Regionale kerncijfers Nederland

Regionale kerncijfers Nederland

Regio's Perioden Bedrijfsvestigingen Bedrijfsvestigingen naar activiteit H+J Vervoer, informatie en communicatie (aantal) Nabijheid voorzieningen Verkeer en vervoer Afstand tot oprit hoofdverkeersweg (km) Nabijheid voorzieningen Verkeer en vervoer Afstand tot treinstation (km) Milieu en bodemgebruik Bodemgebruik Naar functie Oppervlakte Verkeersterrein (ha) Milieu en bodemgebruik Bodemgebruik Naar functie Percentages Verkeersterrein (% oppervlakte land) Milieu en bodemgebruik Bodemgebruik Naar functie Per inwoner Verkeersterrein (ha / 1 000 inwoners)
Nederland 2025 202.150
Noord-Nederland (LD) 2025 13.450
Oost-Nederland (LD) 2025 33.700
West-Nederland (LD) 2025 122.210
Zuid-Nederland (LD) 2025 32.790
Groningen (PV) 2025 5.100
Fryslân (PV) 2025 5.075
Drenthe (PV) 2025 3.275
Overijssel (PV) 2025 9.110
Flevoland (PV) 2025 6.055
Gelderland (PV) 2025 18.540
Utrecht (PV) 2025 19.725
Noord-Holland (PV) 2025 53.095
Zuid-Holland (PV) 2025 46.445
Zeeland (PV) 2025 2.950
Noord-Brabant (PV) 2025 24.885
Limburg (PV) 2025 7.905
Oost-Groningen (CR) 2025 710
Delfzijl en omgeving (CR) 2025 370
Overig Groningen (CR) 2025 4.020
Noord-Friesland (CR) 2025 2.540
Zuidwest-Friesland (CR) 2025 1.150
Zuidoost-Friesland (CR) 2025 1.385
Noord-Drenthe (CR) 2025 1.370
Zuidoost-Drenthe (CR) 2025 1.000
Zuidwest-Drenthe (CR) 2025 910
Noord-Overijssel (CR) 2025 3.165
Zuidwest-Overijssel (CR) 2025 1.275
Twente (CR) 2025 4.670
Veluwe (CR) 2025 6.315
Achterhoek (CR) 2025 2.535
Arnhem/Nijmegen (CR) 2025 7.175
Zuidwest-Gelderland (CR) 2025 2.510
Utrecht (CR) 2025 19.725
Kop van Noord-Holland (CR) 2025 3.015
Alkmaar en omgeving (CR) 2025 2.480
IJmond (CR) 2025 1.945
Agglomeratie Haarlem (CR) 2025 3.705
Zaanstreek (CR) 2025 2.440
Groot-Amsterdam (CR) 2025 35.510
Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2025 4.000
Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2025 4.480
Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2025 11.750
Delft en Westland (CR) 2025 2.775
Oost-Zuid-Holland (CR) 2025 3.630
Groot-Rijnmond (CR) 2025 19.475
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2025 4.335
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 750
Overig Zeeland (CR) 2025 2.200
West-Noord-Brabant (CR) 2025 6.495
Midden-Noord-Brabant (CR) 2025 4.525
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2025 5.985
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2025 7.880
Noord-Limburg (CR) 2025 2.020
Midden-Limburg (CR) 2025 1.970
Zuid-Limburg (CR) 2025 3.915
Flevoland (CR) 2025 6.055
Aa en Hunze 2025 160
Aalburg 2025
Aalsmeer 2025 500
Aalten 2025 130
Ter Aar 2025
Aarle-Rixtel 2025
Abcoude 2025
Achtkarspelen 2025 180
Akersloot 2025
Alblasserdam 2025 230
Albrandswaard 2025 365
Alkemade 2025
Alkmaar 2025 1.180
Almelo 2025 540
Almere 2025 3.750
Alphen aan den Rijn 2025 1.240
Alphen en Riel 2025
Alphen-Chaam 2025 80
Altena 2025 685
Ambt Delden 2025
Ambt Montfort 2025
Ameland 2025 30
Amerongen 2025
Amersfoort 2025 2.310
Ammerzoden 2025
Amstelveen 2025 1.530
Amsterdam 2025 26.775
Andijk 2025
Angerlo 2025
Anloo 2025
Anna Paulowna 2025
Apeldoorn 2025 1.625
Appingedam 2025
Arcen en Velden 2025
Arnemuiden 2025
Arnhem 2025 2.080
Assen 2025 505
Asten 2025 125
Avereest 2025
Axel 2025
Baarle-Nassau 2025 65
Baarn 2025 335
Bakel en Milheeze 2025
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


In deze tabel zijn voor een groot aantal onderwerpen de belangrijkste statistische gegevens weergegeven voor diverse regionale indelingen.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1995.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief tenzij is aangegeven in de toelichting bij 'perioden' of 'onderwerp' dat ze voorlopig of nader voorlopig zijn.

Wijzigingen per 31 december 2025:

Verkeer en vervoer – motorvoertuigen
De cijfers van 2025 zijn toegevoegd.

Lokalisering – lokalisering van gemeenten
De cijfers van 2025 zijn toegevoegd.

Inkomen en vermogen
De cijfers van 2023 en 2024 zijn toegevoegd.

Bouwen en wonen – gemiddelde WOZ-waarde van woningen
De cijfers van 2024 en 2025 zijn toegevoegd.

Sociale zekerheid
De cijfers van 2025 zijn toegevoegd.

Landbouw – Graasdieren, hokdieren en cultuurgrond
De cijfers van 2025 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Maart 2026.

Toelichting onderwerpen

Bedrijfsvestigingen
Bedrijfsvestigingen naar activiteit op 1 januari (SBI 2008).

Deze tabel bevat gegevens over het aantal vestigingen van bedrijven naar economische activiteit, gebaseerd op de Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008). De vestigingen zijn voorts ingedeeld naar de gemeentelijke indeling per 1 januari van het verslagjaar.
Door een verbeterd gebruik van gegevens gedurende 2023 over eigenaren en eigendomsverhoudingen is voor veel bedrijven binnen de bedrijfstak K Financiële dienstverlening per 1 januari 2024 een andere activiteit vastgesteld. De belangrijkste activiteiten waar deze groep is terechtgekomen is M Specialistische zakelijke diensten.

Vestiging:
Elke afzonderlijk gelegen ruimte, terrein of complex van ruimten of terreinen, benut door een bedrijf voor uitoefening van de activiteiten. Ieder bedrijf bestaat uit ten minste één vestiging. Meerdere locaties van een bedrijf binnen één postcodegebied worden als één vestiging beschouwd.

Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008):
De Nederlandse hiërarchische indeling van economische activiteiten die door het CBS wordt gebruikt om bedrijfseenheden in te delen naar hun hoofdactiviteit. De SBI 2008 is de versie die vanaf 2008 gebruikt wordt.

In deze tabel is gekozen voor de hoofdactiviteit (SBI) van de vestiging. Niet iedere vestiging van een bedrijf houdt zich bezig met de hoofdactiviteit (SBI) van het bedrijf als geheel. Om te weten welke activiteiten worden uitgevoerd in een regio is de hoofdactiviteit (SBI) van de vestiging gebruikt. In de tabel zijn de vestigingen (naast de totalen) ook naar de volgende sectoren onderverdeeld:
A: Landbouw, bosbouw en visserij
B-F: Nijverheid en energie
G+I: Handel en horeca
H+J: Vervoer, informatie en communicatie
K-L: Financiële diensten, onroerend goed
M-N: Zakelijke dienstverlening
O-Q Overheid, onderwijs en zorg
R-U: Cultuur, recreatie, overige diensten

Het aantal vestigingen is afgerond op een veelvoud van vijf. In geval van afrondingen kan het voorkomen, dat de totalen niet precies overeenstemmen met de som der opgetelde getallen.
Bedrijfsvestigingen naar activiteit
H+J Vervoer, informatie en communicatie
Nabijheid voorzieningen
- De gemiddelde afstanden voor de inwoners van Nederland van hun woonadres naar de dichtstbijzijnde voorzieningen (bijvoorbeeld school, huisarts of bibliotheek);
- Het aantal voorzieningen dat zich binnen een bepaalde afstand van het woonadres bevindt. Deze gegevens zijn berekend als gemiddelde over alle personen van het gebied.

Voorziening
Een locatie (pand, ruimte, terrein of plek) die bezocht kan worden door personen.

Afstand
De gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde voorziening, berekend over de (verharde) autoweg.

Inwoner
Persoon behorende tot de bevolking van een bepaald gebied.

Waarnemingsmethode
De afstand tot het (dichtstbijzijnde) bezoekadres van een voorziening wordt per bewoond adres berekend over de verharde (auto)weg. Om de berekeningen te vereenvoudigen wordt de afstand niet exact van het woonadres tot aan het adres van de voorziening berekend, maar wordt elk adres op het dichtstbijzijnde projectiepunt in de eigen straat geprojecteerd. Deze projectiepunten liggen vanaf 2018 om de 100 meter op het wegennetwerk. (Voor 2018 lagen deze projectpunten om de 25 meter op het wegennetwerk.) Als afstand tussen het adres en de voorziening wordt de afstand via de weg tussen de twee geprojecteerde adressen op het wegennetwerk gehanteerd. Verbindingen via het buitenland worden niet meegenomen.

Hierbij wordt rekening gehouden met ongelijkvloerse kruisingen en veerponten. Ook is rekening gehouden met eenrichtingsverkeer op Rijks- en Provinciewegen en in toenemende mate met eenrichtingsverkeer op overige wegen, voor zover door gemeenten aangegeven in het Nationaal Wegen Bestand. Bij de overgang naar nieuwe software zijn de rijrichtingen als restrictie bij het bepalen van de routes voor de verslagjaren 2018 t/m 2021 niet meegenomen. Vanaf verslagjaar 2022 zijn de rijrichtingen (weer) meegenomen in de berekeningen en daarmee afstanden van adressen naar de (dichtstbijzijnde) voorzieningen.

De gemiddelde afstand per gebied tot een voorziening wordt berekend door het gemiddelde te nemen van de berekende afstand van alle adressen in dat gebied. Daarbij wordt het aantal bewoners van elk adres gebruikt als weegfactor, zodat een dichtbevolkte straat zwaarder meetelt in het gemiddelde voor het gebied. De dichtstbijzijnde voorziening hoeft daarbij niet binnen ditzelfde gebied te liggen.

Het gemiddeld aantal voorzieningen binnen een vaste afstand per gebied wordt berekend door het gemiddelde te nemen van de berekende aantallen voorzieningen per persoon, voor alle personen in dat gebied. Hoe meer voorzieningen aanwezig zijn binnen de vaste afstand, des te meer keuze de inwoners van het gebied voor deze voorziening hebben. De vaste afstanden zijn bepaald op 1, 3, 5, 10, 20 of 50 kilometer. Afhankelijk van de dichtheid van voorzieningen worden hieruit de meest relevante afstand gekozen voor publicatie in de tabel.


Verkeer en vervoer
Afstand tot oprit hoofdverkeersweg
Toegang tot een rijks- of provinciale weg.
Als uitgangspunt voor de opritten is het Nationale Wegenbestand (een product van Adviesdienst Verkeer en Vervoer van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu) gebruikt.

De gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde oprit van een rijks- of provinciale weg, berekend over de weg.
Afstand tot treinstation
De gemiddelde afstand berekend over de weg van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde treinstation.
Milieu en bodemgebruik
Bodemgebruik
Naar functie
Gebruik van de beschikbare ruimte van Nederland en de veranderingen die zich daarin voordoen.
Luchtfoto's zijn vanaf 1989 de primaire bron bij de inventarisatie van het bodemgebruik. Waar nodig worden stadsplattegronden en andere (digitale) informatiebronnen geraadpleegd.

Tot 2000 is de werkwijze als volgt.
De diverse vormen van bodemgebruik worden vastgelegd op een topografische ondergrond, schaal 1 : 10 000, en vervolgens met behulp van een Geografisch Informatie Systeem (GIS) opgeslagen (gedigitaliseerd).
Uiteindelijk worden per gemeente de oppervlakten van de bodemgebruiks- categorieën berekend. Bij volgende inventarisaties kan veelal worden volstaan met het overnemen van de wijzigingen in de toestand van het bodemgebruik.
Alleen waar de topografische ondergrond ingrijpend is gewijzigd vindt vernieuwing daarvan plaats. Vanaf 1996 is voor het eerst gebruik gemaakt van digitale luchtfoto's. Deze digitale luchtfoto's worden op het beeldscherm afgebeeld.
Daar wordt de bodemgebruikskaart van de vorige inventarisatie op geprojecteerd. Vervolgens worden de wijzigingen in het bodemgebruik opgezocht en direct met behulp van de software aangebracht.

Met ingang van het jaar 2000 is de methodiek nogmaals ingrijpend gewijzigd.
Voor dat peiljaar is voor het eerst gebruik gemaakt van de basisgeometrie uit de digitale topografische kaart 1: 10 000, de zogenaamde TOP10Vector, van de Topografische Dienst.
Andere geografische bestanden (buiten de bestanden van het CBS) sluiten ook vaak aan bij de Top10Vector.
Dat maakt de uitwisseling van het Bestand BodemGebruik (BBG) met geografische informatie uit andere bronnen eenvoudiger. De nieuwste topografische gegevens worden ook geautomatiseerd in het BBG verwerkt.
De 37 verschillende vormen van bodemgebruik zijn ondergebracht in zes hoofdgroepen. De totale oppervlakte van deze zes hoofdgroepen kan afwijken van de gepubliceerde totale oppervlakte land omdat dat cijfer namelijk jaren eerder is afgeleid uit een vorig bestand Bodemgebruik.

Het bodemgebruik (BBG) wordt doorgaans vastgesteld over een verslagjaar wat drie tot vier jaar vóór het lopende jaar ligt. Dat komt door de lange productietijd van het BBG. Voor actuele cijfers van het bodemgebruik per gemeente, wordt dan het BBG van een eerder verslagjaar gecombineerd met meer recente gemeentegrenzen.
Bij het gebruik van het BBG van een eerder verslagjaar dan het jaar van de gebruikte gemeentegrenzen, kunnen er verschillen ontstaan in de totalen per regio ten opzichte van de gemeentelijke cijfers van het BBG-jaar zelf. Dit wordt veroorzaakt doordat het CBS met ingang van 1 januari 2011 is overgegaan op het burgerlijke gemeentegrenzenbestand, wat kleine wijzigingen heeft in de gemeentelijke oppervlakte ten opzichte van eerdere jaren.
De verschillen in oppervlakte per gemeente komen voornamelijk voor in gemeenten met landsgrenzen. Hierdoor kan bijvoorbeeld een stukje buitenland worden toegevoegd aan de gemeente, maar ook een stukje van die gemeente als buitenland worden aangemerkt. Bij de combinatie van deze nieuwe gemeentegrenzen met een eerder jaar van het BBG worden daardoor beide stukjes niet meer geteld in het totaal van de gemeente, omdat het BBG het ene stuk als buitenland aangeeft en het andere stuk als niet liggend binnen de gemeentegrens. Dit kan ook gevolgen hebben voor de totalen van bovenliggende regio's zoals COROP, provincies of landsdelen.
Oppervlakte
Vormen van bodemgebruik in zes hoofdgroepen.
De totale oppervlakte van deze zes hoofdgroepen kan afwijken van de gepubliceerde totale oppervlakte land omdat dat cijfer namelijk jaren eerder is afgeleid uit een vorig bestand Bodemgebruik.
Verkeersterrein
Terrein in gebruik voor spoor-, weg- en luchtverkeer.

De hoofdgroep Verkeersterrein bevat de groepen:
- Spoorterrein;
- Wegverkeersterrein;
- Vliegveld.

Spoorterrein
Terrein in gebruik voor vervoer en transport per rail.
Tot spoorterrein wordt gerekend:
- spoorweg, tot de voet van de spoordijk, bij een ingesneden baan inclusief de taluds;
- doodlopend zijspoor naar bedrijfsterrein;
- rangeerterrein;
- spoorwegemplacement inclusief stationsgebouwen en bijbehorende parkeerterreinen.
Niet tot spoorterrein wordt gerekend:
- smalspoor, dit wordt gerekend tot de aangrenzende vorm van grondgebruik

Wegverkeersterrein
Terrein in gebruik voor vervoer en transport over het hoofdwegennetwerk.
Tot wegverkeersterrein wordt gerekend:
- wegen die volgens de TOP10NL (voorheen TOP10vector) specificatie de functie van vervoersader hebben. Daarbij betreft het de wegen met gele, oranje, rode of paarse wegkleur op de Top25RASTER.
- groen in aansluitingen van wegen en binnen klaverbladen;
- parkeerplaats;
- busstation;
- benzinestation;
- opslagplaats van onder andere Rijks- en Provinciale Waterstaat voor onderhoud.
Niet tot wegverkeersterrein wordt gerekend:
- ingesloten groen groter dan 1 ha in gebruik als landbouwgrond of bos;
- ingesloten water groter dan 1 ha;
- hoofdweg in aanbouw.
Ondergrens: Geen, moet echter wel deel uitmaken van het wegennetwerk en toegankelijk zijn voor algemeen autoverkeer.

Vliegveld
Terrein in gebruik voor vervoer en transport door de lucht.
Tot vliegveld wordt gerekend:
- Verharde en onverharde start- en rolbanen;
- bijbehorende gebouwen en parkeerterreinen.

Niet tot vliegveld wordt gerekend:
- onverharde grond binnen de omheining van het vliegveld (geen start- of rolbaan);
- bij het vliegveld gelegen terrein(en) met dienstverlenende bedrijven.

Met ingang van BBG2017 worden niet-verharde terreinen (zoals grasland) bij bodemgebruik meegerekend als vliegveld voor zover daar in kader van het vliegen direct functioneel gebruik van gemaakt wordt. Het betreft terreinen die gebruikt worden als start- of landingsbaan of als opstelterrein voor vliegtuigen zoals zweefvliegtuigen en ultralight-vliegtuigen.
Percentages
Verkeersterrein
Per inwoner
Verkeersterrein