Herkomstindeling Barometer Culturele Diversiteit

Het CBS gaat vanaf 2022 op een andere manier publiceren over wat tot nu toe de ‘bevolking met een westerse of niet-westerse migratieachtergrond’ werd genoemd. Dit artikel gaat in op de nieuwe herkomstindeling voor de Barometer Culturele Diversiteit.
Paragraaf 1 geeft achtergrondinformatie over de Barometer Culturele Diversiteit en de nieuwe herkomstindeling van het CBS. Vervolgens gaat paragraaf 2 in op de nieuwe herkomstindeling voor de Barometer. Paragraaf 3 beschrijft hoe de nieuwe indeling zich verhoudt tot de oude indeling. Hieruit blijkt dat achterstanden op de arbeidsmarkt onder bepaalde groepen wat minder zichtbaar zijn in de nieuwe indeling. Daarom is onderzocht in hoeverre een alternatieve indeling op basis van werelddelen een beter beeld geeft van deze achterstanden (paragraaf 4).
1. Achtergrond
Onderdeel van Programma Voor een Inclusieve Arbeidsmarkt (VIA)
In 2018 is het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het Programma Voor een Inclusieve Arbeidsmarkt -voorheen Verdere Integratie op de Arbeidsmarkt- (VIA) gestart. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft dit als volgt aan de Tweede Kamer toegelicht:
Mensen met een niet-westerse migratieachtergrond, zowel de eerste als de tweede generatie, hebben structurele achterstanden op de arbeidsmarkt. Ze hebben gemiddeld een lagere arbeidsparticipatie, slechtere contracten en een lager loon. Ook zijn ze vaker werkloos en zijn ze oververtegenwoordigd in de bijstand. Iedere statistiek laat achterstanden zien, ook wanneer er gecorrigeerd wordt voor kenmerken als opleidingsniveau of studiekeuze. Ook is te zien dat deze groepen kwetsbaarder zijn voor de economische gevolgen van de coronacrisis.
Om dit te keren, is het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2018 het Programma Verdere Integratie op de Arbeidsmarkt (VIA) gestart. Het Programma VIA richt zich op het verkleinen van de achterstanden op de arbeidsmarkt van mensen met een niet-westerse migratieachtergrond en op het creëren van gelijke kansen van deze groep.
Mede op basis van het advies 'Diversiteit in de top. Tijd voor versnelling’ van de Sociaal Economische Raad (SER) maakt de Barometer Culturele Diversiteit deel uit van het programma VIA om werkgevers te ondersteunen bij effectief, op feiten gebaseerd diversiteitsbeleid. De Barometer geeft organisaties inzicht in de culturele diversiteit van hun personeelsbestand, zonder dat individuen herkenbaar zijn in de cijfers. Om deze cijfers over de eigen organisatie te duiden, kunnen werkgevers gebruik maken van een dashboard met periodieke statistieken over culturele diversiteit op de arbeidsmarkt.
Nieuwe herkomstindeling CBS
Bij de start van de Barometer in 2020 was de culturele diversiteit binnen een organisatie gebaseerd op de migratieachtergrond van de werknemers, ingedeeld in drie groepen: Nederlandse achtergrond, westerse migratieachtergrond en niet-westerse migratieachtergrond. Deze hoofdindeling gebruikte het CBS sinds eind jaren 1990 in publicaties over migratie en integratie. Maar de afgelopen jaren is gebleken dat deze hoofdindeling achterhaald is, en door de maatschappij steeds vaker als moeilijk navolgbaar wordt ervaren.
Mede daarom heeft het CBS besloten om organisatiebreed een nieuwe herkomstindeling voor migranten en hun kinderen te ontwikkelen, die vanaf 2022 geleidelijk ingevoerd wordt. Voor de Barometer heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid besloten om aan te sluiten bij de nieuwe hoofdindeling naar herkomstland Nederland, Europa en Buiten-Europa.
2. Hoe ziet de nieuwe herkomstindeling voor de Barometer eruit?
De nieuwe herkomstindeling van het CBS bestaat uit twee onderdelen:
- Geboren in Nederland: kenmerk dat weergeeft of een persoon en diens ouders in Nederland of in het buitenland geboren zijn.
- Herkomstland: kenmerk dat weergeeft in welk land iemand geboren is of waar diens ouders geboren zijn.
Waar mogelijk worden CBS-statistieken binnen het thema migratie en integratie zowel naar wel of niet geboren in Nederland als naar het herkomstland uitgesplitst. Afhankelijk van de wensen en getalsmatige mogelijkheden wordt gekozen voor de meest informatieve én praktisch haalbare indeling naar herkomstland. Voor de Barometer zijn de getalsmatige mogelijkheden eerder onderzocht voor de oude indeling naar migratieachtergrond. Wegens onthullingsrisico van individuele werknemers en het detailniveau van andere kenmerken heeft dit geleid tot een indeling in drie groepen (zie kader). Analoog is ook voor de nieuwe herkomstindeling een driedeling het uitgangspunt.
In overleg met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het CBS de mogelijkheden hiervoor geanalyseerd. Op basis hiervan heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid besloten om voor de Barometer aan te sluiten bij de nieuwe hoofdindeling naar herkomstland Nederland, Europa en Buiten-Europa, en daarbij geen onderscheid te maken naar wel of niet geboren in Nederland, het andere onderdeel van de nieuwe indeling. Deze paragraaf licht deze keuze toe. Vervolgens beschrijven we de nieuwe indeling voor de Barometer in cijfers.
Geen onderscheid naar migranten en tweede generatie
Voor de Barometer heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gekozen voor een indeling naar herkomstland, en niet naar Geboren in Nederland, het andere onderdeel van de nieuwe indeling. Daarmee is de nieuwe Barometerindeling vergelijkbaar met de oude Barometerindeling, waarbij ook alleen een uitsplitsing naar migratieachtergrond wordt gemaakt en niet naar generatie. Uitgaande van een indeling in drie groepen, zoals in het kader toegelicht, is de combinatie van zowel Geboren in Nederland als herkomstland namelijk niet haalbaar. Daarbij vindt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid herkomstland belangrijker dan Geboren in Nederland, aangezien het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ziet dat ook de tweede generatie structurele achterstanden op de arbeidsmarkt heeft, ook wanneer er gecorrigeerd wordt voor kenmerken als opleidingsniveau of studiekeuze.
Ook in de nieuwe herkomstindeling zijn achterstanden zichtbaar bij kinderen van Buiten-Europese migranten. Tabel 1 is gebaseerd op gegevens over alle werknemers in Nederland op basis van de Polisadministratie 2020. Het geeft de relatieve verhouding weer tussen het aandeel banen van werknemers met een (Buiten-) Europese herkomst per uurlooncategorie ten opzichte van het aandeel banen van werknemers met een (Buiten-)Europese herkomst in heel Nederland.
Voor heel Nederland is de relatieve verhouding dus gelijk aan 1. Bij een relatieve verhouding < 1 is er sprake van ondervertegenwoordiging, bij een relatieve verhouding > 1 van oververtegenwoordiging. Uit tabel 1 blijkt dat zowel migranten als de tweede generatie uit Buiten-Europa ondervertegenwoordigd zijn in hogere uurloonklassen. Voor werknemers met een Europese herkomst daarentegen, is een dergelijke ondervertegenwoordiging wel zichtbaar voor migranten, maar niet voor de tweede generatie.
| Herkomst | Uurloon | Migrant | Tweede generatie |
|---|---|---|---|
| Europa (exclusief Nederland) | Minder dan 10 euro | 0.6 | 1.3 |
| Europa (exclusief Nederland) | 10 tot 15 euro | 2.1 | 1.0 |
| Europa (exclusief Nederland) | 15 tot 20 euro | 1.0 | 1.0 |
| Europa (exclusief Nederland) | 20 tot 25 euro | 0.6 | 1.0 |
| Europa (exclusief Nederland) | 25 euro of meer | 0.6 | 1.0 |
| Buiten-Europa | Minder dan 10 euro | 0.6 | 1.7 |
| Buiten-Europa | 10 tot 15 euro | 1.6 | 1.1 |
| Buiten-Europa | 15 tot 20 euro | 1.1 | 1.0 |
| Buiten-Europa | 20 tot 25 euro | 1.0 | 0.9 |
| Buiten-Europa | 25 euro of meer | 0.8 | 0.8 |
| Merk op dat deze tabel slechts de samenhang tussen herkomst en uurloon laat zien, het geeft geen inzicht in eventuele causale verbanden. Daarbij worden verschillen mogelijk (deels) verklaard door andere kenmerken, zoals leeftijd en opleidingsniveau. | |||
Barometerindeling naar herkomstland Nederland, Europa en Buiten-Europa in cijfers
De nieuwe CBS-indeling naar herkomstland bestaat uit meerdere niveaus, tot op het niveau van afzonderlijke landen. Maar zoals beschreven is dit te gedetailleerd voor de Barometer. Daarom heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid besloten om voor de Barometer aan te sluiten bij de hoofdindeling naar herkomstland Nederland, Europa en Buiten-Europa. Tabel 2 geeft het aandeel banen van werknemers weer in de nieuwe Barometerindeling voor 2020: 75% had herkomstland Nederland, 10% had een Europese herkomst en 15% een Buiten-Europese herkomst.
| Herkomstland | Nederland | Europa (exclusief Nederland) | Buiten-Europa |
|---|---|---|---|
| Percentage | 75% | 10% | 15% |
3. Hoe verhouden de oude indeling naar migratieachtergrond en nieuwe indeling naar herkomstland zich tot elkaar?
Deze paragraaf gaat in op de inhoudelijke verschillen tussen de nieuwe indeling naar herkomstland en de oude indeling naar migratieachtergrond. Vervolgens beschrijven we in hoeverre achterstanden in uurloon en aandeel flexbanen zichtbaar zijn in de oude en nieuwe indeling.
Verschuiving van Nederlandse achtergrond en westerse migratieachtergrond naar herkomstland Buiten-Europa
De nieuwe indeling naar herkomstland Nederland, Europa en Buiten-Europa verschilt op twee punten van de oude migratieachtergrondindeling Nederlands, westers en niet-westers:
- In de oude indeling zijn de groepen met een westerse en een niet-westerse migratieachtergrond vergelijkbaar qua omvang (tabel 3a). In de nieuwe indeling is aandeel werknemers met een Buiten-Europese herkomst (15%) groter dan het aandeel werknemers met een Europese herkomst (10%). Dit verschil wordt met name verklaard door de relatief grote groep werknemers met Indonesië als herkomstland (tabel 4). Tweederde van hen is geboren in het voormalig Nederlands-Indië. Deze groep valt in de oude indeling onder de categorie westers, terwijl zij in de nieuwe indeling onder de categorie Buiten-Europa vallen. Ook werknemers uit Noord-Amerika en Oceanië verschuiven van westers in de oude indeling naar Buiten-Europa in de nieuwe indeling. Daarnaast is er een groep overige landen die qua omvang beperkt is, waaronder Japan, verschoven van westerse migratieachtergrond naar herkomstland Buiten-Europa.
- Tussen tabellen 3a en 3b is een klein verschil van 1% te zien tussen de categorie ‘Nederlandse achtergrond’ volgens de oude indeling en de categorie ‘herkomstland Nederland’ volgens de nieuwe indeling. Dit betreft mensen die in het buitenland geboren zijn en twee in Nederland geboren ouders hebben. In de nieuwe indeling hebben zij een herkomst buiten Nederland, in de oude indeling niet. Het gaat in deze groep onder meer om in het buitenland geboren kinderen van ouders die geëmigreerd zijn (zoals expats of Nederlanders die in de grensregio’s in België of Duitsland wonen) en later zelf in Nederland zijn gaan wonen. Er kan ook sprake zijn van ‘toevallige geboorten buitenland’, waarbij ouders wel in Nederland wonen, maar moesten uitwijken naar een ziekenhuis over de grens voor de geboorte van het kind. Omdat zij in de Basisregistratie Personen (BRP) een geboorteland buiten Nederland hebben, behoren zij in de nieuwe indeling tot de groep met een herkomst buiten Nederland.
| Migratieachtergrond | Nederlandse achtergrond | Westerse migratieachtergrond | Niet-westerse migratieachtergrond |
|---|---|---|---|
| Percentage | 76% | 12% | 12% |
| Herkomstland | Nederland | Europa (excl. Nederland) | Buiten-Europa |
|---|---|---|---|
| Percentage | 75% | 10% | 15% |
| Herkomstland | Percentage |
|---|---|
| Indonesië | 77% |
| Noord-Amerika | 12% |
| Oceanië | 6% |
| Japan | 1% |
| Overig | 4% |
| Totaal Buiten-Europa | 100% |
Achterstanden in de nieuwe indeling naar herkomstland wat minder zichtbaar dan in de oude indeling naar migratieachtergrond
Achterstanden op het gebied van uurloon zijn wat minder goed zichtbaar in de nieuwe indeling dan in de oude indeling. Tabel 5 geeft de relatieve verhouding weer tussen het aandeel banen van niet-westerse werknemers per uurlooncategorie ten opzichte van het aandeel banen van niet-westerse werknemers in heel Nederland. Bij een relatieve verhouding < 1 in de tabel is er sprake van ondervertegenwoordiging, bij een relatieve verhouding > 1 van oververtegenwoordiging. Uit tabel 5 blijkt dat niet-westerse personen in de oude indeling oververtegenwoordigd zijn in de categorie ’10 tot 15 euro (1,5)’ en juist ondervertegenwoordigd in de groep met het hoogste uurloon (0,6). In de nieuwe indeling is dit verschil ook zichtbaar, maar minder duidelijk. De verhoudingen zijn hier respectievelijk 1,4 en 0,8.
| Niet-westerse migratieachtergrond | Herkomstland Buiten-Europa | ||
|---|---|---|---|
| Totaal | 1,0 | 1,0 | |
| Minder dan 10 euro | 1,2 | 1,1 | |
| 10 tot 15 euro | 1,5 | 1,4 | |
| 15 tot 20 euro | 1,1 | 1,1 | |
| 20 tot 25 euro | 0,9 | 0,9 | |
| 25 euro of meer | 0,6 | 0,8 | |
| Merk op dat deze tabel slechts de samenhang tussen herkomst en uurloon laat zien, het geeft geen inzicht in eventuele causale verbanden. Daarbij worden verschillen mogelijk (deels) verklaard door andere kenmerken, zoals leeftijd en opleidingsniveau. | |||
Voor het gemiddelde uurloon is het beeld voor werknemers met herkomst Buiten-Europa iets gunstiger dan voor werknemers met een niet-westerse migratieachtergrond (tabel 6). Waar het gemiddeld uurloon in de oude indeling voor de categorie niet-westers wat lager is dan de categorie westers (21 euro tegenover 23 euro), is dit voor de categorie Buiten-Europa juist iets hoger dan de categorie Europa (22 euro tegenover 21 euro).
| Migratieachtergrond | Totaal | Nederlandse achtergrond | Westerse migratieachtergrond | Niet-Westerse migratieachtergrond |
|---|---|---|---|---|
| Gemiddeld uurloon (euro) | 24 | 25 | 23 | 21 |
| Herkomstland | Totaal | Nederland | Europa (exclusief Nederland) | Buiten-Europa |
|---|---|---|---|---|
| Gemiddeld uurloon (euro) | 24 | 25 | 21 | 22 |
Het aandeel flexbanen laat voor werknemers met herkomst Buiten-Europa eveneens een gunstiger beeld zien dan voor werknemers met een niet-westerse migratieachtergrond (tabel 7). Waar het aandeel flexbanen in de oude indeling voor de categorie niet-westers iets hoger is dan voor de categorie westers (47% tegenover 46%), is dit voor de categorie Buiten-Europa juist lager dan voor de categorie Europa (43% tegenover 51%). Dit komt door een relatief laag aandeel flexbanen in de groep die van westers in de oude indeling naar Buiten-Europa in de nieuwe indeling verschuift, namelijk werknemers uit met name Indonesië, Noord-Amerika en Oceanië. Hierdoor is het aandeel flexbanen in de categorie Buiten-Europa lager dan in de categorie niet-westers, en in de categorie Europa juist hoger dan in de categorie niet-westers.
| Migratieachtergrond | Totaal | Nederlandse achtergrond | Westerse migratieachtergrond | Niet-Westerse migratieachtergrond |
|---|---|---|---|---|
| Percentage | 34 | 30 | 46 | 47 |
| Herkomstland | Totaal | Nederland | Europa (exclusief Nederland) | Buiten-Europa |
|---|---|---|---|---|
| Percentage | 34 | 30 | 51 | 43 |
4. In hoeverre zijn achterstanden beter zichtbaar via een alternatieve indeling op basis van werelddelen?
Alternatieve indeling: 1) Nederland, 2) Europa, Noord-Amerika, Oceanië, 3) Afrika, Azië, Zuid- en Midden-Amerika
Omdat de groep met herkomstland Buiten-Europa in de nieuwe indeling breder is dan de groep met een niet-westerse migratieachtergrond in de oude indeling, heeft het CBS op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onderzocht of een alternatieve indeling achterstanden beter zichtbaar maakt. Daarbij heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in overleg met SER Diversiteit in Bedrijf gekozen voor de volgende clustering van werelddelen: 1) Nederland, 2) Europa, Noord-Amerika, Oceanië en 3) Afrika, Azië, Zuid- en Midden-Amerika. Deze paragraaf beschrijft in hoeverre deze alternatieve indeling in omvang verschilt van de nieuwe hoofdindeling naar herkomstland Nederland, Europa en Buiten-Europa. Vervolgens vergelijken we achterstanden in uurloon en aandeel flexbanen tussen de alternatieve indeling en de nieuwe hoofdindeling.
Alternatieve indeling en nieuwe Barometerindeling vergelijkbaar in omvang
Tabel 8 toont het percentage banen van werknemers in de alternatieve indeling. Deze percentages zijn -afgerond- identiek aan die van de nieuwe hoofdindeling (tabel 3). Dit komt doordat de groep met herkomstland Noord-Amerika en Oceanië relatief klein is (tabel 4).| Herkomstland | Nederland | Europa, Noord-Amerika en Oceanië | Afrika, Azië, Zuid- en Midden-Amerika |
|---|---|---|---|
| Percentage | 75% | 10% | 15% |
Vergelijkbare uitkomsten uurloon en aandeel flexbanen voor alternatieve indeling
De beperkte verschillen tussen de alternatieve indeling en de nieuwe hoofdindeling zijn ook terug te zien in de uitkomsten op het gebied van uurloon en aandeel flexbanen. De uitkomsten voor de alternatieve indeling zijn vrijwel identiek aan die van de nieuwe hoofdindeling (tabel 9 en 10). Ook wat betreft het aandeel flexbanen zijn de uitkomsten nagenoeg gelijk (tabel 11).| Totaal | Nederland | Europa (exclusief Nederland) | Buiten-Europa | |
|---|---|---|---|---|
| Totaal | 100 | 75 | 10 | 15 |
| Minder dan 10 euro | 100 | 76 | 8 | 16 |
| 10 tot 15 euro | 100 | 62 | 18 | 20 |
| 15 tot 20 euro | 100 | 74 | 10 | 16 |
| 20 tot 25 euro | 100 | 79 | 7 | 14 |
| 25 euro of meer | 100 | 82 | 7 | 11 |
| Totaal | Nederland | Europa (excl Nederland), Noord-Amerika, Oceanië | Afrika, Azië, Zuid- en Midden-Amerika | |
|---|---|---|---|---|
| Totaal | 100 | 75 | 10 | 15 |
| Minder dan 10 euro | 100 | 76 | 8 | 16 |
| 10 tot 15 euro | 100 | 62 | 18 | 20 |
| 15 tot 20 euro | 100 | 74 | 10 | 16 |
| 20 tot 25 euro | 100 | 79 | 7 | 13 |
| 25 euro of meer | 100 | 82 | 8 | 11 |
| Herkomstland | Totaal | Nederland | Europa (exclusief Nederland) | Buiten-Europa |
|---|---|---|---|---|
| Gemiddeld uurloon (euro) | 24 | 25 | 21 | 22 |
| Herkomstland | Totaal | Nederland | Europa (excl Nederland), Noord-Amerika, Oceanië | Afrika, Azië, Zuid- en Midden-Amerika |
|---|---|---|---|---|
| Gemiddeld uurloon (euro) | 24 | 25 | 22 | 22 |
| Herkomstland | Totaal | Nederland | Europa (exclusief Nederland) | Buiten-Europa |
|---|---|---|---|---|
| Aandeel flexbanen | 34 | 30 | 51 | 43 |
| Herkomstland | Totaal | Nederland | Europa (excl Nederland), Noord-Amerika, Oceanië | Afrika, Azië, Zuid- en Midden-Amerika |
|---|---|---|---|---|
| Aandeel flexbanen | 34 | 30 | 50 | 43 |
5. Begrippen
Baan – Een overeenkomst waarbij een persoon tegen een financiële vergoeding arbeid verricht voor een bedrijf of instelling. Dit kan als werknemer of zelfstandige. In deze publicatie gaat het om werknemersbanen, en niet om de banen als zelfstandige. Qua werkgevers gaat het om economische eenheden die ingezeten zijn in Nederland. De persoon hoeft geen ingezetene van Nederland te zijn. Een persoon kan meerdere banen hebben. Bij werknemersbanen wordt een mondelinge of schriftelijke arbeidsovereenkomst afgesloten waarbij salaris en andere arbeidsvoorwaarden zijn vastgelegd. Bij de bepaling van het aantal banen over een periode wordt rekening gehouden met de begin- en einddatum van de baan, echter niet met de wekelijkse arbeidsduur. Twee opeenvolgende banen met elk een duur van zes maanden tellen voor één baan in het jaargemiddelde, los van de vraag of het om voltijd- of deeltijdbanen gaat.Flexbaan – Een baan met een flexibel arbeidscontract. Dit zijn uitzendbanen, banen met een oproepcontract, stagebanen en reguliere banen met een contract voor bepaalde tijd.
Herkomstland – kenmerk dat weergeeft in welk land iemand geboren is of waar diens ouders geboren zijn. De herkomst van personen die in het buitenland zijn geboren, wordt bepaald door hun eigen geboorteland. Bij personen die in Nederland geboren zijn, wordt de herkomst bepaald door het geboorteland van de ouders. Wanneer beide ouders in het buitenland zijn geboren, is het geboorteland van de moeder leidend in het bepalen van de herkomst. De geboortegegevens van de moeder zijn vaker bekend dan die van de vader. Wanneer de moeder in Nederland is geboren of het geboorteland van de moeder onbekend is, dan wordt het geboorteland van de vader gebruikt.
Migratieachtergrond – Kenmerk dat weergeeft met welk land een persoon verbonden is op basis van het geboorteland van de ouders of van zichzelf. Een persoon heeft een migratieachtergrond als ten minste één van de ouders in het buitenland is geboren. Er wordt onderscheid gemaakt tussen personen die zelf in het buitenland zijn geboren (de eerste generatie) en personen die in Nederland zijn geboren (de tweede generatie). Een persoon met een eerste generatie migratieachtergrond heeft als migratieachtergrond het land waar hij of zij is geboren. Een persoon met een tweede generatie migratieachtergrond heeft als migratieachtergrond het geboorteland van de moeder, tenzij dat ook Nederland is. In dat geval is de migratieachtergrond bepaald door het geboorteland van de vader. Bij personen met een tweede generatie migratieachtergrond is er ook een onderscheid tussen personen met één of twee in het buitenland geboren ouders.
Uurloon – Het uurloon wordt berekend door de som van het brutoloon van alle werknemersbanen in de betreffende populatie te delen door de som van de bijbehorende arbeidsduur.
Het brutoloon is exclusief bijzondere beloningen en overwerkloon, maar inclusief de fiscale waarde van niet in geld uitgekeerde belaste vergoedingen. Bijzondere beloningen zijn de niet regelmatig betaalde beloningen die tot het brutoloon behoren, zoals vakantiegeld, eindejaarsuitkeringen, prestatiebeloningen, gratificaties en winstuitkeringen.
De arbeidsduur betreft het aantal verloonde uren exclusief overwerkuren en verlofuren in verband met vakantie en algemeen erkende feestdagen. ADV wordt niet gerekend tot de verloonde uren dus deze vallen buiten de berekening.
6. Afkortingen
BRP – Basisregistratie Personen
CBS – Centraal Bureau voor de Statistiek
SER – Sociaal-Economische Raad
VIA – Voor een Inclusieve Arbeidsmarkt