Monitor fosfaat- en stikstofexcretie in dierlijke mest, eerste kwartaal 2026

3. Ruweiwitgehalte van het melkveevoerrantsoen

In het kader van de stikstofproblematiek hebben de overheid en verschillende sectorpartijen in de melkveehouderij in 2021 afgesproken om op sectorniveau het ruweiwitgehalte van het melkveevoerrantsoen in de komende jaren stapsgewijs te verlagen met als streefdoel maximaal 160 gram ruw eiwit per kilogram droge stof in 2025. In februari 2025 is een convenant opgesteld en ondertekend door partijen in de zuivelketen. De convenantpartners hebben zich verbonden aan het doel om het gemiddeld ruweiwitgehalte van het melkveevoerrantsoen te verlagen naar maximaal 160 gr RE/kg droge stof in 2025 en maximaal 158 gr RE/kg droge stof in 2026. De melkveestapel bestaat uit melkkoeien en het bijbehorende vrouwelijke jongvee. 

De uitgangspunten in de prognose van het ruweiwitgehalte zijn opgenomen in Paragraaf 2.1 onder Voerverbruik en voersamenstelling. Voor de eerste kwartaalrapportage van 2026 zijn nog onvoldoende gegevens beschikbaar over krachtvoer- en ruwvoersamenstelling om een indicatie te kunnen geven van het ruweiwitgehalte van het melkveevoerrantsoen in 2026. In de volgende kwartaalrapportage zal voor het eerst een prognose worden opgenomen waarin de samenstelling van de voorjaarskuilen van 2026 is verwerkt. Tabel 3.1 toont het ruweiwitgehalte van het melkveevoerrantsoen in 2023, 2024 en het vierde kwartaal van 2025.

3.1 Ruweiwitgehalte van het melkveevoerrantsoen (g/kg droge stof)
2023 2024 4e kwartaal-
rapportage 2025
Melkveevoerrantsoen (melkkoeien en jongvee) 163 161 158