Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2020)

Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2020)

Kenmerken huishouden Regio's Perioden Particuliere huishoudens (x 1 000) Totaal vermogen (mld euro) Gemiddeld vermogen (1 000 euro) Mediaan vermogen (1 000 euro)
Particuliere huishoudens Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Type: Eenpersoonshuishouden Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Type: Meerpersoonshuishouden Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Type: Eenoudergezin Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Type: Paar, totaal Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Type: Paar, met kind(eren) Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Type: Paar, zonder kind Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Type: Meerpersoonshuishouden, overig Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Hoofdkostwinner: tot 25 jaar Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Hoofdkostwinner: 25 tot 45 jaar Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Hoofdkostwinner: 45 tot 65 jaar Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Hoofdkostwinner: 65 jaar of ouder Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Hoofdkostwinner: Nederland Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Hoofdkostwinner: westers Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Hoofdkostwinner: niet-westers Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Bron: Inkomen als werknemer Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Bron: Overdrachtsinkomen Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Bron: Uitkering inkomensverzekering Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Bron: Uitkering werkloosheid Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Bron: Uitkering pensioen Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Bron: Uitkering sociale voorziening Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Bron: Studiefinanciering Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Woningbezit: eigen woning Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Woningbezit: huurwoning Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Woningbezit: huurwoning met huurtoeslag Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Woningbezit: huurwoning geen huurtoeslag Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Vermogen: 1e 20%-groep Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Vermogen: 2e 20%-groep Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Vermogen: 3e 20%-groep Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Vermogen: 4e 20%-groep Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Vermogen: 5e 20%-groep Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Vermogen: tot -5 000 euro Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Vermogen: -5 000 tot 0 euro Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Vermogen: 0 tot 1 000 euro Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Vermogen: 1 000 tot 5 000 euro Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Vermogen: 5 000 tot 10 000 euro Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Vermogen: 10 000 tot 20 000 euro Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Vermogen: 20 000 tot 50 000 euro Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Vermogen: 50 000 tot 100 000 euro Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Vermogen: 100 000 tot 200 000 euro Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Vermogen: 200 000 tot 500 000 euro Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Vermogen: 500 000 tot 1 miljoen euro Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Vermogen: 1 miljoen euro of meer Gemeenten; niet in te delen 2019* 0,0 . . .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over het vermogen van huishoudens naar kenmerken als samenstelling van het huishouden, leeftijd en migratieachtergrond van de hoofdkostwinner, voornaamste inkomensbron, woonsituatie, inkomensgroep, vermogensgroep en vermogensklasse. De gegevens zijn beschikbaar naar diverse regionale indelingen gebaseerd op de gemeentelijke indeling per 1 januari 2020.

Gegevens beschikbaar van 2006 tot en met 2019.
De gegevens betreffen de stand van het vermogen per 1 januari.

Status van de cijfers:
De cijfers over 2006 tot en met 2018 zijn definitief. De cijfers over 2019 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 19 oktober 2021:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing. Deze tabel wordt opgevolgd door de tabel 'Vermogen huishoudens; regio (indeling 2021)'. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Particuliere huishoudens
Aantal particuliere huishoudens met vermogen per 1 januari van het verslagjaar.
Een particulier huishouden bestaat uit één of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf niet-bedrijfsmatig voorzien van de dagelijkse behoeften.
Totaal vermogen
Totale som van het vermogen van particuliere huishoudens.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.
Gemiddeld vermogen
Gemiddeld vermogen van particuliere huishoudens.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.
Mediaan vermogen
Mediaan vermogen van particuliere huishoudens.
De mediaan is het middelste getal wanneer alle getalen van laag naar hoog worden gesorteerd.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.