Flashraming sporteconomie

4. Begrippen en definities

Aanbod- en gebruiktabel

De aanbodtabel beschrijft het aanbod van goederen en diensten verbijzonderd naar productgroepen. Het aanbod is wat er in Nederland is geproduceerd plus wat er is ingevoerd. De tabel geeft de binnenlandse productie door bedrijfstakken en de invoer van de diverse groepen van goederen en diensten. Een regel van de aanbodtabel geeft een beschrijving van het aanbod van een bepaalde groep van goederen en diensten. Een kolom van de aanbodtabel beschrijft de totale productie van een bedrijfstak.

De gebruiktabel beschrijft het gebruik van goederen en diensten verbijzonderd naar productgroepen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen intermediair verbruik door bedrijfsklassen en finale bestedingen. De finale bestedingen worden uitgesplitst naar uitvoer van goederen en van diensten, consumptieve bestedingen door huishoudens respectievelijk de overheid, bruto investeringen in vaste activa en veranderingen in voorraden. Een regel van de gebruiktabel geeft een beschrijving van de bestemmingen van een bepaalde productgroep. Het totaal van iedere regel van de gebruiktabel is per definitie gelijk aan het totaal van de corresponderende regel van de aanbodtabel. Hiertoe dienen nog wel enkele aanvullende kolommen te worden opgenomen in verband met de verschillende waarderingen van de aanbod- en gebruiktabellen. Een kolom van het intermediaire gedeelte van de gebruiktabel beschrijft welke producten door een bedrijfsklasse zijn gebruikt in het productieproces en tevens de in het productieproces gegenereerde toegevoegde waarde.

Arbeidsjaar

Het arbeidsvolume in arbeidsjaren is een maatstaf voor het arbeidsvolume, die wordt berekend door alle banen (voltijd en deeltijd) om te rekenen naar voltijdbanen, ook wel voltijdequivalenten (vte) genoemd. Het voltijdequivalent van een baan wordt bepaald door de overeengekomen jaarlijkse arbeidsduur, die bij die baan behoort, te delen door de overeengekomen jaarlijkse arbeidsduur die bij een voltijdbaan (in het betreffende bedrijf) behoort. Zo leveren twee halve banen samen een arbeidsvolume van één arbeidsjaar op. Het voltijdequivalent van een baan van een zelfstandige wordt bepaald door de gebruikelijke wekelijkse arbeidsduur behorende bij die baan te delen door de gemiddelde arbeidsduur van de banen van zelfstandigen met een wekelijkse arbeidsduur van 37 uur of meer (in dezelfde bedrijfstak).

Bruto binnenlands product (bbp)

Het bruto binnenlands product (bbp) is een maat voor de omvang van de economie. Het bruto binnenlands product tegen aankoopprijzen is het eindresultaat van de productieve activiteiten van ingezeten productie-eenheden. In de sporteconomie is het bbp vanuit de productie berekend als de som van de bruto toegevoegde waarde van alle bedrijfstakken en het saldo van productgebonden belastingen en subsidies.

Belasting over de toegevoegde waarde (btw)

Een productgebonden belasting, die op de verschillende momenten van levering door producenten wordt geïnd en uiteindelijk volledig ten laste komt van de eindgebruikers. Producenten dragen alleen het verschil af tussen de belasting over de toegevoegde waarde (btw) op hun verkopen en de btw op hun aankopen.

Intermediair verbruik

Goederen en diensten die als input in een productieproces worden gebruikt, met uitzondering van de vaste activa (investeringsgoederen). Het gaat hierbij om goederen die tijdens het productieproces worden verwerkt in andere producten of volledig worden verbruikt (dit gebeurt per definitie met de ingehuurde diensten). Volgens internationale afspraken wordt een aangeschaft goed of een ingehuurde dienst niet als intermediair verbruik maar als vast activum (investering) gezien wanneer het meer dan één jaar ingezet kan worden in een productieproces. De intermediair verbruikte goederen en diensten worden gewaardeerd tegen de aankoopprijzen die op het moment van gebruik voor soortgelijke goederen of diensten gelden.

Productgebonden belastingen en subisidies

Belastingen die moeten worden betaald per eenheid van een bepaald goed dat of een bepaalde dienst die is geproduceerd of ingevoerd. De belasting kan een bepaald bedrag per kwantitatieve eenheid van een goed of een dienst zijn, of worden berekend als een bepaald percentage van de prijs per eenheid of van de waarde van de geproduceerde of verhandelde goederen en diensten.

Subsidies die zijn uitgekeerd per geproduceerde of ingevoerde eenheid van een goed of een dienst. De subsidies zijn gerelateerd aan de waarde of aan de hoeveelheid van het product.

Toegevoegde waarde

De waarde van alle geproduceerde goederen en diensten (de productiewaarde of output) minus de waarde van goederen en diensten die tijdens deze productie zijn opgebruikt (het intermediair verbruik).

Werknemer

Een persoon die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een economische eenheid maakt om arbeid te verrichten waartegenover een financiële beloning staat.

Werkzame personen

Werkzame personen zijn alle personen die één of meerdere banen hebben als werknemer en/of zelfstandige bij een in Nederland gevestigde economische eenheid (bedrijf, instelling of particulier huishouden). Tot de werkzame personen behoren alle personen die betaalde arbeid verrichten, ook al is het maar voor één of enkele uren per week, ook als zij:

  • arbeid verrichten die op zichzelf genomen legaal is, maar waarvan de beloning aan de registratie door fiscus of sociale zekerheidsautoriteiten wordt onttrokken ('zwarte arbeid');
  • tijdelijk geen arbeid verrichten, maar wel doorbetaald krijgen (bijvoorbeeld bij ziekte of vorstverlet);
  • tjdelijk onbetaald verlof hebben opgenomen.

Zelfstandige

Een persoon die arbeid verricht voor eigen rekening of risico.