het rijgedrag.

Bij het schatten van coronajaren 2020-2022 was de zorg juist of er per kenteken wel voldoende standen uit en na de coronaperiode beschikbaar waren om een goede schatting voor die periode te kunnen maken. Waar normaal gesproken gebruik gemaakt wordt van de tellerstanden van juli uit het jaar erna (bij nader voorlopige cijfers) of 2 jaar erna (definitieve cijfers), is er nu voor gekozen om voor de coronaperiode te schatten met tellerstanden van 1 juli 2024.

Dit is een andere aanpak dan in de oude cijferreeks werd toegepast. Toen was deze oplossing niet mogelijk – toen in 2021 de cijfers voor 2020 geschat moesten worden, waren de tellerstanden van 1 juli 2024 immers nog niet voorhanden. Destijds zijn de cijfers voor alle voertuigsoorten met correctiefactoren bijgesteld. Die correctiefactoren werden gebaseerd op kentekens die wel voldoende standen in de coronaperiode hadden, om kilometers te corrigeren van voertuigen die onvoldoende standen in de coronaperiode hadden. 

Grafiek 2.8.1 hieronder toont de ontwikkeling van de autokilometers uit de oude en de nieuwe reeks. De coronadip in 2020 is in de nieuwe reeks wat minder diep dan in de oude, en het herstel in 2021 valt lager uit. Vanaf 2022 lopen de ontwikkelingen weer min of meer gelijk. Door de beslissing om de schattingen voor de coronaperiode met meer kilometerstanden te draaien voor de nieuwe reeks hoefde er minder bijgeschat te worden voor de coronaperiode. Maar omdat  de data uit een langere periode afkomstig was, heeft het smoothing effect meer impact gehad op de cijfers dan bij de oude reeks. 

2.8.1 Totale autokilometers in binnen- en buitenland
 Oud (%-verandering t.o.v. een jaar eerder)Nieuw (%-verandering t.o.v. een jaar eerder)
2019*0,70,3
2020*-17,8-15,5
2021*5,82,9
2022*8,78,8
2023*44,2
2024*2,32,3
2025*1,3
*voorlopige cijfers

2.9 Cijfers worden minder vaak herzien, meer tellerstanden gebruikt

Het was en blijft zo dat de verkeersprestaties meerdere malen worden geschat en gereviseerd. Enerzijds is er behoefte aan een snelle raming, anderzijds kunnen de schattingen na verloop van tijd worden verbeterd wanneer er meer tellerstanden beschikbaar komen.

Het aantal keer dat de verkeersprestaties van een bepaald verslagjaar wordt herzien is gewijzigd.  De tabellen hieronder geven een overzicht van de oude en de nieuwe situatie. 

2.9.1 Werkwijze revisies tot 2026
Verslagjaar Publicatiemoment Tellerstanden lichte voertuigen Tellerstanden zware voertuigen Publicatie Status cijfers
2024 Juni/juli 2025 1-3-2025 1-3-2025 Beperkt,
via maat-
werktabel
Voorlopig, snelle raming
2024 November 2025 1-7-2025 1-7-2025 Statline Voorlopig
2024 November 2026 1-7-2026 1-7-2026 Statline Nader voorlopig voor zware vrachtvoertuigen en
bussen, definitief voor personenauto’s en bestelauto’s
2024 November 2027 1-7-2027 Statline Definitief voor zware vrachtvoertuigen en bussen

2.9.2 Werkwijze revisies vanaf 2026
Verslagjaar Publicatiemoment Tellerstanden lichte
voertuigen
Tellerstanden zware voertuigen Publicatie Status cijfers
2024 Juni/juli 2025 1-3-2025 1-3-2025 Beperkt,
via maat-
werktabel
Voorlopig,
snelle raming
2024 November 2025 1-7-2025 1-7-2025 Statline Nader voorlopig
2024 November 2026 1-7-2025 en
1-7-2026
1-7-2026 Statline Definitief

In de oude situatie werden voor zware vrachtvoertuigen de cijfers vier keer geschat. Pas drie jaar na het verslagjaar waren de cijfers voor deze voertuigen definitief. De bijstelling tussen de nader voorlopige cijfers van de zware vrachtvoertuigen en de definitieve cijfers was echter minimaal. Daarom is er nu voor gekozen om voor zware voertuigen net zoals voor lichte voertuigen nog maar drie schattingen te maken. De cijfers voor alle voertuigen zijn nu 2 jaar na het verslagjaar definitief.

Een andere wijziging is dat er nu voor de definitieve cijfers van lichte voertuigen tellerstanden van 2 jaar worden gecombineerd. Hier is voor gekozen om de schattingen van uitgevallen voertuigen te verbeteren. De tellerstanden van deze kentekens werden in sommige gevallen na ruim een jaar opgeschoond door RDW, en ontbraken in onze verbeterde schatting die 2 jaar na het verslagjaar werd gemaakt. Dit wordt nu opgelost door standen van 2 leveringen te combineren.