Integraal inkomens- en vermogensonderzoek

Wat behelst het onderzoek

Doel

Een beeld geven van de samenstelling en verdeling van het inkomen en vermogen van personen en huishoudens in Nederland.

Doelpopulatie

Bevolking van Nederland in particuliere huishoudens op 1 januari van een onderzoeksjaar.

Statistische eenheid

Personen en huishoudens.

Aanvang onderzoek

2011.

Frequentie

Jaarlijks.

Publicatiestrategie

In het laatste kwartaal na afloop van elk onderzoeksjaar komen voorlopige gegevens beschikbaar. Een jaar later worden deze vervangen door definitieve gegevens.

Hoe wordt het uitgevoerd

Soort onderzoek

Het onderzoek gebeurt op basis van integrale registraties.

Waarnemingsmethode

Koppeling, integratie en bewerking van diverse registraties.

Berichtgevers

Belastingdienst, Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), Basisregistratie Personen.

Wat is de kwaliteit van de uitkomsten

Nauwkeurigheid

Vanwege integrale waarneming is er geen sprake van steekproefmarges. Registraties zijn echter niet feilloos. In beperkte mate is er sprake van beperkingen met betrekking tot de tijdigheid, volledigheid en juistheid van gegevens. Met name in voorlopige uitkomsten wordt er daarom voor een deel van de populatie aanvullend gebruikgemaakt van informatie uit het verleden en schattingen op basis van gerelateerde indicatoren.
Voor een klein deel van de huishoudens (minder dan 1 procent) worden geen data gevonden; deze huishoudens worden bij publicaties buiten de onderzoekspopulatie gelaten.
Voorlopige uitkomsten zijn niet geschikt voor publicatie op regionaal niveau (kleiner dan provincie).

Volgtijdelijke vergelijkbaarheid

De huidige reeks geeft in de tijd vergelijkbare resultaten vanaf 2011. Wegens verschillen in wijze van samenstelling zijn de uitkomsten van het Integrale Inkomens- en Vermogensonderzoek (IIV) niet geheel vergelijkbaar met uitkomsten van de eerdere reeksen tot en met 2014.

Bij vergelijking in de tijd moet verder rekening gehouden worden met wijzigingen, waaronder:
• Door de verbeterde waarneming van personen in inrichtingen, instellingen en tehuizen (de institutionele bevolking) treedt met ingang van 2014 een trendbreuk op in de ontwikkeling van het aantal particuliere eenpersoonshuishoudens. Circa 35 duizend personen die voorheen als zelfstandig wonend in een eenpersoonshuishouden getypeerd waren, maken vanaf 2014 deel uit van de institutionele bevolking.