Overheid; schuldgaranties, buiten balans PPS, niet-renderende leningen

Overheid; schuldgaranties, buiten balans PPS, niet-renderende leningen

Sectoren Perioden Waarde (in mln euro) Schuldgaranties Eenmalige en standaard garanties (mln euro) Waarde (in mln euro) Schuldgaranties Eenmalige garanties Totaal eenmalige garanties (mln euro) Waarde (in mln euro) Schuldgaranties Eenmalige garanties Niet-financiële overheidsondernemingen (mln euro) Waarde (in mln euro) Schuldgaranties Eenmalige garanties Financiële overheidsondernemingen (mln euro) Waarde (in mln euro) Schuldgaranties Eenmalige garanties Particuliere financiële instellingen (mln euro) Waarde (in mln euro) Schuldgaranties Eenmalige garanties Overige instellingen (mln euro) Waarde (in mln euro) Schuldgaranties Standaard garanties (mln euro) Waarde (in mln euro) Kapitaalgoederen buiten balans PPS (mln euro) Waarde (in mln euro) Niet-renderende leningen (mln euro) Waarde (in % bbp) Schuldgaranties Eenmalige en standaard garanties (in % bbp) Waarde (in % bbp) Schuldgaranties Eenmalige garanties Totaal eenmalige garanties (in % bbp) Waarde (in % bbp) Schuldgaranties Eenmalige garanties Niet-financiële overheidsondernemingen (in % bbp) Waarde (in % bbp) Schuldgaranties Eenmalige garanties Financiële overheidsondernemingen (in % bbp) Waarde (in % bbp) Schuldgaranties Eenmalige garanties Particuliere financiële instellingen (in % bbp) Waarde (in % bbp) Schuldgaranties Eenmalige garanties Overige instellingen (in % bbp) Waarde (in % bbp) Schuldgaranties Standaard garanties (in % bbp) Waarde (in % bbp) Kapitaalgoederen buiten balans PPS (in % bbp) Waarde (in % bbp) Niet-renderende leningen (in % bbp)
Overheid 2010 65.241 65.241 3.672 9.950 30.013 21.606 0 0 326 10,2 10,2 0,6 1,6 4,7 3,4 0,0 0,0 0,1
Overheid 2015 26.516 26.516 3.563 0 0 22.953 0 0 3.505 3,8 3,8 0,5 0,0 0,0 3,3 0,0 0,0 0,5
Overheid 2016 25.748 25.748 3.311 0 0 22.437 0 0 327 3,6 3,6 0,5 0,0 0,0 3,2 0,0 0,0 0,0
Overheid 2017 26.120 26.120 2.893 0 0 23.227 0 0 303 3,5 3,5 0,4 0,0 0,0 3,1 0,0 0,0 0,0
Overheid 2018* 25.432 25.432 2.847 0 0 22.585 0 0 286 3,3 3,3 0,4 0,0 0,0 2,9 0,0 0,0 0,0
Centrale overheid 2010 58.946 58.946 295 9.950 30.013 18.688 0 0 52 9,2 9,2 0,0 1,6 4,7 2,9 0,0 0,0 0,0
Centrale overheid 2015 20.123 20.123 246 0 0 19.877 0 0 3.206 2,9 2,9 0,0 0,0 0,0 2,9 0,0 0,0 0,5
Centrale overheid 2016 19.969 19.969 228 0 0 19.741 0 0 29 2,8 2,8 0,0 0,0 0,0 2,8 0,0 0,0 0,0
Centrale overheid 2017 21.033 21.033 215 0 0 20.818 0 0 29 2,8 2,8 0,0 0,0 0,0 2,8 0,0 0,0 0,0
Centrale overheid 2018* 20.528 20.528 201 0 0 20.327 0 0 26 2,7 2,7 0,0 0,0 0,0 2,6 0,0 0,0 0,0
Lokale overheid 2010 6.295 6.295 3.377 0 0 2.918 0 0 274 1,0 1,0 0,5 0,0 0,0 0,5 0,0 0,0 0,0
Lokale overheid 2015 6.393 6.393 3.317 0 0 3.076 0 0 299 0,9 0,9 0,5 0,0 0,0 0,4 0,0 0,0 0,0
Lokale overheid 2016 5.779 5.779 3.083 0 0 2.696 0 0 298 0,8 0,8 0,4 0,0 0,0 0,4 0,0 0,0 0,0
Lokale overheid 2017 5.087 5.087 2.678 0 0 2.409 0 0 274 0,7 0,7 0,4 0,0 0,0 0,3 0,0 0,0 0,0
Lokale overheid 2018* 4.904 4.904 2.646 0 0 2.258 0 0 260 0,6 0,6 0,3 0,0 0,0 0,3 0,0 0,0 0,0
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat schuldgaranties afgegeven door de sector overheid, de buiten de overheidsbalans vallende kapitaalgoederenvoorraad van publiek-private samenwerkingsverbanden (PPS) en niet-renderende leningen verstrekt door de overheid. De gegevens zijn ook beschikbaar per subsector van de sector overheid, en betreffen de standen aan het eind van het jaar. Met deze tabel wordt invulling gegeven aan EU-richtlijn 2011/85. Deze richtlijn maakt deel uit van zes Europese wetgevende maatregelen die bekend staan onder de naam 'Sixpack'.

Gegevens beschikbaar vanaf: stand van 31 december 2010.

Status van de cijfers:
De cijfers van de meeste recente eindstand van 2018 hebben de status voorlopig, de eerdere eindstanden hebben de status definitief.

Wijzigingen per 31 oktober 2019:
Er zijn nieuwe cijfers voor de eindstand van 2018 beschikbaar gekomen.
Cijfers voor de eindstand 2017 zijn definitief geworden.
De cijfers voor de eindstanden van 2010 tot en met 2016 zijn aangepast. Garanties aan enkele instellingen die tot de sector overheid behoren, waren ten onrechte opgenomen als garanties aan overige instellingen. Daarnaast waren garanties ten onrechte opgenomen als garanties aan overige instellingen, terwijl dit niet-financiële overheidsondernemingen betrof. De eindstanden van eenmalige garanties aan niet-financiële overheidsondernemingen en aan overige instellingen zijn overeenkomstig aangepast, evenals het totaal van eenmalige garanties.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De nieuwe voorlopige cijfers voor het voorgaande jaar worden in oktober gepubliceerd. De eerder gepubliceerde voorlopige cijfers krijgen dan de status definitief. Informatie over het revisiebeleid van Nationale rekeningen is te vinden onder paragraaf 3 'Relevante artikelen'.

Toelichting onderwerpen

Waarde (in mln euro)
Schuldgaranties
Overeenkomsten waarbij de garantiegever zich er tegenover een leninggever toe verbindt om, als een leningnemer in gebreke blijft, de schade te vergoeden die de leninggever anders zou lijden.

In deze tabel gaat het om schuldgaranties, die verstrekt zijn door de sector overheid. Hieronder vallen onder andere:
- Garanties op interbancaire leningen als gevolg van de kredietcrisis.
- Garanties voor exportkredietverzekeringen.
- Garantieregelingen voor specifieke sectoren.
- Afzonderlijk verstrekte garanties aan individuele instellingen.

Onder schuldgaranties in deze tabel vallen niet:
- Garanties afgegeven door de overheid in het kader van de 'European Financial Stability Facility' (EFSF).
- Garanties gegeven voor het 'European Financial Stabilisation Mechanism' (ESFM) en het 'European Stability Mechanism' (ESM).
- Garanties van het type financieel derivaat.
- Achterborgstelling, zoals verstrekt door de overheid aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW).
- Garanties in het kader van het depositogarantiestelsel.
- Garanties voor commercieel zeer moeilijk verzekerbare risico's, zoals natuurrampen en kernongevallen.
Eenmalige en standaard garanties
De som van de eenmalige garanties en de standaard garanties.
Eenmalige garanties
Schuldgarantie waarbij het bijbehorende risico niet met enige mate van nauwkeurigheid te berekenen valt, omdat vergelijkbare gevallen ontbreken.

De verlening van een eenmalige garantie wordt als een voorwaardelijk actief of voorwaardelijk passief beschouwd en wordt niet als een financieel actief of een financieel passief geregistreerd.
Totaal eenmalige garanties
Schuldgarantie waarbij het bijbehorende risico niet met enige mate van nauwkeurigheid te berekenen valt, omdat vergelijkbare gevallen ontbreken.

De verlening van een eenmalige garantie wordt als een voorwaardelijk actief of voorwaardelijk passief beschouwd en wordt niet als een financieel actief of een financieel passief geregistreerd.
Niet-financiële overheidsondernemingen
Eenmalige garanties verstrekt door de overheid aan niet-financiële vennootschappen in handen van de overheid.

De sector niet-financiële vennootschappen bestaat uit institutionele eenheden met eigen rechtspersoonlijkheid die marktproducent zijn en van wie de hoofdactiviteit bestaat in de productie van goederen en niet-financiële diensten.
Overheidsondernemingen zijn alle markteenheden, waarover de overheid zeggenschap heeft. Onder zeggenschap over een entiteit wordt verstaan het vermogen om het algemene beleid van die entiteit te bepalen. Zeggenschap kan direct door één overheidseenheid, dan wel indirect door meerdere overheidseenheden of overheidsondernemingen samen. Meer dan 50 procent aandelenbezit van de overheid is voldoende om zeggenschap vast te stellen. Stichtingen en ook sommige Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO's) zoals het Kadaster kunnen ook tot de overheidsondernemingen gerekend worden.
Of een tot eenheid onder zeggenschap van de overheid deel uitmaakt van de sector overheid dan wel een overheidsonderneming is, wordt bepaald aan de hand van het markt-/niet-markt criterium. Niet-markteenheden worden ingedeeld bij de sector overheid en markteenheden worden als overheidsonderneming beschouwd.

Voorbeelden van niet-financiële overheidsondernemingen zijn de NS en Schiphol.
Financiële overheidsondernemingen
Eenmalige garanties verstrekt door de overheid aan financiële instellingen in handen van de overheid.

Financiële instellingen is een institutionele sector van de economie die alle (quasi-)vennootschappen bevat met als hoofdfunctie financiële intermediatie, dat wil zeggen het aantrekken, transformeren en distribueren van financiële middelen.
Overheidsondernemingen zijn alle markteenheden, waarover de overheid zeggenschap heeft. Onder zeggenschap over een entiteit wordt verstaan het vermogen om het algemene beleid van die entiteit te bepalen. Zeggenschap kan direct door één overheidseenheid, dan wel indirect door meerdere overheidseenheden of overheidsondernemingen samen. Meer dan 50 procent aandelenbezit van de overheid in een vennootschap is voldoende om zeggenschap vast te stellen. Stichtingen en ook sommige Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO's) zoals de Autoriteit Financiële Markten (AFM) kunnen ook tot de overheidsondernemingen gerekend worden.
Of een tot eenheid onder zeggenschap van de overheid deel uitmaakt van de sector overheid dan wel een overheidsonderneming is, wordt bepaald aan de hand van het markt-/niet-markt criterium. Niet-markteenheden worden ingedeeld bij de sector overheid en markteenheden worden als overheidsonderneming beschouwd. Op deze algemene regel wordt alleen een uitzondering gemaakt voor bepaalde financiële instellingen die toezicht houden (bijv. AFM) op dan wel diensten leveren aan de financiële sector, en die worden geclassificeerd als financiële instellingen in handen van de overheid, ongeacht of zij een markt- dan wel een niet-markteenheid zijn.

Sinds de nationalisatie van ABN AMRO en SNS REAAL zijn deze banken ook financiële overheidsondernemingen. Andere voorbeelden van financiële overheidsondernemingen zijn Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en Nederlandse Waterschapsbank (NWB).
Particuliere financiële instellingen
Eenmalige garanties verstrekt door de overheid aan financiële instellingen niet in handen van de overheid.
Financiële instellingen is een institutionele sector van de economie die alle (quasi-)vennootschappen bevat met als hoofdfunctie financiële intermediatie, dat wil zeggen het aantrekken, transformeren en distribueren van financiële middelen.
Overige instellingen
Eenmalige garanties verstrekt aan alle instellingen, die niet een financiële instelling en/of overheidsonderneming zijn.

Het betreft de particuliere niet-financiële vennootschappen, de instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van de huishoudens, de huishoudens en het buitenland. Tot het buitenland worden ook instellingen van de Europese Unie (EU) gerekend.
Standaard garanties
Schuldgaranties die in grote aantallen worden afgegeven, meestal voor vrij kleine bedragen.

Hoewel de waarschijnlijkheidsgraad dat op één specifieke standaardgarantie een beroep wordt gedaan onzeker is, betekent het feit dat er vele soortgelijke garanties bestaan dat een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van het aantal beroepen dat op de garantie kan worden gedaan. Hierdoor kunnen voor standaardgaranties verzekeringstechnische voorzieningen op de balans gezet worden.
Kapitaalgoederen buiten balans PPS
Kapitaalgoederenvoorraad van buiten de overheidsbalans vallende PPS.
De waarde van de kapitaalgoederen van buiten de overheidsbalans vallende publiek-private samenwerkingsverbanden (PPS).

Kapitaalgoederen zijn geproduceerde materiële of immateriële activa die langer dan een jaar in het productieproces worden gebruikt. Bij publiek-private samenwerkingsverbanden (PPS) gaat het voornamelijk om infrastructuur en gebouwen.

Publiek-private samenwerkingsverbanden (PPS) zijn complexe langlopende contracten tussen een exploitant (doorgaans een (groep van) vennootschap(pen)) en een overheidsinstelling. Bij PPS gaat het om een aanzienlijke kapitaaluitgave door de exploitant om vaste activa te creëren of te verbeteren, die vervolgens door die exploitant worden geëxploiteerd en beheerd met het oog op de verlening van diensten aan de overheidsinstelling of namens de overheidsinstelling aan het grote publiek. In een PPS-contract verwerft de exploitant de vaste activa en is zij de juridische eigenaar van die activa tijdens de contractperiode. Net als bij een lease wordt de economische eigenaar van de activa bij een PPS vastgesteld door na te gaan welke eenheid de meeste risico's draagt en welke vermoedelijk de meeste baten uit de activa ontvangt. De activa en derhalve ook de bruto-investeringen in vaste activa worden dan aan die eenheid toegerekend. Indien het risico bij de overheid ligt, dan worden de activa op de overheidsbalans geboekt met een geïmputeerde schuld aan de partner. De geïmputeerde schuld zorgt voor een grotere overheidsschuld. Indien het risico bij de partner ligt, dan wordt het kapitaal buiten de overheidsbalans geboekt zonder consequenties voor de overheidsschuld.
In verband met de risico's en baten moeten vooral de volgende elementen worden onderzocht:
a) bouwrisico's, die onder meer bestaan uit kostenoverschrijdingen, eventuele extra kosten als gevolg van te late levering of het niet voldoen aan specificaties of bouwcodes, en milieu- en overige risico's die resulteren in betalingen aan derden;
b) beschikbaarheidsrisico's, die onder meer bestaan uit eventuele extra kosten voor bijvoorbeeld onderhoud en financiering, of uit boetes omdat het volume of de kwaliteit van de diensten niet voldoet aan de in het contract gespecificeerde normen;
c) vraagrisico's, die onder meer bestaan uit de mogelijkheid dat de vraag naar de diensten hoger of lager uitvalt dan verwacht;
d) restwaarde- en verouderingsrisico's, waarbij het onder meer gaat om het risico dat de activa aan het eind van het contract minder waard zijn dan verwacht en om de mate waarin de overheid een optie heeft de activa te verwerven;
e) het bestaan van financierings- of verleningsgaranties door de concessiegever, dan wel van voordelige beëindigingsclausules, met name bij beëindiging op initiatief van de exploitant.
Niet-renderende leningen
Leningen waarop al enige tijd geen aflossingen en/of rentebetalingen zijn gedaan.
Een lening is niet-renderend wanneer a) er gedurende ten minste 90 dagen na de vervaldatum geen rente is betaald, noch op de hoofdsom is afbetaald; b) rente die al ten minste 90 dagen verschuldigd is, op grond van een overeenkomst is gekapitaliseerd, geherfinancierd of uitgesteld; of c) betalingen weliswaar minder dan 90 dagen over tijd zijn, maar er andere goede redenen zijn (zoals wanneer een debiteur het faillissement heeft aangevraagd) om te betwijfelen of de betalingen volledig zullen plaatsvinden.
Waarde (in % bbp)
Schuldgaranties
Overeenkomsten waarbij de garantiegever zich er tegenover een leninggever toe verbindt om, als een leningnemer in gebreke blijft, de schade te vergoeden die de leninggever anders zou lijden.

In deze tabel gaat het om schuldgaranties, die verstrekt zijn door de sector overheid. Hieronder vallen onder andere:
- Garanties op interbancaire leningen als gevolg van de kredietcrisis.
- Garanties voor exportkredietverzekeringen.
- Garantieregelingen voor specifieke sectoren.
- Afzonderlijk verstrekte garanties aan individuele instellingen.

Onder schuldgaranties in deze tabel vallen niet:
- Garanties afgegeven door de overheid in het kader van de 'European Financial Stability Facility' (EFSF).
- Garanties gegeven voor het 'European Financial Stabilisation Mechanism' (ESFM) en het 'European Stability Mechanism' (ESM).
- Garanties van het type financieel derivaat.
- Achterborgstelling, zoals verstrekt door de overheid aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW).
- Garanties in het kader van het depositogarantiestelsel.
- Garanties voor commercieel zeer moeilijk verzekerbare risico's, zoals natuurrampen en kernongevallen.
Eenmalige en standaard garanties
De som van de eenmalige garanties en de standaard garanties.
Eenmalige garanties
Schuldgarantie waarbij het bijbehorende risico niet met enige mate van nauwkeurigheid te berekenen valt, omdat vergelijkbare gevallen ontbreken.

De verlening van een eenmalige garantie wordt als een voorwaardelijk actief of voorwaardelijk passief beschouwd en wordt niet als een financieel actief of een financieel passief geregistreerd.
Totaal eenmalige garanties
Schuldgarantie waarbij het bijbehorende risico niet met enige mate van nauwkeurigheid te berekenen valt, omdat vergelijkbare gevallen ontbreken.

De verlening van een eenmalige garantie wordt als een voorwaardelijk actief of voorwaardelijk passief beschouwd en wordt niet als een financieel actief of een financieel passief geregistreerd.
Niet-financiële overheidsondernemingen
Eenmalige garanties verstrekt door de overheid aan niet-financiële vennootschappen in handen van de overheid.

De sector niet-financiële vennootschappen bestaat uit institutionele eenheden met eigen rechtspersoonlijkheid die marktproducent zijn en van wie de hoofdactiviteit bestaat in de productie van goederen en niet-financiële diensten.
Overheidsondernemingen zijn alle markteenheden, waarover de overheid zeggenschap heeft. Onder zeggenschap over een entiteit wordt verstaan het vermogen om het algemene beleid van die entiteit te bepalen. Zeggenschap kan direct door één overheidseenheid, dan wel indirect door meerdere overheidseenheden of overheidsondernemingen samen. Meer dan 50 procent aandelenbezit van de overheid is voldoende om zeggenschap vast te stellen. Stichtingen en ook sommige Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO's) zoals het Kadaster kunnen ook tot de overheidsondernemingen gerekend worden.
Of een tot eenheid onder zeggenschap van de overheid deel uitmaakt van de sector overheid dan wel een overheidsonderneming is, wordt bepaald aan de hand van het markt-/niet-markt criterium. Niet-markteenheden worden ingedeeld bij de sector overheid en markteenheden worden als overheidsonderneming beschouwd.

Voorbeelden van niet-financiële overheidsondernemingen zijn de NS en Schiphol.
Financiële overheidsondernemingen
Eenmalige garanties verstrekt door de overheid aan financiële instellingen in handen van de overheid.

Financiële instellingen is een institutionele sector van de economie die alle (quasi-)vennootschappen bevat met als hoofdfunctie financiële intermediatie, dat wil zeggen het aantrekken, transformeren en distribueren van financiële middelen.
Overheidsondernemingen zijn alle markteenheden, waarover de overheid zeggenschap heeft. Onder zeggenschap over een entiteit wordt verstaan het vermogen om het algemene beleid van die entiteit te bepalen. Zeggenschap kan direct door één overheidseenheid, dan wel indirect door meerdere overheidseenheden of overheidsondernemingen samen. Meer dan 50 procent aandelenbezit van de overheid in een vennootschap is voldoende om zeggenschap vast te stellen. Stichtingen en ook sommige Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO's) zoals de Autoriteit Financiële Markten (AFM) kunnen ook tot de overheidsondernemingen gerekend worden.
Of een tot eenheid onder zeggenschap van de overheid deel uitmaakt van de sector overheid dan wel een overheidsonderneming is, wordt bepaald aan de hand van het markt-/niet-markt criterium. Niet-markteenheden worden ingedeeld bij de sector overheid en markteenheden worden als overheidsonderneming beschouwd. Op deze algemene regel wordt alleen een uitzondering gemaakt voor bepaalde financiële instellingen die toezicht houden (bijv. AFM) op dan wel diensten leveren aan de financiële sector, en die worden geclassificeerd als financiële instellingen in handen van de overheid, ongeacht of zij een markt- dan wel een niet-markteenheid zijn.

Sinds de nationalisatie van ABN AMRO en SNS REAAL zijn deze banken ook financiële overheidsondernemingen. Andere voorbeelden van financiële overheidsondernemingen zijn Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en Nederlandse Waterschapsbank (NWB).
Particuliere financiële instellingen
Eenmalige garanties verstrekt door de overheid aan financiële instellingen niet in handen van de overheid.
Financiële instellingen is een institutionele sector van de economie die alle (quasi-)vennootschappen bevat met als hoofdfunctie financiële intermediatie, dat wil zeggen het aantrekken, transformeren en distribueren van financiële middelen.
Overige instellingen
Eenmalige garanties verstrekt aan alle instellingen, die niet een financiële instelling en/of overheidsonderneming zijn.

Het betreft de particuliere niet-financiële vennootschappen, de instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van de huishoudens, de huishoudens en het buitenland. Tot het buitenland worden ook instellingen van de Europese Unie (EU) gerekend.
Standaard garanties
Schuldgaranties die in grote aantallen worden afgegeven, meestal voor vrij kleine bedragen.

Hoewel de waarschijnlijkheidsgraad dat op één specifieke standaardgarantie een beroep wordt gedaan onzeker is, betekent het feit dat er vele soortgelijke garanties bestaan dat een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van het aantal beroepen dat op de garantie kan worden gedaan. Hierdoor kunnen voor standaardgaranties verzekeringstechnische voorzieningen op de balans gezet worden.
Kapitaalgoederen buiten balans PPS
Kapitaalgoederenvoorraad van buiten de overheidsbalans vallende PPS.
De waarde van de kapitaalgoederen van buiten de overheidsbalans vallende publiek-private samenwerkingsverbanden (PPS).

Kapitaalgoederen zijn geproduceerde materiële of immateriële activa die langer dan een jaar in het productieproces worden gebruikt. Bij publiek-private samenwerkingsverbanden (PPS) gaat het voornamelijk om infrastructuur en gebouwen.

Publiek-private samenwerkingsverbanden (PPS) zijn complexe langlopende contracten tussen een exploitant (doorgaans een (groep van) vennootschap(pen)) en een overheidsinstelling. Bij PPS gaat het om een aanzienlijke kapitaaluitgave door de exploitant om vaste activa te creëren of te verbeteren, die vervolgens door die exploitant worden geëxploiteerd en beheerd met het oog op de verlening van diensten aan de overheidsinstelling of namens de overheidsinstelling aan het grote publiek. In een PPS-contract verwerft de exploitant de vaste activa en is zij de juridische eigenaar van die activa tijdens de contractperiode. Net als bij een lease wordt de economische eigenaar van de activa bij een PPS vastgesteld door na te gaan welke eenheid de meeste risico's draagt en welke vermoedelijk de meeste baten uit de activa ontvangt. De activa en derhalve ook de bruto-investeringen in vaste activa worden dan aan die eenheid toegerekend. Indien het risico bij de overheid ligt, dan worden de activa op de overheidsbalans geboekt met een geïmputeerde schuld aan de partner. De geïmputeerde schuld zorgt voor een grotere overheidsschuld. Indien het risico bij de partner ligt, dan wordt het kapitaal buiten de overheidsbalans geboekt zonder consequenties voor de overheidsschuld.
In verband met de risico's en baten moeten vooral de volgende elementen worden onderzocht:
a) bouwrisico's, die onder meer bestaan uit kostenoverschrijdingen, eventuele extra kosten als gevolg van te late levering of het niet voldoen aan specificaties of bouwcodes, en milieu- en overige risico's die resulteren in betalingen aan derden;
b) beschikbaarheidsrisico's, die onder meer bestaan uit eventuele extra kosten voor bijvoorbeeld onderhoud en financiering, of uit boetes omdat het volume of de kwaliteit van de diensten niet voldoet aan de in het contract gespecificeerde normen;
c) vraagrisico's, die onder meer bestaan uit de mogelijkheid dat de vraag naar de diensten hoger of lager uitvalt dan verwacht;
d) restwaarde- en verouderingsrisico's, waarbij het onder meer gaat om het risico dat de activa aan het eind van het contract minder waard zijn dan verwacht en om de mate waarin de overheid een optie heeft de activa te verwerven;
e) het bestaan van financierings- of verleningsgaranties door de concessiegever, dan wel van voordelige beëindigingsclausules, met name bij beëindiging op initiatief van de exploitant.
Niet-renderende leningen
Leningen waarop al enige tijd geen aflossingen en/of rentebetalingen zijn gedaan.
Een lening is niet-renderend wanneer a) er gedurende ten minste 90 dagen na de vervaldatum geen rente is betaald, noch op de hoofdsom is afbetaald; b) rente die al ten minste 90 dagen verschuldigd is, op grond van een overeenkomst is gekapitaliseerd, geherfinancierd of uitgesteld; of c) betalingen weliswaar minder dan 90 dagen over tijd zijn, maar er andere goede redenen zijn (zoals wanneer een debiteur het faillissement heeft aangevraagd) om te betwijfelen of de betalingen volledig zullen plaatsvinden.