4. Conclusie en discussie
Met de nieuwe methode is de statistiek verkeersprestaties op verschillende onderdelen verbeterd. Door tellerstanden beter te verwerken kan voor een groter deel van de voertuigen rechtstreeks een jaarkilometrage worden geschat. Daarnaast wordt beter rekening gehouden met perioden waarin voertuigen niet op de weg konden zijn en worden onwaarschijnlijke tellerstanden gerichter uitgesloten. Voor voertuigen waarvoor geen betrouwbaar kilometrage uit tellerstanden kan worden afgeleid, is de oude ophogingsmethode vervangen door random hot deck-imputatie. Hierdoor ontstaat een compleet microdatabestand en kunnen de verkeersprestaties consistenter worden uitgesplitst naar kenmerken die geen onderdeel waren van de oorspronkelijke ophogingsmethodiek.
De methodewijzigingen leiden daarmee tot kwaliteitswinst, maar nemen niet alle onzekerheid in de schattingen weg. De beschikbaarheid en frequentie van tellerstanden verschilt tussen groepen voertuigen. Vooral bij zeer oude voertuigen en bij jonge voertuigen zijn relatief weinig tellerstanden beschikbaar. Voor deze groepen blijft vaker imputatie nodig. Bij oude voertuigen is het aandeel voertuigen waarvoor rechtstreeks een kilometrage kan worden geschat wel hoger geworden met de nieuwe methodiek. Voor jonge voertuigen moet, met name bij de voorlopige cijfers, nog steeds veel worden geïmputeerd (zie tabel 4.1 hieronder voor de 0-jarige voertuigen waarvoor een kilometrage geschat kon worden).
| Voertuigsoort | Voorlopige cijfers | Nader voorlopige cijfers | Definitieve cijfers |
|---|---|---|---|
| Bestelauto | 22,9 | 33,6 | 58,6 |
| Camper | 32,2 | 40,7 | 58,1 |
| Lijnbus | 26,6 | 56,1 | 99,7 |
| Personenauto | 43,8 | 58,9 | 79,9 |
| Touringcar | 54,2 | 79,2 | 92,4 |
| Trekker voor oplegger | 26,8 | 50,5 | 89,9 |
| Vrachtauto | 24,1 | 49,5 | 90,6 |
Ook geven tellerstanden alleen informatie over de afstand die tussen twee registratiemomenten is afgelegd, en niet over het precieze moment waarop deze kilometers zijn gereden. Wanneer langere tijd tussen twee tellerstanden zit, wordt het rijgedrag over die periode daarom uitgemiddeld. Vooral bij plotselinge veranderingen in het rijgedrag, zoals tijdens de coronapandemie, kan dit smoothing effect van invloed zijn op de verdeling van kilometers over afzonderlijke verslagjaren.
Daarnaast blijft ook bij imputatie onzekerheid bestaan. Random hot deck-imputatie gaat ervan uit dat voertuigen zonder bruikbaar kilometrage wat betreft hun rijgedrag voldoende vergelijkbaar zijn met voertuigen met een waargenomen kilometrage binnen dezelfde donorgroep. Hoewel bij het samenstellen van deze groepen rekening is gehouden met kenmerken die samenhangen met het kilometrage, is het onbekend of voertuigen zonder bruikbare tellerstanden systematisch afwijken. De imputatiemethode is bedoeld om de verkeersprestaties op geaggregeerd niveau zo goed mogelijk te schatten en niet om voor ieder afzonderlijk voertuig het werkelijke kilometrage te reconstrueren.
Bij de vergelijking met de oude cijferreeks is bovendien van belang dat verschillen niet uitsluitend door een andere schattingsmethode worden veroorzaakt. Ook de afbakening en classificatie van de voertuigpopulatie zijn gewijzigd. Zo worden campers voortaan als afzonderlijke voertuigsoort onderscheiden en zijn voertuigen uit de voormalige categorie ‘speciale voertuigen’ over andere voertuigsoorten verdeeld. Verschillen tussen de oude en nieuwe reeks kunnen daardoor zowel een methode-effect als een populatie-effect weerspiegelen.
De verdeling van de kilometers naar binnen- en buitenland is gedeeltelijk verbeterd met nieuwe schattingen voor de buitenlandse vrachtvoertuigen, campers en voor de lijnbussen. De komende periode zal nog worden onderzocht waar de methodes voor andere voertuigsoorten ook kunnen worden verfijnd en verbeterd met nieuwe bronnen.
Per saldo levert het herontwerp een methodologisch verbeterde en toekomstbestendige statistiek op. De nieuwe methode benut de beschikbare registerinformatie beter en sluit beter aan bij het integrale karakter van de tellerstandenregistratie. Tegelijkertijd blijven de verkeersprestaties, zoals iedere statistische schatting, afhankelijk van de kwaliteit en beschikbaarheid van de onderliggende bronnen en van aannames die nodig zijn wanneer directe waarnemingen ontbreken. Nieuwe databronnen en aanvullende tellerstanden bieden in de toekomst mogelijkheden om de schattingen verder te verbeteren en resterende onzekerheden verder te verkleinen.