Welke sectoren stoten broeikasgassen uit?

In het op 28 juni 2019 gepresenteerde Klimaatakkoord worden vijf sectoren onderscheiden. In 2018 werd van de totale hoeveelheid broeikasgassen 30 procent door de industrie uitgestoten, 24 procent door de sector elektriciteit, 19 procent door de sector mobiliteit (binnenlands verkeer en vervoer), 14 procent door de landbouw en 13 procent door de gebouwde omgeving (vanwege het stoken van aardgas voor ruimteverwarming).

Uitstoot broeikasgassen naar sector (mld CO2-equivalenten)
 IndustrieElektriciteitMobiliteitLandbouwGebouwde omgeving
199087,039,632,332,929,9
199188,140,132,734,334,1
199289,640,634,234,131,5
199386,141,935,334,133,3
199487,445,734,732,631,1
199582,747,835,332,733,2
199685,948,336,733,338,5
199785,548,536,631,132,7
199885,850,237,430,331,3
199977,247,238,129,429,7
200075,348,438,028,529,7
200171,051,938,327,831,4
200270,253,038,726,230,2
200368,953,739,125,931,4
200468,954,939,626,031,1
200567,352,139,926,129,3
200666,047,940,725,629,4
200765,350,639,726,226,3
200861,050,040,027,329,3
200957,049,938,427,229,4
201060,052,039,128,833,9
201158,947,839,027,326,6
201258,044,837,127,028,8
201356,944,936,327,230,1
201455,848,634,426,023,0
201556,453,334,727,024,5
201656,752,234,827,224,9
201757,748,535,527,424,6
201857,245,235,626,924,4
Bron: CBS, RIVM / Emissieregistratie

Totaal

De uitstoot van broeikasgassen wordt uitgedrukt in CO2-equivalenten. Eén CO2-equivalent staat gelijk aan het effect dat de uitstoot van 1 kg kooldioxide (CO2) heeft. De uitstoot van 1 kg lachgas (N2O, distikstofoxide) staat gelijk aan 298 CO2-equivalenten en de uitstoot van 1 kg methaan (CH4) aan 25 CO2-equivalenten. Het effect van fluorhoudende gassen is flink groter. Bijvoorbeeld, 1 kg zwavelhexafluoride (SF6) staat gelijk aan 22,8 duizend CO2-equivalenten.

In 2018 werd 32 miljard CO2-equivalenten minder aan broeikasgassen uitgestoten dan in 1990. Vooral de industriële uitstoot is sterk naar beneden gegaan, met 30 miljard CO2-equivalenten. Bij zowel landbouw als gebouwde omgeving nam de uitstoot met 6 miljard CO2-equivalenten af. Bij de sectoren elektriciteit en mobiliteit nam de uitstoot juist toe, met respectievelijk 6 en 3 miljard CO2-equivalenten.

Uitstoot broeikasgassen door sector Industrie (mld CO2-equivalenten)
 Chemische industrie (CO2)Aardolie-industrie (CO2)Basismetaalindustrie (CO2)Overige industrie (CO2)Afvalstortplaatsen (methaan)Lachgas, F-gassen en overig methaan
199022,111,07,514,313,718,4
199123,911,17,614,713,717,2
199225,410,47,214,813,418,3
199319,711,57,614,813,019,5
199419,211,38,614,612,621,1
199517,211,67,814,012,020,2
199617,611,87,814,811,622,3
199717,112,07,715,011,222,5
199817,112,47,215,210,723,3
199916,711,86,615,49,816,8
200016,512,46,415,29,215,7
200115,812,76,515,08,712,3
200216,111,76,715,08,212,5
200316,612,27,114,77,710,6
200416,512,27,314,77,310,8
200516,312,47,214,95,810,7
200616,911,67,114,45,410,7
200717,511,67,314,35,09,7
200817,111,87,314,04,76,1
200916,210,86,113,64,46,0
201018,210,66,914,04,16,1
201117,710,87,013,83,95,8
201218,110,56,413,63,65,7
201317,910,36,613,53,45,2
201417,610,76,213,43,24,8
201517,511,06,813,23,05,0
201618,610,66,613,32,84,8
201719,610,07,213,62,64,7
201819,610,16,913,62,44,8
Bron: CBS, RIVM / Emissieregistratie

Industrie

Bij de industrie is vooral de uitstoot van methaan, lachgas en fluorhoudende gassen flink afgenomen. In 2018 was de uitstoot 25 miljard CO2-equivalenten lager dan in 1990. Dit zijn de belangrijkste reducties: minder methaanuitstoot vanuit afvalstortplaatsen (11 mld CO2-eq), minder uitstoot van F-gassen door het uitbannen ervan eind jaren negentig (7 mld CO2-eq), minder lachgasuitstoot door maatregelen bij de salpeterzuurproductie in 2008 (6 mld CO2-eq) en minder methaanuitstoot bij de olie-en gaswinning (1 mld CO2-eq).

In 2018 was de industriële uitstoot van CO2 5 miljard kg lager dan in 1990. Dit is opgebouwd uit een toename van 3 miljard kg bij waterbedrijven en afvalbeheer en een afname van 8 miljard kg bij meerdere industriële bedrijfstakken. Laatstgenoemde bestond uit een afname van 2 miljard kg bij de kunstmestproductie en 1 miljard kg bij de overige chemie. Daarnaast was er een afname van 5 miljard kg: nagenoeg gelijk verdeeld over de basismetaal-, aardolie-, bouwmaterialen-, papier- en overige industrie.

Uitstoot broeikasgassen door sector Elektriciteit (mld CO2-equivalenten)
 AardgasSteenkoolOverig
199013,322,04,3
199115,819,84,5
199216,519,64,5
199317,719,05,2
199417,221,86,7
199517,823,17,0
199619,721,86,8
199720,520,57,5
199821,121,57,6
199921,617,87,8
200021,319,97,2
200123,021,37,7
200223,621,57,9
200323,521,98,3
200425,521,28,2
200523,919,88,5
200622,819,45,7
200723,620,46,6
200823,819,66,6
200925,619,64,6
201027,218,56,3
201123,717,46,7
201218,220,06,6
201317,720,96,3
201417,124,27,4
201515,031,66,7
201617,128,56,5
201718,423,96,2
201818,320,46,5
Bron: CBS, RIVM / Emissieregistratie

Sector elektriciteit

De uitstoot door kolencentrales schommelde jarenlang rond de 20 miljard kg CO2, om in 2015 omhoog te schieten tot iets boven de 30 miljard kg CO2. In 2018 was de uitstoot alweer teruggezakt tot 20 miljard kg CO2. De piek in 2015 komt door de geleidelijke ingebruikname van nieuwe kolencentrales en de stapsgewijze sluiting van oude kolencentrales.

In 1990 tot 2010 werd steeds meer aardgas ingezet voor de elektriciteitsproductie, vooral vanwege een toenemende binnenlandse elektriciteitsvraag. Ook een relatief lage netto-import in 2009 en 2010 speelde een rol bij de uitstootpiek in 2010. Het aardgasverbruik zakte daarna terug naar een lager niveau, omdat de elektriciteitsvraag niet meer verder steeg en door een grotere inzet van hernieuwbare energie bij de elektriciteitsproductie. De CO2-uitstoot horend bij de aardgasinzet in de elektriciteitsproductie verdubbelde in de jaren 1990-2010 van 13 naar 27 miljard kg en daalde naar 18 miljard kg in 2018. De dip in 2015 hangt samen met de grotere productie van kolenstroom.

De overige CO2-uitstoot door de elektriciteitsproductie komt door de inzet van restgassen, zoals uit de hoogovens. Deze CO2-uitstoot is toegenomen van 4 miljard kg in 1990 naar 6 miljard kg in 2018.

Uitstoot broeikasgassen door sector Mobiliteit (mld CO2-equivalenten)
 Personenauto's - benzinePersonenauto's - dieselVrachtvoertuigenMobiele werktuigenOverig verkeer en vervoer
199010,23,79,22,96,2
199110,33,79,63,06,1
199210,83,910,53,06,0
199311,43,810,93,25,9
199411,73,710,33,25,8
199512,13,710,33,26,0
199612,63,910,73,46,0
199712,54,110,93,45,8
199812,54,511,23,45,7
199912,64,911,63,55,5
200012,25,211,83,55,3
200112,55,411,73,55,2
200212,75,811,93,35,0
200312,86,212,23,34,7
200412,66,612,53,34,6
200512,56,812,63,34,7
200612,67,312,93,34,6
200712,37,212,53,34,4
200812,17,212,83,44,4
200911,96,712,03,34,4
201011,97,012,43,24,6
201112,07,012,33,34,4
201211,56,711,73,24,0
201311,26,711,33,04,1
201411,16,010,33,23,8
201511,16,010,63,23,8
201611,45,810,83,23,7
201711,85,811,13,23,5
201812,05,611,43,13,5
Bron: CBS, RIVM / Emissieregistratie

Sector mobiliteit

De CO2-uitstoot door het binnenlandse verkeer en vervoer, dus exclusief de internationale lucht- en zeevaart, wordt voor de helft veroorzaakt door personenauto’s. Bijna een derde wordt veroorzaakt door vrachtvoertuigen (vooral diesel) en bijna een tiende komt door mobiele werktuigen, die vooral ingezet worden in de bouwnijverheid en de landbouw (ook vooral diesel).

Het totale wagenpark nam vanaf 1990 in omvang toe. Niet alleen in aantal, ook met steeds grotere voertuigen. Dit wordt weerspiegeld door de stijgende trend vanaf 1990 in de CO2-uitstoot vanwege de groei van de mobiliteit, die al een jaar of twintig doorzet. De ombuiging van de stijgende trend in de voorbije jaren komt doordat de voertuigen steeds zuiniger worden, meer biobrandstoffen gebruiken en steeds vaker elektrisch rijden.

Bij de personenauto’s zijn de diesels tussen 1996 en 2006 flink populairder geworden. Dat verklaart de toenemende CO2-uitstoot bij de diesels. De dalende CO2-uitstoot bij ‘overig verkeer en vervoer’ komt doordat er geleidelijk aan steeds minder personenauto’s rondrijden op LPG.

Uitstoot broeikasgassen door sector Landbouw (mld CO2-equivalenten)
 AardgasverbruikFermentatieMestaanwendingStal en mestopslagOverig
19907,69,26,45,93,8
19918,79,46,45,93,8
19928,59,46,95,93,5
19938,99,26,75,93,4
19948,48,96,55,73,2
19958,48,96,95,53,0
19969,38,66,95,43,1
19977,98,46,75,03,0
19987,88,26,35,02,9
19997,58,16,04,92,8
20007,67,95,54,72,7
20017,48,05,24,52,6
20026,97,64,84,32,5
20037,07,64,74,12,5
20047,27,74,64,02,4
20057,67,64,54,02,4
20067,17,64,54,02,4
20077,97,74,24,02,3
20089,07,94,14,02,3
20099,07,93,94,12,3
201010,68,03,94,12,3
20119,57,93,74,02,3
20129,47,93,53,92,3
20139,28,13,73,92,3
20147,88,23,83,92,4
20158,28,53,94,02,5
20168,18,83,84,02,5
20178,38,73,94,02,5
20188,28,33,94,02,5
Bron: CBS, RIVM / Emissieregistratie

Landbouw

Aardgasverbruik veroorzaakt ongeveer 30 procent van de broeikasgasuitstoot door de landbouw (vooral CO2). Vooral kassen worden warm gestookt, deels via warmtekrachtkoppeling (WKK) waarmee ook elektriciteit geproduceerd wordt. In koude jaren (1996 en 2010) wordt er meer aardgas verbruikt dan in warme jaren (2014). Vanaf 2006 nam het gebruik van WKK binnen de glastuinbouw toe, waardoor de CO2- en methaan-uitstoot omhoog ging. Landelijk gezien draagt de inzet van WKK bij aan de CO2-reductie, omdat fossiele brandstoffen efficiënter ingezet kunnen worden dan in elektriciteitscentrales.

De andere 70 procent van de broeikasgasuitstoot door de landbouw komt voor het grootste deel door het houden van veeteelt en (los daarvan) door mest. De uitstoot door vee en mest is vooral in de jaren negentig omlaag gegaan. Bij fermentatie gaat het om de uitstoot van methaan, dat ontstaat in het spijsverteringskanaal van met name runderen. Ook in gebieden waar varkens gehouden worden, ontstaat (met name) methaan in de stal en bij de mestopslag. Bij de toepassing van mest, zowel dierlijke mest als kunstmest, gaat het vooral om de uitstoot van lachgas. Naast genoemde bronnen, is er nog een grote verzameling aan kleinere bronnen, met name van lachgas.

Uitstoot broeikasgassen door sector Gebouwde omgeving (mld CO2-equivalenten)
 HuishoudensDiensten
199021,58,4
199124,69,5
199222,78,8
199323,89,5
199422,38,8
199524,29,0
199628,110,4
199723,69,1
199822,58,8
199921,38,4
200021,38,3
200122,68,9
200221,88,5
200322,39,1
200421,39,8
200520,58,8
200620,78,8
200718,57,9
200820,98,5
200920,88,6
201024,19,8
201118,87,8
201220,18,7
201321,38,7
201416,06,9
201517,17,5
201617,87,1
201717,37,3
201817,27,2
Bron: CBS, RIVM / Emissieregistratie

Gebouwde omgeving

Bij de gebouwde omgeving gaat het om de CO2-uitstoot door het warm stoken met aardgas van woningen en bedrijfsgebouwen van de dienstensector, zoals kantoren. Het aandeel van huishoudens in de totale uitstoot door de gebouwde omgeving is ongeveer 70 procent. Het aardgasverbruik hangt af van hoe koud of warm een winter is. Een maat hiervoor is het aantal graaddagen in een jaar.

De CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving, op basis van geregistreerde aardgasverbruik, volgde jarenlang het patroon van het aantal graaddagen, berekend op basis van de gemeten buitentemperatuur. Tot en met 2002 zijn de ontwikkelingen vrijwel identiek. Daarna daalt de uitstoot sterker dan op basis van het aantal graaddagen mag worden verwacht. Dit mede door het beter isoleren van woningen en door zuiniger te stoken. Terwijl de winter van 2019 niet veel verschilde met die van 1990, was de uitstoot in 2019 zo’n 20 procent lager.

Uitstoot broeikasgassen Gebouwde omgeving versus aantal graaddagen (1990 = 100)
 HuishoudensDienstenAantal graaddagen
1990100,0100,0100,0
1991114,6113,0118,2
1992105,5104,6105,7
1993110,8112,7114,9
1994103,7104,9105,9
1995112,4107,2109,0
1996130,7124,1130,9
1997109,8108,4109,4
1998104,5104,9105,4
199999,299,3100,0
200099,299,199,3
2001105,0105,3107,6
2002101,3100,4101,6
2003103,6108,0108,8
200499,1116,2107,6
200595,4104,8103,3
200696,1104,499,8
200785,993,494,3
200897,0100,8104,0
200996,6102,6104,8
2010112,2116,8124,1
201187,692,797,9
201293,5103,6107,5
201399,2103,8115,0
201474,582,589,1
201579,488,6100,3
201682,684,6104,0
201780,487,198,9
201879,985,697,3
Bron: CBS, RIVM / Emissieregistratie

Relevante links