Samenvatting
De stikstofexcretie in dierlijke mest is gedaald van 448,9 miljoen kg in 2024 tot 438,7 miljoen kg in 2025. Dit is 0,3 procent onder het productieplafond voor 2025 van 440 miljoen kilogram. De fosfaatexcretie in dierlijke mest is gedaald van 146,7 miljoen kilogram in 2024 tot 141,1 miljoen kilogram in 2025, 4,4 procent boven het productieplafond van 135 miljoen kilogram.
| Rundvee (miljoen kg stikstof) | Varkens (miljoen kg stikstof) | Pluimvee (miljoen kg stikstof) | Overig vee (miljoen kg stikstof) | |
|---|---|---|---|---|
| 1990 | 451,8 | 149,7 | 64,9 | 24,7 |
| 2000 | 339,2 | 120,6 | 62,6 | 26,6 |
| 2010 | 298,5 | 105,5 | 64,5 | 21,2 |
| 2020 | 320,1 | 91,8 | 54,7 | 22,8 |
| 2024 | 298,4 | 80,1 | 48,7 | 21,8 |
| 2025 | 292,3 | 76,8 | 48,2 | 21,4 |
| Rundvee (miljoen kg fosfaat) | Varkens (miljoen kg fosfaat) | Pluimvee (miljoen kg fosfaat) | Overig vee (miljoen kg fosfaat) | |
|---|---|---|---|---|
| 1990 | 120,8 | 69 | 33 | 6,2 |
| 2000 | 102,1 | 48,2 | 32,1 | 8,5 |
| 2010 | 96,2 | 45,5 | 29,1 | 8,1 |
| 2020 | 82,7 | 36,7 | 24,1 | 7,3 |
| 2024 | 86,1 | 32,3 | 20,8 | 7,6 |
| 2025 | 84 | 30 | 20 | 7,2 |
Rundvee
De stikstofexcretie in de melkveehouderij daalde van 265,2 miljoen kilogram in 2024 tot 260,5 miljoen kilogram in 2025 (1,8 procent), door een afname van de melkveestapel. Door een lager fosforgehalte van het ruwvoer daalde de fosfaatexcretie van melkvee van 76,7 miljoen kilogram in 2024 tot 75 miljoen kilogram in 2025 (2,2 procent). De melkproductie per koe nam toe met 2,8 procent tot 9368 kilogram op jaarbasis.
De stikstofexcretie van vleesrundvee daalde van 33,2 miljoen kilogram in 2024 tot 31,8 miljoen kilogram in 2025 (4,2 procent). De fosfaatexcretie van vleesrundvee daalde van 9,5 miljoen kilogram in 2024 tot 9 miljoen kilogram in 2025 (5,3 procent). Zowel het aantal runderen in de melkveehouderij als het aantal runderen voor de vleesproductie is in de loop van 2025 gedaald. Hierdoor zijn de aantallen op de peildatum van de landbouwtelling, 1 april, niet representatief voor de gemiddelde aantallen in het jaar. Om die reden is een correctie toegepast op het aantal runderen waarbij gebruik is gemaakt van de aantallen op enkele peildata in het I&R-register rundvee.
Varkens
De stikstofexcretie van de varkenssector daalde van 80,1 miljoen kilogram in 2024 tot 76,8 miljoen kilogram in 2025 (4,1 procent). De fosfaatexcretie daalde van 32,3 miljoen kilogram tot 30 miljoen kilogram (7,1 procent). De excretie van stikstof en fosfaat per vleesvarken en zeug nam iets toe door een hoger voerverbruik en hoger stikstofgehalte van het voer. In de loop van 2025 zijn de aantallen varkens afgenomen als gevolg van deelname aan de LBV/LBV+.
Omdat de definitieve excretiecijfers voortaan later in het jaar uitkomen is de voorlopige landbouwtelling van 2026 al beschikbaar. Op basis van de aantallen in de definitieve landbouwtelling 2025 en de voorlopige landbouwtelling 2026 is een correctie uitgevoerd om de gemiddelde aantallen in 2025 beter te benaderen. Het aantal vleesvarkens daalde met 410 duizend stuks (8,8 procent). Het aantal zeugen daalde met 75 duizend stuks (10,2 procent).
Pluimvee
In de pluimveesector daalde de stikstofexcretie van 48,7 miljoen kilogram in 2024 tot 48,2 miljoen kilogram in 2025 (1 procent). De fosfaatexcretie daalde van 20,8 miljoen kilogram tot 20 miljoen kilogram (3,8 procent).
Omdat de definitieve excretiecijfers voortaan later in het jaar uitkomen is de voorlopige landbouwtelling van 2026 al beschikbaar. Op basis van de aantallen in de definitieve landbouwtelling 2025 en de voorlopige landbouwtelling 2026 is een correctie uitgevoerd om de gemiddelde aantallen in 2025 beter te benaderen. Het aantal vleeskuikens steeg met 0,8 procent in 2025 in vergelijking met 2024. Het aantal leghennen daalde ten opzichte van 2024 met 1,5 procent.
Overig vee
Het overige vee bestaat uit schapen, geiten, paarden, pony’s en konijnen. De stikstofexcretie van deze groep daalde van 21,8 miljoen kilogram in 2024 tot 21,4 miljoen kilogram in 2025 (1,8 procent). De fosfaatexcretie daalde van 7,6 miljoen kilogram tot 7,2 miljoen kilogram (5,3 procent). De excretie van overig vee draagt voor ongeveer 5 procent bij aan de totale excretie.
Vanaf het begin van de jaren negentig stelt de Werkgroep Uniformering berekening Mest- en mineralencijfers (WUM) jaarlijks standaardfactoren vast per diercategorie voor de excretie van stikstof, fosfaat en kali en voor de hoeveelheid drijfmest en vaste mest. De totale excretie van stikstof en fosfaat en de productie van drijfmest en vaste mest berekent het CBS door de standaardfactoren per diercategorie te vermenigvuldigen met het aantal dieren in de Landbouwtelling, zonder bijtellingen voor leegstand van stallen op de peildatum.
Dit rapport geeft een kort overzicht van de rekenmethodiek, de uitgangspunten en de resultaten voor 2025 en enkele voorgaande jaren.