Middelbaar beroepsonderwijs (mbo)

Hiertoe behoren de beroepsopleidingen volgens de kwalificatiestructuur van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs, die door ROC's, AOC's en vakscholen worden aangeboden. Tevens behoren hiertoe de vergelijkbare oudere opleidingen.
Het mbo is in zijn huidige vorm in de plaats gekomen van de vroegere korte en lange mbo-opleidingen (nu beroepsopleidende leerweg of bol) en het vroegere leerlingwezen (nu beroepsbegeleidende leerweg of bbl). Deze opleidingen zijn op 1 augustus 1997 gestart na het van kracht worden van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs. Het nieuwe mbo leidt op tot kwalificaties op vier niveaus.
Mbo niveau 1 (assistent) lijkt qua inhoud op de meest eenvoudige opleidingen van het vroegere leerlingwezen. Voor de assistentopleiding gelden geen toelatingseisen. Ze kan worden gevolgd door leerlingen van het vmbo die niet in staat zijn de normale basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo te volgen.
Mbo niveaus 2-4 (basisberoepsbeoefenaar, zelfstandig beroepsbeoefenaar, middenkaderfunctionaris/specialist) komen overeen met de hoger gekwalificeerde opleidingen van het vroegere leerlingwezen en de vroegere korte en lange mbo-opleidingen.
Mbo-opleidingen kunnen op alle niveaus worden gevolgd via de beroepsopleidende leerweg (bol) en de beroepsbegeleidende leerweg (bbl).

Vanaf het schooljaar 2008/’09 kunnen vmbo-leerlingen in het kader van de experimentele ‘Leergang vmbo-mbo2’ in één leergang op dezelfde locatie de 2 hoogste leerjaren van de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo combineren met 2 jaren voltijd mbo op niveau 2. Op deze manier wordt bevorderd dat meer leerlingen het onderwijs met een startkwalificatie op mbo 2 niveau verlaten.