Vergelijking internationale tijdreeksen Monitor Brede Welvaart

1. Inleiding

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft in 2017 de opdracht gekregen van het ministerie van Economische Zaken om een Monitor Brede Welvaart (MBW & SDG’s) te ontwikkelen. Het CBS heeft sindsdien jaarlijks in mei een update van de verder ontwikkelde monitor uitgebracht ten behoeve van het verantwoordingsdebat in de Tweede Kamer. De monitor geeft een beeld van de huidige situatie van de brede welvaart in Nederland.

In de monitor worden ook de ontwikkelingen in de data geanalyseerd en geduid. De voornaamste analyses zijn het bepalen van de trendmatige ontwikkeling, de meest recente jaarmutatie en de positie van Nederland binnen de Europese Unie (EU). Het CBS heeft een methode ontwikkeld om de trendmatige veranderingen en de positie te vergelijken met de trend en positie van andere Europese landen. Op die manier kan worden onderzocht of Nederland ten opzichte van Europese landen voorloopt en verder uitloopt (een hoge positie en een relatief sterke trend), of achterloopt en verder achterop raakt (een lage positie en een relatief zwakke trend), of haar voorsprong verliest of haar achterstand inloopt. Voordat deze methode onderdeel van de monitor kan worden, zijn er nog resterende methodologische vraagstukken die opgelost moeten worden.

Tot nu toe is er in de MBW & SDG’s alleen gebruik gemaakt van internationale data om voor één specifiek jaar een vergelijking te maken met Nederland. Om hiernaast ook een vergelijking te maken van de trend, in combinatie met de positie, moet een hele tijdreeks met internationale data worden gebruikt. De kwaliteit van de uitkomsten van de analyse hangt voor een groot deel af van de kwaliteit van de internationale data. Omdat het CBS deze data niet zelf maakt is onvoldoende informatie over de kwaliteit hiervan beschikbaar. Pas wanneer de data kwalitatief voldoende is bevonden, kan de Nederlandse trend en positie van een indicator zinvol vergeleken worden met de trend en positie van andere landen.

Dit rapport beschrijft een analyse van de kwaliteit en bruikbaarheid van de internationale data. Dit wordt gedaan aan de hand van vier opgestelde criteria: nauwkeurigheid en plausibiliteit, tijdigheid, consistentie en vergelijkbaarheid. Wanneer de internationale data niet voldoet aan het criterium voor consistentie is het mogelijk om de data te corrigeren voor breuken (o.a. door gewijzigde definities of methoden) en uitbijters (extreme waarden). In dit onderzoek wordt hiervoor een methode ontwikkeld. Deze gecorrigeerde reeks wordt enkel gebruikt voor het bepalen van de trend, de originele tijdreeks wordt niet veranderd. Het toetsen van de data aan de kwaliteitscriteria en het bepalen van een betrouwbaardere trend draagt bij aan de kwaliteit van een dergelijke vergelijking tussen landen en maakt de analyse geschikter voor eventuele toepassing in de monitor. Daarmee kunnen de resultaten meer zeggingskracht en relevantie krijgen voor beleid.