Levensverwachting in Caribisch Nederland, 1998-2025
Over deze publicatie
Dit artikel beschrijft de berekeningswijze en de uitkomsten van de levensverwachting bij de geboorte in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) over de periode 1998-2025. In eerdere artikelen is de levensverwachting in Caribisch Nederland voor de periode 1998-2023 (Stoeldraijer en Wennekes, 2024), 1998-2019 (Stoeldraijer en van der Reijden, 2021) en 1998-2012 (Stoeldraijer, 2014) beschreven.
Vanwege het relatief kleine aantal inwoners van Caribisch Nederland verschilt de methodiek van het CBS voor de berekening van de levensverwachting van inwoners van Caribisch Nederland van het Europese deel van Nederland. De levensverwachting bij geboorte in Caribisch Nederland ligt tot 2015 gemiddeld wat lager dan in Europees Nederland. In de periode erna gemiddeld juist wat hoger. Ook in Caribisch Nederland is de levensverwachting sinds de coronapandemie veranderd, maar anders dan in Europees Nederland. Er is echter geen significant verschil in de levensverwachting tussen Europees en Caribisch Nederland.
1. Inleiding
De levensverwachting bij geboorte is een veelgebruikte maat voor de gezondheidstoestand van de bevolking. De overheid gebruikt de levensverwachting - het aantal nog te verwachten levensjaren (Stoeldraijer en Harmsen, 2017) - voor beleid, zoals de aanpassing van de AOW-gerechtigde leeftijd, en verzekeraars en pensioenfondsen gebruiken de levensverwachting voor bijvoorbeeld het bepalen van de premie voor het ouderdomspensioen.
De levensverwachting wordt berekend met behulp van een overlevingstafel. Hiervoor zijn uitgebreide sterfte- en bevolkingsgegevens van de populatie nodig. Het berekenen van de levensverwachting voor kleine geografische gebieden is daardoor vaak niet mogelijk of brengt meer complexe berekeningen met zich mee.
In dit artikel worden de berekeningswijze en uitkomsten van de levensverwachting voor Caribisch Nederland beschreven. Sinds 10 oktober 2010 maken Bonaire, Sint Eustatius en Saba als drie afzonderlijke openbare lichamen (ook wel bijzondere gemeenten genoemd) deel uit van Nederland. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft ervoor gekozen om statistische gegevens over Caribisch Nederland als afzonderlijke statistieken te presenteren en niet te integreren in de bestaande statistische overzichten. Doordat Caribisch Nederland relatief weinig inwoners heeft, is de standaard berekening van de levensverwachting niet geschikt. In 2014 is een methodiek ontwikkeld voor de levensverwachting in Caribisch Nederland en zijn de uitkomsten voor de jaren 1998-2012 gepubliceerd (Stoeldraijer, 2014). In een volgend artikel in 2021 is de periode uitgebreid tot en met 2019 en de methodiek iets aangepast. In 2024 is de periode uitgebreid tot en met 2023. Uit deze artikelen kon geconcludeerd worden dat de levensverwachting in Caribisch Nederland niet significant verschilt van Europees Nederland. In 2026 is de methodiek iets aangepast waardoor een laatste correctiestap overbodig is geworden. De aangepaste methodiek heeft weinig effect op de definitieve levensverwachting. De conclusie is net als in eerdere artikelen dat de levensverwachting in Caribisch Nederland niet significant verschilt van Europees Nederland.
2. Data en methoden
2.1 Data
Voor Caribisch Nederland zijn gegevens beschikbaar van de bevolking op 1 januari over de periode 1998 tot en met 2026. Het aantal overledenen per jaar is beschikbaar van 1998 tot en met 2025.
Gegevens over de bevolking op 1 januari en het aantal overledenen per jaar over de periode 1998-2010 zijn afkomstig van het Central Bureau of Statistics Netherlands Antilles and Island Registries (CBS-NA). Cijfers van de jaren voor 2010 zijn bepaald door mutatiegegevens toe te passen op de bevolkingsgrootte vastgesteld tijdens de volkstelling van 2001. Het gaat hier om geboorte, sterfte, immigratie en emigratie.
Vanaf 2010 zijn de gegevens gebaseerd op informatie die het CBS ontvangt uit de Persoonsinformatievoorziening Nederlandse Antillen en Aruba (PIVA), de bevolkingsadministratie voor Caribisch Nederland. De gegevens van het CBS-NA en het CBS bevatten in 2010 een trendbreuk als gevolg van deze wijziging in bron.
2.2 CBS-overlevingstafel
De levensverwachting bij geboorte en op verschillende leeftijden wordt berekend aan de hand van een overlevingstafel (Stoeldraijer en Harmsen, 2017). Overlevingstafels beschrijven het sterfte- en overlevingspatroon in een bevolking. Als basis voor de overlevingstafel dienen de waargenomen leeftijdsspecifieke sterftegegevens voor een bepaald jaar (of jaren) en de waargenomen leeftijdsspecifieke bevolkingsaantallen aan het begin en het einde van dat jaar (of die jaren).
Een overlevingstafel bevat de kolommen sterftekans, levenden, overledenen en levensverwachting, uitgezet naar leeftijd (zie Levensverwachting; geslacht, leeftijd (per jaar en periode van vijf jaren)). De sterftekans is de kans op overlijden tussen de huidige leeftijd en de volgende leeftijd. Het aantal levenden in een overlevingstafel is het aantal mensen dat nog in leven is op een bepaalde leeftijd van een fictieve beginpopulatie die gedefinieerd wordt op leeftijd 0. Het aantal overledenen in een overlevingstafel is het aantal personen dat overlijdt tussen de huidige leeftijd en de volgende leeftijd in de tafel. De levensverwachting is het aantal jaren dat iemand op een bepaalde leeftijd naar verwachting nog te leven heeft, uitgaande van de sterftekansen in de overlevingstafel.
De aantallen levenden en overledenen in een overlevingstafel hebben betrekking op een tafelbevolking en komen dus niet overeen met de werkelijke aantallen levenden en overledenen in een bepaalde periode. Met tafelbevolking wordt een fictief cohort van doorgaans 100 duizend mannen of vrouwen bedoeld dat op iedere leeftijd is blootgesteld aan de geslachts- en leeftijdsspecifieke sterftekansen zoals waargenomen in de geselecteerde periode.
Behalve per leeftijd kunnen overlevingstafels ook voor groepen van leeftijden worden berekend. Deze worden ook wel aangeduid als ‘verkorte’ overlevingstafels. Bij de verkorte overlevingstafel worden vaak vijfjaarsleeftijdsgroepen gebruikt, met uitzondering van de eerste leeftijdsgroep, die wordt opgesplitst in 0 jaar en 1–4 jaar. De bovengrens voor de leeftijd – in zowel de complete als verkorte overlevingstafel – hangt af van de waargenomen sterftegegevens, maar vaak wordt een open interval gebruikt, zoals 99 jaar of ouder.
De CBS-overlevingstafel voor het Europese deel van de Nederlandse bevolking wordt berekend per jaar en per leeftijd met een bovengrens van 99 jaar of ouder. Daarnaast is er een tijdreeks beschikbaar sinds 1861 met de levensverwachting per periode van vijf jaren.
2.3 Overlevingstafel Caribisch Nederland
Vanwege het kleine aantal inwoners van Caribisch Nederland wordt voor de berekening van de sterftekansen een andere methodiek gehanteerd dan voor Europees Nederland. De methode, die in deze paragraaf wordt beschreven, wordt toegepast op de gegevens in de periode 1998 tot en met 2025. In paragraaf 3.2 worden de resultaten van de tussenstappen visueel weergegeven voor de levensverwachting bij geboorte.
Voor de berekening van de levensverwachting in Caribisch Nederland wordt allereerst voor elk jaar de verkorte overlevingstafel uitgerekend waarbij gebruik wordt gemaakt van vijfjaarsleeftijdsgroepen en een bovengrens van 85 jaar of ouder. De sterftekansen onder leeftijd 55 worden vervangen door de sterftekansen over de hele periode (1998-2025) tezamen, vanwege het kleine aantal overledenen in deze leeftijdscategorieën. Hierbij wordt de tijdsontwikkeling zoals in Europees Nederland is waargenomen, meegenomen in de berekening.
Vervolgens wordt een regressie toegepast op de berekende sterftekansen om ook de schommelingen over de jaren glad te strijken. Hiervoor wordt een Poisson-regressie gebruikt, zodat de sterftekansen niet negatief worden.
3. Resultaten
3.1 Bevolkingsontwikkeling Caribisch Nederland
Op 1 januari 2026 telde Caribisch Nederland 33,2 duizend inwoners. Vergeleken met het Europese deel van Nederland is met name het aandeel ouderen kleiner. De gemiddelde leeftijd ligt dan ook 2 jaar lager dan in het Europese deel van Nederland. Dit verschil neemt wel iets af: het aandeel ouderen is sinds 2011 toegenomen in Caribisch Nederland. Eind jaren ’90 had Caribisch Nederland nog ruim 16 duizend inwoners. Tot 2003 daalde het aantal inwoners tot onder de 14 duizend, waarna het aantal geleidelijk toenam. Na 2020 is de bevolking van Caribisch Nederland wat sneller gegroeid door toegenomen immigratie. In de jaren voor 2010 lag het aantal overleden inwoners van Caribisch Nederland rond de 90 per jaar. In de periode daarna, van 2010 tot 2020 overleden zo’n 120 inwoners per jaar. Sindsdien is dat geleidelijk gestegen naar 200 per jaar.
| Caribisch Nederland, overledenen | Caribisch Nederland, bevolking op 1 januari | Europees Nederland, overledenen | Europees Nederland, bevolking op 1 januari | |
| 1998 | 89 | 16536 | 137482 | 15654192 |
| 1999 | 96 | 16097 | 140487 | 15760225 |
| 2000 | 108 | 15178 | 140527 | 15863950 |
| 2001 | 71 | 14442 | 140377 | 15987075 |
| 2002 | 88 | 13915 | 142355 | 16105285 |
| 2003 | 92 | 13784 | 141936 | 16192572 |
| 2004 | 106 | 13969 | 136553 | 16258032 |
| 2005 | 89 | 14435 | 136402 | 16305526 |
| 2006 | 84 | 15196 | 135372 | 16334210 |
| 2007* | 77 | 15730 | 133022 | 16357992 |
| 2008* | 67 | 16384 | 135136 | 16405399 |
| 2009* | 72 | 17335 | 134235 | 16485787 |
| 2010 | 117 | 18027 | 136058 | 16574989 |
| 2011 | 140 | 21087 | 135741 | 16655799 |
| 2012 | 95 | 22304 | 140813 | 16730348 |
| 2013 | 109 | 23296 | 141245 | 16779575 |
| 2014 | 136 | 24279 | 139223 | 16829289 |
| 2015 | 122 | 24593 | 147134 | 16900726 |
| 2016 | 99 | 24548 | 148997 | 16979120 |
| 2017 | 134 | 24439 | 150214 | 17081507 |
| 2018 | 102 | 25052 | 153363 | 17181084 |
| 2019 | 125 | 25157 | 151885 | 17282163 |
| 2020 | 143 | 25987 | 168678 | 17407585 |
| 2021 | 162 | 26805 | 170972 | 17475415 |
| 2022 | 196 | 27726 | 170112 | 17590672 |
| 2023 | 169 | 29418 | 169521 | 17811291 |
| 2024 | 181 | 30397 | 172165 | 17942942 |
| 2025 | 203 | 31980 | 173494 | 18044027 |
| 2026 | 33229 | 18130208 | ||
* Het aantal overledenen in Saba en Sint Eustatius ontbreekt
3.2 Uitkomsten
Het startpunt van de berekening van de levensverwachting in Caribisch Nederland is het uitrekenen van een verkorte overlevingstafel met als bovengrens de leeftijd van 85 jaar of ouder. Dit geeft een fluctuerende levensverwachting bij geboorte (lichtblauwe lijn in grafiek 3.2.1). Voor 2015 ligt de levensverwachting in Caribisch Nederland in de meeste jaren lager dan in Europees Nederland. Na 2015 ligt de levensverwachting in Caribisch Nederland in de meeste jaren juist wat hoger.
Vervolgens worden de sterftekansen onder 55 jaar vervangen door de leeftijdsspecifieke sterftekansen (inclusief een tijdsontwikkeling) over de hele periode. Op deze manier worden de sterftekansen uitgemiddeld. Deze kunnen anders in de ene leeftijdsgroep heel hoog zijn doordat er iemand is overleden en in een andere leeftijdsgroep juist gelijk aan nul omdat er niemand in die leeftijdsgroep is overleden. Deze aanpassing geeft nog steeds een fluctuerend beeld van de levensverwachting bij geboorte (donkerblauwe lijn in grafiek 3.2.1).
De laatste stap is het toepassen van een Poisson-regressie op de sterftekansen. Hierbij worden de leeftijdsgroepen als factoren behandeld, terwijl de jaren een derdegraads polynoom vormen. Op deze manier worden de sterftekansen per leeftijdsgroep gemiddeld over de jaren, maar wordt er wel rekening gehouden met een toename of afname over de tijd. Het resultaat is een gladde levensverwachting bij geboorte (lichtgroene lijn in grafiek 3.2.1).
| Europees Nederland (Jaren) | Caribisch Nederland, startpunt (Jaren) | Caribisch Nederland, gecorrigeerd (Jaren) | Caribisch Nederland, definitief (Jaren) | |
|---|---|---|---|---|
| 1998 | 78 | 77,4 | 77,9 | 78,9 |
| 1999 | 78 | 77,3 | 77,6 | 78,1 |
| 2000 | 78,1 | 74,5 | 75,8 | 77,5 |
| 2001 | 78,3 | 80,3 | 79,4 | 77,2 |
| 2002 | 78,4 | 78,4 | 76,7 | 76,9 |
| 2003 | 78,7 | 77,1 | 76,4 | 76,9 |
| 2004 | 79,2 | 75,6 | 75,7 | 76,9 |
| 2005 | 79,5 | 77,7 | 78,4 | 77,1 |
| 2006 | 79,8 | 78,5 | 79,7 | 77,4 |
| 2007 | 80,2 | 76,4 | 77,3 | 77,7 |
| 2008 | 80,4 | 79,2 | 79,1 | 78,1 |
| 2009 | 80,7 | 79,6 | 78,8 | 78,6 |
| 2010 | 80,8 | 78,6 | 79,2 | 79,1 |
| 2011 | 81,1 | 77,9 | 78,5 | 79,6 |
| 2012 | 81 | 83 | 82,4 | 80,2 |
| 2013 | 81,3 | 82 | 82,1 | 80,7 |
| 2014 | 81,6 | 79,9 | 80,6 | 81,3 |
| 2015 | 81,5 | 81,6 | 81,4 | 81,7 |
| 2016 | 81,5 | 84,6 | 84,6 | 82,2 |
| 2017 | 81,7 | 81,5 | 81,3 | 82,6 |
| 2018 | 81,8 | 85,7 | 85,3 | 82,8 |
| 2019 | 82 | 83,4 | 82,4 | 83 |
| 2020 | 81,4 | 83,3 | 83,3 | 83,1 |
| 2021 | 81,3 | 82,1 | 81,5 | 83 |
| 2022 | 81,6 | 80 | 80,2 | 82,8 |
| 2023 | 81,8 | 82,4 | 82,5 | 82,4 |
| 2024 | 81,9 | 82,3 | 82,1 | 81,9 |
| 2025 | 82,1 | 81,7 | 82,7 | 81,2 |
Tot en met 2014 ligt de levensverwachting in Europees Nederland gemiddeld hoger dan in Caribisch Nederland, maar in de periode erna is dit juist omgekeerd. In de meest recente periode (2023 tot en met 2025) ligt de levensverwachting dicht bij die van Europees Nederland. De levensverwachting in Caribisch Nederland steeg van 2003 tot 2019, daarna is een lichte daling zichtbaar. In Europees Nederland nam de levensverwachting in de periode 2002-2012 sterker toe dan gemiddeld en na 2012 zette deze trend niet door (Stoeldraijer, 2020). Aan het begin van de coronapandemie is er voor Europees Nederland een daling zichtbaar van de levensverwachting in 2020 met in de jaren erna een licht herstel. In Caribisch Nederland is er geen zichtbare daling in 2020, maar is wel duidelijk dat de stijgende trend van voor de coronapandemie niet doorzet. In de meest recente periode (2023 tot en met 2025) was de ruwe levensverwachting in Caribisch Nederland vrij stabiel. Er lijkt geen sprake te zijn van een dalende trend. Door de sterke fluctuaties in de levensverwachting voor Caribisch Nederland is de precieze richting echter onzeker en zal deze pas na een wat langere tijd duidelijker worden.
De levensverwachting in Caribisch Nederland ligt voor vrouwen hoger dan voor mannen, net als in Europees Nederland het geval is. Op basis van het startpunt van de berekening, waarin veel fluctuaties te zien zijn, is de levensverwachting voor mannen in enkele jaren hoger dan voor vrouwen. Door het kleine aantal inwoners kan dit wel eens voorkomen. Het verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen op basis van de modelwaarden is in de eerste tien jaar van de periode iets afgenomen en daarna weer toegenomen tot 4 jaar. In Europees Nederland is het verschil tussen mannen en vrouwen in 2023 3 jaar. Ook hier was vanaf 1998 een afname te zien in het verschil, maar dit is meer geleidelijk verminderd in de periode.
| Definitief mannen (Jaren) | Startpunt mannen (Jaren) | Definitief vrouwen (Jaren) | Startpunt vrouwen (Jaren) | |
|---|---|---|---|---|
| 1998 | 76,8 | 73,3 | 81 | 86,4 |
| 1999 | 76,1 | 76,1 | 80,1 | 78,6 |
| 2000 | 75,6 | 73,1 | 79,4 | 76 |
| 2001 | 75,3 | 87,7 | 78,9 | 79,2 |
| 2002 | 75,1 | 76,1 | 78,6 | 80,9 |
| 2003 | 75 | 75,4 | 78,5 | 78,4 |
| 2004 | 75,1 | 73,6 | 78,5 | 77,5 |
| 2005 | 75,3 | 76,1 | 78,6 | 79,7 |
| 2006 | 75,6 | 76,2 | 78,9 | 81,3 |
| 2007 | 75,9 | 70,7 | 79,2 | 84,4 |
| 2008 | 76,3 | 76,9 | 79,6 | 81,8 |
| 2009 | 76,8 | 78,2 | 80,1 | 81,1 |
| 2010 | 77,3 | 78,2 | 80,6 | 79 |
| 2011 | 77,8 | 76 | 81,2 | 80,5 |
| 2012 | 78,4 | 83 | 81,7 | 83,2 |
| 2013 | 78,9 | 80,6 | 82,3 | 83,6 |
| 2014 | 79,4 | 77,6 | 82,9 | 82,7 |
| 2015 | 79,9 | 79,8 | 83,4 | 84,1 |
| 2016 | 80,3 | 81,9 | 83,9 | 88 |
| 2017 | 80,7 | 80,6 | 84,3 | 83 |
| 2018 | 80,9 | 89,7 | 84,7 | 84,8 |
| 2019 | 81,1 | 80,5 | 85 | 86,6 |
| 2020 | 81,2 | 79,5 | 85,1 | 89,1 |
| 2021 | 81,1 | 81,3 | 85,1 | 83 |
| 2022 | 80,9 | 78,4 | 85 | 81,8 |
| 2023 | 80,5 | 81,4 | 84,7 | 83,6 |
| 2024 | 80 | 80,3 | 84,3 | 84,7 |
| 2025 | 79,3 | 78,6 | 83,7 | 85,6 |
3.3 Onzekerheidsmarges
Met behulp van de berekende sterftekansen, de waargenomen bevolkingsaantallen en de methode in Silcocks, Jenner en Reza (2001) kunnen onzekerheidsmarges worden berekend rond de levensverwachting bij geboorte en op iedere leeftijd. De onzekerheidsmarges geven de bandbreedte weer waarbinnen de jaar-op-jaar-variatie in de levensverwachting naar alle waarschijnlijkheid zal liggen.
In grafiek 3.3.1 wordt de levensverwachting weergegeven met de onzekerheidsmarge rondom de levensverwachting van Caribisch Nederland. Van 2007 tot 2010 is de onzekerheid iets groter dan in de jaren hier direct voor en na. Dat komt doordat voor deze jaren alleen de sterftecijfers van Bonaire beschikbaar zijn. De totale bandbreedte neemt af: van 8 jaar in 1998 tot 5 jaar in 2025. Wat opvalt is dat de levensverwachting in het Europese deel van Nederland volledig binnen de marge valt van de levensverwachting in Caribisch Nederland. Hieruit kan worden opgemaakt dat de levensverwachting in Caribisch Nederland niet significant verschilt van de levensverwachting in het Europese deel van Nederland.
| Europees Nederland (Jaren) | Caribisch Nederland (Jaren) | Caribisch Nederland (95%-betrouwbaarheidsinterval) (Jaren) | |
|---|---|---|---|
| 1998 | 78 | 78,9 | 75 – 82,8 |
| 1999 | 78 | 78,1 | 74,3 – 82 |
| 2000 | 78,1 | 77,5 | 73,7 – 81,4 |
| 2001 | 78,3 | 77,2 | 73,3 – 81,0 |
| 2002 | 78,4 | 76,9 | 73,1 – 80,8 |
| 2003 | 78,7 | 76,9 | 73,1 – 80,7 |
| 2004 | 79,2 | 76,9 | 73,2 – 80,7 |
| 2005 | 79,5 | 77,1 | 73,4 – 80,7 |
| 2006 | 79,8 | 77,4 | 73,8 – 80,9 |
| 2007 | 80,2 | 77,7 | 73,6 – 81,8 |
| 2008 | 80,4 | 78,1 | 74,1 – 82,1 |
| 2009 | 80,7 | 78,6 | 74,7 – 82,5 |
| 2010 | 80,8 | 79,1 | 75,9 – 82,3 |
| 2011 | 81,1 | 79,6 | 76,6 – 82,7 |
| 2012 | 81 | 80,2 | 77,2 – 83,2 |
| 2013 | 81,3 | 80,7 | 77,8 – 83,7 |
| 2014 | 81,6 | 81,3 | 78,3 – 84,2 |
| 2015 | 81,5 | 81,7 | 78,8 – 84,7 |
| 2016 | 81,5 | 82,2 | 79,2 – 85,2 |
| 2017 | 81,7 | 82,6 | 79,6 – 85,5 |
| 2018 | 81,8 | 82,8 | 79,9 – 85,8 |
| 2019 | 82 | 83 | 80,1 – 85,9 |
| 2020 | 81,4 | 83,1 | 80,3 – 85,9 |
| 2021 | 81,3 | 83 | 80,3 – 85,8 |
| 2022 | 81,6 | 82,8 | 80,2 – 85,4 |
| 2023 | 81,8 | 82,4 | 79,9 – 85,0 |
| 2024 | 81,9 | 81,9 | 79,5 – 84,3 |
| 2025 | 82,1 | 81,2 | 78,9 – 83,5 |
4. Conclusies
Referenties
Silcocks, P.B.S., D.A. Jenner en R. Reza (2001), Life expectancy as a summary of mortality in a population: statistical considerations and suitability for use by health authorities, Journal of Epidemiology Community Health, 55, p38–43.
Stoeldraijer, L. (2014). Levensverwachting in Caribisch Nederland verschilt weinig met Nederland. Bevolkingstrends, maart 2014.
Stoeldraijer, L. en C. Harmsen (2017). De levensverwachting meet de sterfte. Bevolkingstrends, 2017|04.
Stoeldraijer, L. (2020). Sterfte en levensverwachting in de 21ste eeuw: waarom veranderde de trend rond 2012? Statistische Trends, 25 september 2020.
Stoeldraijer, L. en P. van der Reijden (2021). Levensverwachting in Caribisch Nederland, 1998-2019. Statistische Trends, 6 december 2021.
Stoeldraijer, L. en M. Wennekes (2024). Levensverwachting in Caribisch Nederland, 1998-2023. Statistische Trends, 30 september 2024.