Primaire energiefactoren voor de EU-Richtlijn Energieprestatie Gebouwen

3. Uitkomsten

In tabel 3.1 staan de uitkomsten voor de jaren 2000, 2005, 2010, 2015, 2020 en 2023. De Excel rekensheet met onderliggende berekeningen en tussenliggende jaren is op aanvraag beschikbaar.

3.1 Rendementen en primaire energiefactoren voor elektriciteit en onderliggende posten
200020052010201520202023
Inzet primaire energie gealloceerd aan
elektriciteit (PJ LHV)1)
Hernieuwbaar11436360143227
Inzet primaire energie gealloceerd aan
elektriciteit (PJ LHV)1)
Niet-hernieuwbaar614659728671552403
Inzet primaire energie gealloceerd aan
elektriciteit (PJ LHV)1)
Totaal624703791731695630
Inzet primaire energie gealloceerd aan
elektriciteit (PJ HHV)2)
Hernieuwbaar11476863149232
Inzet primaire energie gealloceerd aan
elektriciteit (PJ HHV)2)
Niet-hernieuwbaar659710788712603437
Inzet primaire energie gealloceerd aan
elektriciteit (PJ HHV)2)
Totaal670757856775752670
Netto productie elektriciteit, afgeleverd
bij gebruiker (PJ)
Hernieuwbaar6213139104185
Netto productie elektriciteit, afgeleverd
bij gebruiker (PJ)
Niet-hernieuwbaar269287335298284197
Netto productie elektriciteit, afgeleverd
bij gebruiker (PJ)
Totaal274308367337388382
Rendement3) (LHV) %Hernieuwbaar54,247,949,865,972,481,5
Rendement3) (LHV) %Niet-hernieuwbaar43,843,546,044,451,548,9
Rendement3) (LHV) %Totaal43,943,846,346,155,860,7
Rendement3) (HHV) %Hernieuwbaar50,844,246,362,969,679,8
Rendement3) (HHV) %Niet-hernieuwbaar40,740,442,541,847,145,1
Rendement3) (HHV) %Totaal40,940,642,843,551,657,1
Primaire energiefactor4) (LHV)Hernieuwbaar0,040,140,170,180,370,59
Primaire energiefactor4) (LHV)Niet-hernieuwbaar2,242,141,991,991,421,05
Primaire energiefactor4) (LHV)Totaal2,282,282,162,171,791,65
Primaire energiefactor4) (HHV)Hernieuwbaar0,040,150,190,190,380,61
Primaire energiefactor4) (HHV)Niet-hernieuwbaar2,402,312,152,111,551,14
Primaire energiefactor4) (HHV)Totaal2,442,462,342,301,941,75
1) LHV staat Lower Heating Value, energie-inhoud berekend op basis van de onderste verbrandingswaarde.
2) HHV staat voor Higher Heating Value, energie-inhoud berekend op basis van de bovenste verbrandingswaarde.
3) Rendementen zijn berekend door de productie van elektriciteit te delen door de bijbehorende inzet.
4) De primaire energieactoren zijn berekend door de inzet steeds te delen door de totale netto elektriciteitsproductie. De primaire energiefactor voor hernieuwbare energie is te interpreteren als de hoeveelheid primaire hernieuwbare energie die in een jaar werd verbruikt per eenheid verbruikte elektriciteit. De primaire energiefactor voor niet-hernieuwbare energie is te interpreteren als de hoeveelheid primaire niet-hernieuwbare energie die in een jaar werd verbruikt per eenheid verbruikte elektriciteit. De som van deze twee factoren levert de totale hoeveelheid primaire energie die werd verbruikt voor een eenheid verbruikte elektriciteit.

De inzet uitgedrukt in HHV is groter dan LHV, omdat daarin de condensatie-energie van het water dat vrijkomt bij de verbranding is meegerekend. Bij de belangrijkste brandstof, aardgas, scheelt dat 11 procent. De hernieuwbare elektriciteitsproductie neemt toe in de tijd en was in 2023 goed voor bijna de helft van de productie. Het rendement van hernieuwbare productie is relatief hoog, omdat zon en wind per definitie een rendement hebben van 100 procent (afgezien van beperkte hoeveelheden eigen verbruik en netverliezen) en neemt ook sterk toe in de tijd, omdat zon en wind veel harder gegroeid zijn dan elektriciteit uit biomassa. Ook het rendement van de niet-hernieuwbare productie neemt over het geheel genomen toe in de tijd door het in gebruik nemen van nieuwe installaties met een hoog rendement en uit gebruik nemen van oudere installaties met een laag rendement.

De totale primaire energiefactor is berekend door de energie-inzet voor elektriciteitsproductie te delen door de totale netto elektriciteitsproductie. De hernieuwbare primaire energiefactor is berekend door de hernieuwbare energie-inzet te delen door totale netto elektriciteitsproductie. De niet-hernieuwbare primaire energiefactor is berekend door de niet-hernieuwbare energie-inzet te delen door de totale netto elektriciteitsproductie. De primaire energiefactor voor hernieuwbare energie in een bepaald jaar is te interpreteren als de hoeveelheid primaire hernieuwbare energie die in dat jaar werd verbruikt per eenheid verbruikte elektriciteit. De primaire energiefactor voor niet-hernieuwbare energie in een bepaald jaar is te interpreteren als de hoeveelheid primaire niet-hernieuwbare energie die in dat jaar werd verbruikt per eenheid verbruikte elektriciteit. De som van hernieuwbare en niet-hernieuwbare primaire energiefactoren is gelijk aan de totale primaire energiefactor.

In de bestaande jaarlijkse CBS-publicatie Rendementen en CO2-emissie van elektriciteitsproductie in Nederland werd jaarlijks het rendement op primair fossiel gepubliceerd. Dit is qua definitie gelijk aan de inverse van de primaire energiefactor voor niet-hernieuwbare energie: één gedeeld door de primaire factor is het rendement. Door toepassen van een gedetailleerdere berekening wijken de nieuwe cijfers iets af van de tot nu toe gepubliceerde cijfers. Ter indicatie: volgens de oude methode kwam de primaire energiefactor voor de bovenste verbrandingswaarde voor niet-hernieuwbare energie in 2023 uit op 1,16. De nieuwe methode komt uit op 1,14.

Dankwoord

Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), de Nederlandse Organisatie voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) hebben commentaar gegeven op eerdere versies van deze notitie. Wij danken hen hiervoor.