Doorontwikkeling provinciale natuurindicatoren

3. Toepassen minimale teldekking

Toepassen minimale teldekking 

Aan de hand van de resultaten van de simulatie datasets en het bijbehorende model zijn de vuistregels bepaald voor de minimaal benodigde teldekking voor betrouwbare trendberekeningen (zie voorbeelden in Figuur 3).  

Bij het berekenen van de trends per soort per provincie zijn de parameters rondom de teldekking ook bepaald (Tabel 2). Alleen het aantal plots kan een onderschatting zijn van het werkelijke aantal plots waarin de soort is waargenomen, aangezien het verband tussen de plots per jaar niet is meegenomen.

3.1 Hoe de teldekking parameters per soort en per provincie zijn bepaald
ParameterBeschrijving
Aantal jarenSommatie van het aantal jaren waarin de soort is waargenomen
Aantal plotsMaximum van het aantal plots over de jaren waarop de soort is
waargenomen
Aantal observatiesSommatie van het aantal plots over de jaren waarop de soort is
waargenomen

Een overzicht van de vuistregels die bepalen of de teldekking per soort en per provincie voldoende is voor een betrouwbare trendberekening is te vinden in Tabel 3. Trends worden per definitie onbetrouwbaar geacht bij minder dan 5 jaar of 5 plots aan data. Trend per soort per provincie die als classificatie onbetrouwbaar krijgen zullen worden weglaten uit de provinciale graadmeters.

3.2 Vuistregels voor het bepalen van de betrouwbaarheid van de trend aan de hand van de teldekking
BetrouwbaarRegel
JaAantal jaren > 25 en aantal observaties > 10
Aantal observaties van per soort per provincie > Aantal observaties nodig volgens
het model
NeeAantal observaties van per soort per provincie < Aantal observaties nodig volgens
het model
Aantal plots < 5
Aantal jaren < 5