Regionale kerncijfers Nederland

Regionale kerncijfers Nederland

Regio's Perioden Bevolking Particuliere huishoudens Gemiddelde huishoudensgrootte (personen per 1 huishouden) Bouwen en wonen Gemiddelde WOZ-waarde van woningen (1 000 euro)
Nederland 2025 2,10 398
Noord-Nederland (LD) 2025 2,06 306
Oost-Nederland (LD) 2025 2,19 383
West-Nederland (LD) 2025 2,08 432
Zuid-Nederland (LD) 2025 2,10 376
Groningen (PV) 2025 1,91 295
Fryslân (PV) 2025 2,12 304
Drenthe (PV) 2025 2,16 323
Overijssel (PV) 2025 2,21 356
Flevoland (PV) 2025 2,31 379
Gelderland (PV) 2025 2,16 398
Utrecht (PV) 2025 2,15 480
Noord-Holland (PV) 2025 2,03 480
Zuid-Holland (PV) 2025 2,09 390
Zeeland (PV) 2025 2,11 319
Noord-Brabant (PV) 2025 2,13 406
Limburg (PV) 2025 2,01 311
Oost-Groningen (CR) 2025 2,10 266
Delfzijl en omgeving (CR) 2025 2,06 250
Overig Groningen (CR) 2025 1,84 309
Noord-Friesland (CR) 2025 2,07 284
Zuidwest-Friesland (CR) 2025 2,18 334
Zuidoost-Friesland (CR) 2025 2,17 317
Noord-Drenthe (CR) 2025 2,16 352
Zuidoost-Drenthe (CR) 2025 2,15 283
Zuidwest-Drenthe (CR) 2025 2,18 333
Noord-Overijssel (CR) 2025 2,27 371
Zuidwest-Overijssel (CR) 2025 2,16 377
Twente (CR) 2025 2,18 343
Veluwe (CR) 2025 2,25 428
Achterhoek (CR) 2025 2,19 362
Arnhem/Nijmegen (CR) 2025 2,01 382
Zuidwest-Gelderland (CR) 2025 2,33 425
Utrecht (CR) 2025 2,15 480
Kop van Noord-Holland (CR) 2025 2,17 361
Alkmaar en omgeving (CR) 2025 2,14 436
IJmond (CR) 2025 2,17 419
Agglomeratie Haarlem (CR) 2025 2,07 560
Zaanstreek (CR) 2025 2,18 393
Groot-Amsterdam (CR) 2025 1,92 509
Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2025 2,15 558
Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2025 2,06 463
Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2025 2,04 404
Delft en Westland (CR) 2025 2,00 412
Oost-Zuid-Holland (CR) 2025 2,26 407
Groot-Rijnmond (CR) 2025 2,09 359
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2025 2,24 362
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2025 2,04 289
Overig Zeeland (CR) 2025 2,13 332
West-Noord-Brabant (CR) 2025 2,13 383
Midden-Noord-Brabant (CR) 2025 2,10 381
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2025 2,19 427
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2025 2,11 422
Noord-Limburg (CR) 2025 2,14 349
Midden-Limburg (CR) 2025 2,11 342
Zuid-Limburg (CR) 2025 1,92 284
Flevoland (CR) 2025 2,31 379
Aa en Hunze 2025 2,21 371
Aalburg 2025
Aalsmeer 2025 2,27 526
Aalten 2025 2,28 344
Ter Aar 2025
Aarle-Rixtel 2025
Abcoude 2025
Achtkarspelen 2025 2,30 294
Akersloot 2025
Alblasserdam 2025 2,36 351
Albrandswaard 2025 2,42 456
Alkemade 2025
Alkmaar 2025 2,04 380
Almelo 2025 2,15 295
Almere 2025 2,30 397
Alphen aan den Rijn 2025 2,24 397
Alphen en Riel 2025
Alphen-Chaam 2025 2,32 477
Altena 2025 2,39 401
Ambt Delden 2025
Ambt Montfort 2025
Ameland 2025 2,03 351
Amerongen 2025
Amersfoort 2025 2,18 446
Ammerzoden 2025
Amstelveen 2025 2,07 568
Amsterdam 2025 1,78 518
Andijk 2025
Angerlo 2025
Anloo 2025
Anna Paulowna 2025
Apeldoorn 2025 2,14 386
Appingedam 2025
Arcen en Velden 2025
Arnemuiden 2025
Arnhem 2025 1,92 350
Assen 2025 2,07 294
Asten 2025 2,28 442
Avereest 2025
Axel 2025
Baarle-Nassau 2025 2,18 418
Baarn 2025 2,11 508
Bakel en Milheeze 2025
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


In deze tabel zijn voor een groot aantal onderwerpen de belangrijkste statistische gegevens weergegeven voor diverse regionale indelingen.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1995.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief tenzij is aangegeven in de toelichting bij 'perioden' of 'onderwerp' dat ze voorlopig of nader voorlopig zijn.

Wijzigingen per 31 december 2025:

Verkeer en vervoer – motorvoertuigen
De cijfers van 2025 zijn toegevoegd.

Lokalisering – lokalisering van gemeenten
De cijfers van 2025 zijn toegevoegd.

Inkomen en vermogen
De cijfers van 2023 en 2024 zijn toegevoegd.

Bouwen en wonen – gemiddelde WOZ-waarde van woningen
De cijfers van 2024 en 2025 zijn toegevoegd.

Sociale zekerheid
De cijfers van 2025 zijn toegevoegd.

Landbouw – Graasdieren, hokdieren en cultuurgrond
De cijfers van 2025 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Maart 2026.

Toelichting onderwerpen

Bevolking
De geregistreerde bevolking van Nederland.
Particuliere huishoudens
Particuliere huishoudens bestaan uit één of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Trendbreuk
Door de verbeterde waarneming van personen in institutionele huishoudens treedt vanaf 2014 een trendbreuk op in de ontwikkeling van het aantal eenpersoonshuishoudens/alleenstaanden. Circa 35 duizend personen die eerst voornamelijk als alleenstaanden getypeerd waren, verschuiven nu naar de institutionele huishoudens. Het aantal alleenstaanden steeg daardoor van 2013 op 2014 met maar duizend personen. Van 2012 op 2013 was die stijging nog 41 duizend personen. Ook de totale stijging van het aantal huishoudens liep als gevolg hiervan terug van 57 duizend van 2012 op 2013 naar 21 duizend van 2013 op 2014.
Vanaf 2011 is er voor de samenstelling van huishoudensgegevens gebruik gemaakt van een nieuwe productiemethode. In deze nieuwe methode worden voor het bepalen van de huishoudenssamenstelling naast de gegevens uit het gemeentelijke bevolkingsregister ook belastingdienstgegevens over samenwonende paren gebruikt. De uitkomsten op basis van de nieuwe methode sluiten goed aan op de voorgaande uitkomsten, maar er treden vanaf 2011 wel kleine verschuivingen op in het aantal huishoudens naar samenstelling.

Gemiddelde huishoudensgrootte
Het aantal in particuliere huishoudens levende personen gedeeld door het aantal particuliere huishoudens.
Bouwen en wonen
Gemiddelde WOZ-waarde van woningen
De gemiddelde WOZ-waarde van woningen is vanaf 2019 op basis van de BAG woningvoorraadpopulatie berekend in plaats van de WOZ woningvoorraad.

Sinds 2019 registeren alle gemeenten officieel de WOZ-informatie in de landelijke voorziening WOZ. Sinds dat jaar maakt het CBS ook gebruik van dit register. In de LV WOZ is ook de relatie vastgelegd met het/de verblijfsobject(en) uit de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). Voorheen werd de WOZ-waarde bepaald op basis van de woningdefinitie en populatie in de WOZ.

Vanaf 2019 geldt:
Voor de bepaling van de gemiddelde woningwaarde wordt alleen gebruik gemaakt van BAG-objecten met een woonfunctie waarvoor een WOZ-waarde bekend is en die tussen de 10 duizend en de 5 miljoen euro ligt.

Tot en met 2018 geldt:
De gemiddelde WOZ-waarde van woningen is berekend op basis van de WOZ woningvoorraad.
Voor de bepaling van de gemiddelde woningwaarde wordt alleen gebruik gemaakt van die WOZ-objecten omschreven als woningen dienend tot hoofdverblijf (WOZ-objectcode 10) en woningen met praktijkruimte (WOZ-objectcode 11) met een waarde groter dan nul euro.