Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Institutionele sectoren Niet-geconsolideerd of geconsolideerd Perioden Middelen Inkomen uit vermogen Totaal (mln euro) Middelen Inkomen uit vermogen Herbelegde winsten op dir. buitenl. inv. (mln euro) Middelen Inkomen uit vermogen Inkomen uit natuurlijke hulpbronnen (mln euro) Middelen Inkomen uit vermogen Winstuitkeringen Inkomen onttrokken aan quasi-vennootsch. (mln euro) Middelen Inkomen uit vermogen Overig inkomen uit beleggingen Totaal (mln euro) Middelen Inkomen uit vermogen Overig inkomen uit beleggingen Inkomen toegerekend aan polishouders (mln euro) Middelen Inkomen uit vermogen Overig inkomen uit beleggingen Ink. te betalen aan pensioengerechtigden (mln euro) Middelen Inkomen uit vermogen Overig inkomen uit beleggingen Inkomen toegerekend aan aandeelhouders (mln euro) Middelen Belastingen op inkomen en vermogen Totaal (mln euro) Middelen Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op inkomen (mln euro) Middelen Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op vermogen (mln euro) Middelen Overige inkomensoverdrachten Totaal (mln euro) Middelen Overige inkomensoverdrachten Premies schadeverzekering (netto) (mln euro)
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2025* 636.636 24.602 1.283 6.339 65.444 3.600 38.169 23.675 171.129 160.893 10.236 279.804 18.662
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2025* 386.777 24.602 0 5.912 6.737 28 0 6.709 6.642 6.406 236 5.951 842
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2025* 157.357 7.004 24 2.772 528 174 354 5.441
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2025* 119.852 7.004 24 2.772 528 174 354 5.441
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2025* 382.954 17.428 0 1.215 20.677 131 20.546 23.578 18.662
Financiële instellingen Geconsolideerd 2025* 341.082 17.428 0 1.215 5.612 20 5.592 20.143 17.006
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2025* 71.308 108 0 1.187 107 4 103 418
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2025* 65.422 108 0 1.187 107 4 103 158
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2025* 6.309 0 0 16 47 0 47 0
Centrale bank Geconsolideerd 2025* 6.309 0 0 16 47 0 47 0
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2025* 64.999 108 0 1.171 60 4 56 418
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2025* 64.760 108 0 1.171 60 4 56 418
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2025* 260.314 17.310 0 28 6.420 0 6.420 116
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2025* 253.082 17.310 0 28 3.426 0 3.426 116
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 19.306 240 0 0 5.628 0 5.628 4
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2025* 16.647 240 0 0 3.019 0 3.019 4
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 241.008 17.070 0 28 792 0 792 112
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2025* 237.270 17.070 0 28 792 0 792 112
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2025* 21.674 2.313 0 28 302 0 302 57
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2025* 19.470 2.313 0 28 302 0 302 57
Overige financiële intermediairs Niet-geconsolideerd 2025* 8.000 -145 0 28 276 0 276 21
Overige financiële intermediairs Geconsolideerd 2025* 7.617 -145 0 28 276 0 276 21
Financiële hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2025* 13.674 2.458 0 0 26 0 26 36
Financiële hulpbedrijven Geconsolideerd 2025* 12.293 2.458 0 0 26 0 26 36
Fin. instellingen binnen concernverband Niet-geconsolideerd 2025* 219.334 14.757 0 0 490 0 490 55
Fin. instellingen binnen concernverband Geconsolideerd 2025* 218.099 14.757 0 0 490 0 490 55
Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 51.332 10 0 0 14.150 127 14.023 23.044 18.662
Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen Geconsolideerd 2025* 51.223 10 0 0 14.043 20 14.023 20.359 17.239
Verzekeringsinstellingen Niet-geconsolideerd 2025* 9.590 10 0 0 2.831 58 2.773 22.819 18.662
Verzekeringsinstellingen Geconsolideerd 2025* 9.550 10 0 0 2.793 20 2.773 20.565 17.455
Pensioenfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 41.742 0 0 0 11.319 69 11.250 225
Pensioenfondsen Geconsolideerd 2025* 41.742 0 0 0 11.319 69 11.250 225
Overheid Niet-geconsolideerd 2025* 10.042 170 1.256 0 5 0 5 171.129 160.893 10.236 218.242 0
Overheid Geconsolideerd 2025* 7.394 170 1.256 0 5 0 5 171.129 160.893 10.236 5.408 0
Centrale overheid Niet-geconsolideerd 2025* 5.902 170 538 0 0 0 0 165.313 160.893 4.420 37.818 0
Centrale overheid Geconsolideerd 2025* 5.472 170 538 0 0 0 0 165.313 160.893 4.420 6.698 0
Lokale overheid Niet-geconsolideerd 2025* 2.880 0 718 0 5 0 5 5.816 0 5.816 128.166 0
Lokale overheid Geconsolideerd 2025* 2.669 0 718 0 5 0 5 5.816 0 5.816 109.398 0
Socialezekerheidsfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 1.260 0 0 0 0 0 0 0 0 0 52.258 0
Socialezekerheidsfondsen Geconsolideerd 2025* 1.260 0 0 0 0 0 0 0 0 0 52.258 0
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. Niet-geconsolideerd 2025* 86.283 0 3 2.352 44.234 3.295 38.169 2.770 32.543
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. Geconsolideerd 2025* 85.999 0 3 2.352 44.234 3.295 38.169 2.770 22.792
Huishoudens Niet-geconsolideerd 2025* 85.688 0 3 2.352 44.124 3.295 38.169 2.660 20.592
Huishoudens Geconsolideerd 2025* 85.404 0 3 2.352 44.124 3.295 38.169 2.660 18.398
IZW's t.b.v. huishoudens Niet-geconsolideerd 2025* 595 0 0 0 110 0 110 11.951
IZW's t.b.v. huishoudens Geconsolideerd 2025* 595 0 0 0 110 0 110 10.952
Buitenland Niet-geconsolideerd 2025* 397.808 80.111 12.755 2.569 60 14 2.495 3.900 3.900 23.689 3.401
Buitenland Geconsolideerd 2025* 397.808 80.111 12.755 2.569 60 14 2.495 3.900 3.900 23.689 3.401
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft een overzicht van de niet-financiële transacties van de institutionele sectoren van de Nederlandse economie. Niet-financiële transacties bestaan uit lopende transacties en transacties van de kapitaalrekening. De transacties worden ingedeeld naar middelen en bestedingen. Daarnaast worden ook de saldi van de sectoren weergegeven.
Niet-financiële transacties worden geraamd voor de hoofdsectoren van de economie: niet-financiële vennootschappen, financiële instellingen, overheid, huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en het buitenland. De sectoren financiële instellingen en overheid zijn bovendien nog naar subsectoren uitgesplitst. Sectoren worden zowel geconsolideerd als niet-geconsolideerd gepresenteerd.

Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaargegevens vanaf 1995.
Kwartaalgegevens vanaf het eerste kwartaal 1999.

Status van de cijfers:
De jaargegevens van 1995 tot en met 2023 zijn definitief. Kwartaalgegevens vanaf 2023 hebben de status voorlopig.

Wijzigingen per 26 maart 2026:
Cijfers over het vierde kwartaal van 2025 en het jaar 2025 zijn beschikbaar. Daarnaast zijn cijfers over 2024 en de eerste drie kwartalen van 2025 aangepast. Cijfers over 2024 zijn aangepast als gevolg van actuele informatie over de overheidsfinanciën. De aanpassingen werken door in meerdere transacties en saldi. Deze bijstellingen zijn in de nationale rekeningen tijdelijk anders verwerkt dan in de overheidsrekeningen. De nationale rekeningen sluiten weer aan op de overheidsrekeningen bij het eerstvolgende publicatiemoment, per 24 juni 2026.

Correctie per 10 april 2025:
Door een verkeerde verwerking van gegevens waren de eerste, voorlopige cijfers van de uitgaven van de overheid in 2024 niet juist berekend en daarmee was ook het gepubliceerde overheidssaldo niet juist. We verwijzen naar de tabellen over de Overheidsfinanciën voor de actuele cijfers. Zie paragraaf 3 voor de verwijzingen. Tot de publicatie eind juni wijken de cijfers in de Sectorrekeningen zodoende af van die over de Overheidsfinanciën.

Correctie per 12 juli 2024:
De totale geconsolideerde middelen en bestedingen zijn gewijzigd voor de meeste sectoren, vanwege een foutieve berekening. Voor de sector buitenland zijn ook de niet-geconsolideerde totale middelen en bestedingen aangepast. Invoer en uitvoer van goederen en diensten werden onterecht niet meegeteld in de totale middelen en bestedingen. Voor de sectoren niet-financiële vennootschappen en financiële instellingen werden vermogensheffingen (bestedingen) onterecht als blanco (het cijfer kan op logische gronden niet voorkomen) weergegeven.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Jaarcijfers:
De eerste jaarcijfers komen beschikbaar 85 dagen na afloop van het verslagjaar als som van de cijfers van de vier kwartalen van het betreffende jaar. Vervolgens worden na 6 en 18 maanden respectievelijk de voorlopige en definitieve jaarramingen gepubliceerd. Hiernaast worden de sectorrekeningen voor alle verslagperioden jaarlijks gereviseerd. De cijfers komen jaarlijks in juni beschikbaar op StatLine, de elektronische database van het CBS.
Kwartaalcijfers:
85 dagen na afloop van een verslagkwartaal komt de eerste kwartaalraming beschikbaar. Mocht daarna nog nieuwe kwartaalinformatie beschikbaar komen, dan kan in september het eerste, en in december het tweede kwartaal nog worden herzien. In maart kunnen de eerste drie kwartalen nog worden bijgesteld. Als in juni nieuwe jaarcijfers beschikbaar komen, dan worden de kwartaalcijfers opnieuw herzien zodat ze aansluiten op die jaarcijfers.
Hiernaast kunnen er tussentijdse actualisaties plaatsvinden om eind maart en eind september de meest actuele gegevens over de overheid aan de Europese Commissie te verstrekken. De gegevens over de kwartalen worden aangesloten op de bijgestelde jaarcijfers.

Toelichting onderwerpen

Middelen
Middelen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verhogen (oftewel de inkomsten door sectoren).
Inkomen uit vermogen
Inkomen uit vermogen ontstaat wanneer de eigenaren van financiële activa of van natuurlijke hulpbronnen deze ter beschikking stellen aan andere institutionele eenheden. Het inkomen dat voor het gebruik van financiële activa verschuldigd is, wordt inkomen uit beleggingen genoemd, terwijl het inkomen dat voor het gebruik van natuurlijke hulpbronnen verschuldigd is, inkomen uit natuurlijke hulpbronnen wordt genoemd. Inkomen uit vermogen is de som van inkomen uit beleggingen en inkomen uit natuurlijke hulpbronnen.
Totaal
Winstuitkeringen
Winstuitkeringen bestaan uit dividenden en inkomen onttrokken aan quasi-vennootschappen.
Inkomen onttrokken aan quasi-vennootsch.
Inkomen uit vermogen dat door de eigenaars wordt onttrokken aan quasi-vennootschappen.
Dit zijn delen van juridische eenheden die, omdat zij zich gedragen als vennootschappen (nv's, bv's), als afzonderlijke economische eenheden worden opgevat. Zij worden ingedeeld bij de niet-financiële vennootschappen of de financiële instellingen.
Overheidsbedrijven zijn, hoewel ze administratief tot de overheid behoren, als quasi-vennootschappen bij de vennootschappen opgenomen. De winsten van de overheidsbedrijven worden in de vorm van inkomen onttrokken aan quasi-vennootschappen en teruggeboekt naar de overheid. Het spiegelbeeld hiervan, overheidsbijdragen in tekorten van overheidsbedrijven, worden daarentegen als subsidies geboekt.
Herbelegde winsten op dir. buitenl. inv.
Het deel van de winst van een buitenlandse dochteronderneming dat niet in de vorm van dividend is afgedragen aan de moederonderneming. Op de financiële rekening wordt dit rendement op directe buitenlandse investeringen teruggesluisd in de vorm van de aankoop van aandelen. Indien het uitgekeerde dividend groter is dan de in een jaar behaalde winst betekent dit dat de ingehouden winsten op directe buitenlandse investeringen negatief zijn.
Overig inkomen uit beleggingen
Het overig inkomen uit beleggingen bestaat uit:
- inkomen uit beleggingen toe te rekenen aan polishouders
- inkomen uit beleggingen te betalen i.v.m. pensioenrechten
- inkomen uit beleggingen toe te rekenen aan aandeelhouders van collectieve beleggingsfondsen
Totaal
Inkomen toegerekend aan polishouders
De directe opbrengsten, verkregen uit belegging van de opgebouwde voorzieningen t.b.v. schadeverzekeringen en individuele levensverzekeringen, worden beschouwd als primair inkomen van polishouders. In werkelijkheid betalen de verzekeringsinstellingen deze bedragen niet aan de polishouders uit, maar voegen ze toe aan de voorzieningen. Om aan de eisen van het stelsel binnen nationale rekeningen te voldoen, wordt een tweetal toerekeningen gemaakt: eerst worden de bedragen toegerekend aan polishouders, die dit vervolgens terugbetalen als onderdeel van de premies.
Ink. te betalen aan pensioengerechtigden
De directe opbrengsten, verkregen uit de belegging van de in de loop van de jaren opgebouwde voorzieningen bij levensverzekeraars en pensioenfondsen, worden beschouwd als primair inkomen van pensioendeelnemers . In werkelijkheid betalen de levensverzekeraars en de pensioenfondsen deze bedragen niet aan de deelnemers uit, maar voegen ze toe aan de voorzieningen. Om aan de eisen van het stelsel binnen nationale rekeningen te voldoen, wordt daarom een tweetal toerekeningen gemaakt: eerst worden de bedragen toegerekend aan pensioendeelnemers en polishouders van collectieve levensverzekeringen, die dit vervolgens terugbetalen als onderdeel van de premies.
Inkomen toegerekend aan aandeelhouders
Inkomen uit beleggingen toe te rekenen aan aandeelhouders van collectieve beleggingsfondsen. Deze bestaat uit de volgende afzonderlijke componenten:
- dividenden toe te rekenen aan aandeelhouders van collectieve-beleggingsfondsen;
- ingehouden winsten toe te rekenen aan aandeelhouders van collectieve-beleggingsfondsen.

Dividend is een uitkering van een beleggingsfonds aan diegenen die vermogen beschikbaar hebben gesteld in de vorm van aandelenkapitaal. Ingehouden winsten omvatten het deel van de winst van een beleggingsfonds dat niet in de vorm van dividend is afgedragen aan de aandeelhouders. Op de financiële rekening wordt dit rendement op beleggingsfondsen teruggesluisd in de vorm van de aankoop van aandelen.
Inkomen uit natuurlijke hulpbronnen
De betalingen voor het gebruik van grond (pacht) en de betalingen die voortvloeien uit het verlenen van vergunningen om natuurlijke hulpbronnen te mogen exploreren of exploiteren (concessies).Er zijn twee verschillende soorten van inkomen uit natuurlijke hulpbronnen: inkomen uit grond en inkomen uit minerale hulpbronnen. Inkomen uit andere natuurlijke hulpbronnen zoals radiospectra volgt hetzelfde stramien.
Voorbeelden zijn pacht voor het gebruik van grond en concessie voor vergunningen om minerale reserves te mogen exploreren of exploiteren.
Belastingen op inkomen en vermogen
Alle verplichte betalingen om niet, in geld of in natura, die regelmatig door de overheid en door het buitenland over het inkomen en het vermogen van institutionele eenheden worden geheven.

Bij vennootschappen omvatten de belastingen op inkomen en vermogen met name de vennootschapsbelasting en de dividendbelasting. Deze belastingen hebben als grondslag de winst van vennootschappen.
Bij huishoudens worden als belastingen op inkomen en vermogen alle belastingen beschouwd, die periodiek worden geheven op het inkomen of het vermogen, zoals inkomstenbelasting, loonbelasting en vermogensbelasting. Niet-periodieke heffingen, zoals de successierechten, zijn als kapitaaloverdrachten aangemerkt.
Enkele belastingsoorten die bij producenten gerekend worden tot belastingen op productie en invoer worden bij huishoudens, in hun hoedanigheid van consument, beschouwd als belastingen op inkomen en vermogen. Zo is de motorrijtuigenbelasting op auto's die privé worden gebruikt, gerekend tot de belastingen op inkomen en vermogen.
De behandeling van de dividendbelasting vloeit voort uit de bruto registratie van dividend, dat wil zeggen inclusief dividendbelasting. Dit betekent dat de dividendbelasting geboekt dient te worden bij de sector die het dividend ontvangt. Dit heeft tot gevolg dat er ook dividendbelasting aan het buitenland wordt betaald en uit het buitenland wordt ontvangen.


Totaal
Belastingen op inkomen
Belasting die wordt geheven op inkomen. Hieronder vallen: de vennootschapsbelasting, loonbelasting, inkomstenbelasting, dividendbelasting, kansspelbelasting en eenmalige ontvangsten in verband met de liquidatie van houdstermaatschappijen.
Belastingen op vermogen
Belasting die wordt geheven op vermogen (zoals bank- en spaartegoeden en beleggingen). Het te betalen bedrag is afhankelijk van de omvang van het vermogen.
Overige inkomensoverdrachten
Hieronder vallen inkomensoverdrachten die niet in de andere categorieën zijn ingedeeld.
Totaal
Premies schadeverzekering (netto)
Premies die betaald worden om schade als gevolg van bijvoorbeeld een ongeval, ziekte, diefstal of aanrijding te verzekeren. De premies worden betaald door polishouders aan verzekeringsinstellingen.
De schadepremies worden netto geregistreerd, d.w.z. na aftrek van de uitvoeringskosten.