Welke sectoren stoten broeikasgassen uit?

In 2019 werd van de totale hoeveelheid broeikasgassen 31 procent door de industrie uitgestoten, 23 procent door de sector elektriciteit, 19 procent door de sector mobiliteit (binnenlands verkeer en vervoer), 14 procent door de landbouw en 13 procent door de gebouwde omgeving (vanwege het stoken van aardgas voor ruimteverwarming). Dit zijn de vijf sectoren die onderscheiden worden in het op 28 juni 2019 gepresenteerde Klimaatakkoord.

Uitstoot broeikasgassen naar sector
 Industrie (megaton CO2-equivalent)Elektriciteit (megaton CO2-equivalent)Mobiliteit (megaton CO2-equivalent)Landbouw (megaton CO2-equivalent)Gebouwde omgeving (megaton CO2-equivalent)
199087,039,632,232,929,9
199188,140,132,734,334,1
199289,640,634,134,131,5
199386,141,935,234,133,3
199487,445,734,632,631,1
199582,747,835,232,733,2
199685,648,336,633,338,5
199785,348,536,631,132,7
199885,650,237,330,331,3
199977,047,238,129,429,7
200075,348,438,028,529,7
200170,851,938,227,831,4
200270,053,038,726,230,2
200368,753,739,125,931,4
200468,954,939,525,931,1
200567,352,139,826,129,3
200666,047,940,725,629,4
200765,350,639,726,226,3
200861,050,039,927,329,3
200957,049,938,327,229,4
201060,052,039,028,833,9
201158,947,838,927,326,6
201258,044,837,127,028,8
201356,944,936,327,230,1
201455,848,634,326,023,0
201556,453,334,627,024,5
201656,552,234,727,224,9
201757,548,535,327,424,7
201856,844,935,626,524,4
201956,742,335,226,423,3
Bron: CBS, RIVM/Emissieregistratie
 

Totaal

In 2019 werd 38 megaton CO2-equivalent minder aan broeikasgassen uitgestoten dan in 1990. Vooral de industriële uitstoot is sterk naar beneden gegaan, met 30 megaton CO2-equivalent. Bij zowel landbouw als gebouwde omgeving nam de uitstoot met 7 megaton CO2-equivalent af. Bij de sectoren elektriciteit en mobiliteit nam de uitstoot juist toe, allebei met 3 megaton CO2-equivalent.

Naast koolstofdioxide (CO2) worden ook andere broeikasgassen meegeteld. Dit zijn lachgas (N2O, distikstofoxide), methaan (CH4) en fluorhoudende gassen (F-gassen). Eén megaton CO2-equivalent staat gelijk aan de broeikasgaswerking van de uitstoot van één megaton koolstofdioxide (= 1 miljard kilogram CO2). De uitstoot van 1 megaton lachgas staat gelijk aan 298 megaton CO2-equivalent en de uitstoot van 1 megaton methaan aan 25 megaton CO2-equivalent. Het effect van F-gassen is flink groter. Bijvoorbeeld, 1 megaton zwavelhexafluoride (SF6) staat gelijk aan 22,8 duizend megaton CO2-equivalent.

Uitstoot broeikasgassen door sector Industrie
 Chemische industrie (CO2) (megaton CO2-equivalent)Aardolie-industrie (CO2) (megaton CO2-equivalent)Basismetaalindustrie (CO2) (megaton CO2-equivalent)Overige industrie (CO2) (megaton CO2-equivalent)Afvalstortplaatsen (methaan) (megaton CO2-equivalent)Lachgas, F-gassen en overig methaan (megaton CO2-equivalent)
199022,111,07,514,313,718,4
199123,911,17,614,713,717,2
199225,410,47,214,813,418,3
199319,711,57,614,813,019,5
199419,211,38,614,612,621,1
199517,211,67,814,012,020,2
199617,611,87,814,611,622,3
199717,112,07,714,811,222,5
199817,112,47,215,010,723,3
199916,711,86,615,29,816,8
200016,512,46,415,29,215,7
200115,812,76,514,88,712,3
200216,111,76,714,88,212,5
200316,612,27,114,57,710,6
200416,512,27,214,77,310,8
200516,312,47,214,95,810,7
200616,911,67,114,45,410,7
200717,511,67,314,35,09,7
200817,111,87,314,04,76,1
200916,210,86,113,64,46,0
201018,210,66,914,04,16,1
201117,710,87,013,83,95,8
201218,110,56,413,63,65,7
201317,910,36,613,53,45,2
201417,610,76,213,43,24,8
201517,511,06,813,23,05,0
201618,610,66,613,32,84,6
201719,610,07,213,72,64,5
201819,510,17,213,12,54,5
201918,911,06,513,42,44,5
Bron: CBS, RIVM/Emissieregistratie

Industrie

Bij de industrie is vooral de uitstoot van methaan, lachgas en fluorhoudende gassen flink afgenomen. In 2019 was de uitstoot van deze niet-CO2-broeikasgassen 25 megaton CO2-equivalent lager dan in 1990. Dit zijn de belangrijkste reducties: minder methaanuitstoot vanuit afvalstortplaatsen (11 megaton CO2-eq), minder uitstoot van F-gassen door het uitbannen ervan eind jaren negentig (7 megaton CO2-eq), minder lachgasuitstoot door maatregelen bij de salpeterzuurproductie in 2008 (6 megaton CO2-eq) en minder methaanuitstoot bij de olie-en gaswinning (1 megaton CO2-eq).

In 2019 was de industriële uitstoot van CO2 5 megaton lager dan in 1990. Dit is opgebouwd uit een toename van 2 megaton bij waterbedrijven en afvalbeheer en een afname van 7 megaton bij meerdere industriële bedrijfstakken. Laatstgenoemde bestond uit een afname van 3 megaton bij de chemie (voor de helft bij de kunstmestproductie) en een afname van 4 megaton die nagenoeg gelijk verdeeld is over de basismetaal-, bouwmaterialen-, papier- en overige industrie.

Uitstoot broeikasgassen door sector Elektriciteit
 Totaal (megaton CO2-equivalent)Steenkool (megaton CO2-equivalent)Aardgas (megaton CO2-equivalent)Overig (megaton CO2-equivalent)
199039,622,013,34,3
199140,119,815,84,5
199240,619,616,54,5
199341,919,017,75,2
199445,721,817,26,7
199547,823,117,87,0
199648,321,819,76,8
199748,520,520,57,5
199850,221,621,17,6
199947,217,921,67,8
200048,419,921,37,2
200151,921,323,07,6
200253,021,523,67,9
200353,721,923,58,3
200454,921,225,58,3
200552,119,823,98,5
200647,919,422,85,7
200750,620,423,66,6
200850,019,623,86,6
200949,919,625,64,7
201052,018,427,26,4
201147,817,423,66,8
201244,820,018,26,7
201344,920,917,76,3
201448,624,217,17,4
201553,331,615,06,7
201652,228,517,16,5
201748,523,918,46,2
201844,920,417,96,6
201942,313,922,26,2
Bron: CBS, RIVM/Emissieregistratie

Sector elektriciteit

De uitstoot door kolencentrales schommelde jarenlang rond de 20 megaton CO2, om in 2015 omhoog te schieten tot 32 megaton CO2. In 2018 was de uitstoot alweer teruggezakt tot 20 megaton CO2. De piek in 2015 komt door de geleidelijke ingebruikname van nieuwe kolencentrales en de stapsgewijze sluiting van oude kolencentrales. In 2019 daalde de productie van kolenstroom door een lage aardgasprijs en een hoge CO2-prijs. De uitstoot van kolencentrales daalde in 2019 naar 14 megaton CO2.

In 1990 tot 2010 werd steeds meer aardgas ingezet voor de elektriciteitsproductie, vooral vanwege een toenemende binnenlandse elektriciteitsvraag. Ook een relatief lage netto-import in 2009 en 2010 speelde een rol bij de uitstootpiek in 2010. Het aardgasverbruik zakte daarna terug naar een lager niveau, omdat de elektriciteitsvraag niet meer verder steeg en door een grotere inzet van hernieuwbare energie bij de elektriciteitsproductie.

De CO2-uitstoot horend bij de aardgasinzet in de elektriciteitsproductie verdubbelde in de jaren 1990-2010 van 13 naar 27 megaton en daalde daarna naar 18 megaton. De dip in 2015 hangt samen met de grotere productie van kolenstroom. Door een recordproductie van elektriciteit in 2019, en door een substitutie van de inzet van steenkool naar aardgas, steeg de CO2-uitstoot van aardgascentrales naar 22 megaton.

De overige CO2-uitstoot door de elektriciteitsproductie komt door de inzet van restgassen, zoals uit de hoogovens. Deze CO2-uitstoot is toegenomen van 4 megaton in 1990 naar 6 megaton in 2019.

Uitstoot broeikasgassen door sector Mobiliteit
 Personenauto's - benzine (megaton CO2-equivalent)Personenauto's - diesel (megaton CO2-equivalent)Vrachtvoertuigen (megaton CO2-equivalent)Mobiele werktuigen (megaton CO2-equivalent)Overig verkeer en vervoer (megaton CO2-equivalent)
199010,23,79,32,96,1
199110,33,79,72,96,0
199210,73,910,63,05,9
199311,33,811,03,25,8
199411,73,710,43,25,7
199512,13,710,43,25,9
199612,63,910,83,35,9
199712,44,111,03,35,7
199812,54,511,33,45,6
199912,64,911,73,55,5
200012,25,211,93,45,3
200112,55,411,83,45,1
200212,75,812,03,35,0
200312,76,212,23,24,6
200412,66,612,63,24,6
200512,56,712,73,34,6
200612,67,113,13,34,6
200712,37,012,73,34,4
200812,17,212,93,34,4
200911,96,812,03,34,4
201011,97,112,33,14,6
201112,07,212,23,24,4
201211,56,911,53,14,0
201311,26,711,32,94,1
201411,16,010,33,13,7
201511,16,110,53,13,8
201611,45,810,73,13,7
201711,85,711,23,03,6
201812,05,511,43,13,5
201912,25,411,13,23,4
Bron: CBS, RIVM/Emissieregistratie

Sector mobiliteit

De CO2-uitstoot door het binnenlandse verkeer en vervoer, dus exclusief de internationale lucht- en zeevaart, wordt voor de helft veroorzaakt door personenauto’s. Bijna een derde wordt veroorzaakt door vrachtvoertuigen (vooral diesel) en bijna een tiende komt door mobiele werktuigen, die vooral ingezet worden in de bouwnijverheid en de landbouw (ook vooral diesel).

Het totale wagenpark nam vanaf 1990 in omvang toe. Niet alleen in aantal, ook met steeds grotere voertuigen. Dit wordt weerspiegeld door de stijgende trend vanaf 1990 in de CO2-uitstoot vanwege de groei van de mobiliteit, die al een jaar of twintig doorzet. De ombuiging van de stijgende trend in de voorbije jaren komt doordat de voertuigen steeds zuiniger worden, meer biobrandstoffen gebruiken en steeds vaker elektrisch rijden.

Bij de personenauto’s zijn de diesels tussen 1996 en 2006 flink populairder geworden. Dat verklaart de toenemende CO2-uitstoot bij de diesels. De dalende CO2-uitstoot bij ‘overig verkeer en vervoer’ komt doordat er geleidelijk aan steeds minder personenauto’s rondrijden op LPG.

Uitstoot broeikasgassen door sector Landbouw
 Aardgasverbruik (megaton CO2-equivalent)Fermentatie (megaton CO2-equivalent)Mestaanwending (megaton CO2-equivalent)Stal en mestopslag (megaton CO2-equivalent)Overig (megaton CO2-equivalent)
19907,69,26,45,93,8
19918,79,46,45,93,8
19928,59,46,95,93,4
19938,99,26,75,93,4
19948,48,96,55,73,2
19958,48,96,95,53,0
19969,38,66,95,43,1
19977,98,46,75,03,0
19987,88,26,35,02,9
19997,58,16,04,92,8
20007,67,95,54,72,7
20017,48,05,24,52,6
20026,97,64,84,32,5
20037,07,64,74,12,5
20047,27,74,64,02,4
20057,67,64,54,02,4
20067,17,64,54,02,4
20077,97,74,24,02,3
20089,07,94,14,02,3
20099,07,93,94,12,3
201010,68,03,94,12,3
20119,57,93,74,02,3
20129,47,93,53,92,3
20139,28,13,73,92,3
20147,88,23,83,92,4
20158,28,53,94,02,5
20168,18,83,84,02,5
20178,38,73,84,02,5
20188,18,33,74,02,4
20198,38,13,73,92,4
Bron: CBS, RIVM/Emissieregistratie

Landbouw

Aardgasverbruik veroorzaakt 31 procent van de broeikasgasuitstoot door de landbouw (vooral CO2). Vooral kassen worden warm gestookt, deels via warmtekrachtkoppeling (WKK) waarmee ook elektriciteit geproduceerd wordt. In koude jaren (1996 en 2010) wordt er meer aardgas verbruikt dan in warme jaren (2014). Vanaf 2006 nam het gebruik van WKK binnen de glastuinbouw toe, waardoor de uitstoot van zowel CO2- als methaan omhoog ging. Landelijk gezien draagt de inzet van WKK bij aan de CO2-reductie vanwege de gecombineerde opwekking van elektriciteit en warmte. Dat is efficiënter dan een gescheiden opwekking in een elektriciteitscentrale en een warmteketel.

De andere 69 procent van de broeikasgasuitstoot door de landbouw komt voor het grootste deel door de veeteelt en de mestaanwending. De uitstoot door vee en mest is vooral in de jaren negentig omlaag gegaan. Bij fermentatie gaat het om de uitstoot van methaan, dat ontstaat in het spijsverteringskanaal van met name runderen. Ook in gebieden waar varkens gehouden worden, ontstaat (met name) methaan in de stal en bij de mestopslag. Bij de aanwending van mest, zowel dierlijke mest als kunstmest, gaat het vooral om de uitstoot van lachgas. Naast genoemde bronnen, is er nog een grote verzameling aan kleinere bronnen, met name van lachgas.

Uitstoot broeikasgassen door sector Gebouwde omgeving
 Huishoudens (megaton CO2-equivalent)Diensten (megaton CO2-equivalent)
199021,58,4
199124,69,5
199222,78,8
199323,89,5
199422,38,8
199524,29,0
199628,110,4
199723,69,1
199822,58,8
199921,38,4
200021,38,3
200122,68,9
200221,88,5
200322,39,1
200421,39,8
200520,58,8
200620,78,8
200718,57,9
200820,98,5
200920,88,6
201024,19,8
201118,87,8
201220,18,7
201321,38,7
201416,06,9
201517,17,5
201617,77,1
201717,37,4
201817,27,2
201916,46,9
Bron: CBS, RIVM/Emissieregistratie

Gebouwde omgeving

Bij de gebouwde omgeving gaat het om de CO2-uitstoot door het warm stoken met aardgas van woningen en bedrijfsgebouwen van de dienstensector, zoals kantoren. Het aandeel van huishoudens in de totale uitstoot door de gebouwde omgeving is 70 procent. Het aardgasverbruik hangt af van hoe koud of warm een winter is. Een maat hiervoor is het aantal graaddagen in een jaar.

De CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving, op basis van geregistreerde aardgasverbruik, volgde jarenlang het patroon van het aantal graaddagen, berekend op basis van de gemeten buitentemperatuur. Tot en met 2002 zijn de ontwikkelingen vrijwel identiek. Daarna daalt de uitstoot sterker dan op basis van het aantal graaddagen mag worden verwacht. Dit komt mede door het beter isoleren van woningen en door zuiniger te stoken. Terwijl de winters van de laatste vijf jaar niet veel verschilden met die van 1990, was de uitstoot in deze jaren zo’n 20 procent lager.

Uitstoot broeikasgassen Gebouwde omgeving versus aantal graaddagen
 Huishoudens (1990 = 100)Diensten (1990 = 100)Aantal graaddagen (1990 = 100)
1990100,0100,0100,0
1991114,6113,0118,2
1992105,5104,6105,7
1993110,8112,7114,9
1994103,6104,9105,9
1995112,4107,2109,0
1996130,7124,1130,9
1997109,8108,4109,4
1998104,5104,9105,4
199999,299,3100,0
200099,299,199,3
2001105,0105,3107,6
2002101,3100,4101,6
2003103,6108,0108,8
200499,1116,2107,6
200595,4104,8103,3
200696,1104,499,8
200785,993,494,3
200897,0100,8104,0
200996,6102,6104,8
2010112,2116,8124,1
201187,692,797,9
201293,5103,6107,5
201399,2103,8115,0
201474,582,589,1
201579,388,6100,3
201682,584,6104,0
201780,388,298,9
201879,885,897,3
201976,581,897,8
Bron: CBS, RIVM/Emissieregistratie

Bronnen

Relevante links