Regionale kerncijfers Nederland

Regionale kerncijfers Nederland

Perioden Regio's Bevolking Bevolkingssamenstelling op 1 januari Stedelijkheidsklasse Zeer sterk stedelijk (aantal) Bouwen en wonen Woningvoorraad Voorraad op 1 januari (aantal) Bouwen en wonen Woningvoorraad Woningdichtheid (aantal woningen per km²) Milieu en bodemgebruik Bodemgebruik Oppervlakte Totale oppervlakte (km²) Milieu en bodemgebruik Bodemgebruik Oppervlakte Water Water totaal (km²)
2019 Nederland 4.070.760 7.814.911 232 41.543,38 7.872,28
2020 Nederland 4.173.830 7.891.786 234 41.543,38 7.872,28
2021 Nederland 4.226.710 7.966.331 237 41.543,38 7.872,28
2019 Zuid-Nederland (LD) 475.330 1.659.929 235 7.291,91 239,83
2020 Zuid-Nederland (LD) 486.330 1.673.842 237 7.291,91 239,83
2021 Zuid-Nederland (LD) 498.770 1.688.043 239 7.291,91 239,83
2019 Overijssel (PV) 135.170 505.343 152 3.420,74 101,74
2020 Overijssel (PV) 138.690 510.296 154 3.420,74 101,74
2021 Overijssel (PV) 145.160 514.993 155 3.420,74 101,74
2019 Noord-Friesland (CR) 42.030 149.997 101 3.285,26 1.799,46
2020 Noord-Friesland (CR) 45.000 151.788 102 3.285,26 1.799,46
2021 Noord-Friesland (CR) 44.930 152.754 103 3.289,75 1.803,70
2019 Arnhem 34.630 75.632 773 101,54 3,72
2020 Arnhem 38.600 76.737 784 101,54 3,72
2021 Arnhem 42.940 77.839 796 101,54 3,72
2019 Heerhugowaard 5.480 23.411 613 39,99 1,78
2020 Heerhugowaard 5.430 23.913 626 39,99 1,78
2021 Heerhugowaard 6.970 24.439 640 39,99 1,78
2019 Zwijndrecht 16.190 20.454 1.008 22,77 2,47
2020 Zwijndrecht 16.340 20.537 1.012 22,77 2,47
2021 Zwijndrecht 16.510 20.720 1.021 22,77 2,47
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


In deze tabel zijn voor een groot aantal onderwerpen de belangrijkste statistische gegevens weergegeven voor diverse regionale indelingen.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1995.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief tenzij is aangegeven in de toelichting bij de perioden of het onderwerp dat ze voorlopig of nader voorlopig zijn.


Wijzigingen per 10 juni 2021:

Bevolking
Bevolking naar stedelijkheid: de definitieve cijfers van 2021 zijn toegevoegd.
Totale bevolking per 1 januari 2021: dit zijn nog voorlopige cijfers. De definitieve cijfers over 2021 (totaal en naar geslacht, leeftijd en burgerlijke staat) worden bij de volgende update aan deze tabel toegevoegd.

Bouwen en wonen
Woningvoorraad en woningdichtheid: de definitieve cijfers van 2021 zijn toegevoegd.
Nieuwbouwwoningen en saldo vermeerdering woningen: de definitieve cijfers van 2020 zijn toegevoegd.

Inkomen en vermogen
Inkomen: de definitieve cijfers van 2018 en de voorlopige cijfers van 2019 zijn toegevoegd.
Vermogen: Gereviseerde cijfers over 2011 tot en met 2019 zijn toegevoegd. Door het beschikbaar komen van nieuwe bronnen ten aanzien van schulden en opgebouwd tegoed bij spaar- en beleggingshypotheken, en een vernieuwde methodiek in de berekening van het aanmerkelijk belang en diverse andere vermogensposten zijn de vermogenscijfers gewijzigd. De cijfers over 2011 tot en met 2018 zijn definitief. De cijfers over 2019 zijn voorlopig.

Bedrijfsvestigingen
De voorlopige cijfers van 2020 zijn toegevoegd.

Bodemgebruik
Oppervlakte en omgevingsadressendichtheid: de definitieve cijfers van 2021 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Augustus 2021.

Toelichting onderwerpen

Bevolking
De geregistreerde bevolking van Nederland.
Bevolkingssamenstelling op 1 januari
Stedelijkheidsklasse
Inwoners naar stedelijkheid op 1 januari afgerond op tientallen. De som van de afgeronde getallen is hierdoor niet altijd gelijk aan de afgeronde som.

De stedelijkheid is een maat voor de concentratie van menselijke activiteiten (zoals wonen, werken, schoolgaan, winkelen en uitgaan) en gebaseerd op de gemiddelde omgevingsadressendichtheid (OAD).

Vanaf 2015 is gebruik gemaakt van de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) als bron voor de OAD. Hiervoor werd het Geografisch Basisregister (GBR) als bron gebruikt. Deze bronwijziging veroorzaakt een trendbreuk in de cijfers ten opzichte van 2014. De veranderingen die te maken hebben met deze bronwijziging betreffen onder andere:
- De objecten zijn nu grondslag en niet de adressen. De BAG bevat vaak meer objecten dan er voorheen adressen waren;
- Van alle objecten is nu direct al de exacte geografische locatie bekend. Voorheen was die van een groot aantal nieuwe adressen nog niet bekend;
- Veel gemeenten voeren nu alle recreatiewoningen op. Wanneer deze dicht bij de kern liggen verhogen ze de OAD.

Voor de berekening van de gemiddelde OAD wordt eerst voor ieder adres de OAD vastgesteld. Dat is het aantal adressen binnen een cirkel met een straal van één kilometer rondom een adres, gedeeld door de oppervlakte van de cirkel. De OAD wordt uitgedrukt in adressen per km².
Daarna is het gemiddelde berekend van de omgevingsadressendichtheid van alle afzonderlijke adressen binnen het beschouwde gebied. De hier gebruikte OAD komt overeen met de definitieve OAD in de StatLine-publicatie Maatstaven Financiële-verhoudingswet (Fvw).
De definitieve OAD wordt gebruikt voor de vaststelling van de definitieve uitkering voor het Gemeentefonds, dus inclusief gemeentelijke herindelingen, grenscorrecties, sloop en nieuwe adressen.
Voor de berekening per gemeente (of bijvoorbeeld provincie) van het aantal inwoners naar stedelijkheidsklasse wordt per vierkant van 500 bij 500 m aan de hand van de gemiddelde OAD van dat vierkant de stedelijkheidsklasse bepaald. Vervolgens zijn per categorie van de stedelijkheidsklasse de inwoners van de betreffende gemeente samengeteld.

Er worden vijf categorieën onderscheiden:
- zeer sterk stedelijk: gemiddelde OAD van 2 500 of meer adressen per km²;
- sterk stedelijk: gemiddelde OAD van 1 500 tot 2 500 adressen per km²;
- matig stedelijk: gemiddelde OAD van 1 000 tot 1 500 adressen per km²;
- weinig stedelijk: gemiddelde OAD van 500 tot 1 000 adressen per km²;
- niet stedelijk: gemiddelde OAD van minder dan 500 adressen per km².
Zeer sterk stedelijk
Gebied met een omgevingsadressendichtheid groter of gelijk aan 2 500 adressen per vierkante kilometer.
Bouwen en wonen
Woningvoorraad
De gegevens zijn vanaf 2012 gebaseerd op de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG).
De woningvoorraadcijfers zijn van 1995 tot en met 2011 gebaseerd op de administratieve woningtelling met peildatum 1-1-1992 en de daarna door de gemeenten aan het CBS gemelde mutaties.

De verandering van de bron van de gegevens (BAG) vanaf 2012 betekent ook een aantal verschillen in definities en classificaties. De belangrijkste zijn:
- Tijdelijke bouwwerken (bouwwerken met een aangeduide instandhoudingtermijn in de verleende bouwvergunning) werden in de woningvoorraadregistratie niet als woonruimte aangemerkt. de BAG kent dit onderscheid niet. Tijdelijke bouwwerken c.q. objecten worden in het vervolg meegeteld in de voorraden.
- Wooneenheden (onzelfstandige woningen), zoals studentenflats, werden in de woningvoorraadregistratie aangemerkt als aparte categorie woonruimten. In de BAG worden ze alleen als woning gezien als ze een eigen adres hebben.
- Recreatiewoningen werden in de woningvoorraadregistratie waargenomen als aparte categorie woonruimten. De recreatiewoningen kunnen in de BAG aangemerkt worden als woning of als niet-woning met een logiesfunctie.
- De bewoningscapaciteit (aantal huisvestingsplaatsen voor permanente bewoning) van bijzondere woongebouwen, zoals verpleeghuizen en gezinsvervangende tehuizen, was in de woningvoorraadregistratie ook een aparte categorie woonruimten. Per adres van het bijzondere woongebouw was de bewoningscapaciteit bekend. In de BAG is informatie over de bewoningscapaciteit niet meer voorhanden. Daarnaast worden bijzondere woongebouwen in de BAG niet altijd aangeduid met een woonfunctie. Net als de recreatiewoningen worden dergelijke objecten dan niet meer meegeteld in de voorraad woningen.
Voorraad op 1 januari
Het aantal woningen op 1 januari.
Een woning is de kleinste binnen één of meer panden gelegen en voor woondoeleinden geschikte eenheid van gebruik, ontsloten via een eigen toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte.
Voorbeelden zijn vrijstaande woningen, eengezinswoningen, flat- of portiekwoningen, studentenhuizen.
Alle verblijfsobjecten met minimaal een woonfunctie en eventueel een of meer andere gebruiksfuncties worden als woning aangemerkt.
Woningdichtheid
Totaal aantal woningen per km² land op 1 januari.
Milieu en bodemgebruik
Bodemgebruik
Oppervlakte
De gegevens over de totale oppervlakte volgens de regionale indelingen op 1 januari zijn berekend uit digitale bestanden van de gemeentegrenzen.
Met ingang van 2011 wordt het bestand Burgerlijke gemeentegrenzen van het Kadaster gebruikt als basis voor de gemeentegrenzen, in tegenstelling tot het bestand Topgrenzen, de gemeentegrenzen van de voormalige Topografische Dienst, wat in 2010 en voorgaande jaren is gebruikt.
Vanwege kleine grensverschillen tussen beide gemeentegrenzen-bestanden zullen daarom kleine afwijkingen in oppervlakte voor bijna alle gemeenten gerapporteerd worden, ook voor gemeenten waarvan de gemeentegrenzen niet officieel gewijzigd zijn.

De onderverdeling in land en water is berekend op grond van de meest recente gegevens afkomstig uit de statistiek van het Bodemgebruik (ook wel bodemstatistiek genoemd). Zo zijn de cijfers van:
- 2009 en 2010 gebaseerd op de bodemstatistiek 2006;
- 2011 en 2012 op de bodemstatistiek 2008;
- 2013 tot en met 2015 op de bodemstatistiek 2010;
- 2016 en 2017 op de bodemstatistiek 2012;
- vanaf 2018 op de bodemstatistiek 2015.

Met de overgang naar de bodemstatistiek 2000 is een tweetal verbeteringen doorgevoerd:
1) de brongegevens uit de bodemstatistiek zijn geharmoniseerd met de digitale topografische kaartbladen van de Topografische Dienst Kadaster, schaal 1:10.000;
2) de categorie binnen- en buitenwater bevat alle in de topografische kaart, schaal 1:10.000, weergegeven watervlakken groter dan 1 ha.
Water in delfstofwinning en vloei- en slibvelden wordt nu apart waargenomen en water in jachthavens wordt, in tegenstelling tot andere peiljaren, ingedeeld onder water met een recreatieve functie.

Naast oppervlaktecijfers van land en water volgens hier gehanteerde cijfers uit de statistiek van het Bodemgebruik worden ook in de publicatie 'Ruimtelijke maatstaven financiële verhoudingswet(Fvw)' cijfers over oppervlakten land en water gepubliceerd.
Deze publicatie bevat ruimtelijke peilgegevens ten behoeve van uitkeringen uit het Gemeentefonds. De oppervlaktecijfers kunnen licht afwijken van de oppervlaktecijfers van de statistiek van het Bodemgebruik.
Het verschil wordt veroorzaakt omdat bodemstatistiekcijfers een integrale beschrijving geven voor Nederland van een enkel peiljaar. Deze peiljaren volgen om de drie of vier jaar. Hierbij wordt het materiaal uit een ouder jaar ieder jaar herberekend naar de meest recente gemeentelijke indeling.
Voor de Fvw-cijfers daarentegen, worden de meest recente topografische kaartbladen 1:10 000 van de Topografische Dienst Kadaster gehanteerd volgens de omschrijving van de desbetreffende hoofdgroepen van de statistiek van het bodemgebruik. Jaarlijks wordt ongeveer 25% van de oppervlakte van Nederland door de Topografische Dienst Kadaster geactualiseerd.
Cijfers uit de publicatie 'Ruimtelijke maatstaven Fvw' kunnen daarom ieder jaar verschillen door de vernieuwing van een kwart van het oppervlak van Nederland.

De onderverdeling van de categorie 'water totaal' in binnen- en buitenwater is beschikbaar vanaf het jaar 2000.
Totale oppervlakte
Totale oppervlakte land en water.
Water
Totale oppervlakte binnen- en buitenwater.
Binnenwater smaller dan 6 meter, kwelders, schorren, moerassen, rietlanden en dergelijke zijn tot land gerekend.
Water totaal
Totale oppervlakte binnen- en buitenwater.