Productie- en inkomenscomponenten bbp; bedrijfstak; nr, 1995-2022

Productie- en inkomenscomponenten bbp; bedrijfstak; nr, 1995-2022

Bedrijfstakken/branches (SBI 2008) Perioden Toegevoegde waarde vanuit productie Waarde in werkelijke prijzen Output basisprijzen (mln euro) Toegevoegde waarde vanuit productie Waarde in werkelijke prijzen Intermediair verbruik (-) (mln euro) Toegevoegde waarde vanuit productie Waarde in werkelijke prijzen Bruto toegevoegde waarde basisprijzen (mln euro) Toegevoegde waarde vanuit productie Waarde prijsniveau 2015 Output basisprijzen (mln euro) Toegevoegde waarde vanuit productie Waarde prijsniveau 2015 Intermediair verbruik (-) (mln euro) Toegevoegde waarde vanuit productie Waarde prijsniveau 2015 Bruto toegevoegde waarde basisprijzen (mln euro) Toegevoegde waarde vanuit productie Volumemutatie t.o.v. voorafgaand jaar Output basisprijzen (%) Toegevoegde waarde vanuit productie Volumemutatie t.o.v. voorafgaand jaar Intermediair verbruik (-) (%) Toegevoegde waarde vanuit productie Volumemutatie t.o.v. voorafgaand jaar Bruto toegevoegde waarde basisprijzen (%) Toegevoegde waarde vanuit productie Prijsindexcijfers Output basisprijzen (2015 =100)
A-U Alle economische activiteiten 2010 1.195.401 621.121 574.280 1.238.414 644.952 593.884 0,7 0,0 1,5 96,5
A Landbouw, bosbouw en visserij 2010 28.823 17.455 11.368 29.844 18.606 11.224 1,3 2,0 0,2 96,6
01 Landbouw 2010 28.053 17.089 10.964 28.942 18.202 10.728 1,3 2,0 0,0 96,9
02 Bosbouw 2010 239 128 111 259 142 118 4,4 0,8 8,7 92,3
03 Visserij 2010 531 238 293 674 264 416 2,9 0,4 4,9 78,8
B-E Nijverheid (geen bouw) en energie 2010 310.093 214.396 95.697 319.179 220.563 99.092 4,6 4,0 5,9 97,2
B Delfstoffenwinning 2010 21.073 3.574 17.499 22.154 3.982 17.581 12,8 1,2 15,5 95,1
06 Winning van aardolie en aardgas 2010 . . . . . . . . . .
08 Delfstoffenwinning (geen olie en gas) 2010 . . . . . . . . . .
09 Dienstverlening delfstoffenwinning 2010 . . . . . . . . . .
C Industrie 2010 261.593 194.675 66.918 270.295 200.204 70.468 4,1 4,0 4,3 96,8
10-12 Voedings-, genotmiddelenindustrie 2010 53.179 41.754 11.425 57.764 45.375 12.363 0,4 1,0 -1,5 92,1
10 Voedingsmiddelenindustrie 2010 . . . . . . . . . .
11 Drankenindustrie 2010 . . . . . . . . . .
12 Tabaksindustrie 2010 . . . . . . . . . .
13-15 Textiel-, kleding-, lederindustrie 2010 3.146 2.140 1.006 3.410 2.357 1.056 3,1 3,2 2,9 92,2
16-18 Hout-, papier-, grafische industr. 2010 13.724 9.402 4.322 13.815 9.895 3.929 -0,9 0,1 -2,9 99,3
16 Houtindustrie 2010 2.523 1.716 807 2.693 1.846 848 -3,3 1,1 -10,8 93,7
17 Papierindustrie 2010 6.466 4.899 1.567 6.592 5.165 1.430 4,7 4,0 6,7 98,1
18 Grafische industrie 2010 4.735 2.787 1.948 4.526 2.881 1.668 -6,2 -6,2 -6,2 104,6
19 Aardolie-industrie 2010 26.059 25.435 624 21.857 20.858 856 1,7 1,5 4,5 119,2
20-21 Chemie en farmaceutische industrie 2010 45.382 34.370 11.012 46.403 34.690 11.695 5,9 6,3 4,7 97,8
20 Chemische industrie 2010 39.464 31.313 8.151 41.508 31.431 10.285 6,2 6,4 5,4 95,1
21 Farmaceutische industrie 2010 5.918 3.057 2.861 4.805 3.208 1.737 4,0 5,2 2,8 123,2
22-23 Kunststof- en bouwmateriaalindustr 2010 12.260 8.069 4.191 12.931 8.517 4.420 -0,9 0,7 -3,4 94,8
22 Rubber- en kunststofproductindustrie 2010 6.838 4.531 2.307 7.278 4.798 2.481 3,9 6,0 0,7 94,0
23 Bouwmaterialenindustrie 2010 5.422 3.538 1.884 5.662 3.732 1.932 -6,2 -5,0 -8,2 95,8
24-25 Basismetaal, metaalprod.-industrie 2010 24.783 17.172 7.611 25.144 16.881 8.240 10,6 11,2 9,4 98,6
24 Basismetaalindustrie 2010 7.943 6.179 1.764 7.390 5.629 1.711 20,6 22,3 16,2 107,5
25 Metaalproductenindustrie 2010 16.840 10.993 5.847 17.672 11.160 6.548 6,7 6,3 7,4 95,3
26-27 Elektrische en elektron. Industrie 2010 32.476 25.720 6.756 35.738 29.276 6.418 1,2 2,7 -4,6 90,9
26 Elektrotechnische industrie 2010 27.478 22.608 4.870 30.346 26.048 4.262 2,4 3,6 -3,1 90,5
27 Elektrische apparatenindustrie 2010 4.998 3.112 1.886 5.347 3.192 2.161 -5,3 -3,5 -8,2 93,5
28 Machine-industrie 2010 20.994 12.814 8.180 21.894 13.325 8.583 18,6 12,4 29,5 95,9
29-30 Transportmiddelenindustrie 2010 12.436 8.797 3.639 12.964 9.102 3.905 10,3 7,0 19,1 95,9
29 Auto- en aanhangwagenindustrie 2010 5.920 4.167 1.753 6.185 4.170 2.094 34,2 28,4 50,0 95,7
30 Overige transportmiddelenindustrie 2010 6.516 4.630 1.886 6.764 4.967 1.756 -4,9 -7,0 0,5 96,3
31-33 Overige industrie en reparatie 2010 17.154 9.002 8.152 18.468 9.396 9.098 -0,3 0,8 -1,5 92,9
31-32 Meubel- en overige industrie 2010 9.314 3.873 5.441 9.719 4.067 5.650 -1,5 0,5 -2,8 95,8
31 Meubelindustrie 2010 . . . . . . . . . .
32 Overige industrie 2010 . . . . . . . . . .
33 Reparatie en installatie van machines 2010 7.840 5.129 2.711 8.726 5.325 3.423 1,2 1,1 1,4 89,9
D Energievoorziening 2010 18.609 10.885 7.724 18.019 10.957 7.061 4,5 5,5 3,1 103,3
35 Energiebedrijven 2010 18.609 10.885 7.724 18.019 10.957 7.061 4,5 5,5 3,1 103,3
E Waterbedrijven en afvalbeheer 2010 8.818 5.262 3.556 8.468 5.239 3.240 0,8 2,3 -1,2 104,1
36 Waterleidingbedrijven 2010 1.698 686 1.012 1.621 562 1.056 0,7 -1,0 2,0 104,8
37-39 Riolering, afvalbeheer en sanering 2010 7.120 4.576 2.544 6.854 4.664 2.210 0,8 2,8 -2,4 103,9
F Bouwnijverheid 2010 87.770 57.584 30.186 86.630 59.183 27.370 -11,0 -10,6 -11,6 101,3
41 Algemene bouw en projectontwikkeling 2010 36.892 26.885 10.007 35.282 27.287 8.055 -16,7 -15,6 -19,6 104,6
42 Grond-, water- en wegenbouw 2010 15.115 10.212 4.903 15.930 10.549 5.423 -3,1 -2,8 -3,6 94,9
43 Gespecialiseerde bouw 2010 35.763 20.487 15.276 35.377 21.328 14.010 -7,4 -7,0 -7,9 101,1
G-I Handel, vervoer en horeca 2010 211.413 104.318 107.095 221.280 107.686 113.742 2,6 1,4 3,7 95,5
G Handel 2010 128.431 56.025 72.406 131.712 57.330 74.412 3,7 2,9 4,4 97,5
45 Autohandel en -reparatie 2010 16.405 8.889 7.516 17.492 9.336 8.175 4,1 0,5 8,5 93,8
46 Groothandel en handelsbemiddeling 2010 77.116 33.598 43.518 78.326 34.485 43.881 5,1 4,3 5,7 98,5
47 Detailhandel (niet in auto's) 2010 34.910 13.538 21.372 35.946 13.505 22.466 0,6 0,9 0,5 97,1
H Vervoer en opslag 2010 63.582 37.887 25.695 68.256 39.473 28.940 2,2 0,4 5,0 93,2
49 Vervoer over land 2010 24.371 14.862 9.509 26.372 15.730 10.656 0,4 -1,4 3,1 92,4
50 Vervoer over water 2010 7.095 4.898 2.197 7.564 5.072 2.476 -2,3 -2,2 -2,6 93,8
51 Vervoer door de lucht 2010 9.528 6.666 2.862 9.510 6.559 3.011 9,3 3,6 23,8 100,2
52 Opslag, dienstverlening voor vervoer 2010 17.440 9.028 8.412 18.605 9.374 9.228 6,0 4,0 8,2 93,7
53 Post en koeriers 2010 5.148 2.433 2.715 6.392 2.777 3.780 -5,6 -4,7 -6,4 80,5
I Horeca 2010 19.400 10.406 8.994 21.339 10.859 10.485 -3,8 -2,4 -5,4 90,9
55 Logiesverstrekking 2010 . . . . . . . . . .
56 Eet- en drinkgelegenheden 2010 . . . . . . . . . .
J Informatie en communicatie 2010 52.121 24.098 28.023 50.363 24.450 25.897 -1,2 -2,2 -0,2 103,5
58-60 Uitgeverijen, film,radio en t.v. 2010 10.563 5.508 5.055 11.169 5.671 5.525 -5,1 -6,1 -3,8 94,6
58 Uitgeverijen 2010 6.334 3.161 3.173 6.798 3.276 3.534 -6,4 -8,2 -4,5 93,2
59-60 Film, TV en radio 2010 4.229 2.347 1.882 4.380 2.390 1.998 -3,0 -3,1 -2,8 96,6
59 Film- en tv-productie; geluidsopname 2010 . . . . . . . . . .
60 Radio- en televisieomroepen 2010 . . . . . . . . . .
61 Telecommunicatie 2010 17.085 8.053 9.032 15.891 7.906 7.952 -1,3 -2,2 -0,6 107,5
62-63 IT- en informatiedienstverlening 2010 24.473 10.537 13.936 23.240 10.816 12.441 0,7 -0,1 1,3 105,3
62 IT-dienstverlening 2010 . . . . . . . . . .
63 Diensten op het gebied van informatie 2010 . . . . . . . . . .
K Financiële dienstverlening 2010 84.535 33.646 50.889 90.396 33.551 56.878 0,3 -1,3 1,6 93,5
64 Bankwezen 2010 52.202 16.791 35.411 61.623 17.688 44.023 1,4 0,1 2,2 84,7
65 Verzekeraars en pensioenfondsen 2010 25.746 14.711 11.035 22.852 13.427 9.453 -3,3 -2,5 -4,5 112,7
66 Overige financiële dienstverlening 2010 6.587 2.144 4.443 6.280 2.396 3.834 6,2 -4,5 12,5 104,9
L Verhuur en handel van onroerend goed 2010 72.388 37.052 35.336 78.929 45.290 33.777 1,4 -0,8 3,4 91,7
68 Verhuur en handel van onroerend goed 2010 72.388 37.052 35.336 78.929 45.290 33.777 1,4 -0,8 3,4 91,7
M-N Zakelijke dienstverlening 2010 135.298 56.411 78.887 138.959 56.798 82.375 -1,5 -0,6 -2,1 97,4
M Specialistische zakelijke diensten 2010 84.011 36.901 47.110 84.528 36.749 47.906 -1,3 -1,8 -0,9 99,4
69-71 Management- en technisch advies 2010 65.727 26.750 38.977 65.891 26.308 39.760 -1,9 -2,1 -1,8 99,8
69-70 Juridisch en managementadvies 2010 51.831 21.824 30.007 52.068 21.303 30.976 -2,0 -2,5 -1,7 99,5
69 Juridische diensten en administratie 2010 . . . . . . . . . .
70 Holdings en managementadviesbureaus 2010 . . . . . . . . . .
71 Architecten-, ingenieursbureaus e.d. 2010 13.896 4.926 8.970 13.809 5.039 8.747 -1,4 -0,2 -2,1 100,6
72 Research 2010 4.362 2.240 2.122 4.530 2.357 2.167 1,5 2,0 1,0 96,3
73-75 Reclame, design, overige diensten 2010 13.922 7.911 6.011 14.180 8.196 5.996 0,6 -2,1 4,5 98,2
73 Reclamewezen en marktonderzoek 2010 8.082 4.882 3.200 8.097 5.026 3.090 0,0 -2,4 3,8 99,8
74-75 Overige professionele diensten 2010 5.840 3.029 2.811 6.076 3.168 2.908 1,6 -1,6 5,3 96,1
74 Design, fotografie, vertaalbureaus 2010 . . . . . . . . . .
75 Veterinaire dienstverlening 2010 . . . . . . . . . .
N Verhuur en overige zakelijke diensten 2010 51.287 19.510 31.777 54.520 20.104 34.445 -1,8 1,9 -3,9 94,1
77 Verhuur van roerende goederen 2010 13.545 5.705 7.840 14.172 5.987 8.184 -4,3 -3,6 -4,8 95,6
78 Uitzendbureaus en arbeidsbemiddeling 2010 17.035 3.414 13.621 17.951 3.317 14.668 -4,8 2,2 -6,4 94,9
79 Reisbureaus, reisorganisatie en -info 2010 6.664 5.239 1.425 7.356 5.421 1.870 12,5 11,7 15,7 90,6
80-82 Overige zakelijke dienstverlening 2010 14.043 5.152 8.891 14.957 5.395 9.581 -1,4 -0,9 -1,8 93,9
80 Beveiligings- en opsporingsdiensten 2010 . . . . . . . . . .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens van de nationale rekeningen over de opbouw van de totale toegevoegde waarde vanuit de productie en inkomensvorming. Van verschillende bedrijfstakken wordt de productie, het verbruik, de toegevoegde waarde en de inkomenscomponenten weergegeven.

Gegevens beschikbaar van 1995 tot en met 2022.

Status van de cijfers:
De gegevens van 1995 tot en met 2021 zijn definitief. De gegevens over 2022 zijn voorlopig. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden voorlopige gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per 24 juni 2024
Geen, deze tabel is stopgezet.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft onlangs de nationale rekeningen gereviseerd. Daarbij worden nieuwe bronnen, methoden en concepten doorgevoerd in de nationale rekeningen, zodat het beeld van de Nederlandse economie weer optimaal aansluit bij alle onderliggende statistieken, bronnen en internationale richtlijnen voor het samenstellen van de nationale rekeningen. Voor meer informatie zie paragraaf 3.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Toegevoegde waarde vanuit productie
De opbouw van de totaal toegevoegde waarde vanuit de productie. Het wordt berekend als de output minus het intermediair verbruik van alle bedrijfstakken. De toegevoegde waarde wordt geregistreerd tegen basisprijzen, de prijzen zijn die door producenten zijn ervaren.
Waarde in werkelijke prijzen
De bedragen zijn uitgedrukt in prijzen van de betreffende verslagperiode. Dit in tegenstelling tot zogeheten constante prijzen, waarbij bedragen zijn uitgedrukt in prijzen van een bepaalde basisperiode.
Output basisprijzen
Het totaal aan goederen en diensten dat is geproduceerd, ook wel productie genoemd. Hiervan bestaan drie soorten:
- marktoutput: goederen en diensten die op de markt zijn afgezet of waarvoor dit in de toekomst de bedoeling is
- output voor eigen finaal gebruik: goederen en diensten voor eigen consumptie of voor investeringen door dezelfde bedrijfseenheid als die welke die goederen en diensten heeft geproduceerd
- niet-marktoutput: goederen en diensten die gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan andere eenheden zijn geleverd.

De output wordt gewaardeerd tegen basisprijzen. Dit zijn de prijzen die door producenten zelf worden ervaren: per bedrijfstak zijn de productgebonden belastingen er vanaf getrokken en de productgebonden subsidies erbij opgeteld. Door de producent afzonderlijk in rekening gebrachte vervoerskosten zijn niet inbegrepen. Ook de waardeverandering van financiële en niet-financiële activa (productiemiddelen) tijdens de verslagperiode zijn niet inbegrepen.

Inbegrepen is de output van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degenen die in buitenlandse handen zijn. Ook overheidsinstanties en andere niet-commerciële instanties behoren hiertoe.
Intermediair verbruik (-)
Goederen en diensten die als input in een productieproces worden gebruikt, met uitzondering van de vaste activa (investeringsgoederen). Het gaat hierbij om goederen die tijdens het productieproces worden verwerkt in andere producten of volledig worden verbruikt (dit gebeurt per definitie met de ingehuurde diensten). Volgens internationale afspraken wordt een aangeschaft goed of een ingehuurde dienst niet als intermediair verbruik maar als vast activum (investering) gezien wanneer het meer dan één jaar ingezet kan worden in een productieproces. De intermediair verbruikte goederen en diensten worden gewaardeerd tegen de aankoopprijzen die op het moment van gebruik voor soortgelijke goederen of diensten gelden.
Bruto toegevoegde waarde basisprijzen
De waarde van alle geproduceerde goederen en diensten (de productiewaarde of output) minus de waarde van goederen en diensten die tijdens deze productie zijn opgebruikt (het intermediair verbruik). De output is gewaardeerd tegen basisprijzen, dit is de verkoopprijs exclusief de handels- en vervoersmarge en exclusief de afgedragen productgebonden belastingen en de ontvangen productgebonden subsidies. Het intermediair verbruik is gewaardeerd tegen aankoopwaarde exclusief aftrekbare btw.
Inbegrepen is de toegevoegde waarde van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degene die in buitenlandse handen zijn.

In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van het verbruik van vaste activa (afschrijvingen) en 'netto' na aftrek van het verbruik van vaste activa.

Waarde prijsniveau 2015
De bedragen zijn uitgedrukt in prijzen van het basisjaar 2015. Hiertoe zijn inflatiecorrecties gebruikt. Zonder dergelijke correcties spreekt men van waarde in werkelijke prijzen.
Output basisprijzen
Het totaal aan goederen en diensten dat is geproduceerd, ook wel productie genoemd. Hiervan bestaan drie soorten:
- marktoutput: goederen en diensten die op de markt zijn afgezet of waarvoor dit in de toekomst de bedoeling is
- output voor eigen finaal gebruik: goederen en diensten voor eigen consumptie of voor investeringen door dezelfde bedrijfseenheid als die welke die goederen en diensten heeft geproduceerd
- niet-marktoutput: goederen en diensten die gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan andere eenheden zijn geleverd.

De output wordt gewaardeerd tegen basisprijzen. Dit zijn de prijzen die door producenten zelf worden ervaren: per bedrijfstak zijn de productgebonden belastingen er vanaf getrokken en de productgebonden subsidies erbij opgeteld. Door de producent afzonderlijk in rekening gebrachte vervoerskosten zijn niet inbegrepen. Ook de waardeverandering van financiële en niet-financiële activa (productiemiddelen) tijdens de verslagperiode zijn niet inbegrepen.

Inbegrepen is de output van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degenen die in buitenlandse handen zijn. Ook overheidsinstanties en andere niet-commerciële instanties behoren hiertoe.
Intermediair verbruik (-)
Goederen en diensten die als input in een productieproces worden gebruikt, met uitzondering van de vaste activa (investeringsgoederen). Het gaat hierbij om goederen die tijdens het productieproces worden verwerkt in andere producten of volledig worden verbruikt (dit gebeurt per definitie met de ingehuurde diensten). Volgens internationale afspraken wordt een aangeschaft goed of een ingehuurde dienst niet als intermediair verbruik maar als vast activum (investering) gezien wanneer het meer dan één jaar ingezet kan worden in een productieproces. De intermediair verbruikte goederen en diensten worden gewaardeerd tegen de aankoopprijzen die op het moment van gebruik voor soortgelijke goederen of diensten gelden.
Bruto toegevoegde waarde basisprijzen
De waarde van alle geproduceerde goederen en diensten (de productiewaarde of output) minus de waarde van goederen en diensten die tijdens deze productie zijn opgebruikt (het intermediair verbruik). De output is gewaardeerd tegen basisprijzen, dit is de verkoopprijs exclusief de handels- en vervoersmarge en exclusief de afgedragen productgebonden belastingen en de ontvangen productgebonden subsidies. Het intermediair verbruik is gewaardeerd tegen aankoopwaarde exclusief aftrekbare btw.
Inbegrepen is de toegevoegde waarde van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degene die in buitenlandse handen zijn.

In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van het verbruik van vaste activa (afschrijvingen) en 'netto' na aftrek van het verbruik van vaste activa.
Volumemutatie t.o.v. voorafgaand jaar
Het gewogen gemiddelde van de veranderingen in de hoeveelheid en de kwaliteit van de onderdelen van een bepaalde goederen- of dienstentransactie of salditransactie, jaarlijkse procentuele veranderingen.
Output basisprijzen
Het totaal aan goederen en diensten dat is geproduceerd, ook wel productie genoemd. Hiervan bestaan drie soorten:
- marktoutput: goederen en diensten die op de markt zijn afgezet of waarvoor dit in de toekomst de bedoeling is
- output voor eigen finaal gebruik: goederen en diensten voor eigen consumptie of voor investeringen door dezelfde bedrijfseenheid als die welke die goederen en diensten heeft geproduceerd
- niet-marktoutput: goederen en diensten die gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan andere eenheden zijn geleverd.

De output wordt gewaardeerd tegen basisprijzen. Dit zijn de prijzen die door producenten zelf worden ervaren: per bedrijfstak zijn de productgebonden belastingen er vanaf getrokken en de productgebonden subsidies erbij opgeteld. Door de producent afzonderlijk in rekening gebrachte vervoerskosten zijn niet inbegrepen. Ook de waardeverandering van financiële en niet-financiële activa (productiemiddelen) tijdens de verslagperiode zijn niet inbegrepen.

Inbegrepen is de output van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degenen die in buitenlandse handen zijn. Ook overheidsinstanties en andere niet-commerciële instanties behoren hiertoe.
Intermediair verbruik (-)
Goederen en diensten die als input in een productieproces worden gebruikt, met uitzondering van de vaste activa (investeringsgoederen). Het gaat hierbij om goederen die tijdens het productieproces worden verwerkt in andere producten of volledig worden verbruikt (dit gebeurt per definitie met de ingehuurde diensten). Volgens internationale afspraken wordt een aangeschaft goed of een ingehuurde dienst niet als intermediair verbruik maar als vast activum (investering) gezien wanneer het meer dan één jaar ingezet kan worden in een productieproces. De intermediair verbruikte goederen en diensten worden gewaardeerd tegen de aankoopprijzen die op het moment van gebruik voor soortgelijke goederen of diensten gelden.
Bruto toegevoegde waarde basisprijzen
De waarde van alle geproduceerde goederen en diensten (de productiewaarde of output) minus de waarde van goederen en diensten die tijdens deze productie zijn opgebruikt (het intermediair verbruik). De output is gewaardeerd tegen basisprijzen, dit is de verkoopprijs exclusief de handels- en vervoersmarge en exclusief de afgedragen productgebonden belastingen en de ontvangen productgebonden subsidies. Het intermediair verbruik is gewaardeerd tegen aankoopwaarde exclusief aftrekbare btw.
Inbegrepen is de toegevoegde waarde van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degene die in buitenlandse handen zijn.

In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van het verbruik van vaste activa (afschrijvingen) en 'netto' na aftrek van het verbruik van vaste activa.
Prijsindexcijfers
Het gewogen gemiddelde van de prijsveranderingen van de onderdelen van een bepaalde variabele. Deflatoren ten opzichte van het referentiejaar 2015.
Output basisprijzen
Het totaal aan goederen en diensten dat is geproduceerd, ook wel productie genoemd. Hiervan bestaan drie soorten:
- marktoutput: goederen en diensten die op de markt zijn afgezet of waarvoor dit in de toekomst de bedoeling is
- output voor eigen finaal gebruik: goederen en diensten voor eigen consumptie of voor investeringen door dezelfde bedrijfseenheid als die welke die goederen en diensten heeft geproduceerd
- niet-marktoutput: goederen en diensten die gratis of tegen economisch niet-significante prijzen aan andere eenheden zijn geleverd.

De output wordt gewaardeerd tegen basisprijzen. Dit zijn de prijzen die door producenten zelf worden ervaren: per bedrijfstak zijn de productgebonden belastingen er vanaf getrokken en de productgebonden subsidies erbij opgeteld. Door de producent afzonderlijk in rekening gebrachte vervoerskosten zijn niet inbegrepen. Ook de waardeverandering van financiële en niet-financiële activa (productiemiddelen) tijdens de verslagperiode zijn niet inbegrepen.

Inbegrepen is de output van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degenen die in buitenlandse handen zijn. Ook overheidsinstanties en andere niet-commerciële instanties behoren hiertoe.