Bijna de helft van de arme werkenden heeft niet het hele jaar werk

© ANP / Hans van Rhoon
In 2024 waren er 175 duizend werkenden die in hun huishouden te weinig geld hadden. Na de vaste lasten blijft er niet genoeg over voor basisbehoeften als eten, kleren en sociale activiteiten. Van deze arme werkenden werkte 44 procent maar een deel van het jaar. Zij begonnen met werken of stopten juist, of hadden meerdere kortere banen afgewisseld met perioden zonder werk. Bij alle werkenden was 10 procent niet het hele jaar werkzaam. Dat blijkt uit onderzoek naar arme werkenden door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Van de 8,5 miljoen werkenden in 2024 was 2 procent arm.

Arbeidsdynamiek werkenden in 2024
WerkendenHele jaar werkend (%)Van niet-werkend naar werkend (%)Van werkend naar niet-werkend (%)Wisselend werkend en niet-werkend (%)Overig (%)
Totaal89,72,13,24,50,5
In arm huishouden55,610,111,220,12,9

Minder werkervaring en jonger

Arme werkenden hebben minder werkervaring dan alle werkenden. In 2024 heeft 63 procent minder dan vier jaar betaald werk als belangrijkste inkomensbron gehad. Bij alle werkenden is dat 18 procent. Van de arme werknemers die in 2024 wel werkten maar daarvoor niet, had 95 procent een flexibel contract of werkte in deeltijd. Een kwart van de arme werkenden zou graag meer uren willen werken. Bij alle werkenden is dat 7 procent.

Bijna een kwart van de arme werkenden was in 2024 jonger dan 25 jaar, bij alle werkenden was dat 9 procent. Ook woonden arme werkenden vaker alleen of in een eenouderhuishouden (67 procent) dan de hele groep (25 procent).

Aantal jaar gewerkt
Werkenden1 (% werkenden in 2024)2 (% werkenden in 2024)3 (% werkenden in 2024)4 (% werkenden in 2024)5 (% werkenden in 2024)6 (% werkenden in 2024)7 of meer (% werkenden in 2024)
Totaal6,56,05,44,84,14,169,1
In arm huishouden36,616,310,37,04,23,722,0

Meer arme werkenden in 2024

In 2024 waren 26 duizend meer werkenden arm dan een jaar eerder. Het aantal arme werkenden steeg zowel bij werknemers als bij zelfstandigen. In de vijf jaar daarvoor was het aantal armen onder werkenden juist nog langzaam gedaald. Deze daling was onder andere het gevolg van tijdelijke coronasteunmaatregelen en energiemaatregelen. In 2024 verviel de energietoeslag.

Werkenden in arme huishoudens
JaarWerknemers (%)Zmp'ers (%)Zzp'ers (%)
2024*1,71,84,4
20231,51,43,7
20221,71,63,7
20211,91,64,1
20202,11,74,0
20192,62,15,0
20182,82,35,5

Zzp’ers vaker arm

In 2024 waren zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) met 4,4 procent ruim twee keer zo vaak arm als werknemers en zelfstandigen met personeel (zmp’ers). In aantallen zijn werknemers met 118 duizend wel in de meerderheid bij de arme werkenden.

Ook langdurige armoede komt onder zzp’ers meer voor dan bij werknemers en zmp’ers. In 2024 leefde 1,1 procent van de zzp’ers al drie jaar of meer in een arm huishouden. Bij werknemers en zmp’ers was dat 0,2 en 0,4 procent.

In totaal was het huishouden van 30 duizend werkenden in 2024 langdurig arm. Dat zijn er 1,5 duizend meer dan een jaar eerder. Ook dat aantal steeg voor het eerst na jaren van daling, maar is nog veel lager dan in 2020. Toen waren 46 duizend werkenden langdurig arm.

Arme zelfstandigen groter inkomenstekort

Het inkomen van arme werkenden lag in 2024 in doorsnee 25 procent onder de armoedegrens. Dat betekent dat de helft van hen een inkomen had dat meer dan 25 procent onder de armoedegrens ligt. Bij arme zzp’ers (33 procent) en zmp’ers (37 procent) was dat inkomenstekort groter dan bij arme werknemers (22 procent).

Arme werkenden kwamen in doorsnee meer inkomen tekort dan mensen die een andere inkomstenbron hadden, zoals een uitkering. Gemiddeld over alle armen lag in 2024 het inkomenstekort 19 procent onder de armoedegrens.