Overheidsfinanciën, tweede kwartaal 2021

Aardgasbezit is verdampt

De schuld (EMU) van de Nederlandse overheid bedroeg eind 2020 bijna 435 miljard euro. Maar daar staan financiële en niet-financiële bezittingen tegenover. Het financiële bezit van de overheid, waaronder uitstaande leningen en deelnemingen, bedroeg op dat moment 274 miljard euro. De waarde van de niet-financiële bezittingen van de overheid bedroeg eind 2020 nagenoeg 500 miljard euro. In de grafiek hieronder is aangegeven welke bezittingen dit betreft in 2000, 2010 en 2020. De bezittingen in de jaren 2000 en 2010 zijn uitgedrukt in het gemiddelde prijsniveau van 2020.

In waarden gemeten is grond-, weg- en waterbouw (GWW) het belangrijkste niet-financiële bezit van de overheid. In de eerste twee decennia van de 21ste eeuw heeft de Nederlandse overheid flink aan de weg getimmerd. In deze periode is de waarde van GWW met 45 procent toegenomen. Mede door het wegvallen van het aardgasbezit vertegenwoordigt GWW in 2020 maar liefst 60 procent van het niet-financiële bezit van de overheid.

4.1 Niet-financiële bezittingen van de overheid
 Woningen en gebouwen (mld euro)Grond-, weg- en waterbouw (mld euro)Overige materiële activa inclusief voorraden (mld euro)Immateriële activa (mld euro)Grond inclusief overdrachtskosten (mld euro)Aardgas en aardolie (mld euro)
200095,4205,628,121,758,5124
2010116,1269,530,328,349,4178,2
202098,1298,827,934,637,32,9
Waarde uitgedrukt in gemiddelde prijzen van het jaar 2020. De prijscorrectie is gebaseerd op de CPI, dit met als doel de relatieve waarden van individuele activa van jaar op jaar adequaat in beeld te brengen.

StatLine: Overheidsbalans; activa en passiva

In een tijdsbestek van tien jaar is het bezit van aardgas en aardolie nagenoeg verdampt. Tussen 2000 en 2010 nam dit bezit juist fors toe, dit als gevolg van gestegen aardgasprijzen. Een stijgende aardgasprijs heeft tot gevolg dat prognoses van toekomstige aardgasbaten opwaarts worden bijgesteld. De fysieke aardgasvoorraad in de grond daalde in deze periode met 25 procent. 

Na 2010 is de aardgaswinning voortgezet, maar in maart 2018 kondigde de regering een stapsgewijze reductie van de winning van het Gronings aardgas aan, en stopzetting in 2030. Deze maatregel werd genomen in reactie op de schade die de winning van aardgas in Groningen heeft veroorzaakt. Kort daarna stelde de Nederlandse overheid de toegestane winning meerdere malen neerwaarts bij. In september 2020 kondigde de overheid aan dat de sluiting van het Groningse gasveld halverwege 2022 een feit moet zijn. Een uitzondering wordt gemaakt voor extreem strenge winters. Dan kan alsnog een beroep worden gedaan op het Gronings aardgas.

Wanneer de winning ervan maatschappelijk onaanvaardbaar wordt, dan is een natuurlijke hulpbron, ongeacht de omvang, niets meer waard. Dit betekent dat de waarde van de aardgasreserves op de balans van de overheid in korte tijd sterk is afgenomen. Voor eind 2020 is de gezamenlijke waarde van het aardgas en aardolie vastgesteld op 3 miljard euro. Eind 2010 vertegenwoordigde het aardgas en aardolie, uitgedrukt in het gemiddelde prijspeil van 2020, nog een waarde van 178 miljard euro.