Zonnestroom op regionaal niveau

Wat behelst het onderzoek

Doel

Inzicht verschaffen in het opgesteld vermogen aan zonnepanelen op regionaal niveau. Zonnepanelen zijn een vorm van hernieuwbare energie en dragen bij aan de doelstelling van de overheid tot CO2 reductie door middel van gebruik van hernieuwbare energie in plaats van fossiele brandstoffen.

Doelpopulatie

De doelpopulatie bestaat uit installaties van zonnestroom bij bedrijven en woningen in Nederland.

Een installatie is een registratie van zonnepanelen op een bepaalde locatie in een bepaald jaar door een particulier of een bedrijf:

  • een registratie van particulieren of bedrijven in PIR;
  • een registratie van particulieren of bedrijven in CertiQ;
  • een aanvraag van particulieren voor de subsidieregeling zonnestroom particulieren;
  • een aanvraag van particulieren voor de btw aftrek regeling zonnepanelen;
  • een aanvraag door bedrijven, verenigingen of stichtingen voor de energie investeringsaftrek regeling.

Statistische eenheid

Installaties van zonnestroom bij bedrijven en woningen in Nederland.

De kwaliteit wordt gewaarborgd door de toepassing van diverse correctie- en controle methoden. Aanvang onderzoek

2016. Installaties die voor 2016 in gebruik zijn genomen zijn ingedeeld naar woningen en bedrijven op basis van informatie vanuit de Basisadministratie Adressen en Gebouwen 2016 en Klantenbestanden 2016. Impliciet is dus aangenomen dat de gebruikssituatie sinds het jaar van ingebruikname tot en met 2016 niet is veranderd. In werkelijkheid kan het type gebruiker van de installatie natuurlijk wel veranderd zijn sinds het jaar ingebruikname, waar op basis van informatie uit de naam van de installatie dit af te leiden was is de oorspronkelijke type gebruiker overgenomen.

Frequentie

Jaarlijks.

Publicatiestrategie

In jaar t worden voorlopige cijfers over jaar t-1 en definitieve cijfers over jaar t-2 gepubliceerd.

Hoe wordt het uitgevoerd

Soort onderzoek

Integrale waarneming.

Waarnemingsmethode

Het opgesteld vermogen aan zonnestroom installaties in Nederland is berekend op basis van het combineren van data uit een aantal registraties (PIR, Certiq, BTW, RVO en EIA), zie berichtgevers. Installaties worden vervolgens ingedeeld naar woningen en bedrijven en bedrijfstype op basis van koppeling met de Basisadministratie Adressen en Gebouwen, Klantenbestanden woningen en bedrijven en het Aansluitingenregister Elektriciteit.

Berichtgevers

  • Het Productie Installatie Register (PIR) van zonnepanelen geleverd door de netbeheerders (EDSN).. Veel monteurs en leveranciers van zonnepanelen melden zonnepanelen van particulieren die zij plaatsen aan. Ook wordt op andere manier aanmelding gestimuleerd. Dit register is grotendeels maar niet geheel compleet voor kleine installaties bij woningen en bedrijven.
  • CertiQ bevat registraties van (middel-) grote installaties van voornamelijk bedrijven. Om gebruik te kunnen maken van de stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE+) is registratie bij CertiQ verplicht. Voor (middel-) grote installaties is de verwachting dat deze registratie nagenoeg compleet is.
  • BTW aftrek regeling, belastingdienst. Dit bestand bevat alle BTW aangiften in het kader van de aftrekregeling met betrekking tot aanschaf van zonnepanelen. Dit bestand wordt gebruikt om ontbrekende installaties van woningen (die niet in PIR geregistreerd staan) aan te vullen.
  • Subsidieregeling Zonnestroom particulieren, RVO. Dit bestand bevat met name installaties in gebruik genomen in 2011 en 2012 bij woningen. Dit bestand wordt ook als aanvulling op de PIR registratie gebruikt.
  • Energie Investerings Aftrek regeling. Dit bestand bevat met name installaties tot en met 2015 van de kleinere tot middelgrote bedrijven en andere organisaties die gebruik hebben gemaakt van de EIA. Dit bestand wordt ook als aanvulling op PIR en Certiq gebruikt.
  • Basisadministratie Adressen en Gebouwen. Dit bestand bevat informatie over oppervlakten en gebruiksfunctie van verblijfsobjecten in Nederland. Dit bestand is ook als GIS applicatie beschikbaar.
  • Aansluitingenregister elektriciteit met informatie over alle elektriciteitsaansluitingen in Nederland van de netbeheerders (EDSN).
  • Klantenbestanden woningen en bedrijven worden gemaakt door het CBS op basis van de aansluitingenregisters elektriciteit en gas gekoppeld aan BAG, Algemeen bedrijven register etc. In de klantenbestanden woningen en bedrijven worden leveringen aan woningen en bedrijven getypeerd. Zie onderzoeksbeschrijving Leveringen van aardgas en elektriciteit via het openbare net voor meer informatie.

Steekproefomvang

Zie berichtgevers. De verwachting is dat op basis van de gebruikte registraties minimaal 95% van het totaal opgestelde vermogen in Nederland bekend is. Wel is bekend dat registraties naijlen, in jaar t kunnen nog installaties uit jaar t-2 worden aangemeld. Dit betekend dat cijfers over jaar t in jaar t+1 (voorlopige cijfers) het opgesteld vermogen in jaar t onderschatten.

Controle- en correctiemethoden

  • Bijschatten vermogen papieren BTW aangiften: Voor een deel van de BTW aangiften zijn geen vermogens bekend omdat het om papieren aangiften gaat. De vermogens van BTW aangiften waarvan het vermogen op basis van de aftrek ontbreekt worden geschat op basis van het geschatte beschikbare dakoppervlak en de geschatte dakbedekking met zonnepanelen. Op basis van de GIS applicatie van het BAG bestand wordt voor elk pand een schatting van het dakoppervlak gemaakt op basis van de afmeting van het pand in GIS (de pandfootprint). Hierbij wordt dus impliciet aangenomen dat het dak plat is en het volledige dak beschikbaar is voor zonnepanelen. Wanneer meer informatie over daken beschikbaar is kan deze schatting van het beschikbaar dakoppervlak worden verbeterd. Op basis van een onderzoek naar de gemiddelde dakbedekking wordt het aantal m2 zonnepanelen geschat door het geschatte dakoppervlak (pandfootprint) van appartementen met 10% te vermenigvuldigen, dat van hoek-, tussen- en twee onder een kap en onbekend woningen met 20%, en vrijstaande woningen met 17,5%. Vervolgens wordt het vermogen geschat op basis van kentallen per m2 zonnepaneel. Voor ca 5% van de papieren aangiften kan op deze manier niet het vermogen worden berekend.
  • Correctie vermogen op basis van aantal zonnepanelen: Op basis van kentallen wordt het vermogen omgerekend naar m2 zonnepaneel. Er moet minimaal 1 zonnepaneel per installatie zijn. Een standaard zonnepaneel is 1,65m2. Wanneer het aantal berekende zonnepanelen kleiner is dan 1 en groter of gelijk aan 0,1 wordt vermenigvuldigt met 10, wanneer het aantal zonnepanelen kleiner is dan 0,1 maar groter of gelijk aan 0,01 met de factor 100 en wanneer het aantal zonnepanelen kleiner is dan 0,01 maar groter of gelijk aan 0,001 met de factor 1000.
  • Correctie vermogen op basis van type aansluiting: Het verbruikssegment van de aansluiting wordt geïmputeerd wanneer deze niet bekend is, als bovengrens voor kleinverbruik (KVB) worden vermogens tot en met 120 kW gehanteerd, vermogens groter dan 120 kW worden als grootverbruik (GVB) getypeerd. Vermogens van KVB aansluitingen boven de 500 kW worden door 1000 gedeeld (dit blijken duizendfouten te zijn). Kleinverbruiken boven de 120 maar kleiner dan of gelijk aan 500 kW worden door 10 gedeeld (dit blijken 10-talfouten te zijn).
  • Controle vermogen op basis van vergelijking beschikbaar dakoppervlak met de geschatte dakbedekking door zonnepanelen.
  • Controle vermogen op basis van het geschatte verbruik per m2 gebruiksoppervlak. Op pandniveau wordt de opwek berekend door het vermogen te vermenigvuldigen met 875. Het verbruik wordt op pandniveau berekend door de leveringen op pandniveau hierbij op te tellen (en bij bedrijven de terugleveringen ervan af te trekken). Vervolgens wordt het verbruik per m2 berekend door het verbruik op pandniveau te delen door het gebruiksoppervlakte op pandniveau.

Wat is de kwaliteit van de uitkomsten

Nauwkeurigheid

Met de correctie methoden is de verwachting dat de grootste fouten worden gecorrigeerd. De controle op dakoppervlak en kental verbruik laat zien dat meer dan 90% van de vermogens op basis van deze controle gevalideerd kunnen worden. Bij bedrijven is deze validatie niet altijd mogelijk omdat niet alle panden behorend bij het bedrijf geïdentificeerd kunnen worden (denk aan opslagloodsen of kassen bij tuinbouwbedrijven).
Er is ook een vergelijking gemaakt tussen geschatte vermogens op basis van luchtfoto’s van de gemeente Groningen en data vanuit PIR CertiQ en BTW. De gegevens bleken goed overeen te komen.

Volgtijdelijke vergelijkbaarheid

Definitieve cijfers zijn goed te vergelijken over jaren doordat een constante methode is toegepast. Wel is de indeling van installaties naar woning en bedrijfstype tussen 1990 en 2015 wel grotendeels bepaald door de situatie zoals deze in 2016 was, vanaf 2016 zijn voor de definitieve cijfers de indeling naar woning en bedrijfstype bepaald op basis van definitieve gegevens uit de Bag en Klantenbestanden van dat jaar.

Voorlopige cijfers laten een onderschatting van het opgestelde vermogen zien doordat registraties pas in jaar t+2 nagenoeg compleet zijn met betrekking tot installaties in gebruik genomen in jaar t.

Beschrijving kwaliteitsstrategie

De kwaliteit wordt gewaarborgd door de toepassing van diverse correctie- en controle methoden.