Verdeling: Veiligheid
Misdaad en ervaren (on)veiligheid grijpen direct in op de kwaliteit van leven van burgers. Zowel feitelijk risico op slachtofferschap als het gevoel van (on)veiligheid doen ertoe. De verschillen tussen bevolkingsgroepen worden hier gemeten met slachtofferschap van criminaliteit. Slachtoffers van criminaliteit kunnen – naast lichamelijke – ook financiële of emotionele schade oplopen die de kwaliteit van leven negatief beïnvloedt.
- Vooral 15- tot 35-jarigen zijn relatief vaak slachtoffer van traditionele criminaliteit.
- Vooral 75-plussers, mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma en mensen met een Nederlandse herkomst zijn minder vaak slachtoffer.
- Bij 15- tot 25-jarigen, 35- tot 45-jarigen en mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma was de ontwikkeling tussen 2019 en 2025 minder gunstig dan gemiddeld.
Slachtofferschap van traditionele criminaliteit
In 2025 zei 20,0 procent van de Nederlandse bevolking van 15 jaar of ouder in de twaalf voorafgaande maanden slachtoffer te zijn geweest van traditionele criminaliteit. Daarbij gaat het om gewelds-, vermogens- en vandalismedelicten. Vermogensdelicten waren met 11 procent het meest voorkomend; vernielingen en geweld volgden met beide 7 procent. Het gaat hierbij niet om cybercriminaliteit. Het aandeel in 2025 is iets (0,8 procentpunt) lager dan in 2019.
Mannen zijn iets vaker slachtoffer van traditionele criminaliteit dan vrouwen. Verder is het percentage slachtoffers van traditionele criminaliteit lager naarmate de leeftijd hoger is. Het slachtofferpercentage is hoger dan gemiddeld in de leeftijdsgroepen tot 45 jaar, terwijl dit in de leeftijdsgroepen vanaf 55 jaar juist lager is. In de leeftijdsgroep 15 tot 25 jaar zijn de meeste slachtoffers, bij de 75-plussers de minste. Ten opzichte van 2019 is het percentage jongere mensen (15 tot 25 jaar) dat slachtoffer werd met 1,6 procentpunt toegenomen. Bij 35- tot 45-jarigen was er met een toename van 1,2 procentpunt ook een relatief ongunstige ontwikkeling. Het percentage dat slachtoffer was, daalde juist bij de leeftijdsgroepen tussen 45 en 65 jaar en bij 75-plussers.
Het percentage slachtoffers van traditionele criminaliteit is hoger dan gemiddeld onder hbo’ers en universitair geschoolden en lager onder mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma en mensen met een havo-, vwo- of mbo-diploma. Ten opzichte van 2019 was de ontwikkeling in het slachtofferschap bij mensen met basisonderwijs of een vmbo-diploma ongunstiger dan gemiddeld: bij hen nam het slachtofferschap toe met 1,2 procentpunt. Bij mensen met een havo-, vwo- of mbo-diploma en bij hbo’ers en universitair geschoolden was de ontwikkeling juist gunstiger dan gemiddeld met in beide groepen een daling van 2,2 procentpunt.
Mensen met een Nederlandse herkomst geven minder vaak dan gemiddeld aan slachtoffer van traditionele criminaliteit te zijn geweest. Bij hen was de ontwikkeling ten opzichte van 2019, met een daling van 1,5 procentpunt wat gunstiger dan gemiddeld. Migranten of mensen van de tweede generatie, zijn relatief vaak slachtoffer. Na standaardisatie zijn de verschillen in slachtofferschap tussen groepen met een verschillende herkomst wat kleiner. Het beeld wordt dan wat minder ongunstig voor mensen van de tweede generatie van buiten Europa. Deze groep bevat relatief veel jongeren en zij zijn vaker slachtoffer van traditionele criminaliteit.