Regionale kerncijfers Nederland

Regionale kerncijfers Nederland

Regio's Perioden Nabijheid voorzieningen Verkeer en vervoer Afstand tot oprit hoofdverkeersweg (km) Nabijheid voorzieningen Verkeer en vervoer Afstand tot treinstation (km) Milieu en bodemgebruik Bodemgebruik Naar functie Oppervlakte Verkeersterrein (ha) Milieu en bodemgebruik Bodemgebruik Naar functie Percentages Verkeersterrein (% oppervlakte land) Milieu en bodemgebruik Bodemgebruik Naar functie Per inwoner Verkeersterrein (ha / 1 000 inwoners)
Nederland 2025
Noord-Nederland (LD) 2025
Oost-Nederland (LD) 2025
West-Nederland (LD) 2025
Zuid-Nederland (LD) 2025
Groningen (PV) 2025
Fryslân (PV) 2025
Drenthe (PV) 2025
Overijssel (PV) 2025
Flevoland (PV) 2025
Gelderland (PV) 2025
Utrecht (PV) 2025
Noord-Holland (PV) 2025
Zuid-Holland (PV) 2025
Zeeland (PV) 2025
Noord-Brabant (PV) 2025
Limburg (PV) 2025
Oost-Groningen (CR) 2025
Delfzijl en omgeving (CR) 2025
Overig Groningen (CR) 2025
Noord-Friesland (CR) 2025
Zuidwest-Friesland (CR) 2025
Zuidoost-Friesland (CR) 2025
Noord-Drenthe (CR) 2025
Zuidoost-Drenthe (CR) 2025
Zuidwest-Drenthe (CR) 2025
Noord-Overijssel (CR) 2025
Zuidwest-Overijssel (CR) 2025
Twente (CR) 2025
Veluwe (CR) 2025
Achterhoek (CR) 2025
Arnhem/Nijmegen (CR) 2025
Zuidwest-Gelderland (CR) 2025
Utrecht (CR) 2025
Kop van Noord-Holland (CR) 2025
Alkmaar en omgeving (CR) 2025
IJmond (CR) 2025
Agglomeratie Haarlem (CR) 2025
Zaanstreek (CR) 2025
Groot-Amsterdam (CR) 2025
Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2025
Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2025
Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2025
Delft en Westland (CR) 2025
Oost-Zuid-Holland (CR) 2025
Groot-Rijnmond (CR) 2025
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2025
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025
Overig Zeeland (CR) 2025
West-Noord-Brabant (CR) 2025
Midden-Noord-Brabant (CR) 2025
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2025
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2025
Noord-Limburg (CR) 2025
Midden-Limburg (CR) 2025
Zuid-Limburg (CR) 2025
Flevoland (CR) 2025
Aa en Hunze 2025
Aalburg 2025
Aalsmeer 2025
Aalten 2025
Ter Aar 2025
Aarle-Rixtel 2025
Abcoude 2025
Achtkarspelen 2025
Akersloot 2025
Alblasserdam 2025
Albrandswaard 2025
Alkemade 2025
Alkmaar 2025
Almelo 2025
Almere 2025
Alphen aan den Rijn 2025
Alphen en Riel 2025
Alphen-Chaam 2025
Altena 2025
Ambt Delden 2025
Ambt Montfort 2025
Ameland 2025
Amerongen 2025
Amersfoort 2025
Ammerzoden 2025
Amstelveen 2025
Amsterdam 2025
Andijk 2025
Angerlo 2025
Anloo 2025
Anna Paulowna 2025
Apeldoorn 2025
Appingedam 2025
Arcen en Velden 2025
Arnemuiden 2025
Arnhem 2025
Assen 2025
Asten 2025
Avereest 2025
Axel 2025
Baarle-Nassau 2025
Baarn 2025
Bakel en Milheeze 2025
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


In deze tabel zijn voor een groot aantal onderwerpen de belangrijkste statistische gegevens weergegeven voor diverse regionale indelingen.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1995.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief tenzij is aangegeven in de toelichting bij 'perioden' of 'onderwerp' dat ze voorlopig of nader voorlopig zijn.

Wijzigingen per 31 december 2025:

Verkeer en vervoer – motorvoertuigen
De cijfers van 2025 zijn toegevoegd.

Lokalisering – lokalisering van gemeenten
De cijfers van 2025 zijn toegevoegd.

Inkomen en vermogen
De cijfers van 2023 en 2024 zijn toegevoegd.

Bouwen en wonen – gemiddelde WOZ-waarde van woningen
De cijfers van 2024 en 2025 zijn toegevoegd.

Sociale zekerheid
De cijfers van 2025 zijn toegevoegd.

Landbouw – Graasdieren, hokdieren en cultuurgrond
De cijfers van 2025 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Maart 2026.

Toelichting onderwerpen

Nabijheid voorzieningen
- De gemiddelde afstanden voor de inwoners van Nederland van hun woonadres naar de dichtstbijzijnde voorzieningen (bijvoorbeeld school, huisarts of bibliotheek);
- Het aantal voorzieningen dat zich binnen een bepaalde afstand van het woonadres bevindt. Deze gegevens zijn berekend als gemiddelde over alle personen van het gebied.

Voorziening
Een locatie (pand, ruimte, terrein of plek) die bezocht kan worden door personen.

Afstand
De gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde voorziening, berekend over de (verharde) autoweg.

Inwoner
Persoon behorende tot de bevolking van een bepaald gebied.

Waarnemingsmethode
De afstand tot het (dichtstbijzijnde) bezoekadres van een voorziening wordt per bewoond adres berekend over de verharde (auto)weg. Om de berekeningen te vereenvoudigen wordt de afstand niet exact van het woonadres tot aan het adres van de voorziening berekend, maar wordt elk adres op het dichtstbijzijnde projectiepunt in de eigen straat geprojecteerd. Deze projectiepunten liggen vanaf 2018 om de 100 meter op het wegennetwerk. (Voor 2018 lagen deze projectpunten om de 25 meter op het wegennetwerk.) Als afstand tussen het adres en de voorziening wordt de afstand via de weg tussen de twee geprojecteerde adressen op het wegennetwerk gehanteerd. Verbindingen via het buitenland worden niet meegenomen.

Hierbij wordt rekening gehouden met ongelijkvloerse kruisingen en veerponten. Ook is rekening gehouden met eenrichtingsverkeer op Rijks- en Provinciewegen en in toenemende mate met eenrichtingsverkeer op overige wegen, voor zover door gemeenten aangegeven in het Nationaal Wegen Bestand. Bij de overgang naar nieuwe software zijn de rijrichtingen als restrictie bij het bepalen van de routes voor de verslagjaren 2018 t/m 2021 niet meegenomen. Vanaf verslagjaar 2022 zijn de rijrichtingen (weer) meegenomen in de berekeningen en daarmee afstanden van adressen naar de (dichtstbijzijnde) voorzieningen.

De gemiddelde afstand per gebied tot een voorziening wordt berekend door het gemiddelde te nemen van de berekende afstand van alle adressen in dat gebied. Daarbij wordt het aantal bewoners van elk adres gebruikt als weegfactor, zodat een dichtbevolkte straat zwaarder meetelt in het gemiddelde voor het gebied. De dichtstbijzijnde voorziening hoeft daarbij niet binnen ditzelfde gebied te liggen.

Het gemiddeld aantal voorzieningen binnen een vaste afstand per gebied wordt berekend door het gemiddelde te nemen van de berekende aantallen voorzieningen per persoon, voor alle personen in dat gebied. Hoe meer voorzieningen aanwezig zijn binnen de vaste afstand, des te meer keuze de inwoners van het gebied voor deze voorziening hebben. De vaste afstanden zijn bepaald op 1, 3, 5, 10, 20 of 50 kilometer. Afhankelijk van de dichtheid van voorzieningen worden hieruit de meest relevante afstand gekozen voor publicatie in de tabel.


Verkeer en vervoer
Afstand tot oprit hoofdverkeersweg
Toegang tot een rijks- of provinciale weg.
Als uitgangspunt voor de opritten is het Nationale Wegenbestand (een product van Adviesdienst Verkeer en Vervoer van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu) gebruikt.

De gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde oprit van een rijks- of provinciale weg, berekend over de weg.
Afstand tot treinstation
De gemiddelde afstand berekend over de weg van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde treinstation.
Milieu en bodemgebruik
Bodemgebruik
Naar functie
Gebruik van de beschikbare ruimte van Nederland en de veranderingen die zich daarin voordoen.
Luchtfoto's zijn vanaf 1989 de primaire bron bij de inventarisatie van het bodemgebruik. Waar nodig worden stadsplattegronden en andere (digitale) informatiebronnen geraadpleegd.

Tot 2000 is de werkwijze als volgt.
De diverse vormen van bodemgebruik worden vastgelegd op een topografische ondergrond, schaal 1 : 10 000, en vervolgens met behulp van een Geografisch Informatie Systeem (GIS) opgeslagen (gedigitaliseerd).
Uiteindelijk worden per gemeente de oppervlakten van de bodemgebruiks- categorieën berekend. Bij volgende inventarisaties kan veelal worden volstaan met het overnemen van de wijzigingen in de toestand van het bodemgebruik.
Alleen waar de topografische ondergrond ingrijpend is gewijzigd vindt vernieuwing daarvan plaats. Vanaf 1996 is voor het eerst gebruik gemaakt van digitale luchtfoto's. Deze digitale luchtfoto's worden op het beeldscherm afgebeeld.
Daar wordt de bodemgebruikskaart van de vorige inventarisatie op geprojecteerd. Vervolgens worden de wijzigingen in het bodemgebruik opgezocht en direct met behulp van de software aangebracht.

Met ingang van het jaar 2000 is de methodiek nogmaals ingrijpend gewijzigd.
Voor dat peiljaar is voor het eerst gebruik gemaakt van de basisgeometrie uit de digitale topografische kaart 1: 10 000, de zogenaamde TOP10Vector, van de Topografische Dienst.
Andere geografische bestanden (buiten de bestanden van het CBS) sluiten ook vaak aan bij de Top10Vector.
Dat maakt de uitwisseling van het Bestand BodemGebruik (BBG) met geografische informatie uit andere bronnen eenvoudiger. De nieuwste topografische gegevens worden ook geautomatiseerd in het BBG verwerkt.
De 37 verschillende vormen van bodemgebruik zijn ondergebracht in zes hoofdgroepen. De totale oppervlakte van deze zes hoofdgroepen kan afwijken van de gepubliceerde totale oppervlakte land omdat dat cijfer namelijk jaren eerder is afgeleid uit een vorig bestand Bodemgebruik.

Het bodemgebruik (BBG) wordt doorgaans vastgesteld over een verslagjaar wat drie tot vier jaar vóór het lopende jaar ligt. Dat komt door de lange productietijd van het BBG. Voor actuele cijfers van het bodemgebruik per gemeente, wordt dan het BBG van een eerder verslagjaar gecombineerd met meer recente gemeentegrenzen.
Bij het gebruik van het BBG van een eerder verslagjaar dan het jaar van de gebruikte gemeentegrenzen, kunnen er verschillen ontstaan in de totalen per regio ten opzichte van de gemeentelijke cijfers van het BBG-jaar zelf. Dit wordt veroorzaakt doordat het CBS met ingang van 1 januari 2011 is overgegaan op het burgerlijke gemeentegrenzenbestand, wat kleine wijzigingen heeft in de gemeentelijke oppervlakte ten opzichte van eerdere jaren.
De verschillen in oppervlakte per gemeente komen voornamelijk voor in gemeenten met landsgrenzen. Hierdoor kan bijvoorbeeld een stukje buitenland worden toegevoegd aan de gemeente, maar ook een stukje van die gemeente als buitenland worden aangemerkt. Bij de combinatie van deze nieuwe gemeentegrenzen met een eerder jaar van het BBG worden daardoor beide stukjes niet meer geteld in het totaal van de gemeente, omdat het BBG het ene stuk als buitenland aangeeft en het andere stuk als niet liggend binnen de gemeentegrens. Dit kan ook gevolgen hebben voor de totalen van bovenliggende regio's zoals COROP, provincies of landsdelen.
Oppervlakte
Vormen van bodemgebruik in zes hoofdgroepen.
De totale oppervlakte van deze zes hoofdgroepen kan afwijken van de gepubliceerde totale oppervlakte land omdat dat cijfer namelijk jaren eerder is afgeleid uit een vorig bestand Bodemgebruik.
Verkeersterrein
Terrein in gebruik voor spoor-, weg- en luchtverkeer.

De hoofdgroep Verkeersterrein bevat de groepen:
- Spoorterrein;
- Wegverkeersterrein;
- Vliegveld.

Spoorterrein
Terrein in gebruik voor vervoer en transport per rail.
Tot spoorterrein wordt gerekend:
- spoorweg, tot de voet van de spoordijk, bij een ingesneden baan inclusief de taluds;
- doodlopend zijspoor naar bedrijfsterrein;
- rangeerterrein;
- spoorwegemplacement inclusief stationsgebouwen en bijbehorende parkeerterreinen.
Niet tot spoorterrein wordt gerekend:
- smalspoor, dit wordt gerekend tot de aangrenzende vorm van grondgebruik

Wegverkeersterrein
Terrein in gebruik voor vervoer en transport over het hoofdwegennetwerk.
Tot wegverkeersterrein wordt gerekend:
- wegen die volgens de TOP10NL (voorheen TOP10vector) specificatie de functie van vervoersader hebben. Daarbij betreft het de wegen met gele, oranje, rode of paarse wegkleur op de Top25RASTER.
- groen in aansluitingen van wegen en binnen klaverbladen;
- parkeerplaats;
- busstation;
- benzinestation;
- opslagplaats van onder andere Rijks- en Provinciale Waterstaat voor onderhoud.
Niet tot wegverkeersterrein wordt gerekend:
- ingesloten groen groter dan 1 ha in gebruik als landbouwgrond of bos;
- ingesloten water groter dan 1 ha;
- hoofdweg in aanbouw.
Ondergrens: Geen, moet echter wel deel uitmaken van het wegennetwerk en toegankelijk zijn voor algemeen autoverkeer.

Vliegveld
Terrein in gebruik voor vervoer en transport door de lucht.
Tot vliegveld wordt gerekend:
- Verharde en onverharde start- en rolbanen;
- bijbehorende gebouwen en parkeerterreinen.

Niet tot vliegveld wordt gerekend:
- onverharde grond binnen de omheining van het vliegveld (geen start- of rolbaan);
- bij het vliegveld gelegen terrein(en) met dienstverlenende bedrijven.

Met ingang van BBG2017 worden niet-verharde terreinen (zoals grasland) bij bodemgebruik meegerekend als vliegveld voor zover daar in kader van het vliegen direct functioneel gebruik van gemaakt wordt. Het betreft terreinen die gebruikt worden als start- of landingsbaan of als opstelterrein voor vliegtuigen zoals zweefvliegtuigen en ultralight-vliegtuigen.
Percentages
Verkeersterrein
Per inwoner
Verkeersterrein