Tijdreeksanalyse van droogte-impact op de economie

1. Inleiding

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) brengt, in het kader van het Deltaprogramma Zoetwater (DPZW), in kaart op welke manier droogte gemeten kan worden en wat de economische impact of schade van droogte is. Ter ondersteuning van het laatste punt zijn de volgende subdoelen opgesteld:

  • Het ontwikkelen van een methodiek om ten minste jaarlijks het effect van verschillende droogte-indicatoren op de toegevoegde waarde van economische sectoren statistisch te bepalen;
  • Data, inzichten en empirische relaties/correlaties verkrijgen om te vergelijken met de modelvoorspellingen van het effect van droogte op sectoren uit de DPZW-Effectmodules.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft daartoe een haalbaarheidsstudie uitgevoerd. In deze studie is een econometrisch tijdreeksmodel toegepast om het effect van enkele droogte-indicatoren op de economische ontwikkeling van verschillende sectoren statistisch te bepalen. Het ontwikkelen van deze methodiek staat niet zozeer centraal, deze is namelijk recent al toegepast om het effect van afwijkend weer op verschillende economische sectoren statistisch te bepalen. De haalbaarheidsvraag is met name of de methodiek ook significante resultaten oplevert voor de combinaties van economische sectoren en droogte-indicatoren. Daarnaast wordt gekeken of de behaalde pilotresultaten in deze mate van detail goed uitlegbaar en bruikbaar zijn voor het ministerie van IenW, en om te vergelijken met de DPZW-Effectmodules. Hierbij is het belangrijk dat er geen ‘schade’, bijvoorbeeld in de zin van schade aan activa van bedrijven, wordt gemeten aan een economische sector door droogte. Er wordt gekeken wat het effect op de toegevoegde waarde van een sector is als een droogte-indicator afwijkt van het langjarig gemiddelde. Dit droogte-effect kan zowel negatief (bovengemiddelde droogte leidt tot minder toegevoegde waarde) als positief (meer toegevoegde waarde) zijn.

In dit rapport geven wij een korte beschrijving van de onderzochte economische sectoren en droogte-indicatoren. Deze zijn in samenspraak met het ministerie van IenW, Rijkswaterstaat, Deltares en KNMI opgesteld. Daarnaast geven wij een beschrijving van de gehanteerde methode en een korte duiding van de pilotresultaten; de volledige pilotresultaten zijn opgenomen in de bijbehorende tabellenset. Het rapport sluit af met enkele algemene bevindingen, conclusies met betrekking tot de bruikbaarheid van de methodiek voor de beoogde doelen en aanbevelingen voor vervolgstudie.