Regionale kerncijfers Nederland

Regionale kerncijfers Nederland

Regio's Perioden Inkomen en vermogen Particuliere huishoudens excl. studenten (x 1 000) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Particuliere huishoudens excl. studenten (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Type: Eenpersoonshuishouden (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Type: Eenoudergezin (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Type: Paar, zonder kind (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Type: Paar, met kind(eren) (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Bron: Inkomen als werknemer (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Bron: Inkomen als zelfstandige (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Bron: Overdrachtsinkomen (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Woningbezit: eigen woning (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld besteedbaar inkomen Woningbezit: huurwoning (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Particuliere huishoudens excl. studenten (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Type: Eenpersoonshuishouden (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Type: Eenoudergezin (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Type: Paar, zonder kind (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Type: Paar, met kind(eren) (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Bron: Inkomen als werknemer (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Bron: Inkomen als zelfstandige (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Bron: Overdrachtsinkomen (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Woningbezit: eigen woning (1 000 euro) Inkomen en vermogen Inkomen van particuliere huishoudens Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen Woningbezit: huurwoning (1 000 euro) Inkomen en vermogen Mediaan vermogen huishoudens Bron: Inkomen als werknemer (1 000 euro) Inkomen en vermogen Mediaan vermogen huishoudens Bron: Inkomen als zelfstandige (1 000 euro) Inkomen en vermogen Mediaan vermogen huishoudens Bron: Overdrachtsinkomen (1 000 euro) Nabijheid voorzieningen Verkeer en vervoer Afstand tot oprit hoofdverkeersweg (km) Nabijheid voorzieningen Verkeer en vervoer Afstand tot treinstation (km) Milieu en bodemgebruik Bodemgebruik Naar functie Oppervlakte Verkeersterrein (ha) Milieu en bodemgebruik Bodemgebruik Naar functie Percentages Verkeersterrein (% oppervlakte land) Milieu en bodemgebruik Bodemgebruik Naar functie Per inwoner Verkeersterrein (ha / 1 000 inwoners)
Nederland 2026
Noord-Nederland (LD) 2026
Oost-Nederland (LD) 2026
West-Nederland (LD) 2026
Zuid-Nederland (LD) 2026
Groningen (PV) 2026
Fryslân (PV) 2026
Drenthe (PV) 2026
Overijssel (PV) 2026
Flevoland (PV) 2026
Gelderland (PV) 2026
Utrecht (PV) 2026
Noord-Holland (PV) 2026
Zuid-Holland (PV) 2026
Zeeland (PV) 2026
Noord-Brabant (PV) 2026
Limburg (PV) 2026
Oost-Groningen (CR) 2026
Delfzijl en omgeving (CR) 2026
Overig Groningen (CR) 2026
Noord-Friesland (CR) 2026
Zuidwest-Friesland (CR) 2026
Zuidoost-Friesland (CR) 2026
Noord-Drenthe (CR) 2026
Zuidoost-Drenthe (CR) 2026
Zuidwest-Drenthe (CR) 2026
Noord-Overijssel (CR) 2026
Zuidwest-Overijssel (CR) 2026
Twente (CR) 2026
Veluwe (CR) 2026
Achterhoek (CR) 2026
Arnhem/Nijmegen (CR) 2026
Zuidwest-Gelderland (CR) 2026
Utrecht (CR) 2026
Kop van Noord-Holland (CR) 2026
Alkmaar en omgeving (CR) 2026
IJmond (CR) 2026
Agglomeratie Haarlem (CR) 2026
Zaanstreek (CR) 2026
Groot-Amsterdam (CR) 2026
Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2026
Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2026
Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2026
Delft en Westland (CR) 2026
Oost-Zuid-Holland (CR) 2026
Groot-Rijnmond (CR) 2026
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2026
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2026
Overig Zeeland (CR) 2026
West-Noord-Brabant (CR) 2026
Midden-Noord-Brabant (CR) 2026
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2026
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2026
Noord-Limburg (CR) 2026
Midden-Limburg (CR) 2026
Zuid-Limburg (CR) 2026
Flevoland (CR) 2026
Aa en Hunze 2026
Aalburg 2026
Aalsmeer 2026
Aalten 2026
Ter Aar 2026
Aarle-Rixtel 2026
Abcoude 2026
Achtkarspelen 2026
Akersloot 2026
Alblasserdam 2026
Albrandswaard 2026
Alkemade 2026
Alkmaar 2026
Almelo 2026
Almere 2026
Alphen aan den Rijn 2026
Alphen en Riel 2026
Alphen-Chaam 2026
Altena 2026
Ambt Delden 2026
Ambt Montfort 2026
Ameland 2026
Amerongen 2026
Amersfoort 2026
Ammerzoden 2026
Amstelveen 2026
Amsterdam 2026
Andijk 2026
Angerlo 2026
Anloo 2026
Anna Paulowna 2026
Apeldoorn 2026
Appingedam 2026
Arcen en Velden 2026
Arnemuiden 2026
Arnhem 2026
Assen 2026
Asten 2026
Avereest 2026
Axel 2026
Baarle-Nassau 2026
Baarn 2026
Bakel en Milheeze 2026
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


In deze tabel zijn voor een groot aantal onderwerpen de belangrijkste statistische gegevens weergegeven voor diverse regionale indelingen.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1995.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief tenzij is aangegeven in de toelichting bij 'perioden' of 'onderwerp' dat ze voorlopig of nader voorlopig zijn.

Wijzigingen per 30 juni 2026:

Nabijheid voorzieningen
De cijfers over 2015 en 2024 zijn bijgesteld.
De voorlopige cijfers over 2025 zijn toegevoegd.

Landbouw - Graasdieren, Hokdieren, Oppervlakte cultuurgrond
De definitieve cijfers over 2025 zijn toegevoegd.

Onderwijs naar schoolregio
De definitieve cijfers over schooljaar 2024/'25 en de voorlopige cijfers over schooljaar 2025/'26 zijn toegevoegd.

Onderwijs naar woonregio - Leerlingen
De definitieve cijfers over het school-/studiejaar 2024/'25 en de voorlopige cijfers over het school-/studiejaar 2025/'26 zijn toegevoegd.

Onderwijs naar woonregio - Gediplomeerden
De definitieve cijfers over het school-/studiejaar 2023/'24 en de voorlopige cijfers over het school-/studiejaar 2024/'25 zijn toegevoegd.

Bedrijfsvestigingen
De voorlopige cijfers over 1 januari 2026 zijn toegevoegd.

Bevolking - Bevolkingssamenstelling op 1 januari - Inwoners naar stedelijkheidsklasse
De definitieve cijfers over 2026 zijn toegevoegd.

Lokalisering - Lokalisering van gemeenten
De definitieve cijfers over 2026 zijn toegevoegd.

Milieu en bodemgebruik - Bodemgebruik - Omgevingsadressendichtheid
De definitieve cijfers over 2026 zijn toegevoegd.

Bodemgebruik - Naar functie
De cijfers over 2020 en 2022 zijn toegevoegd.
Deze cijfers zijn gemaakt volgens een nieuwe methode. Omdat deze methodiek sterk afwijkt ten opzichte van eerder gepubliceerde cijfers, zijn de cijfers tot 2020 verwijderd.

Bodemgebruik
Er heeft een herontwerp plaatsgevonden binnen de categorie ‘Bodemgebruik’.

Onder ‘Bodemgebruik - Naar functie’ is gewijzigd:
De onderwerptoelichtingen.
‘Recreatieterrein’ naar ‘Recreatief terrein’.
‘Bos en open natuurlijk terrein’ naar ‘Natuurlijk terrein’.

Lokalisering
Er heeft een herontwerp plaatsgevonden binnen de categorie ‘Lokalisering’.
Onder ‘Lokalisering van gemeenten’ is toegevoegd:
‘Centrumgemeenten - Code’
‘Centrumgemeenten - Naam’
‘Regionaal Meld- en Coördinatiepunt’ is gewijzigd naar ‘Doorstroompunt-regio’.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
September 2026.

Toelichting onderwerpen

Inkomen en vermogen
Inkomen en vermogen van huishoudens. De populatie bestaat uit alle particuliere huishoudens met bekend inkomen, waarbij studentenhuishoudens in deze tabel worden uitgesloten. Peildatum voor de populatie is 1 januari van het verslagjaar.
Particuliere huishoudens excl. studenten
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften (exclusief studentenhuishoudens).
Inkomen van particuliere huishoudens
Besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens (exclusief studentenhuishoudens).

Besteedbaar inkomen: het bruto-inkomen verminderd met betaalde inkomensoverdrachten, premies inkomensverzekeringen, premies ziektekostenverzekeringen en belastingen op inkomen en vermogen. Betaalde inkomensoverdrachten bestaan uit overdrachten tussen huishoudens zoals alimentatie betaald aan de ex-echtgeno(o)t(e). Premies inkomensverzekeringen betreffen premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden.
Gemiddeld besteedbaar inkomen
Gemiddeld besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens (exclusief studentenhuishoudens).

Het besteedbaar inkomen bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met betaalde inkomensoverdrachten, premies inkomensverzekeringen, premies ziektekostenverzekeringen en belastingen op inkomen en vermogen.
Particuliere huishoudens excl. studenten
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften (exclusief studentenhuishoudens).
Type: Eenpersoonshuishouden
Particulier huishouden bestaande uit één persoon.

Tot eenpersoonshuishoudens, ook wel alleenstaanden genoemd, worden ook personen gerekend die met anderen op eenzelfde adres wonen maar een eigen huishouding voeren. Alleenstaanden worden in alle burgerlijke staten aangetroffen; zo kunnen gehuwden na het stuklopen van hun relatie (in afwachting van een scheiding) alleen wonen.
Type: Eenoudergezin
Particulier huishouden bestaande uit één ouder met één of meer thuiswonende kinderen.
Type: Paar, zonder kind
Meerpersoonshuishouden bestaande uit een paar zonder thuiswonend(e) kind(eren)

Meerpersoonshuishouden: Een particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.
Paar: Twee op basis van huwelijk, partnerschapsregistratie of samenwoonrelatie bij elkaar behorende personen.
Type: Paar, met kind(eren)
Meerpersoonshuishouden bestaande uit een paar met (een) thuiswonend(e) kind(eren)

Meerpersoonshuishouden: Een particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.
Paar: Twee op basis van huwelijk, partnerschapsregistratie of samenwoonrelatie bij elkaar behorende personen.
Bron: Inkomen als werknemer
Huishoudens waarvoor het loon van werknemer de voornaamste inkomensbron vormt.
Bron: Inkomen als zelfstandige
Huishoudens waarvoor het inkomen als zelfstandig ondernemer, directeur-grootaandeelhouder en overig zelfstandige de voornaamste inkomensbron vormt.
Bron: Overdrachtsinkomen
Huishoudens waarvoor een uitkering, pensioen of studiefinanciering de voornaamste inkomensbron vormt.
Woningbezit: eigen woning
Een huishouden woont in een eigen woning of in een gehuurde woning. Van de huishoudens die een woning huren, is bepaald of zij wel of geen huurtoeslag ontvangen hebben.
Woningbezit: huurwoning
Een huishouden woont in een eigen woning of in een gehuurde woning. Van de huishoudens die een woning huren, is bepaald of zij wel of geen huurtoeslag ontvangen hebben.
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen van particuliere huishoudens (exclusief studentenhuishoudens).

Het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze is het welvaartsniveau van verschillende typen huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt. Het gestandaardiseerd inkomen is een maat voor de welvaart van (de leden van) een huishouden.
Particuliere huishoudens excl. studenten
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften (exclusief studentenhuishoudens).
Type: Eenpersoonshuishouden
Particulier huishouden bestaande uit één persoon.

Tot eenpersoonshuishoudens, ook wel alleenstaanden genoemd, worden ook personen gerekend die met anderen op eenzelfde adres wonen maar een eigen huishouding voeren. Alleenstaanden worden in alle burgerlijke staten aangetroffen; zo kunnen gehuwden na het stuklopen van hun relatie (in afwachting van een scheiding) alleen wonen.
Type: Eenoudergezin
Particulier huishouden bestaande uit één ouder met één of meer thuiswonende kinderen.
Type: Paar, zonder kind
Meerpersoonshuishouden bestaande uit een paar zonder thuiswonend(e) kind(eren)

Meerpersoonshuishouden: Een particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.
Paar: Twee op basis van huwelijk, partnerschapsregistratie of samenwoonrelatie bij elkaar behorende personen.
Type: Paar, met kind(eren)
Meerpersoonshuishouden bestaande uit een paar met (een) thuiswonend(e) kind(eren)

Meerpersoonshuishouden: Een particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.
Paar: Twee op basis van huwelijk, partnerschapsregistratie of samenwoonrelatie bij elkaar behorende personen.
Bron: Inkomen als werknemer
Huishoudens waarvoor het loon van werknemer de voornaamste inkomensbron vormt.
Bron: Inkomen als zelfstandige
Huishoudens waarvoor het inkomen als zelfstandig ondernemer, directeur-grootaandeelhouder en overig zelfstandige de voornaamste inkomensbron vormt.
Bron: Overdrachtsinkomen
Huishoudens waarvoor een uitkering, pensioen of studiefinanciering de voornaamste inkomensbron vormt.
Woningbezit: eigen woning
Een huishouden woont in een eigen woning of in een gehuurde woning. Van de huishoudens die een woning huren, is bepaald of zij wel of geen huurtoeslag ontvangen hebben.
Woningbezit: huurwoning
Een huishouden woont in een eigen woning of in een gehuurde woning. Van de huishoudens die een woning huren, is bepaald of zij wel of geen huurtoeslag ontvangen hebben.
Mediaan vermogen huishoudens
Mediaan vermogen van particuliere huishoudens (exclusief studentenhuishoudens).

De mediaan is het middelste getal wanneer alle getalen van laag naar hoog worden gesorteerd.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.
Bron: Inkomen als werknemer
Huishoudens waarvoor het loon van werknemer de voornaamste inkomensbron vormt.
Bron: Inkomen als zelfstandige
Huishoudens waarvoor het inkomen als zelfstandig ondernemer, directeur-grootaandeelhouder en overig zelfstandige de voornaamste inkomensbron vormt.
Bron: Overdrachtsinkomen
Huishoudens waarvoor een uitkering, pensioen of studiefinanciering de voornaamste inkomensbron vormt.
Nabijheid voorzieningen
- De gemiddelde afstanden voor de inwoners van Nederland van hun woonadres naar de dichtstbijzijnde voorzieningen (bijvoorbeeld school, huisarts of bibliotheek);
- Het aantal voorzieningen dat zich binnen een bepaalde afstand van het woonadres bevindt. Deze gegevens zijn berekend als gemiddelde over alle personen van het gebied.

Voorziening
Een locatie (pand, ruimte, terrein of plek) die bezocht kan worden door personen.

Afstand
De gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde voorziening, berekend over de (verharde) autoweg.

Inwoner
Persoon behorende tot de bevolking van een bepaald gebied.

Waarnemingsmethode
De afstand tot het (dichtstbijzijnde) bezoekadres van een voorziening wordt per bewoond adres berekend over de verharde (auto)weg. Om de berekeningen te vereenvoudigen wordt de afstand niet exact van het woonadres tot aan het adres van de voorziening berekend, maar wordt elk adres op het dichtstbijzijnde projectiepunt in de eigen straat geprojecteerd. Deze projectiepunten liggen vanaf 2018 om de 100 meter op het wegennetwerk. (Voor 2018 lagen deze projectpunten om de 25 meter op het wegennetwerk.) Als afstand tussen het adres en de voorziening wordt de afstand via de weg tussen de twee geprojecteerde adressen op het wegennetwerk gehanteerd. Verbindingen via het buitenland worden niet meegenomen.

Hierbij wordt rekening gehouden met ongelijkvloerse kruisingen en veerponten. Ook is rekening gehouden met eenrichtingsverkeer op Rijks- en Provinciewegen en in toenemende mate met eenrichtingsverkeer op overige wegen, voor zover door gemeenten aangegeven in het Nationaal Wegen Bestand. Bij de overgang naar nieuwe software zijn de rijrichtingen als restrictie bij het bepalen van de routes voor de verslagjaren 2018 t/m 2021 niet meegenomen. Vanaf verslagjaar 2022 zijn de rijrichtingen (weer) meegenomen in de berekeningen en daarmee afstanden van adressen naar de (dichtstbijzijnde) voorzieningen.

De gemiddelde afstand per gebied tot een voorziening wordt berekend door het gemiddelde te nemen van de berekende afstand van alle adressen in dat gebied. Daarbij wordt het aantal bewoners van elk adres gebruikt als weegfactor, zodat een dichtbevolkte straat zwaarder meetelt in het gemiddelde voor het gebied. De dichtstbijzijnde voorziening hoeft daarbij niet binnen ditzelfde gebied te liggen.

Het gemiddeld aantal voorzieningen binnen een vaste afstand per gebied wordt berekend door het gemiddelde te nemen van de berekende aantallen voorzieningen per persoon, voor alle personen in dat gebied. Hoe meer voorzieningen aanwezig zijn binnen de vaste afstand, des te meer keuze de inwoners van het gebied voor deze voorziening hebben. De vaste afstanden zijn bepaald op 1, 3, 5, 10, 20 of 50 kilometer. Afhankelijk van de dichtheid van voorzieningen worden hieruit de meest relevante afstand gekozen voor publicatie in de tabel.


Verkeer en vervoer
Afstand tot oprit hoofdverkeersweg
Toegang tot een rijks- of provinciale weg.
Als uitgangspunt voor de opritten is het Nationale Wegenbestand (een product van Adviesdienst Verkeer en Vervoer van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu) gebruikt.

De gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde oprit van een rijks- of provinciale weg, berekend over de weg.
Afstand tot treinstation
De gemiddelde afstand berekend over de weg van alle inwoners in een gebied tot het dichtstbijzijnde treinstation.
Milieu en bodemgebruik
Bodemgebruik
Bodemgebruik bevat cijfers over het functionele bodemgebruik van Nederland. Deze cijfers zijn gebaseerd op de bodemgebruiksstatistiek van het Bestand Bodemgebruik. In edities van het Bestand Bodemgebruik voor de peiljaren vanaf 2020 wordt gebruik gemaakt van een vernieuwde classificatie. De overgang naar de nieuwe methode veroorzaakt een breuk in de statistiek.
Naar functie
Bodemgebruik naar functie bevat cijfers van de arealen land naar de dominante gebruiksfunctie.

De cijfers worden toegevoegd na publicatie van een nieuwe editie van het Bestand Bodemgebruik. Deze cijfers worden daarbij uitsluitend toegevoegd voor het betreffende peiljaar van het bodemgebruik in combinatie met de regionale indelingen per 1 januari van het betreffende peiljaar. Voor tussenliggende jaren waarvoor geen Bestand Bodemgebruik wordt gepubliceerd worden hier geen bodemgebruikscijfers naar functie gepubliceerd.
Oppervlakte
Oppervlaktes van land-gebonden vormen van bodemgebruik, op basis van de zes land-gebonden hoofdgroepen: Verkeersterrein, Bebouwd terrein, Semi-bebouwd terrein, Recreatief terrein, Agrarisch terrein en Natuurlijk terrein. Het gaat hierbij om bodemgebruik op maaiveldniveau en niet om bodemgebruik van de ondergrond.

Het totaal van deze oppervlaktes naar functie kunnen door verschillen in de toegepaste peiljaren van het bodemgebruik afwijken van de totalen zoals gepresenteerd bij het onderdeel Bodemgebruik oppervlakte.
Verkeersterrein
Verkeersterrein betreft terrein in gebruik voor spoor-, weg- en luchtverkeer (inclusief metro en sneltram). Deze hoofdgroep omvat de categorieën Spoorterrein, Hoofdweg, Vliegveld en Metro en sneltram.
Percentages
Verkeersterrein
Per inwoner
Verkeersterrein