Cao-lonen stijgen minder

In het eerste kwartaal van 2017 zijn de cao-lonen (per uur inclusief bijzondere beloningen) 1,4 procent toegenomen. Deze toename is lager dan in 2016, waar de gemiddelde loonstijging over het hele jaar nog uitkwam op 1,9 procent.

De contractuele loonkosten (cao-lonen en werkgeverspremies) stegen met 1,6 procent in het eerste kwartaal van 2017. Sinds het begin van 2016 ligt de stijging van de contractuele loonkosten weer boven die van de cao-lonen.
In 2017 komt dit doordat de werkgevers meer bijdragen aan WAO-en WW-premies, en met name bij de overheid ook door de gestegen werkgeversbijdrage in pensioenpremies (ABP). De werkgeversheffing Zorgverzekeringswet en premies bij verschillende sectorfondsen zorgden juist voor een drukkend effect op de contractuele loonkostenstijging.

De lonen bij de sector overheid stegen met 0,5 procent minder in het eerste kwartaal van 2017 dan die bij de sector particuliere bedrijven (1,6 procent) en de gesubsidieerde sector (1,2 procent). In 2016 en 2015 waren de lonen bij de overheid juist een stuk hoger dan bij de andere sectoren. Dit kwam doordat bij de overheid in die loonstijging de loonafspraken verwerkt zijn, die voortvloeiden uit het in 2015 afgesloten Centraal Akkoord.

Het voorlopige cijfer over het eerste kwartaal van 2017 is gebaseerd op 75 procent van de cao’s waaruit de statistiek is opgebouwd. Ongeveer acht op de tien werknemers vallen onder een cao.

Ontwikkeling cao-lonen en contractuele loonkosten
 Cao-lonen inclusief bijzondere beloningenContractuele loonkosten
2011 I0,91,2
2011 II11,3
2011 III1,21,6
2011 IV1,31,7
2012 I1,32,1
2012 II1,42,5
2012 III1,52,5
2012 IV1,52,5
2013 I1,42
2013 II1,21,6
2013 III11,4
2013 IV0,91,3
2014 I0,91,3
2014 II0,91,2
2014 III0,91,2
2014 IV11,3
2015 I1,30,5
2015 II1,40,6
2015 III1,40,6
2015 IV1,50,7
2016* I1,82
2016* II1,82,1
2016* III2,12,1
2016* IV1,91,9
2017* I1,41,6

Loon(kosten) volgens Nationale Rekeningen

De lonen per arbeidsjaar waren in het eerste kwartaal van 2017 0,8 procent hoger dan in het eerste kwartaal van 2016. In de industrie en het onderwijs stegen de lonen met 2,1 procent het meest. In de zakelijke dienstverlening daalden de lonen met 0,6 procent. De loonkosten per arbeidsjaar, waarin ook de werkgeverspremies zijn opgenomen, stegen met 0,9 procent. De premies voor arbeidsongeschiktheid en pensioen zijn gestegen.

 

Gemiddelde loonontwikkeling
 LonenLoonkosten
2009 I2,32,1
2009 II3,43
2009 III2,72,5
2009 IV2,72,3
2010 I1,40,6
2010 II0,60,2
2010 III1,10,1
2010 IV2,51,5
2011 I2,42,9
2011 II1,72,2
2011 III22,6
2011 IV2,12,5
2012 I1,32,1
2012 II1,52,7
2012 III1,82,7
2012 IV1,62,7
2013 I1,94
2013 II1,62,2
2013 III1,92,8
2013 IV2,41,4
2014 I11,6
2014 II0,31,3
2014 III0,61,6
2014 IV0,22,9
2015 I1,5-0,8
2015 II1,60,1
2015 III1,7-0,1
2015 IV0,6-1,1
2016 I1,61,3
2016 II1,21
2016 III1,51,2
2016 IV1,10,8
2017 I0,80,9

Deze gegevens zijn gebaseerd op de beloning van werknemers volgens de Nationale rekeningen. Ze wijken af van de cao-gegevens over lonen en loonkosten. Dit komt onder meer doordat:

- de gegevens van de Nationale rekeningen de gehele werknemerspopulatie beschrijven en de cao-gegevens alleen de werknemers die onder een cao vallen. Naar schatting acht van de tien werknemers valt onder een cao.

- de gegevens van de Nationale rekeningen zijn gebaseerd op werkelijke geldstromen en alle looncomponenten en werkgeverslasten bevatten. De cao-lonen en contractuele loonkosten laten de ontwikkeling zien van de lonen en sociale lasten voor zover die onvoorwaardelijk voor alle werknemers gelden.

- de ontwikkeling op basis van cao-informatie is structuurvrij, want wijzigingen in de werknemerspopulatie hebben geen effect op de ontwikkeling van de loon(kosten). Deze wijzigingen werken wel door in de gegevens van de Nationale rekeningen.