Een werkende is arm als deze deel uitmaakt van een arm huishouden: een huishouden dat beschikt over onvoldoende financiële middelen voor de minimale levensbehoeften. Als er na het betalen van de vaste lasten aan wonen, energie en zorg te weinig middelen (inkomen en eventueel spaargeld of ander direct te besteden bezit) overblijven voor de andere basisbehoeften, is een huishouden - en de mensen die er deel van uitmaken - arm.
Aanvullende indicatoren om armoede te beschrijven zijn de verblijfsduur onder de armoedegrens, (problematische) schulden, en het oordeel over de eigen financiële positie. Terug naar artikel