Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Institutionele sectoren Niet-geconsolideerd/geconsolideerd Perioden Middelen Output Output voor eigen finaal gebruik Output voor eigen consumptie (mln euro) Bestedingen Consumptieve bestedingen Totaal (mln euro) Bestedingen Consumptieve bestedingen Collectieve consumptieve bestedingen (mln euro) Bestedingen Consumptieve bestedingen Individuele consumptieve bestedingen Totaal (mln euro) Bestedingen Consumptieve bestedingen Individuele consumptieve bestedingen Overige individuele consumptie (mln euro)
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2020* 50.882 543.176 68.259 474.917 330.593
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2020* 50.882 543.176 68.259 474.917 330.593
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2020*
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2020*
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2020*
Financiële instellingen Geconsolideerd 2020*
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2020*
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2020*
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2020*
Centrale bank Geconsolideerd 2020*
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2020*
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2020*
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2020*
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2020*
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2020*
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2020*
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2020*
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2020*
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2020*
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2020*
Fin. instellingen binnen concernverband Niet-geconsolideerd 2020*
Fin. instellingen binnen concernverband Geconsolideerd 2020*
Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen Niet-geconsolideerd 2020*
Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen Geconsolideerd 2020*
Verzekeringsinstellingen Niet-geconsolideerd 2020*
Verzekeringsinstellingen Geconsolideerd 2020*
Pensioenfondsen Niet-geconsolideerd 2020*
Pensioenfondsen Geconsolideerd 2020*
Overheid Niet-geconsolideerd 2020* 206.639 68.259 138.380
Overheid Geconsolideerd 2020* 206.639 68.259 138.380
Centrale overheid Niet-geconsolideerd 2020* 53.832 41.224 12.608
Centrale overheid Geconsolideerd 2020* 53.832 41.224 12.608
Lokale overheid Niet-geconsolideerd 2020* 84.340 27.035 57.305
Lokale overheid Geconsolideerd 2020* 84.340 27.035 57.305
Socialezekerheidsfondsen Niet-geconsolideerd 2020* 68.467 0 68.467
Socialezekerheidsfondsen Geconsolideerd 2020* 68.467 0 68.467
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. Niet-geconsolideerd 2020* 50.882 336.537 336.537 330.593
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. Geconsolideerd 2020* 50.882 336.537 336.537 330.593
Huishoudens Niet-geconsolideerd 2020* 50.882 330.593 330.593 330.593
Huishoudens Geconsolideerd 2020* 50.882 330.593 330.593 330.593
IZW's t.b.v. huishoudens Niet-geconsolideerd 2020* 5.944 5.944
IZW's t.b.v. huishoudens Geconsolideerd 2020* 5.944 5.944
Buitenland Niet-geconsolideerd 2020*
Buitenland Geconsolideerd 2020*
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft een overzicht van de niet-financiële (lopende) transacties van de institutionele sectoren van de Nederlandse economie. De transacties worden ingedeeld naar middelen en bestedingen. Daarnaast worden ook de saldi van de sectoren weergegeven.
Niet-financiële transacties worden geraamd voor de hoofdsectoren van de economie: niet-financiële vennootschappen, financiële instellingen, overheid, huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en het buitenland. De sectoren financiële instellingen en overheid zijn bovendien nog naar subsectoren uitgesplitst. Sectoren worden zowel geconsolideerd als niet-geconsolideerd gepresenteerd.

Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaargegevens vanaf 1995.
Kwartaalgegevens van af het eerste kwartaal 1999.

Status van de cijfers:
De gegevens van 1995 tot en met 2017 zijn definitief. Gegevens van 2018, 2019 en 2020 hebben de status voorlopig.

Wijzigingen per 26 maart 2021:
Cijfers over het vierde kwartaal van 2020 en het jaar 2020 zijn opgenomen in deze tabel. Ook zijn bijstellingen verwerkt in de eerste drie kwartalen van 2020. In de overheidsfinanciën zijn de cijfers voor de jaren en kwartalen van 1995 t/m 2020 aangepast. De aanpassing is nog niet verwerkt in de Nationale rekeningen. Hierdoor sluiten de gegevens tijdelijk niet volledig aan bij de publicaties van de overheidsfinanciën. De cijfers van de overheidsfinanciën en de Nationale rekeningen sluiten weer volledig aan bij het eerstvolgende publicatiemoment, per 24 juni 2021.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Jaarcijfers:
Na afloop van het verslagjaar worden na 6 en 18 maanden respectievelijk de voorlopige en definitieve jaarramingen gepubliceerd. De cijfers komen jaarlijks in juni beschikbaar op StatLine, de elektronische database van het CBS. Daarnaast worden de cijfers jaarlijks in augustus in 'De Nationale rekeningen' gepubliceerd.
Kwartaalcijfers:
85 dagen na afloop van een verslagkwartaal komt de eerste kwartaalraming beschikbaar. Mocht daarna nog nieuwe kwartaalinformatie beschikbaar komen, dan kan in september het eerste, en in december het tweede kwartaal nog worden herzien. In maart kunnen de eerste drie kwartalen nog worden bijgesteld. Als in juni (nieuwe) jaarcijfers beschikbaar komen, dan worden de kwartaalcijfers opnieuw herzien zodat ze aansluiten op die jaarcijfers.

Toelichting onderwerpen

Middelen
Middelen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verhogen (oftewel de inkomsten door sectoren).
Output
Het totaal aan goederen en diensten dat is geproduceerd. Ook wel productie genoemd. Hiervan bestaan drie soorten:
- marktoutput: goederen en diensten die op de markt zijn afgezet of waarvoor dit in de toekomst de bedoeling is.
- output voor eigen finaal gebruik: goederen en diensten voor eigen consumptie of voor investeringen door dezelfde institutionele eenheid als die welke die goederen en diensten heeft geproduceerd.
- niet-marktoutput: goederen en diensten die gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan andere eenheden zijn geleverd.

De output wordt gewaardeerd tegen basisprijzen. Dit zijn de prijzen die door producenten zelf worden ervaren: per bedrijfstak zijn de productgebonden belastingen er namelijk vanaf getrokken en de productgebonden subsidies erbij opgeteld. Door de producent afzonderlijk in rekening gebrachte vervoerskosten zijn niet inbegrepen. Ook de waardeverandering van financiële en niet-financiële activa (productiemiddelen) tijdens de verslagperiode zijn niet inbegrepen.

Inbegrepen is de productie van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degenen die in buitenlandse handen zijn. Ook overheidsinstanties en andere niet-commerciële instanties behoren hiertoe.
Output voor eigen finaal gebruik
Output voor eigen finaal gebruik bestaat uit de productie van goederen en diensten voor eigen consumptie of voor productie van investeringen in vaste activa door dezelfde institutionele eenheid.
Output voor eigen consumptie
Producten voor eigen consumptie kunnen alleen door de sector huishoudens worden geproduceerd. Voorbeelden van producten voor eigen consumptie zijn:
a) landbouwproducten die de landbouwers zelf houden;
b) woondiensten die door bewoners van een eigen huis worden geproduceerd;
c) huishoudelijke diensten die worden geproduceerd door het in dienst hebben van betaald huishoudelijk personeel.
Bestedingen
Bestedingen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verminderen (oftewel de uitgaven door sectoren).
Consumptieve bestedingen
Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens, izw's t.b.v. huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, izw's t.b.v. huishoudens en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de (overheids-)consumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
Totaal
Individuele consumptieve bestedingen
Individuele consumptieve bestedingen zijn uitgaven van ingezeten institutionele eenheden voor goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften of wensen van leden van de samenleving.
De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan.
Consumptieve bestedingen vinden plaats door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en de overheid.
Totaal
Overige individuele consumptie
Overige individuele consumptieve bestedingen.
Collectieve consumptieve bestedingen
Uitgaven voor goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van collectieve behoeften of wensten van leden van de gemeenschap. Collectieve consumptieve bestedingen vinden plaats bij de overheid
en betreft met name uitgaven voor diensten op het gebied van:
- openbaar bestuur, beveiliging en defensie;
- ordehandhaving, wet- en regelgeving;
- milieubescherming;
- speur- en ontwikkelingswerk;
- infrastructuur en economische ontwikkeling.