Meer verkeersdoden in 2025

Fietssnelroute met fietsers
© Tineke Dijkstra
In 2025 kwamen 759 mensen om in het verkeer. Dat zijn er 84 meer dan een jaar eerder. Fietsers zijn het vaakst slachtoffer (281), gevolgd door mensen die in een personenauto zitten (228). Het aantal verkeersdoden nam alleen toe onder mannen, onder vrouwen daalde het. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van de nieuwste cijfers.

Verkeersdoden
JaarFietsersInzittenden personenautoOverig vervoermiddel
2000233543390
2001225504354
2002195503368
2003219496373
2004180420281
2005181356280
2006216340255
2007189317285
2008181317252
2009185296239
2010162246232
2011200231230
2012200232218
2013184193193
2014185187198
2015185224212
2016189231209
2017206201206
2018228233217
2019203237221
2020229195186
2021207175200
2022290221234
2023270194220
2024246220209
2025281228250

Meer mannen, minder vrouwen

Er kwamen drie keer zo veel mannen (575) mannen als vrouwen (184) om in het verkeer. Het aantal mannelijke verkeersdoden is 21 procent hoger dan een jaar eerder. Bij vrouwen is het juist 8 procent lager.

Vooral meer fietsers

In 2025 kwamen 281 fietsers om het leven in het verkeer, 35 meer dan het jaar ervoor. 228 inzittenden van een personenauto hadden een fataal ongeluk, 8 meer dan in 2024. Ook overleden 59 voetgangers, 54 mensen in een scootmobiel, 53 motorrijders en 38 brom- en snorfietsers door een verkeersongeval. 
Vergeleken met eerdere jaren verongelukten in 2025 meer inzittenden van een bestel- of vrachtauto (40). Van 2020 tot en met 2024 schommelde het aantal slachtoffers tussen 6 en 27 met een gemiddelde van 17 per jaar.

Bijna twee derde fietsdoden heeft hoofdletsel

Van de fietsers die omkwamen reed minimaal 41 procent op een e-bike. Er overleden 8 fatbike-rijders door een verkeersongeluk. Van alle fietsdoden is 63 procent overleden met hoofdletsel als belangrijkste oorzaak.

Fietsdoden per 100 duizend inwoners, 2025
Leeftijd2025 (fietsdoden per 100 duizend inwoners)
Mannen
jonger dan 10 jaar0,2
10 tot 20 jaar1,1
20 tot 30 jaar0,7
30 tot 40 jaar0,5
40 tot 50 jaar1,3
50 tot 60 jaar1,6
60 tot 70 jaar2,4
70 tot 80 jaar7,0
80 jaar of ouder14,8
Vrouwen
jonger dan 10 jaar0,0
10 tot 20 jaar0,6
20 tot 30 jaar0,5
30 tot 40 jaar0,0
40 tot 50 jaar0,1
50 tot 60 jaar0,5
60 tot 70 jaar1,1
70 tot 80 jaar2,6
80 jaar of ouder3,4

Meer verkeersdoden onder fietsende mannen van 70 jaar of ouder

De toename van het aantal omgekomen fietsers in het verkeer was alleen bij mannen van 70 jaar of ouder. In 2025 waren dit 118 overledenen, 40 meer dan het jaar ervoor. 
Per 100 duizend inwoners is het aantal verkeersdoden onder fietsers het hoogst bij mannen van 80 jaar of ouder. Relatief gezien is het aantal fietsers van 70 jaar of ouder dat is overleden door een verkeersongeluk de laatste 25 jaar niet gestegen. 

Fietsdoden1)
JaarMannen van 70 tot 80 jaar (per 100 duizend inwoners)Mannen van 80 jaar of ouder (per 100 duizend inwoners)Vrouwen van 70 tot 80 jaar (per 100 duizend inwoners)Vrouwen van 80 jaar of ouder (per 100 duizend inwoners)
20006,115,64,31,4
20017,415,02,91,3
20026,913,31,52,3
20036,716,23,32,2
20045,912,51,91,2
20056,910,72,32,2
20066,314,02,74,4
20076,216,42,72,4
20085,910,83,22,4
20096,512,42,02,8
20105,114,42,71,4
20115,819,82,63,0
20125,816,05,01,5
20136,811,32,63,3
20146,010,83,52,2
20154,514,53,22,6
20164,815,72,53,6
20175,816,22,03,3
20185,015,62,03,9
20195,211,43,63,7
20206,312,33,53,0
20215,014,61,63,5
20225,920,04,55,0
20236,213,32,75,7
20244,211,43,03,2
20257,014,82,63,4
1) omgerekend naar leeftijdsopbouw van de bevolking van 2025

4 op de 10 omgekomen fietsers botsten met auto

Van de fietsers die dodelijk verongelukten in het verkeer, kwam van 2021 tot en met 2025 gemiddeld 42 procent om het leven door een aanrijding met een personen- of bestelauto. 31 procent verongelukte zónder botsing met een andere verkeersdeelnemer of een vast object, zoals een paaltje. Ze kwamen bijvoorbeeld ongelukkig ten val. Van de verongelukte fietsers van 70 jaar of ouder heeft 36 procent geen botsing gehad.

Van de verkeersdoden onder inzittenden van een personenauto kwam 45 procent om door een aanrijding met een andere auto, bestelauto, vrachtauto of een bus. Bij 38 procent was een botsing met een vast object de oorzaak.

Bij voetgangers die in het verkeer om het leven kwamen was in twee derde van de gevallen een personen- of bestelauto betrokken.

Minder dan 5
 
1) verschillende vervoermiddelen, waaronder vrachtauto, bus, quad, tractor
2) inclusief speed pedelec en brommobiel
Bron: CBS
Verkeersdoden
Vervoerswijze slachtoffer Fiets (Vervoerswijze slachtoffer) Personenauto/bestelauto (Vervoerswijze slachtoffer) 2-wielig motorvoertuig (Vervoerswijze slachtoffer) Vrachtauto/bus (Vervoerswijze slachtoffer) Vast object (Vervoerswijze slachtoffer) Overig/onbekend (Vervoerswijze slachtoffer) Geen botsing (Vervoerswijze slachtoffer)
Tegenpartij
Personenauto Minder dan 5 327 Minder dan 5 143 393 17 156
Bestelauto Minder dan 5 17 Minder dan 5 26 27 Minder dan 5 10
Motorfiets Minder dan 5 110 11 17 66 7 37
Invalidenvoertuig met motor Minder dan 5 67 7 6 16 6 132
Bromfiets /snorfiets/bromscooter 2) 8 89 8 12 36 8 43
Fiets 78 541 46 124 47 53 405
Voetganger 13 193 15 44 Minder dan 5 25 Minder dan 5
Anders 1) Minder dan 5 14 Minder dan 5 7 11 Minder dan 5 17
1) verschillende vervoermiddelen, waaronder vrachtauto, bus, quad, tractor
2) inclusief speed pedelec en brommobiel