Regionale kerncijfers Nederland

Regionale kerncijfers Nederland

Regio's Perioden Landbouw Mineralenuitscheiding Stikstofuitscheiding (kg/ha) Landbouw Mineralenuitscheiding Fosfaatuitscheiding (kg/ha) Landbouw Mineralenuitscheiding Kali-uitscheiding (kg/ha)
Nederland 2025
Noord-Nederland (LD) 2025
Oost-Nederland (LD) 2025
West-Nederland (LD) 2025
Zuid-Nederland (LD) 2025
Groningen (PV) 2025
Fryslân (PV) 2025
Drenthe (PV) 2025
Overijssel (PV) 2025
Flevoland (PV) 2025
Gelderland (PV) 2025
Utrecht (PV) 2025
Noord-Holland (PV) 2025
Zuid-Holland (PV) 2025
Zeeland (PV) 2025
Noord-Brabant (PV) 2025
Limburg (PV) 2025
Oost-Groningen (CR) 2025
Delfzijl en omgeving (CR) 2025
Overig Groningen (CR) 2025
Noord-Friesland (CR) 2025
Zuidwest-Friesland (CR) 2025
Zuidoost-Friesland (CR) 2025
Noord-Drenthe (CR) 2025
Zuidoost-Drenthe (CR) 2025
Zuidwest-Drenthe (CR) 2025
Noord-Overijssel (CR) 2025
Zuidwest-Overijssel (CR) 2025
Twente (CR) 2025
Veluwe (CR) 2025
Achterhoek (CR) 2025
Arnhem/Nijmegen (CR) 2025
Zuidwest-Gelderland (CR) 2025
Utrecht (CR) 2025
Kop van Noord-Holland (CR) 2025
Alkmaar en omgeving (CR) 2025
IJmond (CR) 2025
Agglomeratie Haarlem (CR) 2025
Zaanstreek (CR) 2025
Groot-Amsterdam (CR) 2025
Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2025
Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2025
Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2025
Delft en Westland (CR) 2025
Oost-Zuid-Holland (CR) 2025
Groot-Rijnmond (CR) 2025
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2025
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025
Overig Zeeland (CR) 2025
West-Noord-Brabant (CR) 2025
Midden-Noord-Brabant (CR) 2025
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2025
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2025
Noord-Limburg (CR) 2025
Midden-Limburg (CR) 2025
Zuid-Limburg (CR) 2025
Flevoland (CR) 2025
Aa en Hunze 2025
Aalburg 2025
Aalsmeer 2025
Aalten 2025
Ter Aar 2025
Aarle-Rixtel 2025
Abcoude 2025
Achtkarspelen 2025
Akersloot 2025
Alblasserdam 2025
Albrandswaard 2025
Alkemade 2025
Alkmaar 2025
Almelo 2025
Almere 2025
Alphen aan den Rijn 2025
Alphen en Riel 2025
Alphen-Chaam 2025
Altena 2025
Ambt Delden 2025
Ambt Montfort 2025
Ameland 2025
Amerongen 2025
Amersfoort 2025
Ammerzoden 2025
Amstelveen 2025
Amsterdam 2025
Andijk 2025
Angerlo 2025
Anloo 2025
Anna Paulowna 2025
Apeldoorn 2025
Appingedam 2025
Arcen en Velden 2025
Arnemuiden 2025
Arnhem 2025
Assen 2025
Asten 2025
Avereest 2025
Axel 2025
Baarle-Nassau 2025
Baarn 2025
Bakel en Milheeze 2025
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


In deze tabel zijn voor een groot aantal onderwerpen de belangrijkste statistische gegevens weergegeven voor diverse regionale indelingen.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1995.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief tenzij is aangegeven in de toelichting bij 'perioden' of 'onderwerp' dat ze voorlopig of nader voorlopig zijn.

Wijzigingen per 6 maart 2026:

Onderwijs
Er heeft een herontwerp plaatsgevonden van de onderwerpen binnen de categorie ‘Onderwijs’.

Onder ‘Naar woongemeente - Leerlingen/studenten’ is toegevoegd: ‘Basisonderwijs’, ‘Voortgezet algemeen volwassenenonderwijs’.
Onder ‘Naar woongemeente - Leerlingen/studenten’ is samengevoegd: ‘Beroepsopleidende leerweg’ en ‘Beroepsbegeleidende leerweg’ tot ‘Middelbaar beroepsonderwijs’.

Onder ‘Naar woongemeente - Gediplomeerden’ is toegevoegd: ‘Voortgezet algemeen volwassenenonderwijs’.
Onder ‘Naar woongemeente - Gediplomeerden’ is gewijzigd: ‘Wo master/doctoraal’ naar ‘Wetenschappelijk onderwijs master’.

De categorie ‘Hoogstbehaald onderwijsniveau’ is toegevoegd, met daaronder:
‘Basisonderwijs, vmbo, mbo1’
‘Havo, vwo, mbo2-4’
‘Hbo, wo’

Onderwijs naar woongemeente - Leerlingen/studenten
De cijfers van 2023 en 2024 zijn toegevoegd.

Onderwijs naar woongemeente - Gediplomeerden
De cijfers van 2022 en 2023 zijn toegevoegd.

Bevolkingsontwikkeling - Doodsoorzaken
De cijfers van 2024 zijn bijgesteld.

Sociale zekerheid
De cijfers van 2025 zijn bijgesteld.

Milieu en bodemgebruik - Afval van huishoudens
De cijfers van 2024 zijn toegevoegd. De cijfers van 2021, 2022 en 2023 zijn bijgesteld.

Verkeer en vervoer - Lengte van wegen
De cijfers van 2025 zijn toegevoegd. De cijfers van 2024 en 2023 zijn bijgesteld.

Bodemgebruik - Naar functie
De cijfers van 2020 en 2022 zijn toegevoegd.


Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Juni 2026.

Toelichting onderwerpen

Landbouw
De gegevens voor dit onderwerp komen uit de landbouwtelling. De landbouwtelling maakt deel uit van de gecombineerde opgave, die onder meer gebruikt wordt voor de uitvoering van het landbouwbeleid en handhaving van de Meststoffenwet.

De regionale indeling van de Landbouwtelling is gebaseerd op het hoofdvestigingsadres. Hierdoor kan de regio, waaraan de landbouwactiviteiten (houden van dieren, teelt van gewassen) worden toegerekend, afwijken van de plaats waar deze activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden.

De peildatum voor het aantal dieren is 1 april; de peildatum voor de gewassen is 15 mei.
De overgang van Weesp naar Amsterdam heeft plaatsgevonden op 24 maart 2022. Daarom is bij de cijfers over 2022 Weesp bij Amsterdam geteld voor het onderwerp Landbouw.

In 2022 maken paarden, pony's en ezels geen onderdeel uit van de Landbouwtelling. Dit heeft invloed op de bedrijfstypering en het totaal aantal landbouwbedrijven in de Landbouwtelling. Bedrijven met paarden en pony's die eerder ingedeeld werden bij 'paard -en ponybedrijven' worden in 2022, als er naast het houden van paarden en pony's ook nog landbouwactiviteiten zijn, ingedeeld bij een ander bedrijfstype. Dit heeft met name effect op graasdierbedrijven en 'akkerbouwbedrijven met vooral voedergewassen', hier treedt een duidelijke trendbreuk op.

Met ingang van 2018 wordt het aantal vleeskalveren, vleesvarkens, kippen en kalkoenen bijgesteld bij tijdelijke leegstand op de peildatum. Voor de bijstelling wordt gebruik gemaakt van de opgave van voorgaand jaar.

De Landbouwtelling is een structuur enquête, daarin is een bijstelling bij tijdelijke leegstand o.a. van belang voor de bepaling van het bedrijfstype en de economische omvang van de bedrijven.
Bij de omvang van de veestapels is het aantal dieren op de peildatum van belang, daarom worden de dieraantallen in de veestapeltabellen niet bijgesteld bij tijdelijke leegstand.
Als gevolg hiervan kunnen er verschillen optreden tussen de dieraantallen in de Landbouwtellingstabellen en de veestapeltabellen (zie 'koppeling naar relevante tabellen en artikelen').

Met ingang van 2017 worden de dieraantallen in toenemende mate afgeleid uit I&R registers (Identificatie en Registratie van dieren), in plaats van d.m.v. directe uitvraag in de Gecombineerde Opgave. De I&R registers vallen onder verantwoordelijkheid van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland). Sinds 2017 worden de rundvee aantallen afgeleid uit I&R-rund, en vanaf 2018 worden ook schapen, geiten en pluimvee afgeleid uit de betreffende I&R registers. De registratie van rundvee, schapen en geiten vindt rechtstreeks bij RVO plaats. Pluimvee gegevens worden ingewonnen via de aangewezen databank Koppel Informatiesysteem Pluimvee (KIP) van Avined. Avined is een brancheorganisatie voor de eier- en pluimveevleessector. Avined geeft de gegevens door aan de centrale database van RVO.nl. Door de overgang naar het gebruik van I&R registers treedt er voor schapen en geiten vanaf 2018 een wijziging in de indeling op.

Met ingang van 2016 wordt voor de afbakening van de Landbouwtelling gebruik gemaakt van informatie uit het Handelsregister. Inschrijving in het Handelsregister met een agrarische SBI (Standaard BedrijfsIndeling) is leidend bij de bepaling of er sprake is van een landbouwbedrijf. Met deze afbakening wordt zo nauw mogelijk aangesloten bij de statistische verordeningen van Eurostat en de (Nederlandse) implementatie van het begrip 'actieve landbouwer' uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).

De afbakening van de Landbouwtelling op basis van informatie uit het Handelsregister heeft vooral invloed op het aantal bedrijven, hier treedt een duidelijke trendbreuk op. De invloed op arealen (behalve bij niet-cultuurgrond en natuurlijk grasland) en de dieraantallen (behalve bij schapen, en paarden en pony's) zijn beperkt. Dit heeft met name te maken met het soort bedrijven dat bij de nieuwe afbakening wordt uitgesloten (zoals maneges, kinderboerderijen en natuurbeheer organisaties).

Met ingang van 2011 zijn er wijzigingen doorgevoerd in de geografische toedeling van bedrijven met hoofdvestiging in het buitenland. Dit kan met name in de grensgebieden invloed hebben op de regionale cijfers.

Met ingang van 2010 wordt een nieuwe norm voor de economische omvang van bedrijven en een nieuwe bedrijfstypering gehanteerd. Tot en met 2009 werd de economische omvang van agrarische bedrijven uitgedrukt in NGE (Nederlandse Grootte-Eenheid). Met ingang van 2010 is dit vervangen door SO (Standaard Opbrengst). Hierdoor wijzigt de ondergrens voor opname van bedrijven in de publicatie van de Landbouwtelling van 3 nge in 3000 euro SO.
Voor vergelijkbaarheid in de tijd zijn de gegevens van 2000 tot en met 2009 herberekend op basis van SO-normen en -indelingen. SO-normen worden om de drie jaar geactualiseerd. De meest recente actualisatie vond plaats in 2016; bij de herberekening zijn de SO-normen uit 2010 gehanteerd.
Mineralenuitscheiding
Mineralenuitscheiding per ha cultuurgrond.

De mineralenuitscheidingsfactoren worden voor elke stof apart berekend op basis van een balans per dier: uitscheiding van mineralen is gelijk aan opname van mineralen met voer minus vastlegging van mineralen in dierlijke producten.
De hoeveelheid uitgescheiden fosfaat en kalium wordt gelijk verondersteld aan de hoeveelheid fosfaat en kalium in de mest.

De basis voor de balansberekening van de standaardfactoren wordt gevormd door gegevens over het veevoedergebruik (krachtvoer en ruwvoer) en gegevens over de dierlijke productie (melk, eieren en vlees, inclusief de groei en het aantal geboren dieren).
Deze gegevens worden zoveel mogelijk ontleend aan statistieken en technische administraties van het betreffende jaar. De uitscheidingsfactoren worden jaarlijks vastgesteld door de Werkgroep Uniformering berekeningswijze Mest- en mineralencijfers (WUM).

De mineralenuitscheidingsfactoren per hectare cultuurgrond zijn berekend met behulp van de totale cultuurgrond exclusief braakland (natuurbraak en groenbraak) en snel groeiend hout.
Stikstofuitscheiding
De totale hoeveelheid uitgescheiden stikstof (N) zonder aftrek van stikstof die vervluchtigt in de vorm van ammoniak (NH3) inclusief de afvoer via spuiwater van luchtwassers, lachgas (N2O), stikstofoxide (NO) en stikstofgas (N2).
Fosfaatuitscheiding
De uitgescheiden hoeveelheid fosfaat uitgedrukt in P2O5. In tegenstelling tot stikstof treden bij fosfaat geen gasvormige verliezen op.
Kali-uitscheiding
In geproduceerde mest aanwezige hoeveelheid kali uitgedrukt in K2O. In tegenstelling tot stikstof treden bij kali geen gasvormige verliezen op.

De cijfers van 2017 voor kali-uitscheiding blijven voorlopig. Daarna worden over kali-uitscheiding geen cijfers meer gepubliceerd omdat het vanuit milieuoogpunt minder relevant is en de cijfers onzeker zijn.