1. Jeugdbescherming
1.1 Jongeren met jeugdbescherming
Als de ontwikkeling van een kind of jongere ernstig wordt bedreigd en ouders de zorg die nodig is om de bedreiging weg te nemen niet of onvoldoende accepteren, kan een rechter een jeugdbeschermingsmaatregel uitspreken. Hierbij kan het gezag van de ouder worden beperkt middels een ondertoezichtstelling, of kan het gezag worden toegewezen aan een gecertificeerde instelling, middels een voogdijmaatregel.
Op 31 december 2025 stonden in totaal 17 920 jongeren onder toezicht. Dit zijn er minder dan op 31 december 2024, toen het ging om 18 025 jongeren (figuur 1.1.1). Nadat het aantal jongeren met ondertoezichtstelling is gestegen in de periode 2016 tot en met 2020 is er sinds 2021 sprake van een daling. In 2025 zette deze daling door.
Op 31 december 2025 gold in totaal voor 7 500 jongeren een voogdijmaatregel. Sinds 2017 lag dit aantal redelijk constant rond de 10 duizend, maar sinds 2021 nam dit af (figuur 1.1.1). In 2025 zette deze daling door.
| Datum | Totaal ondertoezichtstelling (aantal jongeren) | Totaal voogdij (aantal jongeren) |
|---|---|---|
| 2016 | 20410 | 9890 |
| 2017 | 20705 | 10075 |
| 2018 | 21120 | 10120 |
| 2019 | 22070 | 10070 |
| 2020 | 23090 | 10085 |
| 2021 | 22300 | 9750 |
| 2022 | 19875 | 9330 |
| 2023 | 18530 | 8755 |
| 2024 | 18025 | 8120 |
| 2025* | 17920 | 7500 |
1.2 Jeugdbeschermingsmaatregelen
Het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen is niet gelijk aan het aantal jongeren met een lopende jeugdbeschermingsmaatregel. Jongeren kunnen meerdere jeugdbeschermingsmaatregelen achter elkaar hebben gehad. Om deze reden kan het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen hoger zijn dan het aantal jongeren met jeugdbescherming in dezelfde periode.
Op 31 december 2025 waren er ruim 25 duizend lopende jeugdbeschermingsmaatregelen. In 70 procent van de gevallen betrof het een vorm van ondertoezichtstelling (OTS). Bij 30 procent van de maatregelen ging het om een vorm van voogdij (tabel 1.2.1).
| Peildatum (1-1-2025) | Instroom | Uitstroom | Peildatum | |
|---|---|---|---|---|
| Totaal | 25 970 | 8 830 | 9 400 | 25 400 |
| Totaal ondertoezichtstelling | 17 875 | 7 960 | 7 945 | 17 895 |
| Ondertoezichtstelling | 17 635 | 6 460 | 6 530 | 17 565 |
| Voorlopige ondertoezichtstelling | 240 | 1 505 | 1 415 | 325 |
| Totaal voogdij | 8 095 | 865 | 1 455 | 7 505 |
| Voogdij | 7 845 | 540 | 1 115 | 7 270 |
| Voorlopige en tijdelijke voogdij | 250 | 325 | 340 | 235 |
Bron: CBS. | ||||
In de volgende secties worden zowel enkele kenmerken van jeugdbeschermingsmaatregelen als kenmerken van jongeren met jeugdbescherming uitgelicht. In paragraaf 1.3 tot en met paragraaf 1.5 gaat het over jeugdbeschermingsmaatregelen. In paragraaf 1.6 tot en met paragraaf 1.9 worden enkele kenmerken met betrekking tot jongeren met jeugdbescherming uitgelicht. In paragraaf 1.10 worden de aantallen jongeren met een machtiging uithuisplaatsing (MUHP) gepresenteerd, paragraaf 1.11 geeft het aandeel jongeren met jeugdbescherming per regio weer. Tot slot worden in paragraaf 1.12 de aantallen herhaald beroep gepresenteerd.
1.3 Meer maatregelen beëindigd dan gestart
Het aantal gestarte jeugdbeschermingstrajecten lag in 2025 ongeveer 1 procent lager dan in 2024 (figuur 1.3.1). In 2025 nam het aantal beëindigde trajecten af met 5 procent, ten opzicht van 2024. Bij de ondertoezichtstellingen was sprake van een daling in zowel de gestarte als de beëindigde trajecten. Bij de voorlopige ondertoezichtstellingen was sprake van een toename van het aantal gestarte en beëindigde trajecten, respectievelijk met 17 procent en 6 procent. Daarnaast werden meer voorlopige ondertoezichtstellingen gestart dan beëindigd.
Bij voogdijmaatregelen was sprake van een daling bij zowel de beëindigde als de gestarte trajecten. Er werden meer voogdijmaatregelen beëindigd dan gestart. Bij voorlopige en tijdelijke voogdijtrajecten was sprake van een stijging van het aantal beëindigde en gestarte trajecten.
| Maatregel | Uitstroom (maatregelen) | Instroom (maatregelen) |
|---|---|---|
| Totaal | ||
| 2025* | -9400 | 8830 |
| 2024 | -9900 | 8915 |
| 2023 | -10840 | 9020 |
| 2022 | -11970 | 9140 |
| 2021 | -12060 | 11305 |
| OTS | ||
| 2025* | -6530 | 6460 |
| 2024 | -7045 | 6720 |
| 2023 | -7895 | 6615 |
| 2022 | -8985 | 6570 |
| 2021 | -8740 | 8290 |
| Vrl. OTS | ||
| 2025* | -1415 | 1505 |
| 2024 | -1335 | 1285 |
| 2023 | -1415 | 1365 |
| 2022 | -1350 | 1375 |
| 2021 | -1590 | 1560 |
| Voogdij | ||
| 2025* | -1115 | 540 |
| 2024 | -1235 | 615 |
| 2023 | -1235 | 750 |
| 2022 | -1350 | 930 |
| 2021 | -1395 | 1145 |
| Vrl. en tijd. voogdij | ||
| 2025* | -340 | 325 |
| 2024 | -290 | 290 |
| 2023 | -295 | 295 |
| 2022 | -280 | 265 |
| 2021 | -330 | 305 |
1.4 Voogdijtrajecten meestal langer dan drie jaar
Van de beëindigde reguliere voogdijmaatregelen in 2025 duurde 80 procent drie jaar of langer (figuur 1.4.1). De meeste reguliere ondertoezichtstellingen duurden één tot drie jaar. Voorlopige ondertoezichtstellingen duurden vrijwel altijd (98,5 procent) korter dan 3 maanden; dit is officieel ook de maximale duur van een voorlopige OTS. Daarna dient deze ofwel te worden beëindigd ofwel te worden omgezet in een reguliere OTS. De meeste voorlopige voogdijmaatregelen duren minder dan een half jaar. Tijdelijke voogdij duurde altijd langer dan een jaar. Dit is een maatregel die wordt toegepast als gevolg van een gezagsvacuüm, bijvoorbeeld als de ouders langdurig in het buitenland verblijven of als zij minderjarig zijn.
| 0 tot 3 maanden (%) | 3 tot 6 maanden (%) | 6 tot 12 maanden (%) | 12 tot 36 maanden (%) | 36 maanden of langer (%) | |
|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 16,8 | 4 | 14,9 | 35,9 | 28,4 |
| OTS | 1 | 3,4 | 19,6 | 48,7 | 27,3 |
| Vrl. OTS | 98,6 | 1,4 | |||
| Voogdij | 1,4 | 3,2 | 14,7 | 80,6 | |
| Vrl. voogdij | 32,3 | 35,4 | 24,6 | 7,7 | |
| Tijd. voogdij¹⁾ | |||||
| ¹⁾ De aantallen per categorie zijn zodanig klein dat deze vanuit privacy-overwegingen niet gepubliceerd worden. | |||||
De gemiddelde duur van de beëindigde reguliere voogdijmaatregelen is in 2025 met 115 dagen toegenomen ten opzichte van 2024. Daarnaast was de gemiddelde duur van voogdijmaatregelen met 2 663 dagen (ruim 7 jaar) langer dan die van de ondertoezichtstellingen (936 dagen of 2,5 jaar). Sinds 2021 neemt de gemiddelde duur van voogdijmaatregelen toe (figuur 1.4.2). Ook de gemiddelde duur van ondertoezichtstellingen nam tussen 2021 en 2024 toe, maar in 2025 was er een kleine afname van 4 dagen.
| Maatregel | 2025* (dagen) | 2024 (dagen) | 2023 (dagen) | 2022 (dagen) | 2021 (dagen) |
|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 983 | 1006 | 963 | 946 | 901 |
| OTS | 936 | 940 | 915 | 882 | 846 |
| Vrl. OTS | 77 | 76 | 78 | 76 | 75 |
| Voogdij | 2663 | 2548 | 2439 | 2362 | 2298 |
| Vrl. voogdij | 162 | 177 | 143 | 152 | 153 |
| Tijd. voogdij | 2062 | 1960 | 1599 | 1753 | 1981 |
| ¹⁾ Jeugdbeschermingsmaatregelen beëindigd in de verslagperiode. | |||||
1.5 Meeste ondertoezichtstellingen beëindigd volgens plan
In 2025 werden ongeveer 9 400 jeugdbeschermingsmaatregelen beëindigd, waarvan 7 945 ondertoezichtstellingen en 1 455 voogdijmaatregelen. De meeste ondertoezichtstellingen werden in 2025, in lijn met eerdere jaren, beëindigd volgens plan (figuur 1.5.1). Tussen 2021 en 2023 is er een stijging te zien in het aandeel maatregelen dat wordt beëindigd volgens plan. Vanaf 2024 komt hier verandering in en zien we een lichte daling in het aandeel dat wordt beëindigd volgens plan. Deze daling zet zich voort in 2025. Het aandeel ondertoezichtstellingen dat werd beëindigd vanwege het bereiken van meerderjarigheid bleef in 2025 gelijk ten opzichte van 2024 (figuur 1.5.1).
| Reden beeindiging OTS | 2025* (%) | 2024 (%) | 2023 (%) | 2022 (%) | 2021 (%) |
|---|---|---|---|---|---|
| Beeindiging volgens plan | 65,3 | 66,3 | 66,9 | 65,7 | 61,2 |
| VOTS naar OTS | 14,8 | 13,7 | 12,9 | 11,1 | 13,3 |
| Bereiken meerderjarigheid | 11,4 | 11,4 | 9,9 | 11,3 | 12,4 |
| Gezagsbeeindigende maatregel | 4,5 | 5,1 | 6 | 6,5 | 8,7 |
| Tussentijdse opheffing | 3,9 | 3,5 | 4,4 | 5,3 | 4,4 |
| Niet verlengd | |||||
| Overlijden jeugdige | |||||
| ¹⁾ Ondertoezichtstellingen en voorlopige ondertoezichtstellingen, beëindigd in de verslagperiode. | |||||
De meest voorkomende reden voor het beëindigen van voogdij in 2025 is, net zoals in eerdere jaren, het bereiken van de meerderjarigheid. Vanaf 2024 is er een daling te zien in het aandeel voogdijtrajecten met deze reden beëindiging (figuur 1.5.2). Het aandeel voogdijmaatregelen dat beëindigd werd door het herstellen van gezag neemt in 2025 toe ten opzichte van 2024.
| 2025* (%) | 2024 (%) | 2023 (%) | 2022 (%) | 2021 (%) | |
|---|---|---|---|---|---|
| Bereiken meerderjarigheid | 62,1 | 63,4 | 70,9 | 69,3 | 71,6 |
| Herstel gezag | 25,7 | 22,5 | 21,6 | 22 | 20 |
| Voogdij naar pleegouder | 8,7 | 9,5 | 6,4 | 7,8 | 7,2 |
| Voogdij naar contactpersoon | 3,6 | 4,6 | 1 | 0,8 | 1,1 |
| Overlijden jeugdige | |||||
| ¹⁾ Voogdij, tijdelijke voogdij en voorlopige voogdij beëindigd in de verslagperiode. | |||||
1.6 Samenloop jeugdbescherming met jeugdreclassering neemt toe
Van alle 0- tot 18-jarigen die in 2025 jeugdbescherming ontvingen, had 3,5 procent in hetzelfde jaar ook een jeugdreclasseringsmaatregel lopen (figuur 1.6.1). Het aandeel jongeren dat in hetzelfde jaar jeugdbescherming en jeugdreclassering ontving neemt sinds 2021 toe. De toename is het grootst bij de samenloop van ondertoezichtstellingen en jeugdreclassering.
Het gaat in deze cijfers om alle jongeren die in het jaar op enig moment jeugdbescherming ontvingen. Van hen is bepaald voor welk percentage ook een jeugdreclasseringsmaatregel gold in dezelfde periode.
| Samenloop | 2025* (%) | 2024 (%) | 2023 (%) | 2022 (%) | 2021 (%) |
|---|---|---|---|---|---|
| Jeugdbescherming en jeugdreclassering | |||||
| % van totaal aantal jongeren met jeugdbescherming | 3,5 | 3,2 | 2,9 | 2,7 | 2,5 |
| Ondertoezichtstelling en jeugdreclassering²⁾ | |||||
| % van totaal aantal jongeren met ondertoezichtstelling | 4 | 3,6 | 3,3 | 3,2 | 2,9 |
| Voogdij en jeugdreclassering³⁾ | |||||
| % van totaal aantal jongeren met voogdij | 2 | 2 | 1,7 | 1,4 | 1,3 |
| ¹⁾ Personen van 0 tot 18 jaar met een jeugdbeschermingsmaatregel. ²⁾ Inclusief voorlopige ondertoezichtstellingen. ³⁾ Inclusief tijdelijke voogdij en voorlopige voogdij. | |||||
1.7 De meeste jongeren met een OTS krijgen ook jeugdhulp
In 2025 ontving 82 procent van de jongeren met een OTS ook jeugdhulp (figuur 1.7.1). Het aandeel jongeren met een OTS en jeugdhulp met en zonder verblijf is in 2025 gelijk gebleven ten opzichte van 2024.
| Samenloop | 2025* (%) | 2024 (%) | 2023 (%) | 2022 (%) | 2021 (%) |
|---|---|---|---|---|---|
| OTS en Jeugdhulp | 82 | 82 | 81 | 80 | 79 |
| OTS en JH zonder verblijf | 72 | 72 | 71 | 69 | 68 |
| w.v. | |||||
| Wijkteam | 10 | 11 | 10 | 9 | 10 |
| Ambulant | 48 | 48 | 46 | 45 | 44 |
| Daghulp | 8 | 9 | 8 | 8 | 7 |
| Netwerk jongere | 39 | 40 | 40 | 39 | 37 |
| OTS en JH met verblijf | 35 | 35 | 34 | 33 | 34 |
| w.v. | |||||
| Pleegzorg | 16 | 17 | 16 | 16 | 18 |
| Gezinsgericht | 7 | 7 | 6 | 6 | 6 |
| Gesloten plaatsing | 2 | 2 | 2 | 3 | 3 |
| Overig²⁾ | 16 | 16 | 15 | 14 | 14 |
| ¹⁾ Personen van 0 tot 18 jaar met een ondertoezichtstelling én jeugdhulp, als percentage van het totaal aantal jongeren met een ondertoezichtstelling. Jongeren met meerdere jeugdhulpvormen komen meerdere malen in de tabel voor. ²⁾ Verblijf bij een jeugdhulpaanbieder anders dan pleegzorg, gezinsgerichte jeugdhulp of gesloten plaatsing. | |||||
Van alle jongeren die een voogdijmaatregel hadden in 2025, ontving 93 procent daarnaast ook jeugdhulp (figuur 1.7.2). Het aandeel jongeren dat in 2025 naast voogdij ook jeugdhulp zonder verblijf kreeg, is in 2025 iets gedaald ten opzichte van 2024; van 55 naar 53 procent. In 2025 ontving 86 procent van de jongeren met voogdij daarbij ook jeugdhulp met verblijf. Dit percentage is lager dan in de jaren daarvoor, waarbij het ging om 88 procent. Niet alle jongeren met voogdij krijgen ook jeugdhulp met verblijf. Hieruit kan afgeleid worden dat er ook jongeren met voogdij zijn die op informele basis (dus zonder tussenkomst van jeugdhulpinstelling en/of pleegzorgaanbieder) in het eigen netwerk worden opgevangen, dus bijvoorbeeld door opa en oma.
| Samenloop | 2025* (%) | 2024 (%) | 2023 (%) | 2022 (%) | 2021 (%) |
|---|---|---|---|---|---|
| Voogdij en Jeugdhulp | 93 | 94 | 94 | 94 | 94 |
| Voogdij en JH zonder verblijf | 53 | 55 | 53 | 51 | 50 |
| w.v. | |||||
| Wijkteam | 3 | 4 | 4 | 4 | 5 |
| Ambulant | 40 | 41 | 40 | 39 | 37 |
| Daghulp | 7 | 8 | 8 | 7 | 7 |
| Netwerk jongere | 19 | 20 | 18 | 17 | 16 |
| Voogdij en JH met verblijf | 86 | 88 | 88 | 88 | 88 |
| w.v. | |||||
| Pleegzorg | 59 | 61 | 61 | 63 | 66 |
| Gezinsgericht | 19 | 19 | 17 | 16 | 15 |
| Gesloten plaatsing | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 |
| Overig²⁾ | 22 | 22 | 22 | 21 | 20 |
| ¹⁾ Personen van 0 tot 18 jaar met voogdij én jeugdhulp, als percentage van het totaal aantal jongeren met voogdij. Jongeren met meerdere jeugdhulpvormen komen meerdere malen in de tabel voor. ²⁾ Verblijf bij een jeugdhulpaanbieder anders dan pleegzorg, gezinsgerichte jeugdhulp of gesloten plaatsing. | |||||
1.8 Bijna 1 procent van alle jongeren ontvangt jeugdbescherming
Van alle jongeren van 0 tot 18 jaar ontvangt 0,8 procent jeugdbescherming op 31 december 2025. Bij jongeren die jeugdbescherming ontvingen ging het naar verhouding ongeveer even vaak om jongens als om meiden. In totaal ontvingen 13 060 jongens en 12 355 meiden op 31 december 2025 jeugdbescherming (tabel 1.8.1).
| Totaal | Geslacht: Jongens | Geslacht: Meiden | |
|---|---|---|---|
| Totaal aantal jongeren2) | 3 293 205 | 1 689 065 | 1 604 140 |
| Totaal aantal jongeren met jeugdbescherming | 25 415 | 13 060 | 12 355 |
| Totaal ondertoezichtstelling | 17 920 | 9 265 | 8 650 |
| Ondertoezichtstelling | 17 590 | 9 110 | 8 480 |
| Voorlopige ondertoezichtstelling | 330 | 160 | 170 |
| Totaal voogdij | 7 510 | 3 805 | 3 705 |
| Voogdij | 7 275 | 3 685 | 3 590 |
| Voorlopige en tijdelijke voogdij | 235 | 120 | 120 |
| Bron: CBS. 1) Personen van 0 tot 18 jaar. 2) De peildatum voor alle jongeren in Nederland is 1 januari 2025 en komt dus niet overeen met de peildatum voor jongeren met jeugdbescherming (31 december 2025). | |||
In de leeftijdscategorie van 12 tot 18 jaar waren er op 31 december 2025 12 240 jongeren met jeugdbescherming; dit komt neer op 1 procent van alle jongeren in deze leeftijdsgroep (tabel 1.8.2). Van alle 8 tot 12-jarigen in Nederland ontvingen 6 495 (0,9 procent) jongeren jeugdbescherming. Van alle 4 tot 8-jarigen ontving 4 440 (0,6 procent) jeugdbescherming. De groep 0 tot 4-jarigen was met 2 235 het kleinst; bijna 0,3 procent in deze leeftijdsgroep ontving jeugdbescherming (tabel 1.8.2).
| Totaal | Leeftijd: 0 tot | Leeftijd: 4 tot | Leeftijd: 8 tot | Leeftijd: 12 tot | |
|---|---|---|---|---|---|
| Totaal aantal jongeren2) | 3 293 205 | 684 760 | 698 355 | 723 015 | 1 152 200 |
| Totaal aantal jongeren met jeugdbescherming | 25 415 | 2 235 | 4 440 | 6 495 | 12 240 |
| Totaal ondertoezichtstelling | 17 920 | 1 895 | 3 595 | 4 690 | 7 740 |
| Ondertoezichtstelling | 17 590 | 1 815 | 3 545 | 4 630 | 7 600 |
| Voorlopige ondertoezichtstelling | 330 | 80 | 50 | 55 | 145 |
| Totaal voogdij | 7 510 | 340 | 850 | 1 810 | 4 510 |
| Voogdij | 7 275 | 285 | 815 | 1 780 | 4 390 |
| Voorlopige en tijdelijke voogdij | 235 | 55 | 30 | 30 | 120 |
| Bron: CBS. 1) Personen van 0 tot 18 jaar. 2) De peildatum voor alle jongeren in Nederland is 1 januari 2025 en komt dus niet overeen met de peildatum voor jongeren met jeugdbescherming (31 december 2025). | |||||
Onder de jongeren met een ondertoezichtstelling of een voorlopige ondertoezichtstelling is de groep jongeren van 12 tot 18 jaar gestegen in 2025 ten opzichte van 2021. De stijging was het grootst bij de voorlopige ondertoezichtstellingen; van 40,2 procent naar bijna 44 procent (figuur 1.8.3). Bij voogdijmaatregelen was ook een stijging te zien bij de groep 12 tot 18-jarigen.
| Jaar | 0 tot 4 jaar (%) | 4 tot 8 jaar (%) | 8 tot 12 jaar (%) | 12 tot 18 jaar (%) |
|---|---|---|---|---|
| Nederland | ||||
| 2025* | 21,02 | 21,43 | 22,19 | 35,36 |
| 2024 | 20,86 | 21,43 | 22,23 | 35,48 |
| 2023 | 21 | 21,4 | 22,3 | 35,4 |
| 2022 | 20,9 | 21,4 | 22,4 | 35,2 |
| 2021 | 20,6 | 21,4 | 22,6 | 35,4 |
| OTS | ||||
| 2025* | 10,32 | 20,15 | 26,32 | 43,21 |
| 2024 | 10,38 | 20,42 | 26,89 | 42,33 |
| 2023 | 9 | 21 | 27,6 | 42,5 |
| 2022 | 10,3 | 20,4 | 27,9 | 41,4 |
| 2021 | 10,7 | 21,2 | 27,2 | 40,8 |
| Vrl. OTS | ||||
| 2025* | 24,24 | 15,15 | 16,67 | 43,94 |
| 2024 | 28 | 16 | 16 | 42 |
| 2023 | 11,9 | 18 | 20,7 | 49,5 |
| 2022 | 26 | 24 | 13,8 | 36,2 |
| 2021 | 25,5 | 17,1 | 17,1 | 40,2 |
| Voogdij | ||||
| 2025* | 3,92 | 11,2 | 24,47 | 60,34 |
| 2024 | 4,06 | 12,94 | 24,11 | 58,88 |
| 2023 | 3,6 | 14 | 24,8 | 57,6 |
| 2022 | 5 | 14,7 | 24,2 | 56,1 |
| 2021 | 5,7 | 15 | 24,3 | 55,1 |
| Vrl. en tijd. voogdij | ||||
| 2025* | 23,4 | 12,77 | 12,77 | 51,06 |
| 2024 | 20,41 | 14,29 | 22,45 | 44,9 |
| 2023 | 10,5 | 14,5 | 23,8 | 51,2 |
| 2022 | 23,2 | 12,6 | 17,9 | 46,3 |
| 2021 | 19,7 | 10,2 | 18,9 | 51,1 |
| ¹⁾ De cijfers over de jaren 2021 t/m 2022 zijn vanwege herstel van een fout bij het berekenen van de aandelen per leeftijdsgroep licht gewijzigd ten opzichte van eerdere edities van deze rapportage. ²⁾ Voor het totaal aantal jongeren in Nederland is gekeken naar peildatum 1 januari en voor de jongeren met jeugdbescherming naar peildatum 31 december. | ||||
1.9 Jeugdbescherming hangt samen met kenmerken van ouders en huishouden
Uit eerder CBS-onderzoek is gebleken dat bepaalde achtergrondkenmerken van de ouders en het huishouden van de jongere in meer of mindere mate samenhang vertonen met het krijgen van jeugdbescherming. Dat wil overigens niet zeggen dat jeugdbescherming het gevolg is van deze kenmerken of een combinatie ervan. Van een aantal achtergrondkenmerken is in deze paragraaf weergegeven hoe de situatie van jongeren met jeugdbescherming afwijkt van de jongeren zonder jeugdbescherming.
De inzet van jeugdbescherming hangt samen met huishoudkenmerken van de jongere (figuur 1.9.1). Bij 77 procent van de Nederlandse jongeren woonden beide juridische ouders in hetzelfde huishouden. Voor jongeren met jeugdbescherming was dit 12 procent. Eenzelfde patroon is te zien voor jongeren uit huishoudens waar ook gebruik wordt gemaakt van ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of waarin zorgkosten zijn gemaakt voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ) dan wel GGZ-medicatie is voorgeschreven. Ruim 5 procent van alle jongeren in Nederland had te maken met Wmo-gebruik in het huishouden, en ruim 26 procent met GGZ-zorg en/of GGZ-medicatie. Bij jongeren met jeugdbescherming was dit respectievelijk bijna 35 en 52 procent. Daarnaast werd bij bijna 5 procent van alle jongeren in Nederland iemand in het huishouden als verdachte van een misdrijf aangemerkt. Bij jongeren met jeugdbescherming was dit bijna 29 procent (figuur 1.9.1).
| Jaar | Ja (%) | Nee (%) |
|---|---|---|
| Ouders op hetzelfde adres | ||
| Nederland | 2548710 | 744495 |
| Totaal jeugdbescherming | 3875 | 28110 |
| Ondertoezichtstelling²⁾ | 3160 | 20670 |
| Voogdij³⁾ | 715 | 7440 |
| WMO in huishouden | ||
| Nederland | 174480 | 3113655 |
| Totaal jeugdbescherming | 10845 | 20445 |
| Ondertoezichtstelling²⁾ | 7665 | 16070 |
| Voogdij³⁾ | 3185 | 4375 |
| GGZ in huishouden | ||
| Nederland | 860255 | 2427880 |
| Totaal jeugdbescherming | 16305 | 14985 |
| Ondertoezichtstelling²⁾ | 12435 | 11300 |
| Voogdij³⁾ | 3875 | 3685 |
| Verdachte in huishouden | ||
| Nederland | 153110 | 3135025 |
| Totaal jeugdbescherming | 9015 | 22280 |
| Ondertoezichtstelling²⁾ | 6440 | 17295 |
| Voogdij³⁾ | 2575 | 4985 |
| ¹⁾ Personen van 0 tot 18 jaar. ²⁾ Inclusief voorlopige ondertoezichtstellingen. ³⁾ Inclusief voorlopige voogdij en tijdelijke voogdij. | ||
Ook het huishoudinkomen hangt samen met de inzet van jeugdbescherming (figuur 1.9.2). In Nederland woonden in 2025 453 duizend jongeren tot 18 jaar in een huishouden met een inkomen dat tot de laagste 20 procent behoort, het laagste kwintiel. Van hen ontving 3,4 procent jeugdbescherming. Het aandeel jongeren met jeugdbescherming daalt naarmate het huishoudinkomen hoger is. In de 20 procent rijkste huishoudens, het hoogste kwintiel, ontving 0,1 procent jeugdbescherming.
| Jaar | Jongeren met jeugdbescherming (%) |
|---|---|
| Totaal jeugdbescherming | |
| Totaal | 1 |
| Laagste kwintiel | 3,4 |
| 2e kwintiel | 1,5 |
| 3e kwintiel | 0,5 |
| 4e kwintiel | 0,2 |
| Hoogste kwintiel | 0,1 |
| Ondertoezichtstelling²⁾ | |
| Totaal | 0,7 |
| Laagste kwintiel | 2,6 |
| 2e kwintiel | 1,1 |
| 3e kwintiel | 0,4 |
| 4e kwintiel | 0,2 |
| Hoogste kwintiel | 0,1 |
| Voogdij³⁾ | |
| Totaal | 0,2 |
| Laagste kwintiel | 0,8 |
| 2e kwintiel | 0,3 |
| 3e kwintiel | 0,1 |
| 4e kwintiel | 0 |
| Hoogste kwintiel | 0 |
| ¹⁾ Personen van 0 tot 18 jaar. ²⁾ Inclusief voorlopige ondertoezichtstellingen. ³⁾ Inclusief tijdelijke voogdij en voorlopige voogdij. | |
Daarnaast is er samenhang tussen de herkomst van een jongere en de inzet van jeugdbescherming (figuur 1.9.3). Van de jongeren die in Nederland zijn geboren heeft 1 procent jeugdbescherming. Van de jongeren die niet in Nederland zijn geboren heeft ook 1 procent jeugdbescherming. Bij jongeren met een herkomst uit Turkije en Indonesië is minder vaak sprake van jeugdbescherming dan het landelijke gemiddelde, ongeacht of ze geboren zijn Nederland. Bij jongeren met een herkomst uit Suriname en het Nederlands-Caribisch gebied is relatief vaker sprake van jeugdbescherming, ongeacht of ze geboren zijn in Nederland. Jongeren met een ouder uit Marokko die zelf geboren zijn in Nederland hebben minder vaak jeugdbescherming (0,7 procent) dan jongeren die in Marokko geboren zijn (1,6 procent).
| Jongeren met jeugdbescherming (%) | |
|---|---|
| Totaal geboren in Nederland | 1 |
| Nederland | 0,9 |
| Europa (exclusief Nederland) | 1,1 |
| Turkije | 0,6 |
| Marokko | 0,7 |
| Suriname | 2 |
| Nederlands-Caribisch gebied | 2,8 |
| Indonesië | 0,7 |
| Overig Afrika, Azië, Amerika en Oceanië | 1,1 |
| Totaal niet geboren in Nederland | 1 |
| Europa (exclusief Nederland) | 1 |
| Turkije | 0,6 |
| Marokko | 1,6 |
| Suriname | 1,5 |
| Nederlands-Caribisch gebied | 2,5 |
| Indonesië | 0,5 |
| Overig Afrika, Azië, Amerika en Oceanië | 0,9 |
| ¹⁾ Personen van 0 tot 18 jaar. | |
1.10 Daling machtigingen uithuisplaatsing zet door
Sinds 2022 ontvangt het CBS van de gecertificeerde instellingen ook informatie over de machtigingen uithuisplaatsing (MUHP) die door een rechter zijn opgelegd. Een MUHP is geen op zichzelf staande maatregel maar gaat altijd samen met een ondertoezichtstelling. Als een kind onder toezicht wordt gesteld, dan blijft het kind meestal thuis wonen. Soms zijn de zorgen over het kind echter zo ernstig dat het beter is als het kind ergens anders gaat wonen en wordt er ook een MUHP opgelegd. Ook als ouders het zelf van belang vinden en het ermee eens zijn dat het kind ergens anders gaat wonen, is er een MUHP nodig. Bij een voogdijmaatregel gaat het kind altijd ergens anders wonen en legt de rechter geen afzonderlijke MUHP op.
In 2025 waren er 9 190 jeugdigen over wie de rechter een MUHP heeft uitgesproken (tabel 1.10.1). Dit is een daling van minder dan 1 procent ten opzichte van 2024. Bij 7 365 jongeren werd de machtiging uithuisplaatsing opgelegd in combinatie met een OTS. Bij 1 720 jongeren ging het bij de start van de MUHP om een voorlopige OTS en dus om een spoedmachtiging uithuisplaatsing. Over 3 885 jongeren werd in 2025 een nieuwe MUHP uitgesproken. Van 4 215 jongeren liep de opgelegde MUHP af in 2025.
Niet alle door de rechter opgelegde machtigingen worden in de praktijk ook ten uitvoer gelegd. Een MUHP vervalt als deze niet binnen drie maanden wordt uitgevoerd. Het is niet bekend hoeveel machtigingen niet worden uitgevoerd. In de tabel is wel te zien dat 7 315 jongeren met een MUHP ook jeugdhulp met verblijf ontvingen (6 075 in combinatie met een OTS; 1 240 in combinatie met een voorlopige OTS). De verwachting is dat bij deze jongeren allemaal een MUHP is opgelegd die vervolgens ook in de praktijk is uitgevoerd. Het is echter niet uit te sluiten dat bij meer jongeren een opgelegde MUHP ook daadwerkelijk is uitgevoerd. Jongeren met een MUHP die zonder tussenkomst van een jeugdhulpinstelling of pleegzorgaanbieder op informele basis in het eigen netwerk worden opgevangen, bijvoorbeeld bij opa en oma, blijven namelijk buiten beeld.
| 2025* | 2024 | 2023 | 2022 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | Totaal | 9 190 | 9 225 | 9 535 | 10 025 |
| Totaal | Waarvan i.c.m. OTS | 7 365 | 7 340 | 7 520 | 7 910 |
| Totaal | Waarvan i.c.m. jeugdhulp met verblijf | 6 075 | 6 265 | 6 480 | 6 795 |
| Totaal | Waarvan zonder jeugdhulp met verblijf tijdens MUHP | 1 285 | 1 075 | 1 040 | 1 110 |
| Totaal | Waarvan i.c.m. voorlopige OTS | 1 720 | 1 790 | 1 935 | 2 020 |
| Totaal | Waarvan i.c.m. jeugdhulp met verblijf | 1 240 | 1 405 | 1 560 | 1 665 |
| Totaal | Waarvan zonder jeugdhulp met verblijf tijdens MUHP | 480 | 385 | 375 | 355 |
| Instroom | Totaal | 3 885 | 3 820 | 3 920 | 3 920 |
| Instroom | Waarvan i.c.m. OTS | 2 730 | 2 795 | 2 860 | 2 860 |
| Instroom | Waarvan i.c.m. jeugdhulp met verblijf | 1 980 | 2 235 | 2 360 | 2 310 |
| Instroom | Waarvan zonder jeugdhulp met verblijf tijdens MUHP | 750 | 560 | 505 | 550 |
| Instroom | Waarvan i.c.m. voorlopige OTS | 1 110 | 970 | 1 025 | 1 010 |
| Instroom | Waarvan i.c.m. jeugdhulp met verblijf | 710 | 705 | 780 | 770 |
| Instroom | Waarvan zonder jeugdhulp met verblijf tijdens MUHP | 400 | 265 | 250 | 240 |
| Uitstroom | Totaal | 4 215 | 4 090 | 4 235 | 4 530 |
| Uitstroom | Waarvan i.c.m. OTS | 2 750 | 2 860 | 3 075 | 3 370 |
| Uitstroom | Waarvan i.c.m. jeugdhulp met verblijf | 2 200 | 2 315 | 2 515 | 2 750 |
| Uitstroom | Waarvan zonder jeugdhulp met verblijf tijdens MUHP | 550 | 540 | 560 | 620 |
| Uitstroom | Waarvan i.c.m. voorlopige OTS | 1 440 | 1 195 | 1 125 | 1 110 |
| Uitstroom | Waarvan i.c.m. jeugdhulp met verblijf | 1 040 | 895 | 870 | 885 |
| Uitstroom | Waarvan zonder jeugdhulp met verblijf tijdens MUHP | 400 | 300 | 250 | 225 |
| Bron: CBS. 1) Dit betreft alle machtigingen uithuisplaatsingen (MUHP) die op enig moment in de verslagperiode liepen, ongeacht of ze vóór of in die periode gestart zijn en ongeacht of ze in of ná die periode beëindigd zijn. 2) In het geval een jongere in een periode meerdere machtigingen uithuisplaatsing had met verschillende typen jeugdbescherming, is de jongere meegeteld bij de machtigingen uithuisplaatsing i.c.m. een voorlopige OTS; als er zowel periodes met als periodes zonder jeugdhulp met verblijf waren, is de jongere meegeteld in de groep met jeugdhulp met verblijf. | |||||
1.11 Jeugdbescherming vooral in Limburg, Zeeland en Twente
De vijf jeugdregio’s met het grootste aandeel jeugdbescherming waren Zuid-Limburg, Zeeland, Midden-Limburg Oost, Twente en Friesland (figuur 1.11.1). In de gemeenten Heerlen, Almelo en Doesburg kwamen met 1,79 procent of meer relatief veel jongeren met jeugdbescherming voor (zie figuur 1.11.2 voor het aandeel per gemeente). De laagst scorende regio’s liggen in Haarlemmermeer en Food Valley (tabel 1.11.3).
| Jeugdzorgregios_naam | aandeelJB (%) |
|---|---|
| Groningen | 1 |
| Friesland(Frysl�n) | 1,09 |
| KopvanNoord-Holland | 0,94 |
| Drenthe | 0,8 |
| WestFriesland | 0,82 |
| Alkmaar(Noord-Kennemerland) | 0,89 |
| IJsselland | 0,89 |
| Flevoland | 0,89 |
| Zaanstreek-Waterland | 0,58 |
| IJmond(MiddenKennemerland) | 0,82 |
| ZuidKennemerland | 0,49 |
| Noord-Veluwe | 0,78 |
| Amsterdam-Amstelland | 0,56 |
| Twente | 1,11 |
| Haarlemmermeer | 0,45 |
| GooienVechtstreek | 0,51 |
| MiddenIJssel/OostVeluwe | 0,76 |
| HollandRijnland | 0,6 |
| UtrechtWest | 0,5 |
| Eemland | 0,55 |
| FoodValley | 0,48 |
| UtrechtStad | 0,66 |
| ZuidoostUtrecht | 0,56 |
| Haaglanden | 0,64 |
| Achterhoek | 0,93 |
| Lekstroom | 0,63 |
| MiddenHolland | 0,69 |
| CentraalGelderland | 0,81 |
| Rijnmond | 0,85 |
| Rivierenland | 0,61 |
| Zuid-HollandZuid | 0,68 |
| RijkvanNijmegen | 0,74 |
| NoordoostBrabant | 0,75 |
| WestBrabantOost | 0,68 |
| Midden-Brabant(HartvanBrabant) | 0,75 |
| WestBrabantWest | 0,74 |
| Noord-Limburg | 0,98 |
| Zeeland | 1,13 |
| Zuidoost-Brabant | 0,66 |
| Zuid-Limburg | 1,18 |
| Midden-LimburgOost | 1,12 |
| Midden-LimburgWest | 1,06 |
| ¹⁾ De peildatum van het totale aantal jongeren is 1 januari 2025 en komt dus niet overeen met de peildatum van het aantal jongeren met jeugdbescherming (31 december 2025). | |
| Gemeente_naam | Jeugdbescherming (%) |
|---|---|
| Groningen | 0,97 |
| Almere | 0,86 |
| Stadskanaal | 1,49 |
| Veendam | 1,62 |
| Zeewolde | 1,09 |
| Achtkarspelen | 0,98 |
| Ameland | 0 |
| Harlingen | 1,12 |
| Heerenveen | 0,83 |
| Leeuwarden | 1,36 |
| Ooststellingwerf | 1,74 |
| Opsterland | 0,56 |
| Schiermonnikoog | 0 |
| Smallingerland | 1,57 |
| Terschelling | 0,28 |
| Vlieland | 0 |
| Weststellingwerf | 1,01 |
| Assen | 0,7 |
| Coevorden | 0,8 |
| Emmen | 1,12 |
| Hoogeveen | 0,69 |
| Meppel | 0,92 |
| Almelo | 1,87 |
| Borne | 0,53 |
| Dalfsen | 0,53 |
| Deventer | 1,24 |
| Enschede | 1,56 |
| Haaksbergen | 0,75 |
| Hardenberg | 0,72 |
| Hellendoorn | 0,35 |
| Hengelo(O.) | 1,37 |
| Kampen | 0,74 |
| Losser | 0,67 |
| Noordoostpolder | 0,72 |
| Oldenzaal | 0,91 |
| Ommen | 0,4 |
| Raalte | 0,8 |
| Staphorst | 0,51 |
| Tubbergen | 0,54 |
| Urk | 0,24 |
| Wierden | 0,41 |
| Zwolle | 1,07 |
| Aalten | 0,56 |
| Apeldoorn | 0,87 |
| Arnhem | 1,04 |
| Barneveld | 0,39 |
| Beuningen | 0,41 |
| Brummen | 0,9 |
| Buren | 0,82 |
| Culemborg | 0,38 |
| Doesburg | 1,79 |
| Doetinchem | 1,27 |
| Druten | 0,49 |
| Duiven | 0,6 |
| Ede | 0,44 |
| Elburg | 0,89 |
| Epe | 0,52 |
| Ermelo | 1 |
| Harderwijk | 0,77 |
| Hattem | 0,49 |
| Heerde | 0,38 |
| Heumen | 0,27 |
| Lochem | 0,3 |
| Maasdriel | 0,47 |
| Nijkerk | 0,5 |
| Nijmegen | 0,88 |
| Oldebroek | 0,63 |
| Putten | 0,51 |
| Renkum | 0,97 |
| Rheden | 1,21 |
| Rozendaal | 0 |
| Scherpenzeel | 0,17 |
| Tiel | 1,28 |
| Voorst | 0,59 |
| Wageningen | 0,42 |
| Westervoort | 0,75 |
| Winterswijk | 0,73 |
| Wijchen | 0,57 |
| Zaltbommel | 0,47 |
| Zevenaar | 0,78 |
| Zutphen | 1,1 |
| Nunspeet | 0,61 |
| Dronten | 0,63 |
| Amersfoort | 0,58 |
| Baarn | 0,51 |
| DeBilt | 0,58 |
| Bunnik | 0,32 |
| Bunschoten | 0,99 |
| Eemnes | 0,63 |
| Houten | 0,58 |
| Leusden | 0,22 |
| Lopik | 0,62 |
| Montfoort | 0,48 |
| Renswoude | 0,71 |
| Rhenen | 0,51 |
| Soest | 0,48 |
| Utrecht | 0,66 |
| Veenendaal | 0,64 |
| Woudenberg | 0,52 |
| WijkbijDuurstede | 0,44 |
| IJsselstein | 0,7 |
| Zeist | 0,65 |
| Nieuwegein | 0,82 |
| Aalsmeer | 0,32 |
| Alkmaar | 1,17 |
| Amstelveen | 0,4 |
| Amsterdam | 0,61 |
| Bergen(NH.) | 0,43 |
| Beverwijk | 0,86 |
| Blaricum | 0,1 |
| Bloemendaal | 0,18 |
| Castricum | 0,45 |
| Diemen | 0,42 |
| Edam-Volendam | 0,42 |
| Enkhuizen | 0,84 |
| Haarlem | 0,55 |
| Haarlemmermeer | 0,45 |
| Heemskerk | 0,77 |
| Heemstede | 0,17 |
| Heiloo | 0,31 |
| DenHelder | 1,55 |
| Hilversum | 0,62 |
| Hoorn | 0,91 |
| Huizen | 0,58 |
| Landsmeer | 0,84 |
| Laren(NH.) | 0,42 |
| Medemblik | 1,02 |
| Oostzaan | 0,11 |
| Opmeer | 0,54 |
| Ouder-Amstel | 0,17 |
| Purmerend | 0,56 |
| Schagen | 0,5 |
| Texel | 0,98 |
| Uitgeest | 0,83 |
| Uithoorn | 0,41 |
| Velsen | 0,82 |
| Zandvoort | 1,02 |
| Zaanstad | 0,71 |
| Alblasserdam | 0,83 |
| AlphenaandenRijn | 0,59 |
| Barendrecht | 0,48 |
| Drechterland | 0,41 |
| CapelleaandenIJssel | 0,79 |
| Delft | 0,86 |
| Dordrecht | 0,83 |
| Gorinchem | 0,81 |
| Gouda | 1,01 |
| 's-Gravenhage | 0,72 |
| Hardinxveld-Giessendam | 0,38 |
| Hendrik-Ido-Ambacht | 0,38 |
| StedeBroec | 0,92 |
| Hillegom | 0,48 |
| Katwijk | 0,6 |
| KrimpenaandenIJssel | 0,65 |
| Leiden | 0,74 |
| Leiderdorp | 0,38 |
| Lisse | 0,78 |
| Maassluis | 0,58 |
| Nieuwkoop | 0,7 |
| Noordwijk | 0,53 |
| Oegstgeest | 0,37 |
| Oudewater | 0,2 |
| Papendrecht | 0,83 |
| Ridderkerk | 0,77 |
| Rotterdam | 1,05 |
| Rijswijk(ZH.) | 0,65 |
| Schiedam | 0,76 |
| Sliedrecht | 0,55 |
| Albrandswaard | 0,24 |
| Vlaardingen | 1,03 |
| Voorschoten | 0,37 |
| Waddinxveen | 0,62 |
| Wassenaar | 0,46 |
| Woerden | 0,56 |
| Zoetermeer | 0,74 |
| Zoeterwoude | 0,28 |
| Zwijndrecht | 1,12 |
| Borsele | 1,29 |
| Goes | 1,32 |
| WestMaasenWaal | 0,36 |
| Hulst | 1,73 |
| Kapelle | 0,75 |
| Middelburg(Z.) | 0,99 |
| Reimerswaal | 0,62 |
| Terneuzen | 1,56 |
| Tholen | 0,97 |
| Veere | 0,52 |
| Vlissingen | 1,56 |
| DeRondeVenen | 0,63 |
| Tytsjerksteradiel | 0,57 |
| Asten | 0,58 |
| Baarle-Nassau | 0,69 |
| BergenopZoom | 0,69 |
| Best | 0,33 |
| Boekel | 0,41 |
| Boxtel | 0,72 |
| Breda | 0,73 |
| Deurne | 0,33 |
| Pekela | 1,23 |
| Dongen | 0,34 |
| Eersel | 0,41 |
| Eindhoven | 0,94 |
| Etten-Leur | 0,49 |
| Geertruidenberg | 0,82 |
| GilzeenRijen | 0,5 |
| Goirle | 0,65 |
| Helmond | 0,83 |
| 's-Hertogenbosch | 0,87 |
| Heusden | 0,51 |
| Hilvarenbeek | 0,25 |
| LoonopZand | 0,51 |
| Nuenen,GerwenenNederwetten | 0,42 |
| Oirschot | 0,24 |
| Oisterwijk | 0,48 |
| Oosterhout | 0,77 |
| Oss | 0,93 |
| Rucphen | 1,15 |
| Sint-Michielsgestel | 0,47 |
| Someren | 0,3 |
| SonenBreugel | 0,41 |
| Steenbergen | 0,61 |
| Waterland | 0,19 |
| Tilburg | 1,04 |
| Valkenswaard | 0,82 |
| Veldhoven | 0,53 |
| Vught | 0,34 |
| Waalre | 0,25 |
| Waalwijk | 0,64 |
| Woensdrecht | 0,53 |
| Zundert | 0,5 |
| Wormerland | 0,25 |
| Landgraaf | 1,36 |
| Beek(L.) | 0,72 |
| Beesel | 1,76 |
| Bergen(L.) | 0,8 |
| Brunssum | 1,15 |
| Gennep | 0,96 |
| Heerlen | 1,94 |
| Kerkrade | 1,6 |
| Maastricht | 1,35 |
| Meerssen | 0,14 |
| MookenMiddelaar | 0,5 |
| Nederweert | 0,97 |
| Roermond | 1,12 |
| Simpelveld | 1,26 |
| Stein(L.) | 0,55 |
| Vaals | 0,87 |
| Venlo | 1,33 |
| Venray | 0,79 |
| Voerendaal | 0,37 |
| Weert | 1,05 |
| ValkenburgaandeGeul | 1,03 |
| Lelystad | 1,48 |
| HorstaandeMaas | 0,52 |
| OudeIJsselstreek | 1,24 |
| Teylingen | 0,76 |
| UtrechtseHeuvelrug | 0,57 |
| OostGelre | 0,83 |
| Koggenland | 0,49 |
| Lansingerland | 0,19 |
| Leudal | 1,13 |
| Maasgouw | 0,65 |
| Gemert-Bakel | 0,48 |
| Halderberge | 0,85 |
| Heeze-Leende | 0,2 |
| Laarbeek | 0,47 |
| Reusel-DeMierden | 0,57 |
| Roerdalen | 1,03 |
| Roosendaal | 0,92 |
| Schouwen-Duiveland | 0,68 |
| AaenHunze | 0,65 |
| Borger-Odoorn | 0,99 |
| DeWolden | 0,65 |
| Noord-Beveland | 0,99 |
| Wijdemeren | 0,43 |
| Noordenveld | 0,8 |
| Twenterand | 1,42 |
| Westerveld | 0,63 |
| Lingewaard | 0,51 |
| Cranendonck | 0,64 |
| Steenwijkerland | 0,92 |
| Moerdijk | 0,82 |
| Echt-Susteren | 1,52 |
| Sluis | 0,91 |
| Drimmelen | 0,47 |
| Bernheze | 0,57 |
| Alphen-Chaam | 0,54 |
| Bergeijk | 0,52 |
| Bladel | 0,47 |
| Gulpen-Wittem | 0,56 |
| Tynaarlo | 0,35 |
| Midden-Drenthe | 0,75 |
| Overbetuwe | 0,26 |
| HofvanTwente | 0,75 |
| Neder-Betuwe | 0,68 |
| Rijssen-Holten | 0,51 |
| Geldrop-Mierlo | 0,84 |
| Olst-Wijhe | 0,92 |
| Dinkelland | 0,49 |
| Westland | 0,38 |
| Midden-Delfland | 0,28 |
| Berkelland | 0,86 |
| Bronckhorst | 0,78 |
| Sittard-Geleen | 1,19 |
| KaagenBraassem | 0,73 |
| Dantumadiel | 1,18 |
| Zuidplas | 0,36 |
| PeelenMaas | 0,67 |
| Oldambt | 1,69 |
| Zwartewaterland | 0,75 |
| S�dwest-Frysl�n | 1,07 |
| Bodegraven-Reeuwijk | 0,45 |
| Eijsden-Margraten | 0,37 |
| StichtseVecht | 0,41 |
| HollandsKroon | 0,69 |
| Leidschendam-Voorburg | 0,55 |
| Goeree-Overflakkee | 0,42 |
| Pijnacker-Nootdorp | 0,3 |
| Nissewaard | 1,14 |
| Krimpenerwaard | 0,83 |
| DeFryskeMarren | 0,78 |
| GooiseMeren | 0,46 |
| BergenDal | 0,94 |
| Meierijstad | 0,68 |
| Waadhoeke | 1,29 |
| Westerwolde | 0,75 |
| Midden-Groningen | 1,12 |
| Beekdaelen | 0,59 |
| Montferland | 0,78 |
| Altena | 0,47 |
| WestBetuwe | 0,35 |
| Vijfheerenlanden | 0,46 |
| HoekscheWaard | 0,5 |
| HetHogeland | 0,56 |
| Westerkwartier | 0,41 |
| Noardeast-Frysl�n | 0,87 |
| Molenlanden | 0,46 |
| Eemsdelta | 1,31 |
| DijkenWaard | 0,99 |
| LandvanCuijk | 0,76 |
| Maashorst | 0,8 |
| VoorneaanZee | 0,55 |
| ¹⁾ De peildatum van het totale aantal jongeren is 1 januari 2025 en komt dus niet overeen met de peildatum van het aantal jongeren met jeugdbescherming (31 december 2025). | |
| % van het totale aantal personen van 0 tot 18 jaar2) | ||
|---|---|---|
| Hoogste aandelen | Zuid-Limburg | 1,18 |
| Hoogste aandelen | Zeeland | 1,13 |
| Hoogste aandelen | Midden-Limburg Oost | 1,12 |
| Hoogste aandelen | Twente | 1,11 |
| Hoogste aandelen | Friesland (Fryslân) | 1,09 |
| Laagste aandelen | Haarlemmermeer | 0,45 |
| Laagste aandelen | Food Valley | 0,48 |
| Laagste aandelen | Zuid Kennemerland | 0,49 |
| Laagste aandelen | Utrecht West | 0,50 |
| Laagste aandelen | Gooi en Vechtstreek | 0,51 |
| Bron: CBS. 1) Personen van 0 tot 18 jaar met jeugdbescherming. 2) De peildatum van het totale aantal jongeren is 1 januari 2025 en komt dus niet overeen met de peildatum van het aantal jongeren met jeugdbescherming (31 december 2025). | ||
1.12 Herhaald beroep jeugdbescherming
Van de ondertoezichtstellingen die in 2025 zijn gestart ging het in 11 procent van de maatregelen om een herhaald beroep (figuur 1.12.1). Dat wil zeggen dat deze jongere in het betreffende kalenderjaar of in de vijf daaraan voorafgaande kalenderjaren al eens eerder jeugdbescherming heeft gehad. In 2025 is sprake van een daling bij herhaald beroep van ondertoezichtstellingen en voornamelijk voogdij. Bij voogdijmaatregelen gaat het wel om kleine absolute aantallen.
| Maatregel | 2025* (%) | 2024 (%) | 2023 (%) | 2022 (%) | 2021 (%) |
|---|---|---|---|---|---|
| Jeugdbeschermingsmaatregelen: Ondertoezichtstelling | 11 | 12 | 11 | 9,9 | 10 |
| Jeugdbeschermingsmaatregelen: Voogdij | 4 | 5,4 | 3,1 | 3,2 | 3 |
| ¹⁾ Hierbij wordt teruggekeken naar de betreffende periode én de 5 daaraan voorafgaande kalenderjaren. ²⁾ Jeugdbeschermingsmaatregelen gestart in de betreffende periode. | |||||