Wijk- en buurtindeling

Alle gemeenten in Nederland zijn ingedeeld in wijken en buurten. Gemeenten beheren hun eigen wijk- en buurtindeling (WBI) en stellen de grenzen en namen van hun wijken en buurten vast. Het CBS coördineert de indelingen landelijk, voegt deze samen tot één landelijk dekkende WBI en stelt voor iedere gemeente, wijk en buurt een unieke code vast.
De WBI vormt de basis voor statistieken op wijk- en buurtniveau. De indeling wordt daarnaast gebruikt voor onderzoek, beleid en de uitvoering van gemeentelijke taken.
Wijken en buurten
De WBI is een hiërarchische onderverdeling van gemeenten. Een buurt is het laagste regionale niveau binnen een gemeente. Buurten vormen samen wijken en wijken vormen samen de gemeente. De indeling dekt het volledige grondgebied van een gemeente, zonder gaten of overlap.
Gemeenten bepalen zelf hoe hun grondgebied wordt ingedeeld. Ruimtelijke ordening en historische en stedenbouwkundige kenmerken zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. Zo kunnen woongebieden, bedrijventerreinen, recreatiegebieden en buitengebied als afzonderlijke buurten worden onderscheiden.
Rolverdeling tussen gemeenten en het CBS
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor hun eigen WBI. De definitieve indeling wordt door of namens het college van burgemeester en wethouders vastgesteld.
Het CBS:
- coördineert de wijk- en buurtindelingen voor heel Nederland;
- controleert aangeleverde indelingen onder meer op gaten, overlap en codering;
- voegt de gemeentelijke indelingen samen tot één landelijk dekkende WBI;
- stelt voor iedere gemeente, wijk en buurt een unieke code vast;
- adviseert gemeenten desgewenst bij het vaststellen of wijzigen van hun indeling;
- gebruikt de landelijke WBI voor de publicatie van geografische bestanden en statistieken over wijken en buurten.
Richtlijnen voor wijken en buurten
Het CBS heeft samen met gemeenten richtlijnen opgesteld voor het vaststellen en wijzigen van de WBI. Deze dragen bij aan de uniformiteit, stabiliteit en vergelijkbaarheid van de indeling.
Belangrijke uitgangspunten zijn:
- wijken en buurten worden afgebakend op basis van ruimtelijke ordening en historische of stedenbouwkundige kenmerken;
- herkenbare fysieke grenzen, zoals wegen, spoorwegen en waterwegen, worden waar mogelijk als grens gebruikt;
- buurten worden zo afgebakend dat zij zoveel mogelijk samenhang vertonen in bebouwing en functie;
- de schaalgrootte van buurten is zoveel mogelijk vergelijkbaar;grenzen en codes blijven zoveel mogelijk stabiel door de tijd;
- namen sluiten zoveel mogelijk aan bij plaatselijk gangbare namen.
Stabiliteit is belangrijk omdat wijzigingen van grenzen of codes de vergelijking van cijfers door de tijd kunnen bemoeilijken. Een bestaande indeling wordt daarom bij voorkeur alleen gewijzigd als ruimtelijke of bestuurlijke ontwikkelingen daar aanleiding toe geven.
Meer informatie staat in de Richtlijnen voor gemeenten bij het vaststellen van een indeling naar wijken en buurten.
Wijzigingen doorgeven
Een gemeente kan de WBI wijzigen, bijvoorbeeld vanwege nieuwbouw, uitbreiding van bebouwd gebied, de aanleg van infrastructuur, een verandering in de functie van een gebied of een gemeentelijke herindeling.
Een nieuwe indeling gaat bij voorkeur in op 1 januari. Voor opname in de landelijke WBI van hetzelfde jaar moet de definitieve indeling uiterlijk 1 april bij het CBS zijn aangeleverd.
Bij wijzigingen van grenzen levert de gemeente een GIS-bestand met de volledige buurtindeling aan, inclusief de bijbehorende codes en namen van buurten en wijken. Als alleen codes of namen veranderen en de grenzen gelijk blijven, kan worden volstaan met een was-wordt-lijst. Bij de definitieve aanlevering wordt ook een digitale kopie van het bestuursbesluit meegestuurd.
Gemeenten kunnen voorgenomen wijzigingen vooraf met het CBS bespreken of een conceptindeling ter beoordeling voorleggen.
Vragen en wijzigingen kunnen worden gestuurd naar wbicontact@cbs.nl.