2. De transportsector in de Nederlandse economie
In deze paragraaf wordt een beschrijving gegeven van de economische waarde en ontwikkelingen van de transportsector en de branches daarbinnen. De transportsector bestaat uit het vervoer over land, het vervoer over water, het vervoer door de lucht, de opslag en dienstverlening voor vervoer, en de post en koeriers.
2.1 Aandeel transportsector in de economie
Bedrijven actief met opslag of dienstverlening voor vervoer, zoals havens, vliegvelden en distributiecentra, vormen samen de grootste branche binnen de transportsector. In 2024 was de opslag en dienstverlening voor vervoer goed voor 40 procent van de toegevoegde waarde van de totale transportsector. Daarna volgde vervoer over land met een aandeel van 35 procent. Vervoer over water (10 procent), vervoer door de lucht (9 procent) en post en koeriers (6 procent) zijn de kleinere branches binnen de transportsector. De toegevoegde waarde is het verschil tussen productie en verbruik van energie, materialen en diensten.
| Periode | Opslag, dienstverlening voor vervoer (%) | Vervoer over land (%) | Vervoer over water (%) | Vervoer door de lucht (%) | Post en koeriers (%) |
|---|---|---|---|---|---|
| 1995 | 23 | 44 | 8 | 12 | 13 |
| 1996 | 24 | 43 | 8 | 11 | 13 |
| 1997 | 24 | 41 | 9 | 13 | 13 |
| 1998 | 23 | 42 | 9 | 13 | 12 |
| 1999 | 24 | 43 | 8 | 12 | 12 |
| 2000 | 24 | 42 | 9 | 13 | 12 |
| 2001 | 24 | 43 | 9 | 11 | 13 |
| 2002 | 25 | 42 | 8 | 13 | 12 |
| 2003 | 25 | 40 | 9 | 13 | 12 |
| 2004 | 26 | 39 | 9 | 13 | 13 |
| 2005 | 27 | 38 | 10 | 13 | 12 |
| 2006 | 27 | 38 | 9 | 14 | 12 |
| 2007 | 28 | 37 | 9 | 14 | 12 |
| 2008 | 30 | 36 | 10 | 12 | 11 |
| 2009 | 31 | 38 | 9 | 9 | 11 |
| 2010 | 33 | 37 | 8 | 11 | 10 |
| 2011 | 35 | 38 | 8 | 9 | 10 |
| 2012 | 36 | 38 | 8 | 9 | 9 |
| 2013 | 36 | 37 | 9 | 9 | 8 |
| 2014 | 37 | 36 | 10 | 9 | 8 |
| 2015 | 36 | 35 | 10 | 12 | 7 |
| 2016 | 36 | 35 | 9 | 13 | 7 |
| 2017 | 36 | 36 | 9 | 13 | 6 |
| 2018 | 37 | 36 | 8 | 12 | 6 |
| 2019 | 37 | 37 | 8 | 11 | 6 |
| 2020 | 41 | 36 | 10 | 6 | 8 |
| 2021 | 41 | 38 | 10 | 5 | 7 |
| 2022 | 40 | 35 | 11 | 8 | 6 |
| 2023 | 39 | 35 | 11 | 9 | 6 |
| 2024 | 40 | 35 | 10 | 9 | 6 |
Al decennialang zijn het vervoer over land en de opslag en dienstverlening de grootste branches in de Nederlandse transportsector. Onderling heeft er wel een herverdeling plaatsgevonden. Het aandeel van vervoer over land kromp in de loop der jaren, terwijl het aandeel van opslag en dienstverlening juist steeg.
Gezamenlijk hadden Nederlandse bedrijven in de transportsector een aandeel van 4,8 procent in de totale toegevoegde waarde van Nederland in 2024. De transportsector is daarmee ongeveer van dezelfde grootte als de bouwnijverheid (5,3 procent) en informatie en communicatie (5,0 procent). De handel en industrie zijn in termen van toegevoegde waarde nog altijd de grootste bedrijfstakken van Nederland, met aandelen van respectievelijk 13,4 en 11,2 procent.
Het aandeel van de toegevoegde waarde van de transportsector nam licht af van 4,9 procent in 2015 tot 4,8 procent in 2024. In deze periode nam het aandeel van bedrijven in de verhuur en handel in onroerend goed het sterkst toe, terwijl het in de financiële dienstverlening het sterkst afnam.
2.2 Aandeel transportsector in werkgelegenheid
In 2024 werkte 4,3 procent van alle werkzame personen in Nederland in de transportsector. Dat is een fractie lager dan in 2014. Binnen de transportsector kent het vervoer over land de meeste werkgelegenheid. In 2024 werkten 204 duizend personen in deze branche. Daarmee nam het vervoer over land 47 procent van de totale werkgelegenheid binnen de transportsector voor haar rekening. Het aandeel steeg licht vergeleken met 2014, toen 46 procent van alle werkzame personen er werkzaam was.
Tussen 2014 en 2024 groeide vooral het aantal werkzame personen bij opslagbedrijven en dienstverleners voor het vervoer. In 2024 waren 124 duizend personen werkzaam in deze bedrijfstak, terwijl dit er in 2014 nog 85 duizend waren. Bij post en koeriers en bij vervoer over water nam het aantal werkzame personen in deze periode juist af, met respectievelijk 16 en 5 procent.
| 2024* (1 000 personen) | 2014 (1 000 personen) | |
|---|---|---|
| Vervoer over land | 204 | 177 |
| Opslag, dienstverlening voor vervoer | 124 | 85 |
| Post en koeriers | 62 | 74 |
| Vervoer door de lucht | 28 | 24 |
| Vervoer over water | 20 | 21 |
| *Voorlopige cijfers | ||
Aan het begin van het vierde kwartaal van 2024 telde de transportsector ruim 68 duizend bedrijven, dat is 2,9 procent van het totaal aantal bedrijven in Nederland. In 2015 was 59 procent van de bedrijven in de transportsector een bedrijf met 1 werkzaam persoon (zzp). Dit aandeel liep op tot 77 procent in 2024. Het aandeel van zzp’ers in de transportsector is sterker toegenomen dan in de Nederlandse economie als geheel.
2.3 Belang van de export voor de transportsector
De Nederlandse transportsector verdiende in 2024 meer aan buitenlandse dan aan binnenlandse opdrachtgevers. Van de totale afzetwaarde van de sector in 2024 kwam 40 procent terecht bij buitenlandse en 32 procent bij binnenlandse gebruikers. Van de branches binnen de transportsector hebben het vervoer over water en het vervoer door de lucht de grootste aandelen van buitenlandse afnemers in hun afzet; meer dan twee derde van het totaal in die branches.
Het grootste deel van de vraag naar transportdiensten komt uit de transportsector zelf, bijvoorbeeld wanneer bedrijven werkzaamheden uitbesteden aan andere vervoerders. Buiten de eigen sector is de groothandel de belangrijkste binnenlandse afnemer van de transportsector. De afgelopen decennia is het belang van de wederuitvoer in Nederland sterk gegroeid en inmiddels groter dan de uitvoer van Nederlandse makelij. Bij wederuitvoer worden goederen na invoer (vaak door groothandelaren) niet of slechts beperkt bewerkt en vervolgens opnieuw uitgevoerd, waarbij transport en distributie een belangrijke rol spelen (CPB, 2023). In 2022 was bijna driekwart van de toegevoegde waarde in vervoer en opslag afkomstig uit exportverdiensten (CBS, 2025a). Dit omvat zowel directe export van de transportsector zelf als diensten die worden geleverd aan exporterende bedrijfstakken, zoals de groothandel.
| Branche | Buitenlandse gebruikers (% totale verbruik) | Binnenlandse gebruikers (% totale verbruik) | Consumptieve bestedingen door huishoudens (% totale verbruik) | Collectieve consumptie door overheid (% totale verbruik) | Overig (% totale verbruik) |
|---|---|---|---|---|---|
| Vervoer over water | 71,9 | 21,8 | 1 | 0,2 | 5,1 |
| Vervoer door de lucht | 70,8 | 10,1 | 17,8 | 0 | 1,3 |
| Opslag, dienstverlening voor vervoer | 36,4 | 32,7 | 0,4 | 8,3 | 22,2 |
| Vervoer over land | 29,3 | 33,9 | 9,9 | 1,1 | 25,7 |
| Post en koeriers | 12,7 | 65,9 | 5,6 | 0 | 15,9 |
| * Voorlopige cijfers | |||||