Kwart 15-jarigen heeft gescheiden ouders, laatste tien jaar niet veranderd
Begin 2025 woonde 30 procent van de 15-jarigen niet bij beide juridische ouders, meestal na een scheiding. In 1995 was dat nog 20 procent. Dit aandeel nam vooral tussen 1995 en 2015 toe. Daarna is het vrijwel stabiel gebleven. Dat blijkt uit nieuwe analyses van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in het artikel De gezinssituatie van kinderen, 1995-2025.
Er woonden begin 2025 3,3 miljoen kinderen in Nederland. Van 3,1 miljoen waren beide juridische ouders in het register bekend. Dit nieuwsbericht gaat over deze laatste groep. Daarbij ligt de focus op 15-jarigen, omdat zij al relatief veel levensgebeurtenissen hebben meegemaakt, en nog vrijwel niet op zichzelf wonen.
| Jaar | Bij beide juridische ouders (%) | Alleen bij moeder (%) | Alleen bij vader (%) | Zonder beide juridische ouders (%) |
|---|---|---|---|---|
| 1995 | 80,9 | 14,6 | 2,8 | 1,7 |
| 2000 | 78,3 | 17,0 | 3,0 | 1,7 |
| 2005 | 75,0 | 19,7 | 3,5 | 1,7 |
| 2010 | 73,0 | 21,5 | 3,7 | 1,7 |
| 2015 | 71,2 | 23,1 | 4,1 | 1,6 |
| 2020 | 70,6 | 23,6 | 4,4 | 1,4 |
| 2025 | 69,6 | 24,7 | 4,4 | 1,3 |
Meeste kinderen wonen na scheiding bij de moeder
De meeste kinderen die niet bij beide ouders wonen, hebben gescheiden ouders. Van 24 procent van alle 15-jarigen zijn de ouders uit elkaar. Dat aandeel nam tussen 1995 en 2016 toe van 13 naar 23 procent. Sindsdien is het nauwelijks verder gestegen. Kinderen met gescheiden ouders wonen meestal bij hun moeder. In 2025 stond 82 procent van de 15-jarigen met gescheiden ouders bij hun moeder ingeschreven en 16 procent bij hun vader. Naarmate kinderen ouder worden, wonen ze iets vaker bij de vader. Van de 0-jarigen met gescheiden ouders stond 97 procent bij de moeder ingeschreven en 3 procent bij de vader. Bij 17-jarigen was dit 79 en 17 procent. Een deel staat bij geen van beide ouders ingeschreven. Zij wonen bij andere verzorgers, in een instelling of – als ze wat ouder zijn – op zichzelf.
In de praktijk kunnen kinderen afwisselend bij beide ouders wonen, maar ze kunnen maar op één adres staan ingeschreven. Uit eerder onderzoek bleek dat in 2010 ruim een kwart van de gescheiden ouders een vorm van co-ouderschap had.
| Leeftijd | Bij moeder (%) | Bij moeder en partner (%) | Bij vader (%) | Bij vader en partner (%) | Niet bij beide ouders (%) |
|---|---|---|---|---|---|
| 0 jaar | 92,9 | 3,8 | 2,7 | 0,1 | 0,5 |
| 1 jaar | 91,5 | 3,8 | 3,8 | 0,2 | 0,7 |
| 2 jaar | 89,5 | 4,4 | 4,8 | 0,3 | 0,9 |
| 3 jaar | 87,1 | 5,3 | 6,1 | 0,4 | 1,1 |
| 4 jaar | 84,0 | 7,3 | 6,8 | 0,5 | 1,3 |
| 5 jaar | 80,7 | 9,2 | 7,9 | 0,9 | 1,3 |
| 6 jaar | 78,2 | 10,8 | 8,5 | 1,1 | 1,4 |
| 7 jaar | 75,5 | 12,4 | 9,1 | 1,5 | 1,5 |
| 8 jaar | 72,9 | 14,2 | 9,6 | 1,8 | 1,6 |
| 9 jaar | 70,2 | 16,2 | 9,9 | 2,1 | 1,7 |
| 10 jaar | 68,3 | 17,2 | 10,5 | 2,3 | 1,8 |
| 11 jaar | 66,3 | 18,4 | 10,9 | 2,5 | 1,8 |
| 12 jaar | 65,3 | 19,1 | 11,1 | 2,8 | 1,8 |
| 13 jaar | 63,7 | 20,1 | 11,4 | 3,0 | 1,8 |
| 14 jaar | 62,4 | 20,3 | 12,2 | 3,1 | 2,1 |
| 15 jaar | 61,6 | 20,5 | 12,1 | 3,4 | 2,5 |
| 16 jaar | 60,2 | 20,3 | 12,9 | 3,9 | 2,8 |
| 17 jaar | 59,2 | 20,1 | 13,6 | 3,8 | 3,3 |
Kwart 15-jarigen woont na scheiding bij een stiefouder
24 procent van de 15-jarigen met gescheiden ouders woont bij een stiefouder. De meeste kinderen wonen bij hun moeder en haar nieuwe partner (21 procent), en een kleiner deel bij hun vader en zijn nieuwe partner (3 procent). Dat is minder dan in 2010, toen nog 31 procent bij een stiefouder woonde. Dat komt mogelijk doordat gescheiden ouders steeds minder vaak gaan samenwonen met een nieuwe partner. Van de in 1995 gescheiden ouders woonde bijna 30 procent na vijf jaar met een nieuwe partner. Van de in 2015 gescheiden ouders was dat 25 procent, van de in 2020 gescheiden ouders 19 procent.
| Jaar | Bij moeder (%) | Bij moeder en partner (%) | Bij vader (%) | Bij vader en partner (%) | Niet bij beide ouders (%) |
|---|---|---|---|---|---|
| 1995 | 56,5 | 25,7 | 8,9 | 4,7 | 4,2 |
| 2000 | 57,4 | 25,0 | 9,3 | 4,3 | 3,9 |
| 2005 | 56,9 | 25,4 | 10,2 | 4,3 | 3,3 |
| 2010 | 56,3 | 26,5 | 10,1 | 4,0 | 3,2 |
| 2015 | 57,4 | 24,8 | 11,1 | 3,9 | 2,7 |
| 2020 | 59,4 | 22,2 | 11,8 | 3,9 | 2,7 |
| 2025 | 61,6 | 20,5 | 12,1 | 3,4 | 2,5 |
Bijna kwart van de 15-jarigen in stiefgezinnen woont met stief- of halfbroers/-zussen
Na een scheiding ontstaan vaak weer nieuwe, samengestelde gezinnen. Die ontstaan als beide partners kinderen uit een eerdere relatie hadden; de kinderen hebben dan stiefbroers en/of stiefzussen. Ook kunnen nieuwe partners samen kinderen krijgen, er komen dan halfbroers en/of halfzussen in het gezin.
In 2025 woonde 31 procent van de 15-jarigen met stiefouders in een samengesteld gezin. Dat percentage is licht gedaald sinds 2010, nadat het vanaf 1995 was gestegen. Ook hier speelt mee dat ouders na een scheiding minder snel weer gaan samenwonen.
| Jaar | Alleen stiefbroers/-zussen (%) | Alleen halfbroers/-zussen (%) | Stief- en halfbroers/-zussen (%) |
|---|---|---|---|
| 1995 | 13,3 | 13,6 | 6,3 |
| 2000 | 12,9 | 13,2 | 6,0 |
| 2005 | 14,6 | 12,9 | 6,1 |
| 2010 | 17,0 | 12,3 | 6,8 |
| 2015 | 16,5 | 11,9 | 6,8 |
| 2020 | 15,0 | 12,1 | 6,9 |
| 2025 | 12,0 | 12,4 | 7,0 |
Bronnen
- Statistische trends - De gezinssituatie van kinderen, 1995-2025