Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Institutionele sectoren Niet-geconsolideerd of geconsolideerd Perioden Middelen Inkomen uit vermogen Totaal (mln euro) Middelen Inkomen uit vermogen Herbelegde winsten op dir. buitenl. inv. (mln euro) Middelen Inkomen uit vermogen Inkomen uit natuurlijke hulpbronnen (mln euro) Middelen Inkomen uit vermogen Winstuitkeringen Inkomen onttrokken aan quasi-vennootsch. (mln euro) Middelen Inkomen uit vermogen Overig inkomen uit beleggingen Totaal (mln euro) Middelen Inkomen uit vermogen Overig inkomen uit beleggingen Inkomen toegerekend aan polishouders (mln euro) Middelen Inkomen uit vermogen Overig inkomen uit beleggingen Ink. te betalen aan pensioengerechtigden (mln euro) Middelen Inkomen uit vermogen Overig inkomen uit beleggingen Inkomen toegerekend aan aandeelhouders (mln euro) Middelen Belastingen op inkomen en vermogen Totaal (mln euro) Middelen Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op inkomen (mln euro) Middelen Belastingen op inkomen en vermogen Belastingen op vermogen (mln euro) Middelen Overige inkomensoverdrachten Totaal (mln euro) Middelen Overige inkomensoverdrachten Premies schadeverzekering (netto) (mln euro)
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 137.992 13.552 243 1.576 16.004 784 9.711 5.509 44.575 41.794 2.781 73.343 5.026
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 77.549 13.552 0 1.482 1.754 6 31 1.717 1.059 1.001 58 1.518 255
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 37.689 7.415 4 5 149 48 101 1.456
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 28.785 7.415 4 5 149 48 101 1.456
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 77.217 6.170 0 957 4.685 26 4.659 6.332 5.026
Financiële instellingen Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 67.995 6.170 0 957 1.356 4 1.352 5.432 4.616
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 17.220 296 0 950 19 1 18 106
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 16.092 296 0 950 19 1 18 41
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 1.285 0 0 0 9 0 9 0
Centrale bank Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 1.285 0 0 0 9 0 9 0
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 15.935 296 0 950 10 1 9 106
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 15.873 296 0 950 10 1 9 106
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 47.463 5.872 0 7 1.526 0 1.526 29
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 46.330 5.872 0 7 831 0 831 29
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 4.403 156 0 0 1.292 0 1.292 1
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 3.801 156 0 0 692 0 692 1
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 43.060 5.716 0 7 234 0 234 28
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 42.703 5.716 0 7 234 0 234 28
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 5.739 891 0 7 85 0 85 14
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 5.603 891 0 7 85 0 85 14
Overige financiële intermediairs Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 2.231 -39 0 7 80 0 80 5
Overige financiële intermediairs Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 2.124 -39 0 7 80 0 80 5
Financiële hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 3.508 930 0 0 5 0 5 9
Financiële hulpbedrijven Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 3.504 930 0 0 5 0 5 9
Fin. instellingen binnen concernverband Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 37.321 4.825 0 0 149 0 149 14
Fin. instellingen binnen concernverband Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 37.202 4.825 0 0 149 0 149 14
Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 12.534 2 0 0 3.140 25 3.115 6.197 5.026
Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 12.513 2 0 0 3.119 4 3.115 5.491 4.679
Verzekeringsinstellingen Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 2.286 2 0 0 663 12 651 6.132 5.026
Verzekeringsinstellingen Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 2.278 2 0 0 655 4 651 5.541 4.739
Pensioenfondsen Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 10.248 0 0 0 2.477 13 2.464 65
Pensioenfondsen Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 10.248 0 0 0 2.477 13 2.464 65
Overheid Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 2.043 -33 238 0 0 0 0 44.575 41.794 2.781 57.102 0
Overheid Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 1.445 -33 238 0 0 0 0 44.575 41.794 2.781 1.215 0
Centrale overheid Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 1.274 -33 73 0 0 0 0 43.025 41.794 1.231 9.864 0
Centrale overheid Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 1.188 -33 73 0 0 0 0 43.025 41.794 1.231 1.522 0
Lokale overheid Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 458 0 165 0 0 0 0 1.550 0 1.550 32.670 0
Lokale overheid Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 416 0 165 0 0 0 0 1.550 0 1.550 27.788 0
Socialezekerheidsfondsen Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 311 0 0 0 0 0 0 0 0 0 14.568 0
Socialezekerheidsfondsen Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 311 0 0 0 0 0 0 0 0 0 14.385 0
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 21.043 0 1 614 11.170 710 9.711 749 8.453
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 20.966 0 1 614 11.170 710 9.711 749 5.840
Huishoudens Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 20.891 0 1 614 11.145 710 9.711 724 5.361
Huishoudens Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 20.814 0 1 614 11.145 710 9.711 724 4.775
IZW's t.b.v. huishoudens Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 152 0 0 0 25 0 25 3.092
IZW's t.b.v. huishoudens Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 152 0 0 0 25 0 25 2.832
Buitenland Niet-geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 74.509 21.690 1.080 673 12 3 658 873 873 6.756 847
Buitenland Geconsolideerd 2026 1e kwartaal* 74.509 21.690 1.080 673 12 3 658 873 873 6.756 847
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft een overzicht van de niet-financiële transacties van de institutionele sectoren van de Nederlandse economie. Niet-financiële transacties bestaan uit lopende transacties en transacties van de kapitaalrekening. De transacties worden ingedeeld naar middelen en bestedingen. Daarnaast worden ook de saldi van de sectoren weergegeven.
Niet-financiële transacties worden geraamd voor de hoofdsectoren van de economie: niet-financiële vennootschappen, financiële instellingen, overheid, huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en het buitenland. De sectoren financiële instellingen en overheid zijn bovendien nog naar subsectoren uitgesplitst. Sectoren worden zowel geconsolideerd als niet-geconsolideerd gepresenteerd.

Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaargegevens vanaf 1995.
Kwartaalgegevens vanaf het eerste kwartaal 1999.

Status van de cijfers:
De jaargegevens van 1995 tot en met 2024 zijn definitief. Kwartaalgegevens vanaf 2024 hebben de status voorlopig.

Wijzigingen per 1 juli 2026:
Cijfers over het eerste kwartaal van 2026 zijn toegevoegd.
Conform revisiebeleid zijn gegevens van 2024 en 2025 geactualiseerd, en zijn de tijdreeksen van de sectorrekeningen gereviseerd (jaarlijkse revisie).

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Jaarcijfers:
De eerste jaarcijfers komen beschikbaar 85 dagen na afloop van het verslagjaar als som van de cijfers van de vier kwartalen van het betreffende jaar. Vervolgens worden na 6 en 18 maanden respectievelijk de voorlopige en definitieve jaarramingen gepubliceerd. Hiernaast worden de sectorrekeningen voor alle verslagperioden jaarlijks gereviseerd. De cijfers komen jaarlijks in juni beschikbaar op StatLine, de elektronische database van het CBS.
Kwartaalcijfers:
85 dagen na afloop van een verslagkwartaal komt de eerste kwartaalraming beschikbaar. Mocht daarna nog nieuwe kwartaalinformatie beschikbaar komen, dan kan in september het eerste, en in december het tweede kwartaal nog worden herzien. In maart kunnen de eerste drie kwartalen nog worden bijgesteld. Als in juni nieuwe jaarcijfers beschikbaar komen, dan worden de kwartaalcijfers opnieuw herzien zodat ze aansluiten op die jaarcijfers.
Hiernaast kunnen er tussentijdse actualisaties plaatsvinden om eind maart en eind september de meest actuele gegevens over de overheid aan de Europese Commissie te verstrekken. De gegevens over de kwartalen worden aangesloten op de bijgestelde jaarcijfers.

Toelichting onderwerpen

Middelen
Middelen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verhogen (oftewel de inkomsten door sectoren).
Inkomen uit vermogen
Inkomen uit vermogen ontstaat wanneer de eigenaren van financiële activa of van natuurlijke hulpbronnen deze ter beschikking stellen aan andere institutionele eenheden. Het inkomen dat voor het gebruik van financiële activa verschuldigd is, wordt inkomen uit beleggingen genoemd, terwijl het inkomen dat voor het gebruik van natuurlijke hulpbronnen verschuldigd is, inkomen uit natuurlijke hulpbronnen wordt genoemd. Inkomen uit vermogen is de som van inkomen uit beleggingen en inkomen uit natuurlijke hulpbronnen.
Totaal
Winstuitkeringen
Winstuitkeringen bestaan uit dividenden en inkomen onttrokken aan quasi-vennootschappen.
Inkomen onttrokken aan quasi-vennootsch.
Inkomen uit vermogen dat door de eigenaars wordt onttrokken aan quasi-vennootschappen.
Dit zijn delen van juridische eenheden die, omdat zij zich gedragen als vennootschappen (nv's, bv's), als afzonderlijke economische eenheden worden opgevat. Zij worden ingedeeld bij de niet-financiële vennootschappen of de financiële instellingen.
Overheidsbedrijven zijn, hoewel ze administratief tot de overheid behoren, als quasi-vennootschappen bij de vennootschappen opgenomen. De winsten van de overheidsbedrijven worden in de vorm van inkomen onttrokken aan quasi-vennootschappen en teruggeboekt naar de overheid. Het spiegelbeeld hiervan, overheidsbijdragen in tekorten van overheidsbedrijven, worden daarentegen als subsidies geboekt.
Herbelegde winsten op dir. buitenl. inv.
Het deel van de winst van een buitenlandse dochteronderneming dat niet in de vorm van dividend is afgedragen aan de moederonderneming. Op de financiële rekening wordt dit rendement op directe buitenlandse investeringen teruggesluisd in de vorm van de aankoop van aandelen. Indien het uitgekeerde dividend groter is dan de in een jaar behaalde winst betekent dit dat de ingehouden winsten op directe buitenlandse investeringen negatief zijn.
Overig inkomen uit beleggingen
Het overig inkomen uit beleggingen bestaat uit:
- inkomen uit beleggingen toe te rekenen aan polishouders
- inkomen uit beleggingen te betalen i.v.m. pensioenrechten
- inkomen uit beleggingen toe te rekenen aan aandeelhouders van collectieve beleggingsfondsen
Totaal
Inkomen toegerekend aan polishouders
De directe opbrengsten, verkregen uit belegging van de opgebouwde voorzieningen t.b.v. schadeverzekeringen en individuele levensverzekeringen, worden beschouwd als primair inkomen van polishouders. In werkelijkheid betalen de verzekeringsinstellingen deze bedragen niet aan de polishouders uit, maar voegen ze toe aan de voorzieningen. Om aan de eisen van het stelsel binnen nationale rekeningen te voldoen, wordt een tweetal toerekeningen gemaakt: eerst worden de bedragen toegerekend aan polishouders, die dit vervolgens terugbetalen als onderdeel van de premies.
Ink. te betalen aan pensioengerechtigden
De directe opbrengsten, verkregen uit de belegging van de in de loop van de jaren opgebouwde voorzieningen bij levensverzekeraars en pensioenfondsen, worden beschouwd als primair inkomen van pensioendeelnemers . In werkelijkheid betalen de levensverzekeraars en de pensioenfondsen deze bedragen niet aan de deelnemers uit, maar voegen ze toe aan de voorzieningen. Om aan de eisen van het stelsel binnen nationale rekeningen te voldoen, wordt daarom een tweetal toerekeningen gemaakt: eerst worden de bedragen toegerekend aan pensioendeelnemers en polishouders van collectieve levensverzekeringen, die dit vervolgens terugbetalen als onderdeel van de premies.
Inkomen toegerekend aan aandeelhouders
Inkomen uit beleggingen toe te rekenen aan aandeelhouders van collectieve beleggingsfondsen. Deze bestaat uit de volgende afzonderlijke componenten:
- dividenden toe te rekenen aan aandeelhouders van collectieve-beleggingsfondsen;
- ingehouden winsten toe te rekenen aan aandeelhouders van collectieve-beleggingsfondsen.

Dividend is een uitkering van een beleggingsfonds aan diegenen die vermogen beschikbaar hebben gesteld in de vorm van aandelenkapitaal. Ingehouden winsten omvatten het deel van de winst van een beleggingsfonds dat niet in de vorm van dividend is afgedragen aan de aandeelhouders. Op de financiële rekening wordt dit rendement op beleggingsfondsen teruggesluisd in de vorm van de aankoop van aandelen.
Inkomen uit natuurlijke hulpbronnen
De betalingen voor het gebruik van grond (pacht) en de betalingen die voortvloeien uit het verlenen van vergunningen om natuurlijke hulpbronnen te mogen exploreren of exploiteren (concessies).Er zijn twee verschillende soorten van inkomen uit natuurlijke hulpbronnen: inkomen uit grond en inkomen uit minerale hulpbronnen. Inkomen uit andere natuurlijke hulpbronnen zoals radiospectra volgt hetzelfde stramien.
Voorbeelden zijn pacht voor het gebruik van grond en concessie voor vergunningen om minerale reserves te mogen exploreren of exploiteren.
Belastingen op inkomen en vermogen
Alle verplichte betalingen om niet, in geld of in natura, die regelmatig door de overheid en door het buitenland over het inkomen en het vermogen van institutionele eenheden worden geheven.

Bij vennootschappen omvatten de belastingen op inkomen en vermogen met name de vennootschapsbelasting en de dividendbelasting. Deze belastingen hebben als grondslag de winst van vennootschappen.
Bij huishoudens worden als belastingen op inkomen en vermogen alle belastingen beschouwd, die periodiek worden geheven op het inkomen of het vermogen, zoals inkomstenbelasting, loonbelasting en vermogensbelasting. Niet-periodieke heffingen, zoals de successierechten, zijn als kapitaaloverdrachten aangemerkt.
Enkele belastingsoorten die bij producenten gerekend worden tot belastingen op productie en invoer worden bij huishoudens, in hun hoedanigheid van consument, beschouwd als belastingen op inkomen en vermogen. Zo is de motorrijtuigenbelasting op auto's die privé worden gebruikt, gerekend tot de belastingen op inkomen en vermogen.
De behandeling van de dividendbelasting vloeit voort uit de bruto registratie van dividend, dat wil zeggen inclusief dividendbelasting. Dit betekent dat de dividendbelasting geboekt dient te worden bij de sector die het dividend ontvangt. Dit heeft tot gevolg dat er ook dividendbelasting aan het buitenland wordt betaald en uit het buitenland wordt ontvangen.


Totaal
Belastingen op inkomen
Belasting die wordt geheven op inkomen. Hieronder vallen: de vennootschapsbelasting, loonbelasting, inkomstenbelasting, dividendbelasting, kansspelbelasting en eenmalige ontvangsten in verband met de liquidatie van houdstermaatschappijen.
Belastingen op vermogen
Belasting die wordt geheven op vermogen (zoals bank- en spaartegoeden en beleggingen). Het te betalen bedrag is afhankelijk van de omvang van het vermogen.
Overige inkomensoverdrachten
Hieronder vallen inkomensoverdrachten die niet in de andere categorieën zijn ingedeeld.
Totaal
Premies schadeverzekering (netto)
Premies die betaald worden om schade als gevolg van bijvoorbeeld een ongeval, ziekte, diefstal of aanrijding te verzekeren. De premies worden betaald door polishouders aan verzekeringsinstellingen.
De schadepremies worden netto geregistreerd, d.w.z. na aftrek van de uitvoeringskosten.