Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Institutionele sectoren Niet-geconsolideerd of geconsolideerd Perioden Middelen Totaal (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Totaal (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Invoer van goederen (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Invoer van diensten Totaal (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Invoer van diensten Invoer van diensten exclusief IGDFI (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Invoer van diensten Invoer van IGDFI (mln euro) Middelen Output Totaal (mln euro) Middelen Output Marktoutput Totaal (mln euro) Middelen Output Marktoutput Productie van IGDFI (mln euro) Middelen Output Marktoutput Overige marktproductie (mln euro)
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 603.722 289.541 250.824 7.372 243.452
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 657.557 301.647 259.574 7.852 251.722
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 604.350 292.840 254.027 8.376 245.651
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 656.455 308.955 265.686 8.148 257.538
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2010 2.522.084 1.192.983 1.030.111 31.748 998.363
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 437.154 289.541 250.824 7.372 243.452
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 471.040 301.647 259.574 7.852 251.722
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 441.752 292.840 254.027 8.376 245.651
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 470.303 308.955 265.686 8.148 257.538
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2010 1.820.249 1.192.983 1.030.111 31.748 998.363
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 217.937 199.338 197.503 197.503
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 233.680 208.844 207.084 207.084
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 225.278 203.554 201.756 201.756
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 234.830 210.523 208.604 208.604
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2010 911.725 822.259 814.947 814.947
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 215.354 199.338 197.503 197.503
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 230.176 208.844 207.084 207.084
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 222.316 203.554 201.756 201.756
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 231.154 210.523 208.604 208.604
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2010 899.000 822.259 814.947 814.947
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 101.760 20.566 20.396 7.372 13.024
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 108.583 21.308 21.128 7.852 13.276
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 102.480 21.280 21.131 8.376 12.755
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 108.522 21.503 21.341 8.148 13.193
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 421.345 84.657 83.996 31.748 52.248
Financiële instellingen Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 91.317 20.566 20.396 7.372 13.024
Financiële instellingen Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 96.392 21.308 21.128 7.852 13.276
Financiële instellingen Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 91.565 21.280 21.131 8.376 12.755
Financiële instellingen Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 95.132 21.503 21.341 8.148 13.193
Financiële instellingen Geconsolideerd 2010 374.406 84.657 83.996 31.748 52.248
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 18.573 7.525 7.459 5.204 2.255
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 19.864 7.839 7.781 5.472 2.309
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 18.436 8.123 8.070 5.763 2.307
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 19.307 8.091 8.039 5.794 2.245
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 76.180 31.578 31.349 22.233 9.116
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 17.112 7.525 7.459 5.204 2.255
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 18.094 7.839 7.781 5.472 2.309
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 16.912 8.123 8.070 5.763 2.307
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 17.553 8.091 8.039 5.794 2.245
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2010 69.671 31.578 31.349 22.233 9.116
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 575 83 83 0 83
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 568 84 84 0 84
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 474 82 82 0 82
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 489 88 88 0 88
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2010 2.106 337 337 0 337
Centrale bank Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 575 83 83 0 83
Centrale bank Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 568 84 84 0 84
Centrale bank Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 474 82 82 0 82
Centrale bank Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 489 88 88 0 88
Centrale bank Geconsolideerd 2010 2.106 337 337 0 337
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 17.998 7.442 7.376 5.204 2.172
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 19.296 7.755 7.697 5.472 2.225
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 17.962 8.041 7.988 5.763 2.225
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 18.818 8.003 7.951 5.794 2.157
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2010 74.074 31.241 31.012 22.233 8.779
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 16.780 7.442 7.376 5.204 2.172
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 17.831 7.755 7.697 5.472 2.225
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 16.640 8.041 7.988 5.763 2.225
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 17.302 8.003 7.951 5.794 2.157
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2010 68.553 31.241 31.012 22.233 8.779
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 53.637 6.490 6.472 2.168 4.304
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 56.690 7.128 7.101 2.380 4.721
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 54.210 7.050 7.033 2.613 4.420
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 58.684 7.288 7.269 2.354 4.915
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 223.221 27.956 27.875 9.515 18.360
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 52.962 6.490 6.472 2.168 4.304
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 55.846 7.128 7.101 2.380 4.721
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 53.587 7.050 7.033 2.613 4.420
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 57.969 7.288 7.269 2.354 4.915
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2010 220.364 27.956 27.875 9.515 18.360
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 3.922 976 973 973
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 5.293 1.135 1.133 1.133
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 4.221 1.049 1.046 1.046
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 4.316 1.144 1.140 1.140
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2010 17.752 4.304 4.292 4.292
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 3.653 976 973 973
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 4.947 1.135 1.133 1.133
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 3.938 1.049 1.046 1.046
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 4.011 1.144 1.140 1.140
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2010 16.549 4.304 4.292 4.292
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 49.715 5.514 5.499 2.168 3.331
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 51.397 5.993 5.968 2.380 3.588
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 49.989 6.001 5.987 2.613 3.374
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 54.368 6.144 6.129 2.354 3.775
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2010 205.469 23.652 23.583 9.515 14.068
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 49.468 5.514 5.499 2.168 3.331
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 51.113 5.993 5.968 2.380 3.588
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 49.821 6.001 5.987 2.613 3.374
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 54.116 6.144 6.129 2.354 3.775
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2010 204.518 23.652 23.583 9.515 14.068
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 10.328 4.637 4.622 2.168 2.454
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 10.475 5.011 4.986 2.380 2.606
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 10.275 5.079 5.065 2.613 2.452
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 12.761 5.060 5.045 2.354 2.691
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2010 43.839 19.787 19.718 9.515 10.203
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 10.139 4.637 4.622 2.168 2.454
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 10.282 5.011 4.986 2.380 2.606
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 10.097 5.079 5.065 2.613 2.452
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 12.573 5.060 5.045 2.354 2.691
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2010 43.091 19.787 19.718 9.515 10.203
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft een overzicht van de niet-financiële transacties van de institutionele sectoren van de Nederlandse economie. Niet-financiële transacties bestaan uit lopende transacties en transacties van de kapitaalrekening. De transacties worden ingedeeld naar middelen en bestedingen. Daarnaast worden ook de saldi van de sectoren weergegeven.
Niet-financiële transacties worden geraamd voor de hoofdsectoren van de economie: niet-financiële vennootschappen, financiële instellingen, overheid, huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en het buitenland. De sectoren financiële instellingen en overheid zijn bovendien nog naar subsectoren uitgesplitst. Sectoren worden zowel geconsolideerd als niet-geconsolideerd gepresenteerd.

Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaargegevens vanaf 1995.
Kwartaalgegevens vanaf het eerste kwartaal 1999.

Status van de cijfers:
De jaargegevens van 1995 tot en met 2023 zijn definitief. Kwartaalgegevens vanaf 2023 hebben de status voorlopig.

Wijzigingen per 26 maart 2026:
Cijfers over het vierde kwartaal van 2025 en het jaar 2025 zijn beschikbaar. Daarnaast zijn cijfers over 2024 en de eerste drie kwartalen van 2025 aangepast. Cijfers over 2024 zijn aangepast als gevolg van actuele informatie over de overheidsfinanciën. De aanpassingen werken door in meerdere transacties en saldi. Deze bijstellingen zijn in de nationale rekeningen tijdelijk anders verwerkt dan in de overheidsrekeningen. De nationale rekeningen sluiten weer aan op de overheidsrekeningen bij het eerstvolgende publicatiemoment, per 24 juni 2026.

Correctie per 10 april 2025:
Door een verkeerde verwerking van gegevens waren de eerste, voorlopige cijfers van de uitgaven van de overheid in 2024 niet juist berekend en daarmee was ook het gepubliceerde overheidssaldo niet juist. We verwijzen naar de tabellen over de Overheidsfinanciën voor de actuele cijfers. Zie paragraaf 3 voor de verwijzingen. Tot de publicatie eind juni wijken de cijfers in de Sectorrekeningen zodoende af van die over de Overheidsfinanciën.

Correctie per 12 juli 2024:
De totale geconsolideerde middelen en bestedingen zijn gewijzigd voor de meeste sectoren, vanwege een foutieve berekening. Voor de sector buitenland zijn ook de niet-geconsolideerde totale middelen en bestedingen aangepast. Invoer en uitvoer van goederen en diensten werden onterecht niet meegeteld in de totale middelen en bestedingen. Voor de sectoren niet-financiële vennootschappen en financiële instellingen werden vermogensheffingen (bestedingen) onterecht als blanco (het cijfer kan op logische gronden niet voorkomen) weergegeven.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Jaarcijfers:
De eerste jaarcijfers komen beschikbaar 85 dagen na afloop van het verslagjaar als som van de cijfers van de vier kwartalen van het betreffende jaar. Vervolgens worden na 6 en 18 maanden respectievelijk de voorlopige en definitieve jaarramingen gepubliceerd. Hiernaast worden de sectorrekeningen voor alle verslagperioden jaarlijks gereviseerd. De cijfers komen jaarlijks in juni beschikbaar op StatLine, de elektronische database van het CBS.
Kwartaalcijfers:
85 dagen na afloop van een verslagkwartaal komt de eerste kwartaalraming beschikbaar. Mocht daarna nog nieuwe kwartaalinformatie beschikbaar komen, dan kan in september het eerste, en in december het tweede kwartaal nog worden herzien. In maart kunnen de eerste drie kwartalen nog worden bijgesteld. Als in juni nieuwe jaarcijfers beschikbaar komen, dan worden de kwartaalcijfers opnieuw herzien zodat ze aansluiten op die jaarcijfers.
Hiernaast kunnen er tussentijdse actualisaties plaatsvinden om eind maart en eind september de meest actuele gegevens over de overheid aan de Europese Commissie te verstrekken. De gegevens over de kwartalen worden aangesloten op de bijgestelde jaarcijfers.

Toelichting onderwerpen

Middelen
Middelen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verhogen (oftewel de inkomsten door sectoren).
Totaal
Invoer van goederen en diensten
De goederen- en dienstenstromen (verkoop, ruil en giften) van niet-ingezetenen naar ingezetenen (in Nederland). Invoer van goederen vindt plaats wanneer de economische eigendom van goederen door een niet-ingezetene wordt overgedragen aan een ingezetene, ongeacht of er sprake is van een fysieke grensoverschrijdende goederenbeweging. Een bedrijf of instantie wordt als hier ingezetene beschouwd wanneer het minimaal een jaar in Nederland actief is. Of dit bedrijf of deze instantie in buitenlandse handen is, doet niet ter zake.
Totaal
Invoer van goederen
De goederenstromen (verkoop, ruil en giften) van niet-ingezetenen naar ingezetenen (in Nederland). Invoer van goederen vindt plaats wanneer de economische eigendom van goederen door een niet-ingezetene wordt overgedragen aan een ingezetene, ongeacht of er sprake is van een fysieke grensoverschrijdende goederenbeweging. Een bedrijf of instantie wordt als hier ingezetene beschouwd wanneer het minimaal een jaar in Nederland actief is. Of dit bedrijf of deze instantie in buitenlandse handen is, doet niet ter zake. Tot de invoer behoren ook voor verwerking in het productieproces benodigde grondstoffen, halffabricaten, brandstoffen en voor investeringen bestemde vaste activa. De goedereninvoer omvat verder goederen die, na hooguit een kleine bewerking te hebben ondergaan, weer zijn uitgevoerd (wederuitvoer).
Invoer van diensten
De dienstenstromen (verkoop, ruil en giften) van niet-ingezetenen naar ingezetenen (in Nederland). De invoer van diensten heeft onder meer betrekking op de uitgaven van ingezeten bedrijven in het buitenland, zoals vervoersdiensten, bankdiensten en zakelijke diensten. Bij de overheid gaat het onder meer om uitgaven van Nederlandse ambassades en consulaten in het buitenland. De invoer door huishoudens bestaat uit uitgaven van ingezetenen in het buitenland.
Totaal
Invoer van diensten exclusief IGDFI
Dit is de invoer van diensten minus de invoer van indirect gemeten diensten van financiële intermediairs.
Invoer van IGDFI
Dit is de invoer van indirect gemeten diensten van niet-ingezeten financiële intermediairs.
Output
Het totaal aan goederen en diensten dat is geproduceerd. Ook wel productie genoemd. Hiervan bestaan drie soorten:
- marktoutput: goederen en diensten die op de markt zijn afgezet of waarvoor dit in de toekomst de bedoeling is.
- output voor eigen finaal gebruik: goederen en diensten voor eigen consumptie of voor investeringen door dezelfde institutionele eenheid als die welke die goederen en diensten heeft geproduceerd.
- niet-marktoutput: goederen en diensten die gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan andere eenheden zijn geleverd.

De output wordt gewaardeerd tegen basisprijzen. Dit zijn de prijzen die door producenten zelf worden ervaren: per bedrijfstak zijn de productgebonden belastingen er namelijk vanaf getrokken en de productgebonden subsidies erbij opgeteld. Door de producent afzonderlijk in rekening gebrachte vervoerskosten zijn niet inbegrepen. Ook de waardeverandering van financiële en niet-financiële activa (productiemiddelen) tijdens de verslagperiode zijn niet inbegrepen.

Inbegrepen is de productie van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degenen die in buitenlandse handen zijn. Ook overheidsinstanties en andere niet-commerciële instanties behoren hiertoe.
Totaal
Marktoutput
Marktoutput bestaat uit de output die op de markt wordt afgezet of waarvoor dit de bedoeling is. De marktoutput omvat:
- producten die tegen een economisch significante prijs worden verkocht;
- producten die worden geruild;
- producten die worden gebruikt voor betalingen in natura (inclusief beloning van werknemers in natura en gemengd inkomen in natura);
- producten die voor eigen gebruik zijn geproduceerd zoals investeringen in eigen beheer, eigen woningdiensten en landbouwproducten voor eigen consumptie door landbouwers.
Totaal
Productie van IGDFI
Indirect gemeten diensten van financiële intermediairs (IGDFI).
Traditioneel worden financiële diensten vaak verleend via financiële intermediatie. Dit houdt in dat een financiële instelling, zoals een bank, deposito's aanvaardt van eenheden die hun middelen willen laten renderen, en geld leent aan eenheden die onvoldoende middelen hebben om in hun behoeften te voorzien. De bank voorziet aldus in een mechanisme waardoor de ene eenheid aan de andere eenheid geld kan lenen. De eenheid die de middelen verstrekt, accepteert een rentetarief dat lager is dan het door de geldnemer betaalde tarief. Het 'referentierentetarief' is het tarief waarbij zowel de geldverstrekker als de geldnemer bereid zijn een overeenkomst te sluiten. Het verschil tussen het referentietarief en de werkelijk aan deposanten betaalde en aan geldnemers in rekening gebrachte rente is een indirect gemeten vergoeding voor een dienst van financiële intermediairs. De totale vergoeding voor de IGDFI is de som van de twee impliciet in rekening gebrachte vergoedingen die door de geldnemer en de geldverstrekker zijn betaald.
Overige marktproductie
Marktoutput exclusief indirect gemeten diensten van financiële intermediairs.

Marktoutput bestaat uit de output die op de markt wordt afgezet of waarvoor dit de bedoeling is. De marktoutput omvat:
a) producten die tegen een economisch significante prijs worden verkocht;
b) producten die worden geruild;
c) producten die worden gebruikt voor betalingen in natura (inclusief beloning van werknemers in natura en gemengd inkomen in natura);
d) producten die voor eigen gebruik zijn geproduceerd zoals investeringen in eigen beheer, eigen woningdiensten en landbouwproducten voor eigen consumptie door landbouwers;
e) aan de voorraad gereed product en onderhanden werk toegevoegde producten die zijn bestemd voor een van bovengenoemde vormen van gebruik (inclusief de natuurlijke groei van dieren en gewassen en onvoltooide bouwwerken waarvan de koper nog onbekend is).