Overheidsschuld daalt doordat steun aan ING afloopt

25-6-2014 10:30

In het eerste kwartaal van 2014 nam de overheidsschuld af met 2 miljard euro ten opzichte van een kwartaal eerder. Deze afname wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door het aflopen van de staatssteun aan de ING. Eind maart kwam de schuld uit op 439 miljard euro. Als percentage van het bbp is dit 68,1 procent en dus nog steeds boven de EMU-norm van 60 procent.

Overheidsschuld en mutatie overheidsschuld

Overheidsschuld en mutatie overheidsschuld

In het eerste kwartaal van 2014 verkocht het Rijk voor 5,7 miljard euro aan financiële bezittingen. Het aflopen van de staatssteun aan de ING uit 2008 en 2009 speelde hierbij een belangrijke rol. Het Rijk veilde het laatste deel van de in 2009 van de ING overgenomen Amerikaanse hypotheekportefeuille. De opbrengst hieruit was ruim 4 miljard euro in het eerste kwartaal van 2014 en ruim 2 miljard euro in het vierde kwartaal van 2013. Ook betaalde de ING in het eerste kwartaal 1,2 miljard euro van de kapitaalsteun uit 2008 terug. Dit bedrag bestaat uit zowel de aflossing als een extra premie van 0,3 miljard euro die de ING moest betalen. Inmiddels heeft de ING al 9,3 miljard euro terugbetaald van de 10 miljard euro die de onderneming ontving. De kapitaalsteun moet in mei 2015 in zijn geheel zijn terugbetaald.

Het Rijk maakt sinds de invoering van de wet schatkistbankieren in december 2013 gebruik van overtollige financiële bezittingen van lokale overheden. De lokale overheden stortten in het eerste kwartaal voor 1 miljard euro bij het Rijk. Voorheen hadden de lokale overheden deze financiële bezittingen niet bij de overheid gestald. Door de storting in de schatkist hoefde het Rijk minder bij partijen buiten de overheid te lenen. Omdat alleen schulden met partijen buiten de overheid meetellen in de overheidsschuld daalde de schuld.

StatLine tabel: Overheid; Overheidssaldo en overheidsschuld

Webmagazine-artikel: Overheidstekort 2013 bijgesteld naar 2,3 procent

Toelichting

Overheidsschuld (EMU)
De geconsolideerde schuld van de overheid, exclusief de transitorische schuld en de schuld op de titel financiële derivaten. Geconsolideerd wil zeggen dat schulden tussen overheden onderling niet meetellen in de schuld van de overheid. De schuldtitels zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. De overheidsschuld wordt vaak als percentage van het bruto binnenlands product gepresenteerd.

Door het verschil in waarderingsgrondslag is de som van de schuldtitels van de overheidsschuld (nominaal) niet gelijk aan de som van de schuldtitels in de nationale rekeningen (marktwaarde). De schuld bestaat uit de volgende titels: deposito's, kortlopende schuldbewijzen, langlopende schuldbewijzen, kortlopende leningen en langlopende leningen. De overheidsschuld (ook wel EMU-schuld genoemd) is één van de onderdelen van het Groei- en Stabiliteitspact. EMU staat voor Economische en Monetaire Unie.

EMU-norm
Het overheidssaldo en de overheidsschuld zijn binnen de Europese Unie de belangrijkste indicatoren voor de gezondheid van de overheidsfinanciën. In het Verdrag van Maastricht en het daaruit voortvloeiende Groei- en Stabiliteitspact is vastgelegd dat de lidstaten elk half jaar gegevens over het saldo en de schuld van hun overheid moeten rapporteren aan de Europese Commissie. Hierbij is bepaald dat een tekort niet meer dan 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) mag bedragen en de schuld niet meer dan 60 procent van het bbp. Indien de normen overschreden worden en hier geen bijzondere omstandigheden aan ten grondslag liggen, kan de Europese Commissie sancties opleggen. De cijfers sluiten aan bij het stelsel van de nationale rekeningen.