Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen, 1995- Kw4 2023

Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen, 1995- Kw4 2023

Institutionele sectoren Niet-geconsolideerd/geconsolideerd Perioden Middelen Totaal (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Totaal (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Invoer van goederen (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Invoer van diensten Totaal (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Invoer van diensten Invoer van diensten exclusief IGDFI (mln euro) Middelen Invoer van goederen en diensten Invoer van diensten Invoer van IGDFI (mln euro) Middelen Output Totaal (mln euro) Middelen Output Marktoutput Totaal (mln euro) Middelen Output Marktoutput Productie van IGDFI (mln euro) Middelen Output Marktoutput Overige marktproductie (mln euro)
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 598.265 290.334 251.615 8.259 243.356
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 650.760 302.302 260.261 8.395 251.866
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 598.452 293.373 254.608 8.573 246.035
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 648.996 309.392 266.063 8.467 257.596
Totale binnenlandse sectoren Niet-geconsolideerd 2010 2.496.473 1.195.401 1.032.547 33.694 998.853
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 436.460 290.334 251.615 8.259 243.356
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 471.422 302.302 260.261 8.395 251.866
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 442.081 293.373 254.608 8.573 246.035
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 469.541 309.392 266.063 8.467 257.596
Totale binnenlandse sectoren Geconsolideerd 2010 1.819.504 1.195.401 1.032.547 33.694 998.853
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 221.947 201.240 199.405 199.405
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 235.642 208.947 207.187 207.187
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 227.323 203.569 201.771 201.771
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 240.093 212.959 211.040 211.040
Niet-financiële vennootschappen Niet-geconsolideerd 2010 925.005 826.715 819.403 819.403
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 219.877 201.240 199.405 199.405
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 232.707 208.947 207.187 207.187
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 224.888 203.569 201.771 201.771
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 236.919 212.959 211.040 211.040
Niet-financiële vennootschappen Geconsolideerd 2010 914.391 826.715 819.403 819.403
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 95.895 20.945 20.775 8.259 12.516
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 103.587 21.215 21.035 8.395 12.640
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 98.054 20.972 20.823 8.573 12.250
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 102.628 21.380 21.218 8.467 12.751
Financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 400.164 84.512 83.851 33.694 50.157
Financiële instellingen Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 85.533 20.945 20.775 8.259 12.516
Financiële instellingen Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 91.569 21.215 21.035 8.395 12.640
Financiële instellingen Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 87.143 20.972 20.823 8.573 12.250
Financiële instellingen Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 89.140 21.380 21.218 8.467 12.751
Financiële instellingen Geconsolideerd 2010 353.385 84.512 83.851 33.694 50.157
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 17.364 7.122 7.056 5.568 1.488
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 18.717 7.261 7.203 5.686 1.517
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 17.415 7.310 7.257 5.740 1.517
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 18.151 7.245 7.193 5.771 1.422
Monetaire financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 71.647 28.938 28.709 22.765 5.944
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 15.903 7.122 7.056 5.568 1.488
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 16.947 7.261 7.203 5.686 1.517
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 15.891 7.310 7.257 5.740 1.517
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 16.397 7.245 7.193 5.771 1.422
Monetaire financiële instellingen Geconsolideerd 2010 65.138 28.938 28.709 22.765 5.944
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 565 69 69 0 69
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 558 70 70 0 70
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 463 67 67 0 67
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 475 70 70 0 70
Centrale bank Niet-geconsolideerd 2010 2.061 276 276 0 276
Centrale bank Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 565 69 69 0 69
Centrale bank Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 558 70 70 0 70
Centrale bank Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 463 67 67 0 67
Centrale bank Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 475 70 70 0 70
Centrale bank Geconsolideerd 2010 2.061 276 276 0 276
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 16.799 7.053 6.987 5.568 1.419
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 18.159 7.191 7.133 5.686 1.447
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 16.952 7.243 7.190 5.740 1.450
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 17.676 7.175 7.123 5.771 1.352
Ov. deposito-instellingen en GMF's Niet-geconsolideerd 2010 69.586 28.662 28.433 22.765 5.668
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 15.581 7.053 6.987 5.568 1.419
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 16.694 7.191 7.133 5.686 1.447
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 15.630 7.243 7.190 5.740 1.450
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 16.160 7.175 7.123 5.771 1.352
Ov. deposito-instellingen en GMF's Geconsolideerd 2010 64.065 28.662 28.433 22.765 5.668
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 48.692 7.150 7.132 2.691 4.441
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 52.787 7.496 7.469 2.709 4.760
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 50.515 7.414 7.397 2.833 4.564
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 53.645 7.768 7.749 2.696 5.053
Overige financiële instellingen Niet-geconsolideerd 2010 205.639 29.828 29.747 10.929 18.818
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 48.082 7.150 7.132 2.691 4.441
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 52.056 7.496 7.469 2.709 4.760
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 49.960 7.414 7.397 2.833 4.564
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 52.972 7.768 7.749 2.696 5.053
Overige financiële instellingen Geconsolideerd 2010 203.070 29.828 29.747 10.929 18.818
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 3.891 998 995 995
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 5.112 1.021 1.019 1.019
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 4.201 1.058 1.055 1.055
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 4.289 1.162 1.158 1.158
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Niet-geconsolideerd 2010 17.493 4.239 4.227 4.227
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 3.622 998 995 995
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 4.766 1.021 1.019 1.019
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 3.918 1.058 1.055 1.055
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 3.984 1.162 1.158 1.158
Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen Geconsolideerd 2010 16.290 4.239 4.227 4.227
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 44.801 6.152 6.137 2.691 3.446
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 47.675 6.475 6.450 2.709 3.741
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 46.314 6.356 6.342 2.833 3.509
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 49.356 6.606 6.591 2.696 3.895
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Niet-geconsolideerd 2010 188.146 25.589 25.520 10.929 14.591
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 44.557 6.152 6.137 2.691 3.446
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 47.394 6.475 6.450 2.709 3.741
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 46.148 6.356 6.342 2.833 3.509
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 49.107 6.606 6.591 2.696 3.895
Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen Geconsolideerd 2010 187.206 25.589 25.520 10.929 14.591
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2010 1e kwartaal 9.880 4.730 4.715 2.691 2.024
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2010 2e kwartaal 10.027 4.907 4.882 2.709 2.173
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2010 3e kwartaal 9.822 4.861 4.847 2.833 2.014
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2010 4e kwartaal 12.301 4.958 4.943 2.696 2.247
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Niet-geconsolideerd 2010 42.030 19.456 19.387 10.929 8.458
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2010 1e kwartaal 9.694 4.730 4.715 2.691 2.024
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2010 2e kwartaal 9.837 4.907 4.882 2.709 2.173
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2010 3e kwartaal 9.646 4.861 4.847 2.833 2.014
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2010 4e kwartaal 12.116 4.958 4.943 2.696 2.247
Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven Geconsolideerd 2010 41.293 19.456 19.387 10.929 8.458
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft een overzicht van de niet-financiële transacties van de institutionele sectoren van de Nederlandse economie. Niet-financiële transacties bestaan uit lopende transacties en transacties van de kapitaalrekening. De transacties worden ingedeeld naar middelen en bestedingen. Daarnaast worden ook de saldi van de sectoren weergegeven.
Niet-financiële transacties worden geraamd voor de hoofdsectoren van de economie: niet-financiële vennootschappen, financiële instellingen, overheid, huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en het buitenland. De sectoren financiële instellingen en overheid zijn bovendien nog naar subsectoren uitgesplitst. Sectoren worden zowel geconsolideerd als niet-geconsolideerd gepresenteerd.

Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaargegevens vanaf 1995.
Kwartaalgegevens vanaf het eerste kwartaal 1999.

Status van de cijfers:
De gegevens van 1995 tot en met 2020 zijn definitief. Gegevens van 2021, 2022 en 2023 hebben de status voorlopig. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden voorlopige gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per 24 juni 2024
Geen, deze tabel is stopgezet.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft onlangs de nationale rekeningen gereviseerd. Daarbij worden nieuwe bronnen, methoden en concepten doorgevoerd in de nationale rekeningen, zodat het beeld van de Nederlandse economie weer optimaal aansluit bij alle onderliggende statistieken, bronnen en internationale richtlijnen voor het samenstellen van de nationale rekeningen. Voor meer informatie zie paragraaf 3.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Middelen
Middelen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verhogen (oftewel de inkomsten door sectoren).
Totaal
Invoer van goederen en diensten
De goederen- en dienstenstromen (verkoop, ruil en giften) van niet-ingezetenen naar ingezetenen (in Nederland). Invoer van goederen vindt plaats wanneer de economische eigendom van goederen door een niet-ingezetene wordt overgedragen aan een ingezetene, ongeacht of er sprake is van een fysieke grensoverschrijdende goederenbeweging. Een bedrijf of instantie wordt als hier ingezetene beschouwd wanneer het minimaal een jaar in Nederland actief is. Of dit bedrijf of deze instantie in buitenlandse handen is, doet niet ter zake.
Totaal
Invoer van goederen
De goederenstromen (verkoop, ruil en giften) van niet-ingezetenen naar ingezetenen (in Nederland). Invoer van goederen vindt plaats wanneer de economische eigendom van goederen door een niet-ingezetene wordt overgedragen aan een ingezetene, ongeacht of er sprake is van een fysieke grensoverschrijdende goederenbeweging. Een bedrijf of instantie wordt als hier ingezetene beschouwd wanneer het minimaal een jaar in Nederland actief is. Of dit bedrijf of deze instantie in buitenlandse handen is, doet niet ter zake. Tot de invoer behoren ook voor verwerking in het productieproces benodigde grondstoffen, halffabricaten, brandstoffen en voor investeringen bestemde vaste activa. De goedereninvoer omvat verder goederen die, na hooguit een kleine bewerking te hebben ondergaan, weer zijn uitgevoerd (wederuitvoer).
Invoer van diensten
De dienstenstromen (verkoop, ruil en giften) van niet-ingezetenen naar ingezetenen (in Nederland). De invoer van diensten heeft onder meer betrekking op de uitgaven van ingezeten bedrijven in het buitenland, zoals vervoersdiensten, bankdiensten en zakelijke diensten. Bij de overheid gaat het onder meer om uitgaven van Nederlandse ambassades en consulaten in het buitenland. De invoer door huishoudens bestaat uit uitgaven van ingezetenen in het buitenland.
Totaal
Invoer van diensten exclusief IGDFI
Dit is de invoer van diensten minus de invoer van indirect gemeten diensten van financiële intermediairs.
Invoer van IGDFI
Dit is de invoer van indirect gemeten diensten van niet-ingezeten financiële intermediairs.
Output
Het totaal aan goederen en diensten dat is geproduceerd. Ook wel productie genoemd. Hiervan bestaan drie soorten:
- marktoutput: goederen en diensten die op de markt zijn afgezet of waarvoor dit in de toekomst de bedoeling is.
- output voor eigen finaal gebruik: goederen en diensten voor eigen consumptie of voor investeringen door dezelfde institutionele eenheid als die welke die goederen en diensten heeft geproduceerd.
- niet-marktoutput: goederen en diensten die gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan andere eenheden zijn geleverd.

De output wordt gewaardeerd tegen basisprijzen. Dit zijn de prijzen die door producenten zelf worden ervaren: per bedrijfstak zijn de productgebonden belastingen er namelijk vanaf getrokken en de productgebonden subsidies erbij opgeteld. Door de producent afzonderlijk in rekening gebrachte vervoerskosten zijn niet inbegrepen. Ook de waardeverandering van financiële en niet-financiële activa (productiemiddelen) tijdens de verslagperiode zijn niet inbegrepen.

Inbegrepen is de productie van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degenen die in buitenlandse handen zijn. Ook overheidsinstanties en andere niet-commerciële instanties behoren hiertoe.
Totaal
Marktoutput
Marktoutput bestaat uit de output die op de markt wordt afgezet of waarvoor dit de bedoeling is. De marktoutput omvat:
- producten die tegen een economisch significante prijs worden verkocht;
- producten die worden geruild;
- producten die worden gebruikt voor betalingen in natura (inclusief beloning van werknemers in natura en gemengd inkomen in natura);
- producten die voor eigen gebruik zijn geproduceerd zoals investeringen in eigen beheer, eigen woningdiensten en landbouwproducten voor eigen consumptie door landbouwers.
Totaal
Productie van IGDFI
Indirect gemeten diensten van financiële intermediairs (IGDFI).
Traditioneel worden financiële diensten vaak verleend via financiële intermediatie. Dit houdt in dat een financiële instelling, zoals een bank, deposito's aanvaardt van eenheden die hun middelen willen laten renderen, en geld leent aan eenheden die onvoldoende middelen hebben om in hun behoeften te voorzien. De bank voorziet aldus in een mechanisme waardoor de ene eenheid aan de andere eenheid geld kan lenen. De eenheid die de middelen verstrekt, accepteert een rentetarief dat lager is dan het door de geldnemer betaalde tarief. Het 'referentierentetarief' is het tarief waarbij zowel de geldverstrekker als de geldnemer bereid zijn een overeenkomst te sluiten. Het verschil tussen het referentietarief en de werkelijk aan deposanten betaalde en aan geldnemers in rekening gebrachte rente is een indirect gemeten vergoeding voor een dienst van financiële intermediairs. De totale vergoeding voor de IGDFI is de som van de twee impliciet in rekening gebrachte vergoedingen die door de geldnemer en de geldverstrekker zijn betaald.
Overige marktproductie
Marktoutput exclusief indirect gemeten diensten van financiële intermediairs.

Marktoutput bestaat uit de output die op de markt wordt afgezet of waarvoor dit de bedoeling is. De marktoutput omvat:
a) producten die tegen een economisch significante prijs worden verkocht;
b) producten die worden geruild;
c) producten die worden gebruikt voor betalingen in natura (inclusief beloning van werknemers in natura en gemengd inkomen in natura);
d) producten die voor eigen gebruik zijn geproduceerd zoals investeringen in eigen beheer, eigen woningdiensten en landbouwproducten voor eigen consumptie door landbouwers;
e) aan de voorraad gereed product en onderhanden werk toegevoegde producten die zijn bestemd voor een van bovengenoemde vormen van gebruik (inclusief de natuurlijke groei van dieren en gewassen en onvoltooide bouwwerken waarvan de koper nog onbekend is).