Bijlage B Nultreden vergelijking met WoON
Om te bepalen of de afbakening van nultredenwoningen plausibel is, is een vergelijking gemaakt met data uit het Woononderzoek Nederland van 2021 en 2024 (WoON).
B.1 Verschil in afbakening WoON en onze afbakening
Als indicator voor nultreden in het WoON is gekeken naar de variabelen met een indicatie van interne en extern toegankelijkheid (intoe en extoe), omdat de nultredenindicator in WoON 2024 eengezinswoningen met 1 verdieping buiten beschouwing laat. Een woning is intern toegankelijk als woonkamer, keuken, slaapkamer en badkamer zonder traplopen bereikbaar zijn. Een woning is extern toegankelijk als de voordeur vanaf de straat zonder traplopen bereikbaar is. Ook gaan we ervan uit dat alle ouderenwoningen (oudwon) nultredenwoningen betreffen.
Daarbij wijkt de afbakening nog iets af:
- Studentenhuisvesting, intramurale huisvesting en onzelfstandige woonruimten worden in onze afbakening uitgesloten. Dit is 5% procent van de nultredenwoningen in het WoON.
- Eengezinswoningen met een ‘pandstempel’ van 150 m2 of meer worden in onze afbakening allemaal als nultreden beschouwd. 56 procent hiervan is ook volgens het WoON nultreden. Ook wordt aangenomen dat het bij dergelijke grote woning in elk geval mogelijk is deze nultreden te maken als deze dat op het peilmoment nog niet is. Dit ook in het WoON toepassen zou 8,6% meer nultredenwoningen opleveren in het WoON.
B.2 Koppeling afbakening nultredenwoningen met WoON
De gegevens in het WoON zijn gekoppeld aan gegevens van onze afbakening van nultredenwoningen op basis van registraties. Omdat het WoON-bestand geen verblijfsobject-id bevat, is de koppeling gemaakt op basis van het adres van personen. Hierbij is gekeken naar het officiële adres op de datum van het interview, om verkeerde koppeling als gevolg van verhuizing zo veel mogelijk uit te sluiten. Na aftrek van objecten die niet gekoppeld konden worden en objecten waarvoor geen informatie over de toegankelijkheid beschikbaar was (bijv. adressen van respondenten die thuiswonende jongeren betroffen) kon voor 75.840 objecten de nultredenafbakening worden vergeleken met het WoON. Zie
| Populatie | Aantal records | Percentage |
|---|---|---|
| Woningvoorraad BAG op 1 januari 2023 | 8 125 230 | |
| WoON 2021 | 46 660 | |
| waarvan te koppelen aan objectnummer o b v woonadres respondent op interview datum | 46 250 | 99,1% |
| WoON 2024 | 41 300 | |
| waarvan te koppelen aan verblijfsobject-id o b v woonadres respondent op interview datum | 41 040 | 99,4% |
| Unieke records in gecombineerde bestanden | 87 290 | |
| Niet gekoppelde records in WoON (nog niet of niet meer in voorraad of geen verblijfsobject met Woonfunctie) | 990 | 1,1% |
| Gekoppeld met afleiding | 86 300 | 98,9% |
| Verblijfsobjecten zonder informatie over toegankelijkheid in WoON (Dit zijn vooral records met huishoudgewicht =0) | 10 460 | 12,0% |
| Beschikbaar voor vergelijking (sample) | 75 840 | 88,0% |
| waarvan met bruikbare Bouwkundige bestemmingscode | 72 200 | 95,0% |
B.3 Aandeel nultredenwoningen in WoON herkend door afleiding
Van de 75.840 gekoppelde woningen was ongewogen 29 procent (21.920) een nultreden- of ouderenwoning volgens het WoON, dat wil zeggen intern en extern toegankelijk. Hiervan wordt 57 procent ook door onze afbakening als nultredenwoning gezien.
| Onderwerp | Aantal of percentage |
|---|---|
| Aandeel nultredenwoningen in sample: WoON | 29% (21 920 woningen) |
| Aandeel nultreden in sample: afleiding | 20% (15 150 woningen) |
| Nultreden in WoON en afleiding (Na correctie definitie verschil ) | 12 480 |
| Aandeel nultredenwoningen uit WoON correct afgeleid | 57% |
| Aandeel afgeleide nultreden correct | 82% |
| Beslisregel | Aantal |
|---|---|
| 03 Niet gelijkvloers te hoog eengezins | 6000 |
| Correctie maisonnette | 1640 |
| 00 Geen beslisregel die uitsluitsel geeft | 730 |
| 11 Boven medium hoogte weinig woningen meergezins | 610 |
| 10 Boven medium hoogte meergezins | 150 |
| 04 Niet gelijkvloers onbetrouwbare hoogte eengezins | 120 |
| 10 Correctie souterrain/beletage medium hoogte meergezins | 110 |
| Overige beslisregels | 70 |
Gemiste nultredenwoningen (vals negatief) betreffen vooral woningen die vanwege beslisregel ‘03 Niet gelijkvloers te hoog eengezins’ niet als nultreden worden herkend; het gaat 64 procent van de ‘vals negatieven’. Overigens gaat deze regel in de overgrote meerderheid van de gevallen wel goed: in slechts 13 procent van de gevallen wordt deze ten onrechte als niet-nultreden aangemerkt. Het relatief hoge aantal gemiste nultredenwoningen hierdoor vormt dus geen aanleiding om deze regel te laten vervallen.
De één-na-grootste categorie gemiste nultredenwoningen betreft woningen die vanwege regel ‘Correctie maisonnette’ worden uitgesloten (16%). Ook hier geldt dat de afleiding in de meeste gevallen goed gaat.
B.4 Aandeel nultreden woningen in afleiding correct ingedeeld volgens WoON
Als we omgekeerd kijken naar de indeling volgens afleiding en in hoeverre die volgens WoON correct zijn, dan wordt het merendeel van de gekoppelde woningen (82%) correct voorspeld, als rekening wordt gehouden met de definitieverschillen (anders 70%). Voor 15 procent geldt bovendien dat de woning wel intern, maar niet extern toegankelijk is. Bij de aangepaste definitie van nultredenwoningen is al opgemerkt dat we externe toegankelijkheid slechts beperkt kunnen waarnemen met de gebruikte bronnen en methode.
Woningen die foutief als nultredenwoningen zijn ingedeeld betreffen vooral meergezinswoningen die ofwel volgens de corporatiegegevens ofwel op basis van regelgeving over een lift moeten beschikken.
| Categorie | Aantal |
|---|---|
| dVi Lift | 1 200 |
| 09.1 Lift obv hoogte meergezins | 740 |
| 02 Gelijkvloers eengezins | 200 |
| 13 Lift want nieuw en groot meergezins | 190 |
| 10 Beneden medium hoogte meergezins | 120 |
| Doelgroep DUWOZ+ | 70 |
| 08 Beneden oud pand meergezins | 60 |
| 11 Beneden medium hoogte weinig woningen meergezins | 60 |
| Doelgroep DUWOZ+ eengezins | 30 |
| Extramuraal | 10 |
Regionale spreiding van de verschillen: ten onrechte nultredenwoning
In zeer stedelijk gebied worden meer objecten ten onrechte ingedeeld als nultreden dan in niet-stedelijk gebied. In zeer stedelijk gebied wordt 72 procent correct ingedeeld, in niet-stedelijk gebied geldt dat voor 96 procent (rekening houdend met definitieverschillen). Dit verschil komt met name doordat in zeer stedelijk gebied meer hoge flatgebouwen staan, die relatief vaak foutief als nultredenwoningen worden ingedeeld en waar vaak nog iets van een trap tussen straat en voordeur zit, ondanks aanwezigheid van een lift. In hoeverre deze gebouwen toegankelijk te maken zijn, is niet te zeggen.
Regionale spreiding van de verschillen: ten onrechte geen nultredenwoning
In niet stedelijk gebied wordt 25 procent van de nultredenwoningen volgens WoON gemist door onze afbakening; in zeer sterk stedelijk gebied is dat maar 12 procent. Dit patroon zien we ook terug op provincieniveau. In Drenthe, over het algemeen een niet stedelijk gebied, worden relatief de meeste nultredenwoningen gemist (24%) en in Utrecht, over het algemeen een zeer sterk stedelijk gebied, het minst (12%). Als omgekeerd gekeken wordt naar waar de nultredenwoningen uit de afbakening wel correct zijn volgens het WoON, zien we dat in Drenthe de nultredenafleiding het vaakst correct is (94%) en in Zuid-Holland (74%) het minst. Zie figuur 6.4.4. t/m 6.4.7.
| Komt overeen: niet intern, wel extern toeganklijk volgens WoON (%) | Komt overeen: alleen intern, niet extern toeganklijk volgens WoON (%) | Komt overeen: niet intern en niet extern toeganklijk volgens WoON (%) | Toch correct: nultreden volgens WoON, uitgefilterd i.v.m. studentenhuisvesting, intramuraal of onzelfstandig (%) | Incorrect: nultreden volgens WOoN (%) | |
|---|---|---|---|---|---|
| Zeer sterk stedelijk (>=2500 adressen/km2) | 5650 | 4860 | 2410 | 680 | 1910 |
| Sterk stedelijk (1500 tot 2500 adressen/km2) | 10600 | 1610 | 1090 | 210 | 2160 |
| Matig stedelijk (1000 tot 1500 adressen/km2) | 8660 | 570 | 540 | 80 | 1740 |
| Weinig stedelijk (500 tot 1000 adressen/km2) | 7490 | 340 | 440 | 50 | 1670 |
| Niet stedelijk (<500 adressen/km2) | 5350 | 220 | 340 | 100 | 1960 |
| Totaal Nederland | 37730 | 7600 | 4810 | 1110 | 9440 |
| Komt overeen: niet intern, wel extern toeganklijk volgens WoON (%) | Komt overeen: alleen intern, niet extern toeganklijk volgens WoON (%) | Komt overeen: niet intern en niet extern toeganklijk volgens WoON (%) | Toch correct: nultreden volgens WoON, uitgefilterd i.v.m. studentenhuisvesting, intramuraal of onzelfstandig (%) | Incorrect: nultreden volgens WOoN (%) | |
|---|---|---|---|---|---|
| Groningen | 950 | 270 | 200 | 70 | 370 |
| Fryslân | 1380 | 90 | 70 | 20 | 410 |
| Drenthe | 1150 | 80 | 60 | 10 | 400 |
| Overijssel | 3760 | 420 | 230 | 100 | 880 |
| Flevoland | 1280 | 130 | 70 | 10 | 250 |
| Gelderland | 4840 | 530 | 420 | 110 | 1240 |
| Utrecht | 3850 | 1000 | 740 | 240 | 780 |
| Noord Holland | 4660 | 1650 | 740 | 150 | 1030 |
| Zuid Holland | 6180 | 2410 | 1350 | 240 | 1680 |
| Zeeland | 1250 | 90 | 80 | 10 | 400 |
| Noord-Brabant | 6020 | 540 | 350 | 120 | 1410 |
| Limburg | 2430 | 400 | 510 | 30 | 620 |
| Totaal | 37730 | 7600 | 4810 | 1110 | 9440 |
Kort samengevat is de kans op vals positieven (nultredenwoningen in onze afbakening, waar het volgens het WoON geen nultredenwoning is), het grootst in zeer stedelijke gebied en komen vals negatieven (geen nultredenwoning in onze afbakening, maar volgens het WoON wel een nultredenwoning) vooral voor in niet stedelijk gebied. Er worden vooral eengezinswoningen gemist in dun bebouwd gebied.
| Komt overeen: nultreden in beide bestanden (%) | Toch correct: niet-nultreden volgens WoON, toegevoegd i.v.m. grote pandstempel (%) | Incorrect: alleen intern, niet extern toeganklijk volgens WoON (%) | Incorrect: niet intern, wel extern toeganklijk volgens WoON (%) | Incorrect: niet intern en niet extern toeganklijk volgens WoON (%) | |
|---|---|---|---|---|---|
| Zeer sterk stedelijk (>=2500 adressen/km2) | 3060 | 60 | 1100 | 80 | 60 |
| Sterk stedelijk (1500 tot 2500 adressen/km2) | 2650 | 180 | 740 | 50 | 30 |
| Matig stedelijk (1000 tot 1500 adressen/km2) | 1570 | 280 | 270 | 30 | 10 |
| Weinig stedelijk (500 tot 1000 adressen/km2) | 1370 | 390 | 110 | 50 | 10 |
| Niet stedelijk (<500 adressen/km2) | 2010 | 910 | 30 | 90 | 10 |
| Totaal Nederland | 10660 | 1820 | 2250 | 300 | 120 |
| Komt overeen: nultreden in beide bestanden (%) | Toch correct: niet-nultreden volgens WoON, toegevoegd i.v.m. grote pandstempel (%) | Incorrect: alleen intern, niet extern toeganklijk volgens WoON (%) | Incorrect: niet intern, wel extern toeganklijk volgens WoON (%) | Incorrect: niet intern en niet extern toeganklijk volgens WoON (%) | |
|---|---|---|---|---|---|
| Groningen | 440 | 80 | 40 | 20 | 0 |
| Fryslân | 380 | 110 | 30 | 20 | 0 |
| Drenthe | 420 | 70 | 20 | 10 | 0 |
| Overijssel | 880 | 190 | 140 | 30 | 10 |
| Flevoland | 230 | 20 | 40 | 10 | 0 |
| Gelderland | 1170 | 260 | 180 | 40 | 10 |
| Utrecht | 1000 | 90 | 320 | 30 | 10 |
| Noord Holland | 1420 | 130 | 410 | 50 | 30 |
| Zuid Holland | 2140 | 130 | 710 | 50 | 30 |
| Zeeland | 370 | 70 | 50 | 20 | 0 |
| Noord-Brabant | 1510 | 430 | 210 | 40 | 10 |
| Limburg | 720 | 250 | 110 | 10 | 10 |
| Totaal Nederland | 10660 | 1820 | 2250 | 300 | 120 |