Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken

Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken

Persoonskenmerken Marges Perioden Mental Health Inventory (MHI-5),12 plus Psychische klachten, afgelopen 4 weken (%) Mondgezondheid Klachten, 12 jaar of ouder Tand- of kiespijn (%) Mondgezondheid Klachten, 12 jaar of ouder Bloedend tandvlees (%) Mondgezondheid Tandenpoetsen, 1 jaar of ouder Minstens twee keer per dag (%) Acute ziekten Verkoudheid (%) Acute ziekten Corona (%) Acute ziekten Bronchitis of longontsteking (%) Acute ziekten Oorontsteking (%) Acute ziekten Infectie of ontsteking nieren of blaas (%) Acute ziekten Diarree, minimaal 3 maal in 24 uur (%) Acute ziekten Braken, minimaal 3 maal in 24 uur (%) Beperkingen Beperkingen OESO, 12 jaar of ouder Personen met minstens 1 beperking (%) Beperkingen Beperkingen ADL, 55 jaar of ouder Personen met minstens 1 beperking (%) Beperkingen Beperkingen IADL, 55 jaar of ouder Personen met minstens 1 beperking (%) Medische contacten Contact met orthodontist, 8 of ouder (%) Medische contacten Personen beh. door alternatief genezer (%) Medische contacten Personen die thuiszorg ontvingen (%) Medische contacten Contact met huisarts Contacten per persoon (aantal) Medische contacten Contact met huisarts Contacten p.p. met minimaal 1 contact (aantal) Medische contacten Contact met specialist Contacten per persoon (aantal) Medische contacten Contact met specialist Contacten p.p. met minimaal 1 contact (aantal) Medische contacten Contact tandarts en mondhygiënist Tandarts Contacten per persoon (aantal) Medische contacten Contact tandarts en mondhygiënist Tandarts Contacten p.p. met minimaal 1 contact (aantal) Medische contacten Contact met fysio- en oefentherapeut Contacten per persoon (aantal) Medische contacten Contact met fysio- en oefentherapeut Contacten p.p. met minimaal 1 contact (aantal) Medische contacten Contact psycholoog/psychiater,4 of ouder Contacten per persoon (aantal) Medische contacten Contact psycholoog/psychiater,4 of ouder Contacten p.p. met minimaal 1 contact (aantal) SF-12 gezondheidsmaat, 12 jaar of ouder Afzonderlijke items Beperkt in sociale activiteiten Voortdurend (%) SF-12 gezondheidsmaat, 12 jaar of ouder Afzonderlijke items Beperkt in sociale activiteiten Meestal (%) SF-12 gezondheidsmaat, 12 jaar of ouder Afzonderlijke items Beperkt in sociale activiteiten Soms (%) SF-12 gezondheidsmaat, 12 jaar of ouder Afzonderlijke items Beperkt in sociale activiteiten Zelden (%) SF-12 gezondheidsmaat, 12 jaar of ouder Afzonderlijke items Beperkt in sociale activiteiten Nooit (%)
Herkomstland: Buiten-Europa Waarde 2025 . . . . . . . . . . . 17,6 . 26,9 16,5 . 4,5 7,4 10,8 4,9 13,2 3,7 4,9 2,5 11,3 1,6 12,2 . . . . .
Herkomstland: Buiten-Europa Ondergrens 95%-interval 2025 . . . . . . . . . . . 15,5 . 22,3 14,6 . 3,5 6,5 9,6 4,2 11,6 3,3 4,3 2,0 9,6 1,2 9,7 . . . . .
Herkomstland: Buiten-Europa Bovengrens 95%-interval 2025 . . . . . . . . . . . 19,8 . 32,0 18,6 . 5,7 8,3 12,1 5,6 14,8 4,2 5,4 2,9 13,0 2,0 14,7 . . . . .
Herkomst: geb. in NL, ouder(s) buiten NL Waarde 2025 . . . . . . . . . . . 9,8 . 18,4 15,7 . 5,0 6,6 9,4 5,0 12,8 4,2 5,2 2,4 11,4 1,7 13,0 . . . . .
Herkomst: geb. in NL, ouder(s) buiten NL Ondergrens 95%-interval 2025 . . . . . . . . . . . 8,0 . 14,0 13,5 . 3,8 5,8 8,3 4,0 10,4 3,7 4,5 1,9 9,6 1,2 9,6 . . . . .
Herkomst: geb. in NL, ouder(s) buiten NL Bovengrens 95%-interval 2025 . . . . . . . . . . . 12,0 . 23,8 18,3 . 6,5 7,4 10,6 6,0 15,2 4,8 5,9 2,8 13,2 2,3 16,4 . . . . .
Herkomst: geboren buiten Nederland Waarde 2025 . . . . . . . . . . . 20,6 . 27,6 14,6 . 4,3 7,3 10,8 5,3 13,7 2,9 3,9 2,7 10,7 1,8 12,9 . . . . .
Herkomst: geboren buiten Nederland Ondergrens 95%-interval 2025 . . . . . . . . . . . 18,3 . 23,0 12,6 . 3,3 6,2 9,3 4,5 11,7 2,5 3,4 2,2 9,0 1,3 10,6 . . . . .
Herkomst: geboren buiten Nederland Bovengrens 95%-interval 2025 . . . . . . . . . . . 23,2 . 32,8 16,8 . 5,6 8,3 12,3 6,2 15,7 3,3 4,5 3,2 12,5 2,2 15,3 . . . . .
Herkomst: geboren buiten Europa Waarde 2025 . . . . . . . . . . . 23,3 . 29,7 15,4 . 4,8 8,5 12,5 5,4 14,4 3,1 4,2 2,8 11,2 1,4 . . . . . .
Herkomst: geboren buiten Europa Ondergrens 95%-interval 2025 . . . . . . . . . . . 20,3 . 24,2 12,9 . 3,5 7,0 10,4 4,5 12,2 2,6 3,5 2,1 8,9 1,0 . . . . . .
Herkomst: geboren buiten Europa Bovengrens 95%-interval 2025 . . . . . . . . . . . 26,5 . 36,0 18,2 . 6,5 9,9 14,5 6,4 16,7 3,6 4,9 3,5 13,5 1,9 . . . . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Waarde 2025 . . . . . . . . . . . 24,1 . 34,8 13,2 . 10,2 8,9 12,8 6,3 15,2 3,4 4,7 3,2 13,6 1,9 12,2 . . . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2025 . . . . . . . . . . . 21,6 . 30,5 11,2 . 8,6 7,7 11,1 5,3 13,0 2,9 4,0 2,4 10,5 1,5 10,0 . . . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2025 . . . . . . . . . . . 26,8 . 39,2 15,5 . 12,0 10,1 14,4 7,3 17,4 3,9 5,3 3,9 16,6 2,3 14,4 . . . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Waarde 2025 . . . . . . . . . . . 19,8 . 26,0 9,2 . 8,8 7,5 10,0 6,4 13,4 3,2 4,2 3,8 13,6 1,7 16,0 . . . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2025 . . . . . . . . . . . 17,7 . 22,9 7,8 . 7,5 6,7 9,0 5,6 11,7 2,8 3,8 3,1 11,4 1,2 11,9 . . . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2025 . . . . . . . . . . . 22,0 . 29,4 10,8 . 10,4 8,2 10,9 7,3 15,0 3,6 4,7 4,5 15,8 2,2 20,2 . . . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Waarde 2025 . . . . . . . . . . . 10,7 . 15,5 8,8 . 4,6 6,2 8,9 5,3 12,6 3,4 4,1 3,5 12,0 1,5 11,7 . . . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2025 . . . . . . . . . . . 9,3 . 13,1 7,6 . 3,7 5,5 8,0 4,6 11,1 3,1 3,7 3,1 10,7 1,2 9,6 . . . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2025 . . . . . . . . . . . 12,3 . 18,4 10,2 . 5,6 6,9 9,9 6,0 14,1 3,7 4,5 4,0 13,3 1,8 13,8 . . . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Waarde 2025 . . . . . . . . . . . 8,5 . 13,2 10,5 . 5,6 5,7 8,4 5,0 12,3 3,4 4,0 3,4 11,6 1,4 12,2 . . . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2025 . . . . . . . . . . . 7,4 . 11,0 9,3 . 4,7 5,1 7,6 4,4 11,0 3,1 3,6 3,0 10,3 1,1 9,6 . . . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2025 . . . . . . . . . . . 9,9 . 15,8 11,9 . 6,6 6,3 9,2 5,5 13,6 3,7 4,3 3,8 12,9 1,7 14,8 . . . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Waarde 2025 . . . . . . . . . . . 6,1 . 7,0 9,4 . 3,4 5,3 7,9 4,7 11,5 3,2 3,7 3,0 9,7 0,9 8,9 . . . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Ondergrens 95%-interval 2025 . . . . . . . . . . . 5,2 . 5,5 8,3 . 2,7 4,8 7,2 4,1 10,3 3,0 3,4 2,7 8,7 0,7 7,4 . . . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Bovengrens 95%-interval 2025 . . . . . . . . . . . 7,2 . 8,9 10,6 . 4,2 5,7 8,6 5,2 12,7 3,5 4,0 3,4 10,7 1,0 10,3 . . . . .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de ervaren gezondheid en medische contacten van de Nederlandse bevolking vanaf 0 jaar in particuliere huishoudens. De cijfers kunnen worden uitgesplitst naar diverse persoonskenmerken.
Voor enkele onderwerpen geldt een afwijkende leeftijdsafbakening. Deze leeftijden worden bij de betreffende onderwerpen vermeld.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2014

Status van de cijfers: definitief

Wijzigingen per 6 maart :
De cijfers over 2025 werden toegevoegd. De tabel werd uitgebreid met informatie over diabetes (ander type dan type 1 of type 2). Het onderwerp ‘Aandoening van nek’ is nieuw en vervangt per 2025 het onderwerp ‘Aandoening van nek of schouder’. Het onderwerp ‘Gewrichtsslijtage/artrose, 12 of ouder’ is ook nieuw en vervangt per 2025 het onderwerp ‘Gewrichtsslijtage heup/knie, 12 of ouder’. Daarnaast werd het persoonskenmerk armoede (ingedeeld in arm, bijna-arm en niet arm of niet bijna-arm) toegevoegd. Tenslotte zijn enkele tekstuele aanpassingen gedaan aan de toelichtingen binnen het persoonskenmerk 'positie in huishouden' en is de categorie 'overig lid' aangepast in 'lid overig huishouden' omdat dat een betere beschrijving is.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In maart 2027 verschijnen de cijfers over verslagjaar 2026.

Toelichting onderwerpen

Mental Health Inventory (MHI-5),12 plus
‘Mental Health Inventory 5' ofwel 'MHI-5'. Dit is een internationale standaard voor een specifieke meting van de psychische gezondheid, bestaande uit 5 vragen. De MHI-5 is feitelijk een deelschaal van de Short Format 36 ofwel SF-36, een uitvoerige internationale standaard voor de meting van gezondheid. De MHI-5 betreft vragen die steeds betrekking hebben op hoe men zich in de afgelopen 4 weken voelde. De vragen zijn gesteld aan respondenten van 12 jaar of ouder
Gevraagd is:
1. Voelde u zich erg zenuwachtig?
2. Zat u zo erg in de put dat niets u kon opvrolijken?
3. Voelde u zich kalm en rustig?
4. Voelde u zich neerslachtig en somber?
5. Voelde u zich gelukkig?

Iedere vraag heeft de volgende 6 antwoordcategorieën: voortdurend-meestal-vaak-soms-zelden-nooit. Bij de positief geformuleerde vragen van de MHI vragenlijst (vraag 3 en 5) zijn voor de antwoordcategorieën in volgorde de waarden 5, 4, 3, 2, 1, en 0 toegekend. Bij de negatief geformuleerde vragen (vraag 1, 2 en 4) zijn precies de omgekeerde waarden toegekend. Vervolgens zijn per persoon de somscores berekend en zijn deze vermenigvuldigd met 4, zodat de minimale somscore van een persoon 0 en de maximale score 100 kan bedragen, waarbij een lagere score meer gevoelens van angst of depressie aangeeft.

De somscore bepaalt of iemand als ‘zonder psychische klachten’ (score 60 of hoger) of ‘met psychische klachten’ (score lager dan 60) wordt ingedeeld. Tot 2022 werden hiervoor de termen ‘psychisch gezond’ en ‘psychisch ongezond’ gebruikt.

Onderzoekers van het Trimbos-instituut hebben echter in 2024 vastgesteld dat het afkappunt van 60 zoals eerder gebruikt, om een aantal redenen niet langer voldeed. De eerdere bepaling van de afkapwaarde van de MHI-5 gebruikte een methode die afhankelijk is van de prevalentie van psychische aandoeningen. Omdat de prevalentie veranderlijk is gebleken, voldeed deze afkapwaarde niet meer. Verder is de classificatie van psychische aandoeningen sinds de eerdere afkapwaardebepaling veranderd: momenteel wordt de DSM-5 gebruikt terwijl de oude afkapwaarde gebaseerd was op de criteria van DSM-III-R. Meer informatie over herijking van de MHI is te vinden in de factsheet van het Trimbos-Instituut (zie tabeltoelichting).

De variabele ‘Psychische klachten, afgelopen 4 weken’ zal daarom niet meer worden aangevuld vanaf 2024 en het CBS zal vanaf september 2024 alleen de reeks over de variabele Angst- of depressiegevoelens, afg. 4 wk (afgelopen 4 weken) aanvullen.

Psychische klachten, afgelopen 4 weken
Percentage personen van 12 jaar of ouder dat minder dan 60 scoort op de Mental Health Inventory (MHI-5) voor adolescenten vanaf 12 jaar en volwassenen. Deze mensen hebben psychische klachten in de afgelopen 4 weken.
Mondgezondheid
Klachten, 12 jaar of ouder
Tand- of kiespijn
Percentage van de bevolking van 12 jaar of ouder dat aangaf in de afgelopen 12 maanden last te hebben gehad van tand- of kiespijn.
Bloedend tandvlees
Percentage van de bevolking van 12 jaar of ouder dat aangaf in de afgelopen 12 maanden last te hebben gehad van bloedend tandvlees.
Tandenpoetsen, 1 jaar of ouder
Aan respondenten van 12 jaar tot 18 jaar en aan volwassenen die aangaven minstens 1 tand of kies te hebben, is gevraagd: Hoe vaak poetst u meestal uw tanden?
De antwoordopties hierbij waren:
1. Ik poets Niet elke dag  
2. 1 keer per dag  
3. 2 keer per dag  
4. 3 keer per dag of vaker
Voor kinderen vanaf 1 jaar tot 12 jaar werd aan de ouders gevraagd:
Hoe vaak poetst uw kind meestal zijn/haar tanden? Of hoe vaak wordt dit voor hem/haar gedaan? De antwoordopties waren gelijk aan de antwoordopties voor respondenten van 12 jaar of ouder.
Minstens twee keer per dag
Acute ziekten
Er is gevraagd naar verschillende acute ziekten of klachten. De respondent kan met 'ja' of 'nee' aangeven of hij die klachten heeft of in de afgelopen 2 maanden heeft gehad. De vragen worden aan respondenten van alle leeftijden gesteld.
In 2019 en 2020 waren de vragen over acute ziekten of klachten niet opgenomen in het onderzoek.
Verkoudheid
Percentage personen met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag 'Heeft of heeft u / uw kind in de afgelopen 2 maanden een verkoudheid, griep, keelontsteking of voorhoofdsholteontsteking gehad?' In de jaren 2021 tot en met 2023 werd naast deze vraag ook (in verschillende vormen) gevraagd naar corona. Die vragen naar corona kunnen de antwoorden op de vraag naar verkoudheid, griep, etc. beïnvloed hebben. Vanaf maart 2023 verviel het overheidsadvies om een (zelf)test te doen als er sprake was van symptomen die mogelijk duidden op corona. Daardoor was het voor mensen wellicht moeilijker onderscheid te maken tussen enerzijds verkoudheid/griep/keelontsteking/voorhoofdsholteontsteking en anderzijds corona. Vanaf 2024 worden de vraagstellingen gecombineerd tot 'Heeft of heeft u / uw kind in de afgelopen 2 maanden een verkoudheid, griep, corona, keelontsteking of voorhoofdsholteontsteking gehad?’
Corona
Percentage personen met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag 'Heeft of heeft u / uw kind in de afgelopen 2 maanden corona gehad?' Deze vraag werd gesteld in de jaren 2022 en 2023. In maart 2023 verviel het overheidsadvies om een (zelf)test te doen als er sprake was van symptomen die mogelijk duidden op corona. Daardoor was het voor mensen wellicht moeilijker onderscheid te maken tussen enerzijds corona en anderzijds verkoudheid/griep/keelontsteking/voorhoofdsholteontsteking. Vanaf 2024 wordt niet meer apart naar corona gevraagd, maar wordt deze aandoening opgenomen in de vraag naar andere luchtweginfecties. Die vraag luidt dan 'Heeft of heeft u / uw kind in de afgelopen 2 maanden een verkoudheid, griep, corona, keelontsteking of voorhoofdsholteontsteking gehad?’
Bronchitis of longontsteking
Percentage personen de antwoordcategorie 'ja' op de vraag 'Heeft of heeft u / uw kind in de afgelopen 2 maanden een acute bronchitis of longontsteking gehad, hier wordt niet bedoeld chronische bronchitis?'
Oorontsteking
Percentage personen met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag 'Heeft of heeft u / uw kind in de afgelopen 2 maanden een oorontsteking gehad?'
Infectie of ontsteking nieren of blaas
Percentage personen met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag 'Heeft of heeft u / uw kind in de afgelopen 2 maanden een infectie of ontsteking van de nieren, blaas of urinewegen gehad?'
Diarree, minimaal 3 maal in 24 uur
Percentage personen met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag 'Heeft of heeft u / uw kind in de afgelopen 2 maanden diarree gehad, hiermee wordt bedoeld tenminste 3 maal dunne ontlasting binnen 24 uur?'
Braken, minimaal 3 maal in 24 uur
Percentage personen met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag 'Heeft of heeft u / uw kind in de afgelopen 2 maanden moeten braken, hiermee wordt bedoeld tenminste 3 maal braken binnen 24 uur?'
Beperkingen
Beperkingen
Er worden 3 indicatoren voor lichamelijke beperkingen berekend:
a De OESO-indicator voor personen van 12 jaar of ouder en
b De ADL-indicator voor personen vanaf 55 jaar en.
c de iADL-indicator voor personen vanaf 55 jaar.
Daarnaast wordt een globale vraag over beperkingen gesteld (GALI-indicator).
Beperkingen OESO, 12 jaar of ouder
De OESO-indicator (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) is gebaseerd op de volgende 7 vragen over vaardigheden die mensen normaal kunnen doen, zo nodig met hulpmiddelen zoals een bril of hoorapparaat. Het gaat niet om tijdelijke problemen.
1. Een gesprek volgen in een groep van drie of meer personen (zo nodig met hoorapparaat)
2. Met één andere persoon een gesprek voeren (zo nodig met hoorapparaat)
3. Kleine letters in de krant lezen (zo nodig met bril of contactlenzen)
4. Op een afstand van 4 meter het gezicht van iemand herkennen (zo nodig met bril of contactlenzen)
5. Een voorwerp van 5 kilo, bijv. een volle boodschappentas 10 meter dragen
6. Rechtop staand kunnen bukken en iets van de grond oppakken
7. 400 meter aan een stuk lopen zonder stil te staan (zo nodig met stok)
Antwoordcategorieën op deze vragen zijn: zonder moeite; met enige moeite; met grote moeite; kan niet. Deze vragen worden gesteld aan personen van 12 jaar of ouder.
Personen met minstens 1 beperking
Percentage personen met minstens 1 OESO-beperking. Een respondent heeft een beperking als hij of zij op minstens één van de 7 vragen met 'kan niet' of 'met grote moeite' antwoordt.
Beperkingen ADL, 55 jaar of ouder
De ADL-indicator (Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen) is gebaseerd op vragen over de volgende 11 verrichtingen:
1. Gaan zitten en opstaan uit een stoel
2. In- en uit bed stappen
3. De trap op- en aflopen
4. Eten en drinken
5. Aan- en uitkleden
6. Het gezicht en de handen wassen
7. In bad gaan of douchen
8. Van het toilet gebruik maken
9. Zich verplaatsen naar een andere kamer op dezelfde verdieping
10. De woning verlaten en binnengaan
11. Zich verplaatsen buitenshuis
De 4 antwoordcategorieën op deze vragen zijn: zonder moeite; met enige moeite; met grote moeite; alleen met hulp van anderen. De eerste drie vragen kennen een 5e antwoordcategorie: zelfs niet met hulp van anderen. Deze vragen worden gesteld aan personen van 55 jaar of ouder.
Personen met minstens 1 beperking
Percentage personen van 55 jaar of ouder met minstens 1 ADL-beperking. Een respondent heeft een beperking als hij of zij op minstens één van de 11 vragen met 'kan niet' of 'met grote moeite' of ‘zelfs niet met hulp van anderen’ antwoordt.
Beperkingen IADL, 55 jaar of ouder
De IADL (instrumentele algemene dagelijkse levensverrichtingen) vraagt naar huishoudelijke activiteiten waar sommige mensen moeite mee kunnen hebben als gevolg van gezondheidsproblemen. De IADL-indicator is gebaseerd op vragen over de volgende 7 verrichtingen:
1. Maaltijden bereiden
2. Bellen met een telefoon
3. Boodschappen doen
4. Op tijd de juiste medicijnen innemen
5. Licht huishoudelijk werk
6. Zwaar huishoudelijk werk
7. Het bijhouden van geldzaken en dagelijkse administratie
De 5 antwoordcategorieën op deze vragen zijn: zonder moeite; met enige moeite; met grote moeite; kan ik niet; niet van toepassing / heb ik nooit gedaan of hoeven doen. Deze vragen worden gesteld aan personen van 55 jaar of ouder.
Personen met minstens 1 beperking
Percentage personen van 55 jaar of ouder met minstens 1 IADL-beperking. Een respondent heeft een beperking als hij of zij op minstens één van de 7 vragen met 'kan niet' of 'met grote moeite' antwoordt.
Medische contacten
Aan personen wordt gevraagd of zij contact hebben gehad met de huisarts, de specialist, de tandarts, de mondhygiënist, de orthodontist , de fysio- en oefentherapeut, de psycholoog, psychotherapeut of psychiater, en of zij behandeld zijn door een alternatief genezer. Ook wordt gevraagd naar ziekenhuisopnamen of dagopnamen, of mensen thuiszorg hebben ontvangen. De meeste vragen naar medische contacten worden aan personen van alle leeftijden gesteld. Voor kinderen tot 12 jaar worden deze vragen door de ouder/verzorger beantwoord. Contacten die niet vaak voorkomen bij kinderen worden gesteld vanaf een hogere leeftijd.
Contact met huisarts
Vanaf 2021 is de inleidende tekst voor de vraag over huisartscontacten gewijzigd in: Nu iets over contacten met de huisarts. Denkt u hierbij aan bezoeken aan de huisartspraktijk, huisbezoeken, telefonische consulten, beeldbellen , contacten via e-mail of andere e-consulten. Contacten met een vervangende huisarts of met de huisartsenpost moet u ook meetellen. Contacten met de praktijkondersteuner en de praktijkverpleegkundige moet u niet meetellen.
Tot 2021 was de inleidende tekst‘ Contacten met de huisarts zijn bezoeken aan de huisartspraktijk, huisbezoeken en telefonische consulten. Contacten met een vervangende huisarts of met de huisartsenpost tellen hierbij ook mee. Contacten met de praktijkondersteuner en de praktijkverpleegkundige tellen niet mee'. Gevraagd wordt naar contacten in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum. De vragen worden aan respondenten van alle leeftijden gesteld.
Contacten per persoon
Dit cijfer is het gemiddelde aantal contacten, in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum, per persoon in de bevolking.

Om vertekening door gebrekkige herinnering zo veel mogelijk te beperken is respondenten gevraagd naar het aantal contacten in de periode van 4 weken voorafgaand aan de enquêtedatum. Om het gemiddeld aantal contacten in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum te bepalen, is het aantal contacten in 4 weken vermenigvuldigd met 13 (13 periodes van 4 weken = 1 jaar).
Contacten p.p. met minimaal 1 contact
Dit cijfer is het gemiddelde aantal contacten van personen die in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum minimaal 1 keer contact hebben gehad.

Om vertekening door gebrekkige herinnering zo veel mogelijk te beperken is respondenten gevraagd naar het aantal contacten in de periode van 4 weken voorafgaand aan de enquêtedatum. Om het gemiddeld aantal contacten in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum te bepalen, is het aantal contacten in 4 weken vermenigvuldigd met 13 (13 periodes van 4 weken = 1 jaar).
Contact met specialist
Vanaf 2021 is de inleidende tekst voor de vraag naar specialist gewijzigd in: ‘Nu iets over contacten met specialisten. Denk hierbij aan contacten met specialisten op de polikliniek, op een afdeling in het ziekenhuis, op de spoedeisende hulp, in een praktijk buiten het ziekenhuis of in een privékliniek. Denk ook aan telefonische consulten, beeldbellen, contacten via e-mail of andere e-consulten. (Contacten met specialisten tijdens een ziekenhuis- of dagopname moet u hier niet meetellen.) Tot 2021 was de tekst: 'Contacten met de specialist kunnen plaatsvinden op de polikliniek, op een afdeling in het ziekenhuis, op de spoedeisende hulp, in een praktijk buiten het ziekenhuis of in een privékliniek. Contacten met specialisten tijdens een ziekenhuis- of dagopname tellen niet mee.’
Contacten per persoon
Dit cijfer is het gemiddelde aantal contacten, in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum, per persoon in de bevolking.

Om vertekening door gebrekkige herinnering zo veel mogelijk te beperken is respondenten gevraagd naar het aantal contacten in de periode van 4 weken voorafgaand aan de enquêtedatum. Om het gemiddeld aantal contacten in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum te bepalen, is het aantal contacten in 4 weken vermenigvuldigd met 13 (13 periodes van 4 weken = 1 jaar).
Contacten p.p. met minimaal 1 contact
Dit cijfer is het gemiddelde aantal contacten van personen die in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum minimaal 1 keer contact hebben gehad.

Om vertekening door gebrekkige herinnering zo veel mogelijk te beperken is respondenten gevraagd naar het aantal contacten in de periode van 4 weken voorafgaand aan de enquêtedatum. Om het gemiddeld aantal contacten in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum te bepalen, is het aantal contacten in 4 weken vermenigvuldigd met 13 (13 periodes van 4 weken = 1 jaar).
Contact tandarts en mondhygiënist
Tandarts
Bezoeken aan de tandarts. Contacten met de mondhygiënist, orthodontist en kaakchirurg tellen niet mee. De vragen worden gesteld aan iedereen van 1 jaar of ouder. Van kinderen van 0 jaar wordt aangenomen dat ze niet naar de tandarts zijn geweest.
Contacten per persoon
Dit cijfer is het gemiddelde aantal contacten, in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum, per persoon in de bevolking.

Om vertekening door gebrekkige herinnering zo veel mogelijk te beperken is respondenten gevraagd naar het aantal contacten in de periode van 4 weken voorafgaand aan de enquêtedatum. Om het gemiddeld aantal contacten in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum te bepalen, is het aantal contacten in 4 weken vermenigvuldigd met 13 (13 periodes van 4 weken = 1 jaar).
Contacten p.p. met minimaal 1 contact
Dit cijfer is het gemiddelde aantal contacten van personen die in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum minimaal 1 keer contact hebben gehad.

Om vertekening door gebrekkige herinnering zo veel mogelijk te beperken is respondenten gevraagd naar het aantal contacten in de periode van 4 weken voorafgaand aan de enquêtedatum. Om het gemiddeld aantal contacten in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum te bepalen, is het aantal contacten in 4 weken vermenigvuldigd met 13 (13 periodes van 4 weken = 1 jaar).
Contact met orthodontist, 8 of ouder
Percentage personen van 8 jaar of ouder in de bevolking dat minimaal 1 keer in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum contact heeft gehad met de orthodontist.
Contact met fysio- en oefentherapeut
Cijfers over fysiotherapie en oefentherapie. Fysiotherapie en oefentherapie tijdens ziekenhuis- of dagopname tellen niet mee.
Contacten per persoon
Dit cijfer is het gemiddelde aantal contacten, in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum, per persoon in de bevolking.

Om vertekening door gebrekkige herinnering zo veel mogelijk te beperken is respondenten gevraagd naar het aantal contacten in de periode van 4 weken voorafgaand aan de enquêtedatum. Om het gemiddeld aantal contacten in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum te bepalen, is het aantal contacten in 4 weken vermenigvuldigd met 13 (13 periodes van 4 weken = 1 jaar).
Contacten p.p. met minimaal 1 contact
Dit cijfer is het gemiddelde aantal contacten van personen die in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum minimaal 1 keer contact hebben gehad.

Om vertekening door gebrekkige herinnering zo veel mogelijk te beperken is respondenten gevraagd naar het aantal contacten in de periode van 4 weken voorafgaand aan de enquêtedatum. Om het gemiddeld aantal contacten in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum te bepalen, is het aantal contacten in 4 weken vermenigvuldigd met 13 (13 periodes van 4 weken = 1 jaar).
Contact psycholoog/psychiater,4 of ouder
Cijfers over contacten met de psycholoog, psychiater of psychotherapeut. Deze vragen worden gesteld aan personen van 4 jaar of ouder. Voor kinderen jonger dan 12 jaar worden deze vragen beantwoord door de ouder/verzorger.
Contacten per persoon
Dit cijfer is het gemiddelde aantal contacten, in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum, per persoon in de bevolking.

Om vertekening door gebrekkige herinnering zo veel mogelijk te beperken is respondenten gevraagd naar het aantal contacten in de periode van 4 weken voorafgaand aan de enquêtedatum. Om het gemiddeld aantal contacten in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum te bepalen, is het aantal contacten in 4 weken vermenigvuldigd met 13 (13 periodes van 4 weken = 1 jaar).
Contacten p.p. met minimaal 1 contact
Dit cijfer is het gemiddelde aantal contacten van personen die in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum minimaal 1 keer contact hebben gehad.

Om vertekening door gebrekkige herinnering zo veel mogelijk te beperken is respondenten gevraagd naar het aantal contacten in de periode van 4 weken voorafgaand aan de enquêtedatum. Om het gemiddeld aantal contacten in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum te bepalen, is het aantal contacten in 4 weken vermenigvuldigd met 13 (13 periodes van 4 weken = 1 jaar).
Personen beh. door alternatief genezer
Percentage personen in de bevolking dat minimaal 1 keer in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum onder behandeling zegt te zijn geweest bij een alternatieve genezer.
Personen die thuiszorg ontvingen
Het percentage personen met ‘ja’ als antwoordcategorie op de vraag ‘Heeft u/uw kind in de afgelopen 12 maanden (voor kinderen jonger dan 12 maanden: vanaf de geboorte), vanwege uw/de gezondheid dergelijke betaalde hulp of zorg ontvangen?’

Vooraleer deze vraag werd gesteld kregen de personen de inleidende tekst:
De volgende vraag gaat over het thuis ontvangen van betaalde hulp of zorg vanwege langdurige gezondheidsproblemen of (voor 65-plussers) ouderdom. Het gaat bijv. om hulp bij persoonlijke verzorging (voor kinderen jonger dan 15 jaar) of verpleging (voor 15 jaar of ouder), hulp in het huishouden, hulp bij persoonlijke verzorging, verpleging, kraamzorg of een maaltijdservice zoals ‘tafeltje-dek-je’. Bij betaalde hulp gaat het om hulp betaald door u zelf of door een instantie.
SF-12 gezondheidsmaat, 12 jaar of ouder
De 'Short Format 12' of afgekort de SF-12 vragenlijst is een selectie van 12 vragen uit de SF-36 (Ware et al., 1995*). De SF-12 is een veelgebruikte internationale standaard van een generieke gezondheidsmaat. De SF-12 meet acht gezondheidsaspecten, namelijk lichamelijk functioneren, rolbeperkingen door lichamelijke gezondheidsproblemen, lichamelijke pijn, algemene gezondheid, vitaliteit (energie / vermoeidheid), sociaal functioneren, rolbeperkingen door emotionele problemen en geestelijke gezondheid. Op basis van de 12 vragen kunnen twee deelschalen worden berekend; een samenvattende maat voor fysieke gezondheid (normscore fysiek) en een samenvattende maat voor psychische gezondheid (normscore psychisch).

Deze normscores worden berekend voor personen van 12 jaar of ouder.

*Ware J.E., Kosinski M., Keller S.D. SF-12: How to score the SF-12 Physical and Mental Health Summary Scales. Boston, MA: The Health Institute, New England Medical Center, Second Edition, 1995.
Afzonderlijke items
Beperkt in sociale activiteiten
De volgende vraag werd gesteld aan respondenten van 12 jaar of ouder:
Hoe vaak hebben uw lichamelijke gezondheid of emotionele problemen u in de afgelopen 4 weken gehinderd bij uw sociale activiteiten (zoals vrienden of familie bezoeken)?
1.Voortdurend
2.Meestal
3.Soms
4.Zelden
5.Nooit
Voortdurend
Het percentage mensen van 12 jaar of ouder dat ‘voortdurend’ antwoordt op de vraag ‘Hoe vaak hebben uw lichamelijke gezondheid of emotionele problemen u in de afgelopen 4 weken gehinderd bij uw sociale activiteiten (zoals vrienden of familie bezoeken)?’
Meestal
Het percentage mensen van 12 jaar of ouder dat ‘meestal’ antwoordt op de vraag ‘Hoe vaak hebben uw lichamelijke gezondheid of emotionele problemen u in de afgelopen 4 weken gehinderd bij uw sociale activiteiten (zoals vrienden of familie bezoeken)?’
Soms
Het percentage mensen van 12 jaar of ouder dat ‘soms’ antwoordt op de vraag ‘Hoe vaak hebben uw lichamelijke gezondheid of emotionele problemen u in de afgelopen 4 weken gehinderd bij uw sociale activiteiten (zoals vrienden of familie bezoeken)?’
Zelden
Het percentage mensen van 12 jaar of ouder dat ‘zelden’ antwoordt op de vraag ‘Hoe vaak hebben uw lichamelijke gezondheid of emotionele problemen u in de afgelopen 4 weken gehinderd bij uw sociale activiteiten (zoals vrienden of familie bezoeken)?’

Nooit
Het percentage mensen van 12 jaar of ouder dat ‘nooit’ antwoordt op de vraag ‘Hoe vaak hebben uw lichamelijke gezondheid of emotionele problemen u in de afgelopen 4 weken gehinderd bij uw sociale activiteiten (zoals vrienden of familie bezoeken)?’