3. Aanleiding voor de veranderingen
De reeks 2025=100 wijkt qua methode op enkele punten af van de reeks 2015=100.
In het algemeen probeert het CBS bij nationale statistieken aan te sluiten bij internationale definities en methoden. Alleen als er goede redenen zijn om van internationale definities af te wijken, wordt daarvoor gekozen. Vanaf 2026 sluit de prijsdefinitie van de CPI voor de eigen bijdrage van ziektekosten en kinderopvang aan bij die van de HICP. Ook is de COICOP verzorgingshuizen aan de CPI toegevoegd. Daarmee zijn de overeenkomsten tussen de CPI en HICP groter dan voorheen.
De CPI is net als de HICP overgestapt op het nieuwe indexreferentiejaar 2025 en de nieuwe classificatie van bestedingen. Belangrijke verschillen tussen de twee reeksen blijven bestaan, zoals de kosten van het eigen woningbezit. De belangrijkste reden hiervoor is dat de behandeling van eigen woningbezit in de HICP nog ter discussie staat. De lange onderzoeksbeschrijving gaat in op deze verschillen en de algemene opzet van de CPI en HICP.
De veranderingen in 2026
De volgende veranderingen zijn doorgevoerd in de CPI en HICP:
- Het referentiejaar is gewijzigd van 2015=100 naar 2025=100.
- De classificatie van bestedingen is gewijzigd naar ECOICOPv2. Deze classificatie komt grotendeels overeen met de COICOP 2018 classificatie van de VN, en is een aanpassing aan Europese statistiekbehoeften. Zie hiervoor de CBS publicatie ECOICOPv indeling.
- Voor pakketreizen en bungalowparken worden nieuwe methoden en bronnen ingezet.
- Kansspelen zijn als nieuwe klasse toegevoegd.
De volgende wijzigingen zijn alleen in de CPI doorgevoerd:
- De CPI hanteert dezelfde prijsdefinitie van de eigen bijdrage van ziektekosten en kinderopvang als de HICP.
- Verzorgingshuizen zijn als bestedingscategorie aan de CPI toegevoegd.
- De zuiveringsheffing is niet langer onderdeel van de consumptiegebonden belastingen, deze is onderdeel van de COICOP 044310 Riolering via rioolstelsels.
De volgende wijziging zijn alleen in de HICP doorgevoerd:
- De zuiveringsheffing wordt onderdeel van de COICOP 044310 Riolering via rioolstelsels.
Hieronder worden de wijzigingen in detail besproken.
Referentiejaar 2025=100
Het referentiejaar van alle indices is vastgesteld op 2025 en de indexreeksen zijn herschaald naar 2025=100. Dit is een kwestie van omrekenen: van de bestaande reeksen zijn alle uitkomsten vermenigvuldigd met 100 en gedeeld door de gemiddelde waarde van de index in 2025.
De andere veranderingen, vooral de invoering van ECOICOPv2, leiden echter tot een aantal praktische complicaties. De uitkomsten van vóór 2025 zijn zo veel mogelijk omgerekend naar de nieuwe classificatie, zodat ook op detailniveau lange reeksen beschikbaar zijn. Het hoofdstuk publicatie in de praktijk bespreekt de teruglegging van resultaten.
Het belangrijkste doel van indexcijfers is het vergelijken van indexcijfers in twee verschillende perioden om de prijsverandering tussen de perioden te meten. Omdat de indexcijfers in beide perioden met dezelfde factor zijn herschaald, is er in beginsel geen effect op de maandveranderingen en de jaarinflatiecijfers.
De officiële Nederlandse inflatiecijfers over 2025 en eerder veranderen echter niet. Deze officiële reeks is steeds gebaseerd op de CPI-indexreeks die gangbaar was op het moment van de eerste publicatie over een bepaalde verslagperiode. De inflatiecijfers uit 2025 en de jaren terug tot de vorige wijziging van het referentiejaar blijven gebaseerd op de reeks 2015=100.
Inflatiecijfers berekend met de nieuwe reeks 2025=100 kunnen op plekken afwijken van inflatiecijfers berekend met de reeks 2015=100. De oorzaak van deze verschillen zijn het doorvoeren van methodewijzigingen met terugwerkende kracht in de nieuwe reeks. Deze wijzigingen zijn niet doorgevoerd in de reeks 2015=100. In de paragraaf revisiestrategie in hoofdstuk 5 wordt hier dieper op ingegaan.
Introductie van ECOICOPv2
Consumentenprijsindexcijfers zijn wereldwijd gebaseerd op een classificatie van goederen en diensten die is vastgesteld door de Verenigde Naties: de Classification of Individual Consumption by Purpose (COICOP-UN). De Europese classificatie ECOICOPv2 is hierop gebaseerd en is in 2026 ingevoerd (European Classification of Individual Consumption by Purpose) voor de HICP. De nieuwe classificatie is uitgebreid beschreven op de CBS-website ECOICOPv2.
In de ECOICOPv2 hebben nieuwe soorten producten en diensten een duidelijkere plek dan in ECOICOP. Ook sluit de indeling beter aan op de veranderde consumptiepatronen. Dit heeft vooral betrekking op communicatie en audiovisuele diensten en goederen. Denk hierbij aan streamingdiensten, online abonnementen en bezorgkosten.
De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de ECOICOP zijn:
- Informatie en communicatie (afdeling 08) bevat nu goederen en diensten die voorheen deel uitmaakten van afdeling 09 Recreatie sport en cultuur zoals televisies, maar ook streamingdiensten.
- De afdeling 12 Diverse goederen en diensten was te divers. In de nieuwe indeling is een aantal categorieën overgeheveld en er zijn nu aparte afdelingen voor “12 Verzekeringen en financiële diensten” en “13 Lichaamsverzorging, sociale bescherming en diverse goederen en diensten”.
- Het onderscheid tussen niet-duurzame, semi-duurzame en duurzame goederen enerzijds en diensten anderzijds is verbeterd.
Vlees
De ECOICOP-classificatie 011200 is verder onderverdeeld naar het soort dier, bijvoorbeeld de subklassen Rund- en kalfsvlees (011210) of Varkensvlees (011220). Hoewel het gedetailleerde niveau van zogenoemde 6e digit is vervallen binnen ECOICOPv2, is voor vlees een uitzondering gemaakt in het Europese publicatiepakket. Daardoor kan wel onderscheid gemaakt worden naar diersoort. Het CBS sluit hierbij aan voor zowel de HICP- als CPI-publicaties door dit onderscheid als microklassen toe te voegen.
De CPI en ECOICOPv2
In de CPI wordt ECOICOPv2 zo veel mogelijk ook ingevoerd. Omdat het bereik van de CPI enigszins afwijkt van het bereik van de HICP blijven er kleine verschillen tussen de publicaties van HICP en CPI. De grootste verschillen zijn de consumptiegebonden belastingen, contributies en de consumptie in het buitenland.
Met de invoering van de ECOICOPv2 verandert de afdeling 13 Consumptiegebonden belastingen in afdeling 14 Consumptiegebonden belastingen en contributies. De afbakening van wat in de CPI een overheidsdienst is en wat als consumptiegebonden belasting wordt beschouwd, wordt in overeenstemming gebracht met de HICP-regels. Voor de overstap naar 2025=100 betekent dit dat de groep zuiveringsheffing nu onderdeel is van de klasse 044310 Riolering via rioolstelsels. In de indexreeks 2025=100 bestaan consumptiegebonden belastingen uit Motorrijtuigenbelasting (141100) en Watersysteemheffing (141200).
Contributies vormen in de reeks 2025=100 een aparte groep. Voorheen maakten deze onderdeel uit van 2 verschillende COICOPs, namelijk 094130 Contributie sport- en ontspanningsverenigingen en 127040 Overige betalingen en diensten. Met de invoering van de nieuwe classificatie is er nog één aparte groep (142000 Contributies) zonder verder onderscheid naar het soort contributie.
Consumptie in het buitenland valt in het bereik van de CPI maar niet in de HICP en heeft nu code 150000. Dit was ook al het geval in de reeks 2015=100, toen onder de code 140000.
Bungalowparken en pakketreizen
Voor de prijsindex van bungalowparken is overgestapt van website-prijzen naar daadwerkelijk betaalde prijzen, tegelijkertijd met een ander type prijsindex. Voor de prijsindex van pakketreizen is alleen een nieuwe methode ingevoerd. Deze methode houdt nog meer rekening met het seizoenspatroon. In het verleden werden prijzen van niet-beschikbare pakketreizen, bijvoorbeeld wintersportvakanties, onveranderd meegenomen voor de berekening van de index. Dit is niet conform de regelgeving van Eurostat voor seizoensspecifieke producten en diensten. De nieuwe methode houdt rekening met het aantal verkochte pakketreizen per maand, en is hierdoor wel conform de Europese regels.
Kansspelen
Kansspelen maken deel uit van zowel ECOICOP als ECOICOPv2. Voor deze bestedingscategorie zijn voor de HICP in het verleden geen prijsindexcijfers berekend, omdat er binnen de EU onvoldoende overeenstemming tussen de statistische bureaus was over de juiste methode om prijsindexcijfers te berekenen. Voor de CPI heeft het CBS zich aangesloten bij deze praktijk. Inmiddels is die overeenstemming er wel, en zijn kansspelen toegevoegd aan zowel de HICP als de CPI. Voor de HICP is dit vanaf verslagjaar 2026, voor de CPI is dit per verslagmaand januari 2025, maar alleen voor de reeks 2025=100.
Het berekenen van prijzen van kansspelen gebeurt op een aparte manier. Dit komt doordat de inzet in een kansspel, bijvoorbeeld de prijs van een lot in een loterij, geen goede maatstaf is voor de prijs van kansspelen. Een reden hiervoor is dat een inzet in een kansspel geen recht geeft op een aankoop, maar slechts een kans op een prijs. Daarnaast sluit de inzet niet aan bij het consumptiebegrip van de nationale rekeningen. De nationale rekeningen beschouwen kansspelen als vermaak, en de waarde van deze dienst is gelijk aan de totale inzet minus de totale prijzenpot. De CPI en HICP sluiten aan bij deze definitie, en daardoor is de prijs die maandelijks wordt gemeten gelijk aan de inzet minus prijzenpot uitgedrukt als percentage van de inzet. Deze procentuele term wordt aangeduid als “service charge” en is toepasbaar op alle soorten kansspelen, bijvoorbeeld loterijen, casinospelen, speelautomaten en (sport)weddenschappen.
Kinderopvang en eigen bijdrage basisziektekosten
Met de start van de reeks 2025=100 worden de prijsindex van kinderopvang en de indexen waarvoor de eigen bijdrage ziektekosten van belang zijn, op dezelfde wijze berekend voor de CPI en HICP. Dit is voor de reeksen 2015=100 niet het geval. In de CPI-reeks is de brutoprijs die voor de kinderopvang wordt betaald bepalend. De weging voor kinderopvang is analoog hoog. In de HICP zijn alleen de eigen bijdragen die de ouders zelf betalen relevant. De bijdragen die het Rijk aan de ouders toekent, worden van de brutoprijzen afgetrokken. Ook de weegfactor voor kinderopvang is daardoor lager.
Veranderingen in eigen bijdragen in het kader van de basisverzekering tegen ziektekosten worden verschillend behandeld in de CPI en HICP met het referentiejaar 2015=100. Als een bepaald deel van de zorg uit de basisverzekering verdwijnt en de consument moet voor die zorg gaan betalen, dan betekent dat voor de CPI een verhoging van de weging voor zorg, en niet een prijsstijging. Andersom leidt een verandering, waarbij een stuk onverzekerde zorg voortaan onder de basisverzekering valt, ook niet tot een prijsdaling in de CPI.
Wijzigingen in het zorgpakket van de basisverzekering resulteren in de HICP in prijsveranderingen. Een verandering waarbij verzekerde zorg vanaf een bepaald moment niet meer onder de basisverzekering valt en waarvoor de consument een eigen bijdrage moet gaan betalen, wordt behandeld als een prijsstijging van nul naar de voortaan geldende eigen bijdrage. Andersom zijn veranderingen, waarbij een stuk onverzekerde zorg voortaan onder de basisverzekering valt, in de HICP een prijsdaling van de bestaande prijs naar nul.
Verzorgingshuizen
Met ingang van de reeks 2025=100 is de COICOP Verzorgingshuizen (ECOICOPv2, 133020) aan de CPI toegevoegd. Deze COICOP maakt van oudsher wel deel uit van de HICP, dit betreft dus voor de HICP geen wijziging. De prijsindex van de verzorgingshuizen geeft de prijsverandering weer van de betalingen van de eigen bijdrage die inwoners van deze instellingen doen. De wijziging slaat niet op de andere bestedingen van zogenoemde institutionele huishoudens, deze zijn al onderdeel van de bestedingen van zowel de CPI als de HICP.
Zuiveringsheffing
Met de invoering van ECOICOPv2 is voor de CPI besloten om de zuiveringsheffing te verplaatsen naar de COICOP 044310 Riolering via rioolstelsels. Voor de HICP is deze per 2026 nieuw toegevoegd aan dezelfde COICOP. Deze beslissing is gebaseerd op de nieuwe gedetailleerde toelichting van COICOP 2018 en ECOICOPv2, en consultatie met Eurostat. Hieruit bleek dat niet alleen het afvoeren van afvalwater deel uitmaakt van deze bestedingscategorie, maar ook het behandelen en reinigen hiervan. Huishoudens betalen voor deze activiteiten via de zuiveringsheffing.