Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen

Institutionele sectoren Niet-geconsolideerd of geconsolideerd Perioden Middelen Totaal (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Totaal (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Invoer van goederen (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Invoer van diensten Totaal (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Invoer van diensten Invoer van diensten exclusief IGDFI (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Invoer van diensten Invoer van IGDFI (mln euro) Middelen Output Totaal (mln euro) Middelen Output Marktoutput Totaal (mln euro) Middelen Output Marktoutput Productie van IGDFI (mln euro) Middelen Output Marktoutput Overige marktproductie (mln euro)
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2025* 4.571.680 2.254.788 1.964.364 23.884 1.940.480
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2025* 3.354.783 2.254.788 1.964.364 23.884 1.940.480
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2025* 1.840.090 1.645.232 1.634.414 1.634.414
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2025* 1.802.585 1.645.232 1.634.414 1.634.414
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2025* 593.850 99.561 97.466 23.884 73.582
Financiële instellingen Geconsolideerd 2025* 548.543 99.561 97.466 23.884 73.582
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2025* 106.971 34.257 32.822 22.891 9.931
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2025* 100.825 34.257 32.822 22.891 9.931
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2025* 6.925 598 598 0 598
Centrale bank Geconsolideerd 2025* 6.925 598 598 0 598
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2025* 100.046 33.659 32.224 22.891 9.333
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2025* 99.807 33.659 32.224 22.891 9.333
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2025* 298.418 37.454 37.133 993 36.140
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2025* 291.186 37.454 37.133 993 36.140
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 28.296 8.986 8.954 8.954
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2025* 25.637 8.986 8.954 8.954
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 270.122 28.468 28.179 993 27.186
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2025* 266.384 28.468 28.179 993 27.186
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2025* 47.105 24.861 24.572 993 23.579
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2025* 44.901 24.861 24.572 993 23.579
Overige financiële intermediairs Niet-geconsolideerd 2025* 13.446 5.344 5.307 993 4.314
Overige financiële intermediairs Geconsolideerd 2025* 13.063 5.344 5.307 993 4.314
Financiële hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2025* 33.659 19.517 19.265 0 19.265
Financiële hulpbedrijven Geconsolideerd 2025* 32.278 19.517 19.265 0 19.265
Fin. instellingen binnen concernverband Niet-geconsolideerd 2025* 223.017 3.607 3.607 3.607
Fin. instellingen binnen concernverband Geconsolideerd 2025* 221.782 3.607 3.607 3.607
Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 188.461 27.850 27.511 27.511
Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen Geconsolideerd 2025* 185.667 27.850 27.511 27.511
Verzekeringsinstellingen Niet-geconsolideerd 2025* 56.791 17.060 16.753 16.753
Verzekeringsinstellingen Geconsolideerd 2025* 54.497 17.060 16.753 16.753
Pensioenfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 131.670 10.790 10.758 10.758
Pensioenfondsen Geconsolideerd 2025* 131.670 10.790 10.758 10.758
Overheid Niet-geconsolideerd 2025* 912.482 217.155 9.596 9.596
Overheid Geconsolideerd 2025* 691.107 217.155 9.596 9.596
Centrale overheid Niet-geconsolideerd 2025* 432.340 90.670 3.280 3.280
Centrale overheid Geconsolideerd 2025* 398.891 90.670 3.280 3.280
Lokale overheid Niet-geconsolideerd 2025* 274.053 120.455 6.306 6.306
Lokale overheid Geconsolideerd 2025* 254.524 120.455 6.306 6.306
Socialezekerheidsfondsen Niet-geconsolideerd 2025* 206.089 6.030 10 10
Socialezekerheidsfondsen Geconsolideerd 2025* 206.089 6.030 10 10
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. Niet-geconsolideerd 2025* 1.225.258 292.840 222.888 222.888
Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. Geconsolideerd 2025* 1.184.356 292.840 222.888 222.888
Huishoudens Niet-geconsolideerd 2025* 1.200.854 281.765 221.006 221.006
Huishoudens Geconsolideerd 2025* 1.168.357 281.765 221.006 221.006
IZW's t.b.v. huishoudens Niet-geconsolideerd 2025* 24.404 11.075 1.882 1.882
IZW's t.b.v. huishoudens Geconsolideerd 2025* 23.405 11.075 1.882 1.882
Buitenland Niet-geconsolideerd 2025* 1.273.582 819.141 569.975 249.166 246.216 2.950
Buitenland Geconsolideerd 2025* 1.273.582 819.141 569.975 249.166 246.216 2.950
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft een overzicht van de niet-financiële transacties van de institutionele sectoren van de Nederlandse economie. Niet-financiële transacties bestaan uit lopende transacties en transacties van de kapitaalrekening. De transacties worden ingedeeld naar middelen en bestedingen. Daarnaast worden ook de saldi van de sectoren weergegeven.
Niet-financiële transacties worden geraamd voor de hoofdsectoren van de economie: niet-financiële vennootschappen, financiële instellingen, overheid, huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en het buitenland. De sectoren financiële instellingen en overheid zijn bovendien nog naar subsectoren uitgesplitst. Sectoren worden zowel geconsolideerd als niet-geconsolideerd gepresenteerd.

Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaargegevens vanaf 1995.
Kwartaalgegevens vanaf het eerste kwartaal 1999.

Status van de cijfers:
De jaargegevens van 1995 tot en met 2023 zijn definitief. Kwartaalgegevens vanaf 2023 hebben de status voorlopig.

Wijzigingen per 26 maart 2026:
Cijfers over het vierde kwartaal van 2025 en het jaar 2025 zijn beschikbaar. Daarnaast zijn cijfers over 2024 en de eerste drie kwartalen van 2025 aangepast. Cijfers over 2024 zijn aangepast als gevolg van actuele informatie over de overheidsfinanciën. De aanpassingen werken door in meerdere transacties en saldi. Deze bijstellingen zijn in de nationale rekeningen tijdelijk anders verwerkt dan in de overheidsrekeningen. De nationale rekeningen sluiten weer aan op de overheidsrekeningen bij het eerstvolgende publicatiemoment, per 24 juni 2026.

Correctie per 10 april 2025:
Door een verkeerde verwerking van gegevens waren de eerste, voorlopige cijfers van de uitgaven van de overheid in 2024 niet juist berekend en daarmee was ook het gepubliceerde overheidssaldo niet juist. We verwijzen naar de tabellen over de Overheidsfinanciën voor de actuele cijfers. Zie paragraaf 3 voor de verwijzingen. Tot de publicatie eind juni wijken de cijfers in de Sectorrekeningen zodoende af van die over de Overheidsfinanciën.

Correctie per 12 juli 2024:
De totale geconsolideerde middelen en bestedingen zijn gewijzigd voor de meeste sectoren, vanwege een foutieve berekening. Voor de sector buitenland zijn ook de niet-geconsolideerde totale middelen en bestedingen aangepast. Invoer en uitvoer van goederen en diensten werden onterecht niet meegeteld in de totale middelen en bestedingen. Voor de sectoren niet-financiële vennootschappen en financiële instellingen werden vermogensheffingen (bestedingen) onterecht als blanco (het cijfer kan op logische gronden niet voorkomen) weergegeven.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Jaarcijfers:
De eerste jaarcijfers komen beschikbaar 85 dagen na afloop van het verslagjaar als som van de cijfers van de vier kwartalen van het betreffende jaar. Vervolgens worden na 6 en 18 maanden respectievelijk de voorlopige en definitieve jaarramingen gepubliceerd. Hiernaast worden de sectorrekeningen voor alle verslagperioden jaarlijks gereviseerd. De cijfers komen jaarlijks in juni beschikbaar op StatLine, de elektronische database van het CBS.
Kwartaalcijfers:
85 dagen na afloop van een verslagkwartaal komt de eerste kwartaalraming beschikbaar. Mocht daarna nog nieuwe kwartaalinformatie beschikbaar komen, dan kan in september het eerste, en in december het tweede kwartaal nog worden herzien. In maart kunnen de eerste drie kwartalen nog worden bijgesteld. Als in juni nieuwe jaarcijfers beschikbaar komen, dan worden de kwartaalcijfers opnieuw herzien zodat ze aansluiten op die jaarcijfers.
Hiernaast kunnen er tussentijdse actualisaties plaatsvinden om eind maart en eind september de meest actuele gegevens over de overheid aan de Europese Commissie te verstrekken. De gegevens over de kwartalen worden aangesloten op de bijgestelde jaarcijfers.

Toelichting onderwerpen

Middelen
Middelen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verhogen (oftewel de inkomsten door sectoren).
Totaal
Invoer van goederen en diensten
De goederen- en dienstenstromen (verkoop, ruil en giften) van niet-ingezetenen naar ingezetenen (in Nederland). Invoer van goederen vindt plaats wanneer de economische eigendom van goederen door een niet-ingezetene wordt overgedragen aan een ingezetene, ongeacht of er sprake is van een fysieke grensoverschrijdende goederenbeweging. Een bedrijf of instantie wordt als hier ingezetene beschouwd wanneer het minimaal een jaar in Nederland actief is. Of dit bedrijf of deze instantie in buitenlandse handen is, doet niet ter zake.
Totaal
Invoer van goederen
De goederenstromen (verkoop, ruil en giften) van niet-ingezetenen naar ingezetenen (in Nederland). Invoer van goederen vindt plaats wanneer de economische eigendom van goederen door een niet-ingezetene wordt overgedragen aan een ingezetene, ongeacht of er sprake is van een fysieke grensoverschrijdende goederenbeweging. Een bedrijf of instantie wordt als hier ingezetene beschouwd wanneer het minimaal een jaar in Nederland actief is. Of dit bedrijf of deze instantie in buitenlandse handen is, doet niet ter zake. Tot de invoer behoren ook voor verwerking in het productieproces benodigde grondstoffen, halffabricaten, brandstoffen en voor investeringen bestemde vaste activa. De goedereninvoer omvat verder goederen die, na hooguit een kleine bewerking te hebben ondergaan, weer zijn uitgevoerd (wederuitvoer).
Invoer van diensten
De dienstenstromen (verkoop, ruil en giften) van niet-ingezetenen naar ingezetenen (in Nederland). De invoer van diensten heeft onder meer betrekking op de uitgaven van ingezeten bedrijven in het buitenland, zoals vervoersdiensten, bankdiensten en zakelijke diensten. Bij de overheid gaat het onder meer om uitgaven van Nederlandse ambassades en consulaten in het buitenland. De invoer door huishoudens bestaat uit uitgaven van ingezetenen in het buitenland.
Totaal
Invoer van diensten exclusief IGDFI
Dit is de invoer van diensten minus de invoer van indirect gemeten diensten van financiële intermediairs.
Invoer van IGDFI
Dit is de invoer van indirect gemeten diensten van niet-ingezeten financiële intermediairs.
Output
Het totaal aan goederen en diensten dat is geproduceerd. Ook wel productie genoemd. Hiervan bestaan drie soorten:
- marktoutput: goederen en diensten die op de markt zijn afgezet of waarvoor dit in de toekomst de bedoeling is.
- output voor eigen finaal gebruik: goederen en diensten voor eigen consumptie of voor investeringen door dezelfde institutionele eenheid als die welke die goederen en diensten heeft geproduceerd.
- niet-marktoutput: goederen en diensten die gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan andere eenheden zijn geleverd.

De output wordt gewaardeerd tegen basisprijzen. Dit zijn de prijzen die door producenten zelf worden ervaren: per bedrijfstak zijn de productgebonden belastingen er namelijk vanaf getrokken en de productgebonden subsidies erbij opgeteld. Door de producent afzonderlijk in rekening gebrachte vervoerskosten zijn niet inbegrepen. Ook de waardeverandering van financiële en niet-financiële activa (productiemiddelen) tijdens de verslagperiode zijn niet inbegrepen.

Inbegrepen is de productie van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degenen die in buitenlandse handen zijn. Ook overheidsinstanties en andere niet-commerciële instanties behoren hiertoe.
Totaal
Marktoutput
Marktoutput bestaat uit de output die op de markt wordt afgezet of waarvoor dit de bedoeling is. De marktoutput omvat:
- producten die tegen een economisch significante prijs worden verkocht;
- producten die worden geruild;
- producten die worden gebruikt voor betalingen in natura (inclusief beloning van werknemers in natura en gemengd inkomen in natura);
- producten die voor eigen gebruik zijn geproduceerd zoals investeringen in eigen beheer, eigen woningdiensten en landbouwproducten voor eigen consumptie door landbouwers.
Totaal
Productie van IGDFI
Indirect gemeten diensten van financiële intermediairs (IGDFI).
Traditioneel worden financiële diensten vaak verleend via financiële intermediatie. Dit houdt in dat een financiële instelling, zoals een bank, deposito's aanvaardt van eenheden die hun middelen willen laten renderen, en geld leent aan eenheden die onvoldoende middelen hebben om in hun behoeften te voorzien. De bank voorziet aldus in een mechanisme waardoor de ene eenheid aan de andere eenheid geld kan lenen. De eenheid die de middelen verstrekt, accepteert een rentetarief dat lager is dan het door de geldnemer betaalde tarief. Het 'referentierentetarief' is het tarief waarbij zowel de geldverstrekker als de geldnemer bereid zijn een overeenkomst te sluiten. Het verschil tussen het referentietarief en de werkelijk aan deposanten betaalde en aan geldnemers in rekening gebrachte rente is een indirect gemeten vergoeding voor een dienst van financiële intermediairs. De totale vergoeding voor de IGDFI is de som van de twee impliciet in rekening gebrachte vergoedingen die door de geldnemer en de geldverstrekker zijn betaald.
Overige marktproductie
Marktoutput exclusief indirect gemeten diensten van financiële intermediairs.

Marktoutput bestaat uit de output die op de markt wordt afgezet of waarvoor dit de bedoeling is. De marktoutput omvat:
a) producten die tegen een economisch significante prijs worden verkocht;
b) producten die worden geruild;
c) producten die worden gebruikt voor betalingen in natura (inclusief beloning van werknemers in natura en gemengd inkomen in natura);
d) producten die voor eigen gebruik zijn geproduceerd zoals investeringen in eigen beheer, eigen woningdiensten en landbouwproducten voor eigen consumptie door landbouwers;
e) aan de voorraad gereed product en onderhanden werk toegevoegde producten die zijn bestemd voor een van bovengenoemde vormen van gebruik (inclusief de natuurlijke groei van dieren en gewassen en onvoltooide bouwwerken waarvan de koper nog onbekend is).