NWO-programma’s vergroten onderzoeksmogelijkheden van het CBS

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)
© ANP / Laurens van Putten
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) getoetst op voorwaarden om als onderzoeksorganisatie deel te kunnen nemen binnen specifieke programma’s. ‘Dit helpt ons samen met universiteiten, hogescholen en maatschappelijke partners nog beter onderzoek te doen naar maatschappelijk relevante thema’s en onze kennis verder te ontwikkelen’, zegt senior statistisch onderzoeker Marjolijn Das.
NWO investeert in vernieuwend onderzoek en onderzoeksfaciliteiten, onder andere via het selecteren van onderzoeksvoorstellen. Vaak is het indienen van voorstellen voorbehouden aan onderzoekers in dienst van een universiteit, maar soms mogen ook onderzoekers werkzaam aan andere onderzoeksinstellingen een aanvraag doen. ‘Dat het CBS aan deze voorwaarden van NWO voldoet, betekent dat wij in voorkomende gevallen, samen met andere partijen, onderzoeksvoorstellen mogen indienen bij NWO’, vertelt Heike Goudriaan. ‘Zonder deze conclusie was dat niet meer mogelijk geweest.’

Als coördinator van het Expertisecentrum CBS en Hoger Onderwijsinstellingen (ECHO) beheert Goudriaan de relaties van het CBS met universiteiten en hogescholen. Zo zijn sommige CBS-medewerkers bijzonder hoogleraar of lector binnen een kennisinstelling; zo’n leerstoel of lectoraat wordt gefinancierd door het CBS. Andere CBS-medewerkers doen promotieonderzoek en worden daarbij begeleid door (co)promotoren van universiteiten. ‘Doordat wij als (mede)aanvrager kunnen blijven indienen bij NWO, kunnen wij nog beter en gemakkelijker samenwerken met academische partners’, zegt Goudriaan.

Elkaar versterken

Goudriaan legt uit: ‘We versterken elkaar en daarmee verhogen we de kwaliteit van het onderzoek. Aan de ene kant heeft het CBS baat bij dit type samenwerkingen, omdat we zo onze methodologische kennis en wetenschappelijk-inhoudelijke kennis over maatschappelijk relevante thema’s op peil houden. Omgekeerd doen onze samenwerkingspartners hun voordeel met onze expertise: het CBS is per uitstek deskundig in het verzamelen, verwerken en analyseren van enorme hoeveelheden data. Wij hebben ook de expertise in huis over inhoudelijke, technische en methodologische aspecten van de data.’

De meeste CBS-medewerkers zijn direct of indirect betrokken bij (statistisch) wetenschappelijk onderzoek. ‘Daarom doet deze mogelijkheid tot indienen bij NWO recht aan de realiteit’, stelt Das. ‘Vrijwel alle CBS-statistieken zijn van input tot output geworteld in wetenschappelijk onderzoek, of het nu gaat om het ontwerpen van vragenlijsten en steekproeftheorie, de methodologie van statistische analyses of om de inhoudelijke kennis van het veld die bepaalt welke statistische output we maken.’

Nieuwe kennis en producten

Het CBS heeft sinds vorig jaar samen met andere partijen onderzoeksaanvragen ingediend bij NWO en zijn na honorering ook al nieuwe onderzoeken van start gegaan. Wanneer stapt het CBS aan boord?

Das: ‘Bij het CBS kennen we werkprogramma’s. Die komen voort uit ons Meerjarenprogramma, waarin de belangrijke maatschappelijke opgaven zijn beschreven waarop het CBS zich richt in een bepaalde periode. Het Meerjarenprogramma sluit aan bij de wettelijke taken van het CBS: het van overheidswege verrichten van statistisch onderzoek en het openbaar maken van betrouwbare statistieken over maatschappelijke en economische onderwerpen. Een specifiek onderzoek waaraan wij samen met andere onderzoeksinstituten werken, moet tot doel hebben zo’n werkprogramma te helpen uit te voeren en daarmee bij te dragen aan de uitvoering van onze wettelijke taak. Een onderzoek moet dus naar verwachting toegevoegde waarde opleveren: brengt het ons nieuwe kennis en leidt het tot nieuwe statistische producten?’

Jongeren en criminaliteit

Das speelt zelf een rol binnen een onderzoeksprogramma dat wordt mogelijk gemaakt door NWO. Het gaat om EPIC: Explaining, Preventing, and Intervening in organized Crime involvement.

Binnen dit consortium van onderzoekers, beleidsmakers en praktijkpartners (zoals politie en gemeenten) is Das promotor van Julie Erber. Zij begeleidt Erber samen met Brenda Bos van het CBS en Steve van de Weijer en Arjan Blokland van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR). Deze begeleiding hoort bij Das’ werk als bijzonder hoogleraar Urban Statistics aan de Erasmus School of Social and Behavioural Sciences van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Het promotieonderzoek moet antwoord geven op belangrijke vragen. Bijvoorbeeld: in hoeverre worden jongeren in hun sociale netwerken blootgesteld aan georganiseerde criminaliteit en wat zijn daarvan de gevolgen? En: in welke sociale netwerken begeven zij zich en wat zijn risicofactoren en beschermende factoren?

Relevant en actueel

Das: ‘EPIC is in 2022 van start gegaan. Arjan Blokland, hoogleraar Criminology & Criminal Justice, was destijds trekker van dit consortium vanuit het NSCR. NWO financierde het onderzoek omdat ‘jongeren en georganiseerde criminaliteit’ een heel relevant en actueel maatschappelijk thema is.’

Sociale netwerk

Het CBS is betrokken bij één van de werkpakketten binnen EPIC. Blokland heeft het CBS mede benaderd vanwege het CBS-Persoonsnetwerk, dat is ontwikkeld binnen het CBS. Het persoonsnetwerk maakt het mogelijk de rol van het sociale netwerk van jongeren bij betrokkenheid in georganiseerde criminaliteit te onderzoeken. Das: ‘De schaal en scope van het persoonsnetwerk waren lang uniek in de wereld; inmiddels zijn dergelijke netwerken ook ontwikkeld in Zweden en Denemarken.’

Vijf contexten

Ze licht toe: ‘Het netwerk bevat vijf contexten waarin mensen elkaar kunnen treffen. Die contexten hebben wij gebaseerd op registergegevens van overheidsinstellingen, bijvoorbeeld de Basisregistratie Personen. Uit de overheidsregisters kunnen we vijf typen relaties afleiden: familie, huisgenoten, buren, collega’s en klasgenoten.’

Das vervolgt: ‘Het netwerk kan gezien worden als een reservoir van potentiële contacten die mensen kunnen hebben. We kunnen dit koppelen aan politiegegevens over verdachten van criminaliteit, en zo wordt duidelijk in hoeverre een jongere in zijn of haar sociale netwerk hieraan wordt blootgesteld. De data zijn uiteraard zeer privacygevoelig. Het CBS neemt een groot aantal maatregelen om te voorkomen dat individuele gegevens van personen, bedrijven of instellingen onthuld worden. Zo krijgen de onderzoekers geen direct identificerende gegevens te zien, zoals naam en adres. Deze worden gepseudonimiseerd.

Verbetering

De deelname aan NWO-programma’s gaat het CBS als onderzoeksorganisatie veel opleveren, zegt Das. “Een eerder onderzoek had ons al geleerd dat jongeren die meer omringd zijn door verdachten van algemene criminaliteit zelf ook een hoger risico hebben om in aanraking te komen met de politie. Dankzij het promotieonderzoek van Julie, die verbonden is aan het NSCR, kan nu verdiepend onderzoek worden gedaan naar dit belangrijke maatschappelijke thema. Vier jaar lang richt zij zich fulltime op dit onderwerp. Dat draagt bij aan verbetering van CBS-producten. Denk aan het blootleggen van statistische trends en publicatie van nieuwe wetenschappelijke artikelen gebaseerd op het model.’