2. Methode
2.1 Uitgangspunten
Het verslagjaar 2022 is het meest recente jaar waarvoor cijfers over de sporteconomie in Nederland volgens een uitgebreide methode zijn samengesteld, de zogenaamde baselineraming van 2022. Die cijfers zijn gebaseerd op definitieve cijfers van de nationale rekeningen van het CBS ná de revisie over verslagjaar 2021. De nationale rekeningen leveren jaarlijks cijfers over de Nederlandse economie volgens internationaal afgestemde concepten, methoden en een periodieke revisiecyclus. Bij een revisie worden veranderingen in concepten, classificaties, methoden en bronnen in één keer in de nationale rekeningen doorgevoerd. In 2030 vindt er opnieuw een revisie plaats en komen onder andere de definitieve jaarcijfers over 2028 beschikbaar ná revisie. De volgende baselineraming van de sporteconomie zal gebaseerd zijn op die definitieve jaarcijfers over 2028 ná revisie.
Voor de tussenliggende jaren, 2023 t/m 2027, maakt het CBS zogenaamde flashramingen voor de sporteconomie. In tegenstellingen tot een baselineraming worden flashramingen jaarlijks gepubliceerd. Het gaat om een minder gedetailleerdere raming van een vaste set indicatoren op een hoog geaggregeerd publicatieniveau. Het voordeel van een flashraming is dat deze minder arbeidsintensief is, zodat deze jaarlijks in lijn en conform met de uitkomsten van de nationale rekeningen kan worden gepubliceerd.
De baselineraming van 2022 biedt qua detail de benodigde aanknopingspunten om de sportgoederen en -diensten te destilleren en vormt daarmee een goede basis voor de flashramingen voor de verslagjaren tot aan het volgende revisie-jaar. Vanuit de baselineraming is namelijk per combinatie van sportgoederen en -diensten met producerende bedrijfstak en type gebruiker bepaald hoe groot de bijdrage van sport is. Samen met de jaarlijkse cijfers over de gehele economie in Nederland, afkomstig uit de nationale rekeningen van het CBS, zijn dit de belangrijkste gegevens voor de flashramingen. Vanuit de nationale rekeningen worden specifieke ontwikkelingen (jaar op jaar) uit de aanbod- en gebruiktabellen gebruikt om de cijfers van de sporteconomie van 2022 te extrapoleren naar volgende jaren. Hierbij is de algemene aanname dat de relatieve bijdrage van sport zoals die per combinatie van goederengroep en producerende bedrijfstak en type gebruiksgroep is afgeleid voor 2022, gelijk blijft voor de volgende jaren tot aan de baselineraming over 2028. Hiervan kan in de toekomst waar nodig en relevant worden afgeweken indien hier aanleiding voor is en er bruikbare informatie beschikbaar is waarop geleund kan worden.
De publicatie van de flashramingen bestaat uit een tabel met daarin de volgende uitkomsten (zie ook paragraaf Uitkomsten):
- Totale bruto toegevoegde waarde in aankoopprijzen (bbp) van sport (in miljoen euro en in aandeel t.o.v. het totale bbp in Nederland).
- Totale bruto toegevoegde waarde in basisprijzen van sport (in miljoen euro en in aandeel t.o.v. de totale toegevoegde waarde in basisprijzen in Nederland).
- Bruto toegevoegde waarde in basisprijzen van sport (in miljoen euro) verdeeld naar:
- bedrijfstak Sport en recreatie en overige bedrijfstakken
- characteristic goederen en diensten en connected goederen en diensten
- Werkzame personen en arbeidsjaren van sport (aantal en in aandeel t.o.v. het totale aantal werkzame personen en arbeidsjaren in Nederland).
- Werkzame personen en arbeidsjaren van sport verdeeld naar:
- werknemers en zelfstandigen (aantal en in aandeel t.o.v. het totale aantal en arbeidsjaren van werknemers en zelfstandigen in Nederland)
- characteristic en connected goederen en diensten (aantal).
2.2 Bronnen
De volgende bronnen vormden de basis voor het samenstellen van de flashramingen voor 2023, 2024 en 2025:
- Sportaanbod, sportgebruik en werkgelegenheid uit de sporteconomie in Nederland in 2022
- Aanbod en gebruik van heel Nederland uit de nationale rekeningen over 2023, 2024 en 2025
- Werkgelegenheid van heel Nederland uit de Arbeidsrekeningen over 2023, 2024 en 2025
De uitkomsten over het aanbod (ofwel de productie van goederen en diensten vanuit de bedrijfstakken) in de eerste en de tweede bron zijn beschikbaar op een zeer gedetailleerd niveau van een combinatie van goederengroepen en diensten met een bedrijfstakindeling (zie bijlage A en B). Dit is een matrix van 602 regels van verschillende groepen van goederen en diensten en 140 kolommen van verschillende soorten bedrijfstakken die deze goederen en diensten aanbieden en produceren. Bij het samenstellen van de sporteconomie 2022 is bepaald welke combinatie van goederen en diensten met bedrijfstakken bijdragen aan de sporteconomie en voor welke monetaire waarde (bron 1). In de nationale rekeningen wordt bepaald hoeveel de totale productie bedraagt per combinatie van goederendiensten met bedrijfstakken (bron 2).
De cijfers van de derde bron zijn deels beschikbaar voor dezelfde uitgebreide bedrijfstakindeling als bron 1 en 2. Dat gaat om de arbeidsjaren van werknemers. Het andere deel, de cijfers over werkzame personen van werknemers en zelfstandigen en arbeidsjaren van zelfstandigen zijn alleen beschikbaar voor een minder uitgebreide bedrijfstakindeling van 65 (in plaats van 140) verschillende bedrijfstakken (zie bijlage A).
De meest uitgebreide indeling van bedrijven wordt in dit rapport aangeduid met bedrijfstakindeling1. De minder uitgebreide indeling wordt aangeduid met bedrijfstakindeling2.
2.3 Stappen om tot uitkomsten te komen
In de methodebeschrijving die volgt, staan de notaties t en t-1 voor respectievelijk het huidige en het voorgaande verslagjaar. De eerste flashraming heeft t-1 is 2022 als voorgaand verslagjaar en jaar t is 2023 als huidig jaar. Waarbij jaar t het te ramen verslagjaar is. Als dat is gedaan, wordt de methode nog een keer uitgevoerd met de volgende twee opeenvolgende verslagjaren, waarbij jaar t-1 is 2023 en jaar t is 2024, enzovoort. Op moment van publicatie van het voorliggende rapport is er doorgerekend tot met het jaar 2025.
Stap 1 Schatten van aanbod sporteconomie
Eerst wordt het sportaanbod, ofwel de productie van goederen en diensten vanuit de bedrijfstakken, geschat voor een nieuw (jaar t). Dit gebeurt door per combinatie van goederengroep en bedrijfstakindeling1 te kijken wat de ontwikkeling is in de aanbodtabel van jaar t-1 op jaar t voor heel Nederland. Deze uitkomsten komen uit bron 2. Die ontwikkeling wordt toegepast op het sportaanbod van jaar t-1 dat komt uit bron 1.
Uitgangspunt van beide bronnen is een matrix met in de rijen alle goederengroepen en de onderscheiden bedrijfstakindelingen in de kolommen. Voor iedere cel in deze matrix met een positieve bijdrage aan de sporteconomie van jaar t-1 wordt een schatting gemaakt voor het volgende jaar. Per kolom van de matrix, ofwel per categorie in bedrijfstakindeling1, leidt dit tot een totaal aan sportaanbod voor jaar t door te sommeren over alle goederengroepen (rijen).
$$\mathrm{SA}_{j,t} = \sum_{i=1}^{n} \mathrm{SA}_{i,j,t-1} \cdot \frac{\mathrm{NLA}_{i,j,t}}{\mathrm{NLA}_{i,j,t-1}}$$
- SA = Sportaanbod
- NLA= Aanbod Nederland
- i = index voor aantal goederengroepen en loopt van 1 tot n
- j = index voor aantal categorieën van bedrijfstakindeling1 en loopt van 1 tot m.
- t = het te ramen verslagjaar
- t-1 = het vorige verslagjaar
Stap 2 Ramen van bruto toegevoegde waarde sporteconomie in basisprijzen
Om van het geraamde sportaanbod naar de bruto toegevoegde waarde in basisprijzen voor jaar t te komen, wordt dit per bedrijfstakindeling1 verminderd met het intermediair verbruik. Vanuit de nationale aanbod- en gebruiktabel is bekend per bedrijfstakindeling1 wat het intermediair verbruik is ten opzichte van het totale aanbod (bron 2). Die verhouding wordt per bedrijfstakindeling1 toegepast om van het berekende sportaanbod uit stap 1 naar de bruto toegevoegde waarde in basisprijzen te gaan. Daarna worden al die uitkomsten per bedrijfstakindeling1 opgeteld tot een totaal bruto toegevoegde waarde in basisprijzen voor sport in jaar t.
$$\mathrm{ST}_{t} = \sum_{j=1}^{m} \mathrm{SA}_{j,t} \cdot \frac{\mathrm{NLA}_{j,t} - \mathrm{NLI}_{j,t}}{\mathrm{NLA}_{j,t}}$$
- ST=Bruto toegevoegde waarde sport in basisprijzen
- SA=Sport aanbod
- NLA=Aanbod Nederland
- NLI=Intermediair verbruik Nederland
- j = index voor aantal categorieën van bedrijfstakindeling1 en loopt van 1 tot m.
- t = het te ramen verslagjaar
Stap 3 Schatten van bruto toegevoegde waarde sport in aankoopprijzen (bbp)
Om van de bruto toegevoegde waarde in basisprijzen naar bruto toegevoegde waarde in aankoopprijzen (bbp) te komen, zijn de productgebonden belastingen en subsidies nodig (stap 3a) en de BTW (stap 3b).
Stap 3a productgebonden belastingen en subsidies sporteconomie
De productgebonden belastingen en subsidies (in het vervolg van deze toelichting kort aangeduid met productbelastingen) zijn per goederengroep beschikbaar, zowel in de uitkomsten van de sporteconomie van jaar t-1 (bron 1) als in de aanbod- en gebruiktabel van de nationale rekeningen van jaar t-1 en jaar t (bron 2).
Voor elke combinatie van goederengroep en soort productbelasting (zie bijlage C) met een positieve bijdrage aan de sporteconomie in jaar t-1 wordt een schatting gemaakt voor jaar t op basis van de ontwikkeling in de productbelastingen van jaar t-1 op jaar t voor heel Nederland. Daarna worden al die uitkomsten opgeteld tot een totaal aan productbelastingen voor sport in jaar t.
$$\mathrm{SP}_{t} = \sum_{i=1}^{n}\sum_{l=1}^{q} \mathrm{SP}_{i,l,t-1} \cdot \frac{\mathrm{NLP}_{i,l,t}}{\mathrm{NLP}_{i,l,t-1}}$$
- SP=Sport productbelastingen
- NLP=Productbelastingen Nederland
- i = index voor aantal goederengroepen en loopt van 1 tot n
- l=index voor categorieën productbelastingen en loopt van 1 tot q
- t = het te ramen verslagjaar
- t-1 = het vorige verslagjaar
Stap 3b BTW sporteconomie
Voor het berekenen van de BTW voor sport is de gebruiktabel van de sporteconomie (bron 1) en van de nationale rekeningen nodig (bron 2). Vanuit de nationale gebruiktabel is bekend aan de hand van twee specifieke goederengroepen die er zijn voor BTW wat de verhouding is van BTW in het totale gebruik per soort gebruiksgroep (consumptie huishoudens, consumptie overheid en investeringen, zie bijlage D).
Eerst wordt het sportgebruik per soort gebruiksgroep voor jaar t geraamd door de ontwikkeling uit de nationale gebruiktabel van jaar t-1 op jaar t (bron 2) toe te passen op het gebruik van de sporteconomie van jaar t-1 (bron 1). Daarna wordt voor jaar t de verhouding BTW binnen het gebruik per soort gebruiksgroep voor heel Nederland (bron 2) toegepast op het geraamde gebruik voor sport jaar t.
Voor elke combinatie van goederengroep en soort gebruiksgroep waar het sportgebruik in 2022 positief is geldt dan:
$$\mathrm{SG}_{k,t} = \sum_{i=1}^{n} \mathrm{SG}_{i,k,t-1} \cdot \frac{\mathrm{NLG}_{i,k,t}}{\mathrm{NLG}_{i,k,t-1}}$$
- SG=Sport gebruik
- NLG=Gebruik Nederland
- i = index voor aantal goederengroepen en loopt van 1 tot n
- k=index voor aantal onderscheiden gebruiksgroepen en loopt van 1 tot r
- t = het te ramen verslagjaar
- t-1 = het vorige verslagjaar
Per soort gebruiksgroep wordt de BTW van sport berekend. Daarna wordt deze geraamde BTW van sport per gebruiksgroep opgeteld tot een totale BTW voor sport.
$$\mathrm{SB}_{t} = \sum_{k=1}^{r} \mathrm{SG}_{k,t} \cdot \frac{\mathrm{NLB}_{k,t}}{\mathrm{NLG}_{k,t}}$$
- SB=Sport BTW
- SG=Sport gebruik
- NLB=BTW Nederland
- NLG=Gebruik Nederland
- k=index voor aantal onderscheiden gebruiksgroepen en loopt van 1 tot r
- t = het te ramen verslagjaar
Na het berekenen van de productgebonden belastingen (stap 3a) en de BTW voor sport (stap 3b) kan de bruto toegevoegde waarde in aankoopprijzen (bbp) berekend worden:
$$\mathrm{SBBP}_{t} = \mathrm{ST}_{t} + \mathrm{SP}_{t} + \mathrm{SB}_{t}$$
- SBBP=Sport bbp
- ST=Sport bruto toegevoegde waarde in basisprijzen
- SP=Sport productbelastingen
- SB=Sport BTW
- t = het te ramen verslagjaar
Stap 4 Schatten van werkgelegenheid sport
De werkzame personen en hun arbeidsjaren van de sporteconomie zijn een optelling van werknemers (stap 4a) en zelfstandigen (stap 4b).
Stap 4a Werknemers sporteconomie
De arbeidsjaren van werknemers zijn beschikbaar voor de uitgebreide bedrijfstakindeling, bedrijfstakindeling1. Het aantal werkzame personen van werknemers is alleen beschikbaar op een hoger geaggregeerd niveau van bedrijfstakken. Vanuit dat hogere geaggregeerde niveau van bedrijfstak, bedrijfstakindeling2, kan de verhouding tussen de arbeidsjaren van werknemers en het aantal werkzame personen van werknemers worden bepaald.
Per bedrijfstakindeling1 worden eerst de arbeidsjaren sport berekend aan de hand van de verhouding sportaanbod per bedrijfstakindeling1 (resultaat van stap 1) t.o.v. totale aanbod in Nederland (bron 2).
$$\mathrm{SAJW}_{t} = \sum_{j=1}^{m} \mathrm{NLAJW}_{j,t} \cdot \frac{\mathrm{SA}_{j,t}}{\mathrm{NLA}_{j,t}}$$
- SAJW=Sport arbeidsjaren werknemers
- NLAJW=Arbeidsjaren werknemers Nederland
- SA=Sport aanbod
- NLA=Aanbod Nederland
- j = index voor aantal categorieën van bedrijfstakindeling1 en loopt van 1 tot m
- t = het te ramen verslagjaar
Het aantal werkzame personen van de werknemers wordt daarna afgeleid door de verhouding van arbeidsjaren en aantal werkzame personen per bedrijfstakindeling2 toe te passen op de arbeidsjaren sport per bedrijfstakindeling1.
$$\mathrm{SWPW}_{t} = \sum_{p=1}^{s} \left(\frac{\mathrm{WPW}_{p,t}}{\mathrm{AJW}_{p,t\ }} \cdot \sum_{j=1}^{m}{\mathrm{SAJW}_{p,j,t}}\right)$$
- SWPW=Sport werkzame personen werknemers
- SAJW=Sport arbeidsjaren werknemers
- WPW=Werkzame personen werknemers Nederland
- AJW=Arbeidsjaren werknemers Nederland
- j = index voor aantal categorieën van bedrijfstakindeling1 en loopt van 1 tot m
- p=index voor aantal categorieën van bedrijfstakindeling2 en loopt van 1 tot s
- j is genest binnen p.
- t = het te ramen verslagjaar
Stap 4b Zelfstandigen sporteconomie
Het aantal werkzame personen en het aantal arbeidsjaren van zelfstandigen in heel Nederland is beschikbaar op het hogere geaggregeerde bedrijfstakniveau, ofwel bedrijfstakindeling2. De verhouding van de toegevoegde waarde basisprijzen van sport per uitgebreide bedrijfstakindeling (bedrijfstakindeling1) in de totale toegevoegde waarde basisprijzen van heel Nederland per bedrijfstakindeling2 wordt gebruikt om de zelfstandigen voor sport te berekenen per bedrijfstakindeling1.
$$\mathrm{SWPZ}_{t} = \sum_{p=1}^{s} \left(\frac{\mathrm{NLWPZ}_{p,t}}{\mathrm{NLT}_{p,t\ }} \cdot \sum_{j=1}^{m}{\mathrm{ST}_{p,j,t}}\right)$$
$$\mathrm{SAJZ}_{t} = \sum_{p=1}^{s} \left(\frac{\mathrm{NLAJZ}_{p,t}}{\mathrm{NLT}_{p,t\ }} \cdot \sum_{j=1}^{m}{\mathrm{ST}_{p,j,t}}\right)$$
- SWPZ=Sport werkzame personen zelfstandigen
- SAJZ=Sport arbeidsjaren zelfstandigen
- ST=Sport bruto toegevoegde waarde basisprijzen
- NLT=bruto toegevoegde waarde basisprijzen Nederland
- j = index voor aantal categorieën van bedrijfstakindeling1 en loopt van 1 tot m
- p=index voor aantal categorieën van bedrijfstakindeling 2 en loopt van 1 tot s
- j is genest binnen p
- t = het te ramen verslagjaar
De sommen van de uitkomsten van werknemers en zelfstandigen vormen het totaal van het aantal werkzame personen en arbeidsjaren sport.
$$\mathrm{SWP}_{t} = \mathrm{SWPW}_{t} + \mathrm{SWPZ}_{t}$$
$$\mathrm{SAJ}_{t} = \mathrm{SAJW}_{t} + \mathrm{SAJZ}_{t}$$
- SWP=Sport werkzame personen
- SAJ=Sport arbeidsjaren
- SWPW=Sport werkzame personen werknemers
- SAJW=Sport arbeidsjaren werknemers
- SWPZ=Sport werkzame personen zelfstandigen
- SAJZ=Sport arbeidsjaren zelfstandigen
- t = het te ramen verslagjaar
Stap 5 Verdelingen sporteconomie naar bedrijfstak en characteristic versus connected
De output van de flashramingen sporteconomie bevat ook de bruto toegevoegde waarde basisprijzen en werkgelegenheid van sport onderverdeeld naar bedrijfstak Sport en recreatie en overige bedrijfstakken. Deze onderverdeling is af te leiden uit de berekeningen van bovenstaande methode, want de bedrijfstak Sport en recreatie is een unieke categorie binnen bedrijfstakindeling1, namelijk 930000 Sport en ontspanning. De overige bedrijfstakken zijn de som van de andere categorieën binnen bedrijfstakindeling1.
Daarnaast toont de output van de flashramingen sporteconomie de bruto toegevoegde waarde in basisprijzen en de werkgelegenheid verdeeld naar characteristic en connected goederen en diensten. Deze onderverdeling is ook te schatten uit de berekeningen van bovenstaande methode, maar met een extra bewerking. De bijdrage van characteristic goederen en diensten volgt namelijk uit een combinatie van een aantal specifieke goederen en diensten in specifieke categorieën van bedrijfstakindeling. De bruto toegevoegde waarde in basisprijzen van sport (uitkomst stap 2) en de werkgelegenheid van sport (uitkomst stap 4) worden echter alleen berekend voor totalen per categorie van bedrijfstakindeling1, en niet gecombineerd met de specifieke goederengroepen die horen bij characteristic. Het sportaanbod daarentegen (uitkomst stap 1) is wel beschikbaar voor die combinatie. Hieruit is de verhouding af te leiden van de characteristic goederengroepen binnen het totaal van de characteristic categorie van bedrijfstakindeling1. Met behulp van die verhouding in het sportaanbod kan voor elke characteristic categorie van bedrijfstakindeling1 de bruto toegevoegde waarde in basisprijzen en de werkgelegenheid van sport geschat worden. Het deel van de totale bruto toegevoegde waarde en werkgelegenheid sport dat niet bij characteristic hoort, wordt toebedeeld aan de connected goederen en diensten.
Stap 6 aanpassingen bij de cijfers uit de flashraming voor 2025
De flashraming sporteconomie bestaat uit schattingen voor een verslagjaar op basis van definitieve cijfers uit de nationale rekeningen (D-status) en op basis van voorlopige cijfers (V-status, voor het meest recente verslagjaar). De hier beschreven methode in stap 1 tot en met stap 5 geldt voor de cijfers op basis van de cijfers uit de nationale rekeningen met een D-status (jaren 2023 en 2024). Voor het cijfer met een V-status, het meest recente verslagjaar in de flashramingen (2025), is de methode op een paar punten aangepast.
Ten eerste zijn de voorlopige cijfers voor het meest recente verslagjaar uit de nationale rekeningen niet beschikbaar voor de meest uitgebreide indeling van bedrijfstakken, bedrijfstakindeling1. Dit komt omdat in de voorlopige cijfers de onderverdeling binnen de Overige groothandel ontbreekt. Ten tweede komen de voorlopige cijfers voor het meest recente verslagjaar uit de nationale rekeningen beschikbaar voor een minder uitgebreide lijst van goederengroepen en diensten. In de verschillende stappen van de methode moeten de gebruikte bronnen van jaar t-1, zowel met betrekking tot het sportaanbod, -gebruik en -werkgelegenheid als tot het totale aanbod, gebruik en werkgelegenheid van heel Nederland, daarom eerst omgezet worden naar deze bedrijfs- en goederengroepindeling van de V-status. De cijfers van de flashramingen voor het meest recente verslagjaar worden een jaar later vervangen door cijfers die zijn berekend met behulp van de meest uitgebreide indelingen van bedrijfstakken en goederengroepen.
2.4 Kwaliteit
De flashramingen leveren jaarlijks en sneller uitkomsten voor de omvang van de sporteconomie op dan de baselineramingen. Vergeleken met de baselineramingen zijn de uitkomsten van de flashramingen echter wel met meer onzekerheid omgeven en zijn ze minder gedetailleerd. Daarnaast zijn ze samengesteld op basis van de meest recente versies van de nationale rekeningen van het CBS die beschikbaar zijn op moment van publicatie. Bijstellingen in de toekomst zijn mogelijk. De flashraming voor deze satellietrekening is in 2026 voor het eerst ontwikkeld en uitgevoerd. De ramingen kunnen op basis van nieuwe inzichten of voortschrijdend inzicht continu verbeterd worden waar dat nodig is, waarbij volgtijdelijke vergelijkbaarheid van de reeks in het oog wordt gehouden. Daarnaast kunnen bij het samenstellen van de eerstvolgende baselineraming over het jaar 2028 de uitkomsten die volgen uit de flashramingen voor de jaren 2023 t/m 2027 bijgesteld worden, om tot een consistente tijdreeks te komen.